ECLI:NL:RBDHA:2025:9924

ECLI:NL:RBDHA:2025:9924, Rechtbank Den Haag, 27-05-2025, AWB - 24/3598

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-05-2025
Datum publicatie 22-08-2025
Zaaknummer AWB - 24/3598
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002320 BWBR0005537 BWBR0007119

Samenvatting

Wet WOZ/: compromisvoorstel, horen en dwangsom. Gegrond.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025

in de zaak tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Zoetermeer, heffingsambtenaar.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de heffingsambtenaar van 9 februari 2024 het bezwaar van belanghebbende tegen de beschikking waarbij de waarde van de onroerende zaak gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) op de voet van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) voor het kalenderjaar 2023 is vastgesteld op € 779.000 (de beschikking) en is in de uitspraak op bezwaar verlaagd naar € 750.000.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 april 2025. Belanghebbende is verschenen. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door

B.F.W.J.M. van Boxtel.

Overwegingen

1. In geschil is de waarde van de woning op de waardepeildatum. Belanghebbende bepleit een waarde van € 550.000. Tevens is in geschil of de heffingsambtenaar belanghebbende in de bezwaarfase in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord en of door de heffingsambtenaar een dwangsom is verbeurd aan belanghebbende wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar.

2. In de beroepsfase heeft de heffingsambtenaar extra onderzoek verricht naar de waarde van de woning. Uit dit onderzoek is gebleken dat de waarde, die is vastgesteld bij de uitspraak op bezwaar, te hoog is. De waarde dient te worden verlaagd naar € 649.000. De heffingsambtenaar heeft, vanuit efficiëntie overwegingen, de waarde van dewoning in een compromisvoorstel met dagtekening 30 oktober 2024 verlaagd naar € 550.000. De waarde, die in het compromisvoorstel door de heffingsambtenaar is voorgesteld is tevens de in de bezwaarfase door belanghebbende voorgestelde waarde van de woning. Uit correspondentie tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar volgt dat belanghebbende per 22 november 2024 niet akkoord gaat met het compromisvoorstel, omdat belanghebbende tijdens de bezwaarfase niet in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.

3. Volgens artikel 7:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht moet voordat op het bezwaar wordt beslist een bestuursorgaan de belanghebbende in de gelegenheid stellen te worden gehoord. In afwijking van artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt artikel 25, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) dat belanghebbende wordt gehoord op zijn verzoek. Op grond van artikel 7:3, aanhef en onder e, van de Awb, kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien, indien aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.Omdat de heffingsambtenaar in het compromisvoorstel de door de belanghebbende in de bezwaarfase voorgesteld waarde van € 550.000 heeft voorgesteld, was verweerder niet gehouden belanghebbende te horen.

4. Op grond van artikel 4:17, derde lid, van de Awb is de eerste dag waarover de dwangsom is verschuldigd, de dag waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken en het bestuursorgaan van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen. Op 13 februari 2024 heeft belanghebbende de heffingsambtenaar in gebreke gesteld door toezending van de schriftelijke ingebrekestelling met een dagtekening van 12 februari 2024. Op 9 februari 2024 is uitspraak op bezwaar gedaan op het bezwaar tegen de WOZ-beschikking. Omdat de dagtekening van de uitspraak op bezwaar voor de ontvangst van de ingebrekestelling is gelegen is de heffingsambtenaar geen dwangsom verschuldigd aan belanghebbende.

5. De heffingsambtenaar heeft zich hangende de beroepsprocedure nader op het standpunt gesteld dat de WOZ-waarde moet worden verminderd tot € 550.000. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar met hetgeen hij heeft aangevoerd, aannemelijk gemaakt dat deze waarde niet te hoog is en heeft belanghebbende niet een lagere waarde bepleit.

6. De rechtbank bepaalt, alle omstandigheden in aanmerking nemend, de waarde van de woning op de waardepeildatum in goede justitie op € 550.000.

7. Nu de in beroep bepleite waarde lager is dan de bij uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde, is de waarde van de woning en de daarop gebaseerde aanslag te hoog vastgesteld. Het beroep is daarom gegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Er zijn geen voor vergoeding aan aanmerking komende kosten gesteld.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart het beroep gegrond;

 vernietigt de uitspraak op bezwaar;

 wijzigt de beschikking aldus dat de vastgestelde waarde wordt verminderd tot € 550.000;

 vermindert de aanslag onroerende-zaakbelastingen tot een berekend naar een waarde van € 550.000;

 bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

 draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 51 aan belanghebbende te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kouwenhoven, rechter, in aanwezigheid van

D.A. Terwel, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).

Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.

Verder vermeldt u ten minste het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de datum van verzending;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E. Kouwenhoven

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Belastingblad 2025/353 met annotatie van J.C. Scherff
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand