ECLI:NL:RBDHA:2025:5298

ECLI:NL:RBDHA:2025:5298, Rechtbank Den Haag, 31-03-2025, NL25.13211

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 31-03-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.13211
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Vervolgberoep bewaring – voortvarend handelen – zicht op uitzetting – belangenafweging – beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.13211

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.A.M. Karsten),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 24 oktober 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 27 maart 2025.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1990 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 25 februari 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 24 februari 2025, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds 24 februari 2025.

4. Eiser voert aan dat geen sprake is van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Hij verblijft al ruim vijf maanden in vreemdelingenbewaring. Daarnaast handelt verweerder onvoldoende voortvarend. De belangenafweging dient in het voordeel van eiser uit te vallen.

5. Wat eiser aanvoert, is onvoldoende voor de conclusie dat het zicht op uitzetting is komen te vervallen. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 25 februari 2025 overwogen dat in het algemeen zicht op uitzetting naar Marokko bestaat en dat er geen aanknopingspunten zijn dat dit voor eiser anders is. Daarbij is ook betrokken dat eiser niet volledig en actief meewerkt aan zijn uitzetting. De rechtbank ziet geen aanleiding om nu anders te oordelen over deze beroepsgrond dan zij heeft gedaan in haar uitspraak van 25 februari 2025. Dat eiser inmiddels vijf maanden in bewaring zit, betekent niet dat geen zicht op uitzetting meer bestaat. Niet is gebleken dat de Marokkaanse autoriteiten te kennen hebben gegeven dat voor eiser geen laissez-passer zal worden afgegeven.

6. Daarnaast werkt verweerder voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser. Sinds 24 februari 2025 heeft verweerder twee keer schriftelijk gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten en een vertrekgesprek met eiser gevoerd. Dit is voldoende voor de conclusie dat verweerder voldoende voortvarend handelt.

7. Over wat eiser in het kader van de belangenafweging aanvoert, oordeelt de rechtbank dat er geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die, gelet op de duur van deze bewaring, voor verweerder aanleiding hadden moeten zijn de bewaring bij een afweging van de belangen op te heffen. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

8. Ook overigens ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het voortduren

van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 31 maart 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. K.M. de Jager

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?