ECLI:NL:RBDHA:2025:4377

ECLI:NL:RBDHA:2025:4377, Rechtbank Den Haag, 18-03-2025, NL25.4614

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-03-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.4614
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Dublin Oostenrijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.4614

(gemachtigde: mr. A. Heida),

en

(gemachtigde: C. van der Zijde).

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 30 januari 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de inhoudelijke inhoud daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening met zaaknummer NL25.4615, op 13 maart 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van afwezigheid, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Inleiding

Eiser heeft de Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1994. Op 9 januari 2025 heeft eiser een asielaanvraag in Nederland ingediend.

Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiser op 17 december 2022 een verzoek om internationale bescherming in Oostenrijk heeft ingediend. Nederland heeft daarom op 10 januari 2025 de autoriteiten van Oostenrijk verzocht om eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid en onder b, van de Dublinverordening. Oostenrijk heeft de claim op 10 januari 2025 geweigerd. Op diezelfde dag heeft verweerder een second opinion aangevraagd. Op 15 januari 2025 hebben de autoriteiten van Oostenrijk de Dublinclaim geaccepteerd.

Het bestreden besluit

2. Met het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser met toepassing van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet in behandeling genomen, omdat Oostenrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling daarvan. Verweerder stelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Oostenrijk een reƫel risico loopt op een met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) strijdige behandeling. Er zijn volgens verweerder ook geen andere redenen aannemelijk gemaakt om de asielaanvraag in Nederland te behandelen.

Beoordeling door de rechtbank

Interstatelijk vertrouwensbeginsel

3. Eiser voert aan ten aanzien van Oostenrijk niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Vanwege de grote problemen met opvang in Oostenrijk zal eiser waarschijnlijk van opvang verstoken blijven, waardoor hij op straat en zonder voorzieningen zal moeten (over)leven. Eiser verwijst hiervoor naar het AIDA Country Report Austria 2023 update, van 25 juni 2024. Eiser heeft bovendien in Oostenrijk ook geen advocaat toegewezen gekregen en verwacht ook in de toekomst geen rechtsbijstand te krijgen in Oostenrijk. Verweerder dient dan ook het verzoek om bescherming aan zich te trekken.

De rechtbank stelt voorop dat bij de toepassing van de Dublinverordening het uitgangspunt is dat verweerder mag uitgaan van het vermoeden dat lidstaten bij de behandeling van asielzoekers hun internationale verplichtingen zullen nakomen (het interstatelijk vertrouwensbeginsel). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in de uitspraak van 3 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1695, geoordeeld dat verweerder ten aanzien van Oostenrijk van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. Dat is aan de orde als eiser aannemelijk maakt dat sprake is van structurele tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem die een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken.

Verweerder heeft terecht en deugdelijk gemotiveerd gesteld dat ten aanzien van Oostenrijk nog altijd van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Zijn verwijzing naar wat hij heeft gezien en ervaren in Oostenrijk en de verwijzing naar p. 111 van het AIDA-rapport zijn daarvoor reeds op zichzelf onvoldoende. Daaruit blijkt niet dat in Oostenrijk sprake is van structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. Ook eisers verdere stellingen over wat hij verwacht dat hem te wachten staat bij terugkeer als gevolg van de problemen in de opvang, kunnen op basis van het voorgaande al niet tot een geslaagd beroep leiden. De rechtbank merkt daarbij nog het volgende op. Verweerder heeft er ter zitting terecht op gewezen dat p. 111 van AIDA Country Report Austria 2023 update, van 25 juni 2024, waarnaar eiser verwijst al is meegenomen in de uitspraak van de Afdeling van 24 oktober 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4303) waarin de overwegingen daarover in de uitspraak van 1 oktober 2024 van deze rechtbank (ECLI:NL:RBDHA:2024:22324) zijn bevestigd. Daarbij is nog opgemerkt dat uit pagina 61 van het AIDA-rapport blijkt dat, vanwege het feit dat men lokaal terughoudend is om asielzoekers over te nemen van de federale opvangcentra, teruggekeerde Dublinclaimanten uiteindelijk enkele weken of zelfs maanden in grotere eerste opvangfaciliteiten moeten verblijven. Hieruit blijkt echter niet dat Dublinclaimanten geen toegang kunnen verkrijgen tot adequate opvang, noch blijkt hieruit dat de door eiser gestelde tekortkomingen onder het bereik van artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest vallen. Bovendien ligt er ten aanzien van eiser een claimakkoord van de Oostenrijkse autoriteiten, waarmee zij garanderen dat eisers verzoek om internationale bescherming in behandeling zal worden genomen met inachtneming van de internationale verplichtingen. Mocht eiser toch problemen ervaren of meent eiser dat de Oostenrijkse autoriteiten zich niet houden aan hun internationale verplichtingen, ligt het op de weg van eiser om zich te wenden tot de daartoe aangewezen (hogere) autoriteiten in Oostenrijk. Uit het door eiser aangehaalde AIDA-rapport blijkt niet dat dit onmogelijk of bij voorbaat zinloos is. Eiser stelt dat hij door de afwezigheid van rechtsbijstand, het niet beheersen van de taal en omdat hij de juridische wegen niet kent niet kan klagen bij de autoriteiten, maar deze stelling is in het geheel niet onderbouwd en leidt reeds daarom niet tot een ander oordeel.

De onder 3. weergegeven beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en mag worden overgedragen aan Oostenrijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechter, in aanwezigheid van mr. D.E. Maas, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar

Griffier

  • mr. D.E. Maas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?