ECLI:NL:RBDHA:2026:10000

ECLI:NL:RBDHA:2026:10000

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-04-2026
Datum publicatie 29-04-2026
Zaaknummer NL25.15869
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Einduitspraak na tussenuitspraak – verweerder heeft het geconstateerde gebrek niet hersteld – beroep gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.15869

(gemachtigde: mr. A. Heida),

en

(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).

Procesverloop

Bij besluit van 10 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van

eiser in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser is

verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [persoon] .

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

In de tussenuitspraak van 18 december 2025 heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 23 april 2026.

Overwegingen

1. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij alles wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat sprake is van een zorgvuldigheidsgebrek, omdat verweerder niet in overeenstemming met zijn vaste gedragslijn, neergelegd in Werkinstructie 2022/3, heeft gehandeld bij het bevragen van eiser over zijn kennis van de islam en hoe in Iran tegen afvalligen wordt aangekeken.

2. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld dit gebrek te herstellen binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak. Verweerder heeft bij bericht van 2 januari 2026 laten weten dat hij gebruik wenst te maken van de geboden herstelmogelijkheid. Op 8 januari 2026 heeft verweerder verzocht om een langere termijn voor het herstel van het gebrek. De rechtbank heeft hierop verweerder de gelegenheid geboden om het gebrek te herstellen op uiterlijk 20 maart 2026. Bij bericht van 23 maart 2026 heeft verweerder laten weten dat het niet mogelijk is om in het geval van eiser een aanvullend besluit te nemen, omdat per 19 maart 2026 een besluit- en vertrekmoratorium geldt voor Iraanse asielzoekers. Op 27 maart 2026 heeft verweerder bericht dat in de zaak van eiser toch een besluit zal worden genomen, omdat de termijn van 21 maanden is verstreken. Bij bericht van 1 april 2026 heeft de rechtbank verweerder een laatste termijn voor herstel van het gebrek gegeven, namelijk tot en met 22 april 2026. De rechtbank heeft binnen deze termijn geen aanvullend besluit van verweerder ontvangen.

3. Verweerder heeft het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit niet hersteld. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiser en daarbij rekening te houden met deze uitspraak en de tussenuitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak.

4. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 934 en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak

een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868.

Deze uitspraak is gedaan op 23 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kunt een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.F.Th. de Roos

Griffier

  • mr. W. van Loon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand