ECLI:NL:RBDHA:2025:28170

ECLI:NL:RBDHA:2025:28170

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-04-2025
Datum publicatie 23-09-2026
Zaaknummer NL24.49461 & NL24.49462
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Kroatië, interstatelijk vertrouwensbeginsel, ongegrond

Uitspraak

[eiser] , eiser/verzoeker

V-nummer: [#] ,

(gemachtigde: mr. E. Ceylan),

en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. G.L. Wisschoff).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 10 december 2024 niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om een voorlopige voorziening waarin eiser verzoekt om verweerder te verbieden hem uit te zetten totdat op het beroep is beslist.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 14 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

3. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt verweerder een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Kroatië een verzoek om terugname gedaan. Kroatië heeft dit verzoek aanvaard.

Is eiser een kwetsbare asielzoeker?

4. Eiser heeft gesteld dat hij een kwetsbare asielzoeker is omdat hij is mishandeld door de autoriteiten. Verweerder heeft in het besluit opgemerkt dat eiser in het aanmeldgehoor heeft verklaard geen problemen te hebben ondervonden tijdens zijn verblijf in Kroatië, er maar één nacht heeft verbleven en de volgende dag mocht vertrekken. Desgevraagd ter zitting kon eisers gemachtigde niet nader toelichten waarom eiser alsnog als kwetsbare asielzoeker moet worden aangemerkt. De rechtbank is ook anderszins niet gebleken waarom eiser moet worden gezien als kwetsbare asielzoeker. De beroepsgrond slaagt niet.

Kan er ten aanzien van Kroatië van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden uitgegaan?

5. De rechtbank stelt voorop dat uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 9 oktober 2024 volgt dat verweerder ten aanzien van Kroatië nog altijd van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. De Afdeling heeft dit oordeel nogmaals bevestigd bij uitspraak van 5 november 2024. De rechtbank ziet in wat eiser heeft aangevoerd geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de Afdeling in de hiervoor genoemde uitspraken. De rechtbank overweegt daartoe dat de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle van 21 oktober 2024 waarnaar eiser verwijst, ziet op de beoordeling van een maatregel van bewaring en niet op overdracht in het kader van de Dublinverordening.

Eiser heeft gronden aangevoerd tegen de opvangvoorzieningen en pushbacks in Kroatië. In haar uitspraak van 9 oktober 2024 is de Afdeling expliciet ingegaan op die omstandigheden. De Afdeling heeft daarin overwogen dat met de problemen rondom de opvangvoorzieningen nog niet gesproken kan worden van een toestand van zeer vergaande materiële deprivatie. Daarbij is ook van belang dat de Kroatische autoriteiten zich inzetten om de situatie te verbeteren en dus niet onverschillig staan tegenover incidentele tekorten in de opvang. Daarnaast is uit landeninformatie niet gebleken dat Dublinclaimanten een reëel risico lopen om slachtoffer te worden van pushbacks in Kroatië. De door eiser overgelegde informatie maakt dit oordeel niet anders en is bovendien betrokken in de Afdelingsuitspraak. De beroepsgrond slaagt niet.

Had verweerder de aanvraag in behandeling moeten nemen op grond van artikel 17 van de Dublinverordening?

6. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat verweerder de aanvraag inhoudelijk had moeten beoordelen omdat eiser door het bestreden besluit evenredig hard zou zijn getroffen. De rechtbank volgt hierbij verweerders standpunt dat het gestelde suïciderisico van eiser geenszins is onderbouwd. Eiser heeft ook geen andere bijzondere, individuele omstandigheden aangevoerd die maken dat verweerder van overdracht aan Kroatië had moeten afzien vanwege onevenredige hardheid. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat Kroatië verantwoordelijk is voor eisers asielaanvraag.

8. Omdat op het beroep is beslist en de rechtbank dit ongegrond verklaart, is er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe dan ook af.

9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A. Molenkamp - Lopar, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor zover het de beroepszaak betreft, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A. Molenkamp - Lopar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand