ECLI:NL:RBDHA:2025:28171

ECLI:NL:RBDHA:2025:28171

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-08-2025
Datum publicatie 23-09-2026
Zaaknummer NL25.37142
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

bewaring, artikel 6 derde lid van de Vw, maatregel is binnen 48 uur opgeheven. Dat is voldoende voortvarend. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiserV-nummer: [#] ,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.37142

(gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg),

en

(gemachtigde: mr. I. Izat).

Procesverloop

Verweerder heeft op 30 juli 2025 aan eiser de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden

aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Verweerder heeft de maatregel op 15 augustus 2025 opgeheven.

De rechtbank heeft het beroep op 18 augustus 2025 op zitting behandeld. Eiser is niet verschenen. Eisers gemachtigde was aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waarover gaat deze uitspraak?

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2004 en heeft de Egyptische nationaliteit. Hij is op 30 juli 2025 met een vlucht vanuit Seoul aangekomen op Schiphol. Op diezelfde dag heeft hij een asielaanvraag ingediend. De beslissing omtrent het al dan niet verlenen van toegang is uitgesteld. Op 30 juli 2025 is aan hem de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid van de Vw opgelegd. Op 15 augustus 2025 is de maatregel opgeheven.

2. Omdat de maatregel inmiddels is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. Daarvoor moet de rechtbank beoordelen of de tenuitvoerlegging van de maatregel op enig moment voor de opheffing ervan onrechtmatig is geweest. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. Het beroep is ongegrond. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Heeft de grensdetentie te lang voortgeduurd?

3. Eiser voert aan dat er vanaf 12 augustus 2025 geen wettelijke grondslag bestond voor zijn grensdetentie. Uit de e-mail van verweerder van 12 augustus 2025 blijkt dat zijn asielverzoek werd behandeld in de Algemene Asielprocedure (hierna: de AA). Vanaf die datum had de maatregel moeten worden opgeheven. Eiser verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 10 juli 2025, waaruit volgens eiser blijkt dat indien vaststaat dat een asielverzoek wordt behandeld in de AA, er geen grondslag bestaat voor grensdetentie.

De rechtbank stelt vast dat verweerder op 12 augustus 2025 het volgende per e-mail heeft gereageerd op eisers vraag of zijn procedure in de AA wordt behandeld:

‘De procedure van uw cliënt volgt momenteel inderdaad de grensprocedure met het zogenoemde AA stramien (zes dagen).’

De rechtbank is, anders dan eiser, van oordeel dat uit de e-mail volgt dat eisers asielaanvraag op 12 augustus 2025 nog in de grensprocedure werd behandeld, maar met termijnen die zijn gelijkgesteld aan de AA procedure. Er is dus geen reden om te oordelen dat de grondslag voor eisers inbewaringstelling op dat moment onrechtmatig was nu eisers asielaanvraag niet in de AA procedure werd behandeld. De rechtbank overweegt verder dat verweerder op 14 augustus 2025 eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat in die beschikking ook is bepaald dat eiser in grensdetentie blijft. Deze beroepsgrond slaagt niet.

In eisers stelling dat verweerder de maatregel op 14 augustus 2025 had moeten opheffen omdat verweerder op die dag eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard, ziet de rechtbank evenmin aanleiding voor het oordeel dat de grensdetentie te lang heeft voortgeduurd. Verweerder heeft er op de zitting terecht op gewezen dat hij binnen 48 uur de maatregel heeft opgeheven. Dat is voldoende voortvarend. De beroepsgrond slaagt ook niet.

Zijn er andere redenen om het voortduren van de maatregel onrechtmatig te achten?

4. Ook ambtshalve toetsend is de rechtbank van oordeel dat er geen aanleiding is

voor het oordeel dat de maatregel onrechtmatig heeft voortgeduurd tot de opheffing daarvan.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Daarom wijst de rechtbank ook het verzoek om schadevergoeding af.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

-verklaart het beroep ongegrond;

-wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M.T. Zoon, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.B. Klaus

Griffier

  • mr. J.M.T. Zoon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand