ECLI:NL:RBDHA:2025:7459

ECLI:NL:RBDHA:2025:7459, Rechtbank Den Haag, 03-04-2025, NL25.13238

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-04-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.13238
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823 CELEX:32013L0032 CELEX:32013L0033 EU:32013L0032 EU:32013L0033

Samenvatting

Maatregel van bewaring; grensdetentie; vervolgberoep. Controle door gynaecoloog is mogelijk. Verslechterde mentale toestand is niet onderbouwd. Overschrijding van de termijn van negen weken maakt niet dat bewaring onredelijk lang voortduurt.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.13238

V-nummer: [#]

(gemachtigde: mr. F. Zeven),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 10 januari 2025 aan eiseres de vrijheidsontnemende maatregel van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiseres heeft tegen het voortduren van de maatregel beroep ingesteld. Daarbij heeft zij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

Eiseres heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten op 27 maart 2025.

Overwegingen

1. Eiseres heeft de [nationaliteit] en is geboren op [geboortedatum] 1982.

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze vrijheidsontnemende maatregel al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 24 februari 2025 volgt dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 17 februari 2025.

3. Eiseres heeft aangevoerd dat zij nog steeds geen adequate toegang heeft gehad tot een gynaecoloog, terwijl dit met het oog op haar [medische aandoening] wel is vereist. Zij heeft vernomen van de medische dienst in het detentiecentrum dat die deze zorg niet kan bieden en dat zij in april mogelijk buiten het detentiecentrum zal worden behandeld. De medische dienst is verzocht om opheldering. Verder stelt eiseres dat haar mentale toestand ernstig is verslechterd omdat zij nu bijna 11 weken in detentie verblijft, zich ernstig zorgen maakt over de status van haar [medische aandoening] en de detentie erg zwaar is voor haar. Het voortduren van de bewaring is dan ook onevenredig bezwarend.

In de uitspraak van 24 februari 2025 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, als volgt geoordeeld:

“In het door eiseres ingebrachte medisch dossier leest de rechtbank echter niet dat zij op dit moment [medische aandoening] heeft en een behandeling nu noodzakelijk is. Dat eiseres essentiële supplementen in het detentiecentrum niet krijgt, kan de rechtbank ook niet opmaken uit het medisch dossier. Verweerder heeft bovendien ter zitting aangegeven dat een eventuele benodigde controle gefaciliteerd kan worden. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om te oordelen dat de maatregel vanwege medische omstandigheden moet worden opgeheven. De voor eiseres benodigde medische voorzieningen zijn aanwezig in het JCS. Verweerder heeft daar in het bestreden besluit ook op gewezen en zich op het standpunt kunnen stellen dat er geen aanleiding bestaat om een lichter middel toe te passen.”

In wat eiseres nu heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. Daarbij is van belang dat eiseres ook nu niet heeft onderbouwd dat zij op dit moment lijdt aan [medische aandoening] , noch dat zij geen toegang zou hebben tot een gynaecoloog voor controle. Daarbij komt dat het de rechtbank ambtshalve bekend is dat de gemachtigde van eiseres een reactie van de medische dienst van het detentiecentrum had geplaatst in het elektronische dossier van een andere vreemdeling, die ook door deze gemachtigde wordt vertegenwoordigd. In die reactie stond, voor zover hier van belang, dat er contact is geweest met een gynaecoloog over eiseres en dat is geadviseerd binnen 6-12 maanden een controle te verrichten en dat dit in de maand april zijn. Ook is aangegeven dat, zodra er een vervolgafspraak is gemaakt, eiseres wordt geïnformeerd. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat eiseres geen adequate toegang tot een gynaecoloog zou hebben. Als de controle en eventuele behandeling door de gynaecoloog buiten het detentiecentrum zal plaatsvinden, is het aan verweerder om op dat moment te beoordelen of de maatregel moet worden opgeheven, of kan worden gehandhaafd. De rechtbank kan daar niet op vooruit lopen.

Ten aanzien van de gestelde verslechterde mentale toestand van eiseres stelt de rechtbank vast dat zij die niet heeft onderbouwd, bijvoorbeeld met een (uitdraai van de) medische rapportage. Het is begrijpelijk dat eiseres zich zorgen maakt over haar fysieke gezondheid en ook dat het haar zwaar valt om in detentie te zitten, maar eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar psychische klachten niet adequaat kunnen of worden behandeld in het detentiecentrum. Verweerder hoeft in de gestelde psychische klachten dan ook geen aanleiding te zien om eisers belang zwaarder te laten wegen dan het grensbewakingsbelang.

Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat alleen de overschrijding van de termijn van negen weken onvoldoende is om te oordelen dat de maatregel onredelijk lang voortduurt. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2024 en haar eigen uitspraken van 18 november 2024 en 6 december 2024.

De beroepsgrond slaagt niet.

4. Ook ambtshalve toetsend ziet de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat de maatregel onrechtmatig voortduurt.

5. Het beroep is ongegrond. Daarom wijst de rechtbank ook het verzoek om schadevergoeding af.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. drs. S.R.N. Parlevliet, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Kraefft

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?