Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/699068 / KG ZA 26/132
Vonnis in kort geding van 2 april 2026
in de zaak van
[eiseres] te [woonplaats 1] ,
eiseres,
advocaat mr. T.E. Baak te ‘s-Hertogenbosch,
tegen:
[gedaagde] te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
in persoon verschenen.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vrouw’ en ‘de man’.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 februari 2026 met producties 1 tot en met 14;
- de op 25 februari 2026 gehouden mondelinge behandeling.
Op de zitting van 25 februari 2026 is de zaak inhoudelijk behandeld. De man is ter zitting in persoon verschenen. Hij heeft geen verweer/pleitnota op schrift gesteld en ook heeft hij geen producties ingediend. Ter zitting heeft hij slechts in algemene zin te kennen gegeven dat hij zich niet kan vinden in diverse vorderingen van de vrouw. Hij heeft gesteld niet te zullen meewerken aan uitvoering van de echtscheidingsbeschikking die tussen partijen is gewezen. De voorzieningenrechter heeft de man voorgehouden dat bij gebrek aan een onderbouwd verweer, het door de vrouw gevorderde voor toewijzing in aanmerking komt. Vanwege de verregaande gevolgen daarvan voor de man, heeft de voorzieningenrechter aanleiding gezien om te bepalen dat de procedure zal worden aangehouden en dat er een vervolgzitting zal worden ingepland, zodat de man alsnog een advocaat kan inschakelen om zijn belangen te behartigen. Daaraan is als voorwaarde gesteld dat als zich één dag voor de nieuw in te plannen zitting namens de man geen advocaat heeft gesteld, de mondelinge behandeling geen doorgang zal vinden en dat er dan vonnis zal worden gewezen. Vervolgens is een nieuwe zitting ingepland op 18 maart 2026. De man is daarvan per e-mail op de hoogte gesteld. Op 17 maart 2026 heeft zich namens de man geen advocaat gesteld. Daarop is partijen te kennen gegeven dat de zitting van 18 maart 2026 geen doorgang zal vinden en partijen is de datum voor vonnis bericht. Ook is partijen bericht dat geen verdere acht zal worden geslagen op de na de mondelinge behandeling van 25 februari 2026 door de vrouw overgelegde stukken. Partijen is op 31 maart 2026 bericht dat de datum voor vonnis wordt bepaald op vandaag.
2. De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd geweest. Zij hebben drie nog minderjarige kinderen. In december 2021 zijn partijen gescheiden gaan wonen. Tussen partijen is bij beschikking van 18 december 2024 van de rechtbank Den Haag (hierna: de beschikking) de echtscheiding uitgesproken. De beschikking is op 26 augustus 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Tegen de beschikking is geen hoger beroep ingesteld. Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen. Zij voeren een zorgregeling uit waarbij de kinderen drie weekeinden per vier weken bij de man verblijven, zoals in de echtscheidingsbeschikking is bepaald.
Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van de woning aan de [adres 1] (hierna: [adres 1] ) en van de woning aan de [adres 2] (hierna: [adres 2] ). De vrouw woont in [adres 1] en de man woont in [adres 2] . In de tijd dat partijen nog samen waren is op de overwaarde van de [adres 2] een overbruggingslening van € 60.000,- afgesloten ten behoeve van de aankoop van [adres 1] . Deze lening is nadat partijen uit elkaar waren, na sommatie door de ABN AMRO bank, volledig afgelost door de vrouw. De man heeft daar, ondanks herhaaldelijk verzoek door de vrouw, niet aan bijgedragen.
In de beschikking heeft de rechtbank de verdeling gelast van de algehele gemeenschap van goederen. Samengevat heeft de rechtbank, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, de gemeenschap als volgt verdeeld:
de [adres 1] is toegedeeld aan de vrouw, waarbij de rechtbank, een spoorboekje heeft voorgeschreven om tot toedeling, althans (in het geval de vrouw de woning niet kan overnemen onder de door de rechtbank bepaalde voorwaarden) tot verkoop van de woning aan een derde te komen;
de [adres 2] is toegedeeld aan de man, waarbij de rechtbank een spoorboekje heeft voorgeschreven om tot toedeling, althans (in het geval de man de woning niet kan overnemen onder de door de rechtbank bepaalde voorwaarden) tot verkoop van de woning aan een derde te komen;
bepaald is dat beide partijen één spaarpolis toegedeeld krijgen, zonder verdere verrekening van de waarde;
bepaald is dat de Mercedes-Benz E220 aan de man wordt toegedeeld zonder enige verrekening van de waarde met de vrouw;
bepaald is dat de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V. aan de vrouw worden toegedeeld, tegen een in opdracht van partijen vast te stellen waarde en onder de verplichting om de helft van de waarde aan de man te vergoeden.
De vrouw heeft de man herhaaldelijk verzocht om, conform het spoorboekje opgenomen in de beschikking, drie taxateurs/makelaars voor te stellen voor de taxatie van de [adres 1] zodat bindend kan worden vastgesteld tegen welke waarde de vrouw de woning zal overnemen. Ook heeft zij, conform het spoorboekje opgenomen in de beschikking, de man drie taxateurs voorgesteld met het verzoek daarvan een te kiezen, zodat de [adres 2] getaxeerd kan worden, opdat ook van die woning de makelaar/taxateur bindend de waarde zou vaststellen waartegen de man de woning zal overnemen. De man heeft daar geen gevolg aan gegeven.
Bij brief van 9 januari 2026 heeft de advocaat van de vrouw de man wederom gesommeerd om de beschikking na te komen, bij gebreke waarvan zij heeft aangekondigd een kortgedingprocedure te zullen starten. In verband met toedeling van de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V. is namens de vrouw haar boekhouder [naam 1] van [bedrijfsnaam 2] B.V. voorgesteld om de aandelen te waarderen op basis van de beschikbare cijfers van 2024. Aan de man is voorgelegd, dat als hij het daarmee niet eens is, hij drie alternatieve partijen kan aandragen, waarvan de vrouw er dan één zal kiezen. Ook heeft de vrouw voorgesteld om de helft van de door haar betaalde eigenaarslasten voor de [adres 1] bij overdracht van de woningen, dan wel de aandelen van [bedrijfsnaam 1] B.V. te verrekenen. De man heeft hierop niet gereageerd, ook niet na een rappel van 16 januari 2026.
Vanaf 17 mei 2024 heeft de vrouw een bedrag van € 55.701,24 aan hypotheeklasten voor [adres 1] voldaan, daarvan was € 25.773,32 aflossing en € 29.927,92 rente. Ook heeft de vrouw vanaf die datum een bedrag van € 2.451,42 voldaan aan verzekeringslasten, die door partijen gezamenlijk hadden moeten worden gedragen.
3. Het geschil
De vrouw stelt in dit kort geding diverse vorderingen in die – samengevat – zien op veroordeling van de man tot nakoming van de beschikking van 18 december 2024 en de daarin gelaste verdeling. Ook heeft de vrouw diverse regresvorderingen ingesteld omdat de man zijn medewerking aan de verdeling heeft geweigerd, waardoor de vrouw noodgedwongen diverse kosten op zich heeft genomen.
met betrekking tot de [adres 1]
De vrouw vordert – samengevat – dat de man zijn onvoorwaardelijke en onherroepelijke medewerking verleent aan toedeling van de [adres 1] aan de vrouw, waartoe de vrouw in het petitum van de dagvaarding een spoorboekje heeft geformuleerd, met de bepaling dat, bij gebreke daarvan, dit vonnis in de plaats treedt van de daartoe benodigde documenten waaruit moet blijken van de wilsverklaring van de man om tot die toedeling te komen, en de man te veroordelen tot het betalen van een dwangsom voor iedere dag dat hij die veroordelingen niet nakomt.
met betrekking tot de overbruggingshypotheek
Verder vordert de vrouw primair dat de man wordt veroordeeld tot betaling van de helft van het door de vrouw betaalde bedrag van € 60.000,- om de overbruggingshypotheek af te lossen, met de wettelijke rente daarover,-. Subsidiair vordert de vrouw dat de voorzieningenrechter een verstaansbeslissing neemt dat met de in de beschikking van 18 december 2024 gelaste verdeling van de [adres 1] is bedoeld dat ale op dat moment op de woning rustende hypothecaire geldleningen, waaronder de overbruggingslening met hypotheeknummer [nummer] leningdeelnummer 103, voor rekening van partijen gezamenlijk diende te komen, ieder voor de helft, waardoor het aan de man toekomende aandeel in de onder- dan wel overwaarde diende te worden berekend zoals in de dagvaarding onder IV is weergegeven;
met betrekking tot de [adres 2]
Ten aanzien van de [adres 2] vordert de vrouw primair dat zij gemachtigd wordt om deze woning te gelde te maken en alles te doen wat noodzakelijk is voor de verkoop van de woning en veroordeling van de man om de woning binnen 7 dagen na betekening van het vonnis te ontruimen en te verlaten, op straffe van een dwangsom. Subsidiair vordert zij de man te veroordelen om zijn onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de verkoop van de [adres 2] zoals gelast in het dictum van de beschikking van 18 december 2024 onder 2, waarbij hij wordt verplicht om alles te doen en te laten wat daarvoor nodig is, zoals verder uitgewerkt in de vordering van de vrouw onder VII, op straffe van een dwangsom en, in het geval de man het maximum aan dwangsommen heeft verbeurd, de vrouw te machtigen de [adres 2] te gelde te maken en tevens de man te veroordelen de woning te ontruimen op straffe van een dwangsom. Meer subsidiair, voor het geval geoordeeld wordt dat de man nog een mogelijkheid moet krijgen om [adres 2] toegedeeld te krijgen, vordert de vrouw de man te veroordelen tot nakoming van de beschikking van 18 december 2024 en de daarin gelaste toedeling van [adres 2] aan de man, onder de verplichting alles te doen en te laten wat daarvoor nodig is, nader uitgewerkt in het petitum van de dagvaarding onder XI, en tevens te bepalen dat indien de man daarmee in gebreke blijft, dit vonnis in de plaats treedt van de voor de verdeling noodzakelijke akte waaruit de wilsverklaring van de man blijkt. Uiterst subsidiair, onder XII, vordert de vrouw de man de veroordelen tot het betalen van een dwangsom voor iedere dag dat hij de onder XI gevorderde, meer subsidiair gevorderde, veroordeling niet nakomt.
met betrekking tot de spaarpolissen van partijen
Voor wat betreft de spaarpolissen van partijen vordert de vrouw dat de man wordt veroordeeld om zijn onvoorwaardelijke en onherroepelijke medewerking te verlenen aan de verdeling daarvan, door alles te doen wat daarvoor volgens de vrouw nodig is, zoals opgenomen in het petitum van de dagvaarding onder XIII, op straffe van verbeurte van een dwangsom (XIV).
met betrekking tot de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V.
Ten aanzien van de verdeling van de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V. vordert de vrouw dat de man wordt veroordeeld om zijn onvoorwaardelijke en onherroepelijke medewerking te verlenen aan de verdeling daarvan zoals deze in de beschikking van 18 december 2024 is gelast, waartoe de vrouw in het petitum van de dagvaarding onder XV een spoorboekje heeft geformuleerd, alsmede te bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van een tot verdeling bestemde notariële akte waaruit de wilsverklaring van de man blijkt om tot deze verdeling over te gaan. Daarnaast vordert de vrouw onder XVI de man te veroordelen tot het betalen van een dwangsom voor iedere dag dat hij de onder XV gevorderde veroordeling niet nakomt.
met betrekking tot regresvordering in verband met hypotheeklasten en verzekeringslasten
De vrouw vordert onder XVII dat de man wordt veroordeeld om uit hoofde van een regresvordering in verband met door de vrouw voldane hypoheeklasten aan haar een bedrag van € 27.850,62, althans een bedrag van € 12.886,66 te voldoen, te vermeerderen met wettelijke rente. Ook vordert zij een uit hoofde van een regresvordering een bedrag van € 1.225,71 in verband met door haar betaalde verzekeringslasten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.
met betrekking tot de proceskosten
Tot slot vordert de vrouw de man te veroordelen in de reële kosten van het geding, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag, althans de kosten conform het liquidatietarief.
Daartoe voert de vrouw – samengevat – het volgende aan.
De man is gehouden de beschikking na te komen, maar hij weigert dat consequent, ondanks sommaties daartoe. Hij dient dan ook veroordeeld te worden tot medewerking, althans de vrouw dient gemachtigd te worden om de beschikking uit te voeren. Verder geldt dat de vrouw diverse regresvorderingen op de man heeft omdat zij, vanwege het uitblijven van medewerking door de man, gedwongen werd kosten te maken en bedragen voor te schieten die partijen eigenlijk samen hadden moeten dragen. Vanwege het consequent uitblijven van elke medewerking van de man aan uitvoering van de beschikking, geldt dat de vrouw recht heeft op een vergoeding van de daadwerkelijk door haar gemaakte proceskosten.
De man voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4. De beoordeling van het geschil
Ter zitting heeft de man verklaard dat hij niet gaat meewerken omdat hij het niet eens is het de beschikking. Hij heeft betoogd dat de aandelen naar de kinderen moeten en dat de vrouw aandelen aan haar broer heeft gegeven. De man vindt dat hij alles aan de vrouw moet geven terwijl hij vijftien jaar heeft gewerkt en zij eigen spaargeld van € 30.000,- heeft. De man heeft gesteld dat hij beschikt over bankafschriften waar dit uit blijkt. Deze heeft hij echter niet in het geding gebracht en ook overigens heeft hij zijn verweer niet met enig bewijsmiddel onderbouwd. Aldus heeft hij geen gemotiveerd verweer gevoerd tegen het standpunt van de vrouw dat tegen de beschikking van 18 december 2024 geen hoger beroep is aangetekend en dat deze uitspraak onherroepelijk is zodat de man deze dient na te komen. Helaas heeft de man geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid om juridische bijstand te zoeken en zijn verweer alsnog te onderbouwen. Dit leidt ertoe dat, bij gebreke van een gemotiveerd en steekhoudend verweer van de zijde van de man, het door de vrouw gevorderde goeddeels voor toewijzing in aanmerking komt. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter ook niet onrechtmatig of ongegrond voor.
De vorderingen zullen worden toegewezen als hierna te melden. Op de hierna te bespreken onderdelen wordt in meer of mindere mate afgeweken van hetgeen is gevorderd.
Met betrekking tot de woning aan de [adres 1] zal de voorzieningenrechter de man iets langere, redelijke, termijnen gunnen om aan de verschillende veroordelingen om tot toedeling van de woning aan de vrouw te voldoen. Daarnaast wordt toegewezen de vordering dat dit vonnis in de plaats treedt van – kort gezegd – de toestemming van de man, indien de man niet meewerkt aan de toedeling dan wel verkoop van de woning. Gelet daarop worden de gevorderde machtigingen aan de vrouw om rechtshandelingen namens de man te verrichten alsmede de oplegging van dwangsommen afgewezen.
Voor wat betreft de vorderingen met betrekking tot de [adres 2] , die door de man wordt bewoond, ziet de voorzieningenrechter evenwel aanleiding om niet het primair of het subsidiair gevorderde toe te wijzen, maar zal eerst het meer subsidiair gevorderde worden toegewezen. De voorzieningenrechter gaat er daarbij vanuit dat de man een zwaarwegend belang heeft bij het kunnen overnemen van het aandeel van de vrouw in die door hem bewoonde woning, waarin hij ook zijn kinderen ontvangt. Dat betekent dat de vrouw niet gemachtigd zal worden om [adres 2] zelf te gelde te maken en ook zal de man niet direct worden veroordeeld om mee te werken aan verkoop van de woning aan een derde. Hoewel het uitblijven van elke medewerking door de man aan uitvoerig van de beschikking ook op het punt van de [adres 2] begrijpelijkerwijs bij de vrouw tot grote frustratie heeft geleid, zal in het belang van de kinderen van partijen – voor wie partijen gezamenlijk de zorg dragen – worden bepaald dat de man nog een laatste kans krijgt om ervoor te zorgen dat [adres 2] aan hem wordt toegedeeld, zoals eerder bij beschikking is beslist. Als hij zijn medewerking daaraan niet verleent, dan zal de [adres 2] aan een derde moeten worden verkocht zoals eerder in de beschikking is bepaald, op de wijze zoals in het dictum is bepaald. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de man, zoals gevorderd, nog extra verplichtingen op te leggen om zoveel mogelijk te verzekeren dat de verkoop aan een derde in voorkomend geval ook daadwerkelijk kan plaatsvinden. Voor de gevorderde veroordeling van de man om in dat geval zijn woning te ontruimen en te verlaten, ziet de voorzieningenrechter momenteel geen aanleiding. In zoverre zal de vordering dan ook worden afgewezen. Nu de vorderingen van de vrouw om, in het geval de man niet meewerkt, dit vonnis in de plaats te laten treden van zijn benodigde wilsverklaringen, heeft zij geen belang bij de gevorderde dwangsommen. Deze worden dan ook afgewezen.
In de beschikking is ten aanzien van de spaarpolissen bepaald dat beide partijen één spaarpolis toebedeeld krijgen, zonder verdere verrekening van de waarde. In zoverre wordt de vordering toegewezen. Daarbij wordt bepaald dat, indien de man hieraan niet meewerkt, dit vonnis in de plaats treedt van zijn schriftelijke toestemming daartoe.
In de beschikking is bepaald dat de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V. aan de vrouw worden toegedeeld, tegen een in opdracht van partijen vast te stellen waarde en onder verplichting om de helft van de waarde aan de man te vergoeden. Tot nu toe heeft de man daaraan niet meegewerkt. De vordering van de vrouw strekt ertoe dat de man dit nu alsnog gaat doen. Deze vorderingen worden dan ook grotendeels toegewezen als hierna te melden Aan de verplichting van de man om aan de notaris opdracht te geven (de benodigde stukken op te stellen) voor de levering van de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V. aan de vrouw, zal als voorwaarde worden gesteld dat de vrouw bewijs verstrekt dat zij de aan de man toekomende helft van de getaxeerde waarde van de aandelen op de derdengeldrekening van de notaris heeft gestort, op de wijze zoals in het dictum is bepaald. Met het opnemen van deze voorwaarde wordt de veroordeling in lijn gebracht met het dictum van de beschikking van 18 december 2024, waarin de vrouw is verplicht om de helft van de waarde van de aandelen aan de man te vergoeden.
De man heeft de gevorderde overige regreskosten niet weersproken zodat ook deze voor toewijzing in aanmerking komen als hierna te melden.
In afwijking van de hoofdregel dat in zaken tussen gewezen echtelieden wordt bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten draagt, zal de man worden veroordeeld in de proceskosten van de vrouw. De reden daarvoor is dat de man zijn medewerking aan uitvoering van de beschikking ondanks herhaaldelijke sommaties van de vrouw heeft geweigerd, terwijl er van zijn kant geen gemotiveerd verweer is gevoerd. Voor toewijzing van een reële proceskostenveroordeling, waarvoor slechts onder zeer bijzondere omstandigheden ruimte bestaat, wordt geen aanleiding gezien. De proceskosten van de vrouw worden begroot op:
- dagvaarding € 153,02
- griffierecht € 1.414,00
- salaris advocaat € 1.177,00
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 2.933,02
5. De beslissing
De voorzieningenrechter:
met betrekking tot de woning aan de [adres 1]
veroordeelt de man zijn onvoorwaardelijke en onherroepelijke medewerking aan de toedeling van de woning aan de [adres 1] aan de vrouw te verlenen, door:
binnen een week na betekening van dit vonnis aan de man, akkoord te geven op de door de vrouw voorgestelde makelaar-taxateur [naam 2] van [makelaar 1] , althans binnen die termijn alsnog drie makelaar-taxateurs voor te stellen aan de vrouw, waaruit de vrouw binnen één week na ontvangst één makelaar-taxateur zal kiezen, bij gebreke waarvan de voor partijen bindende taxatie wordt uitgevoerd door de door de vrouw voorgestelde makelaar-taxateur [naam 2] van [makelaar 1] , althans een andere door de vrouw te bepalen makelaar-taxateur indien voornoemde de opdracht niet kan aannemen;
binnen een week na akkoord door de man op de door de vrouw voorgestelde makelaar-taxateur [naam 2] van [makelaar 1] , althans binnen een week nadat de vrouw de man heeft bericht welke van de drie door hem voorgestelde makelaars zij kiest, althans bij niet-nakoming van de veroordeling onder a binnen acht dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan de man, samen met de vrouw de gezamenlijke opdracht aan de desbetreffende makelaar-taxateur te verstrekken voor taxatie van de woning aan de [adres 1] en daartoe al hetgeen nodig is te doen;
in het geval de vrouw de man kan laten ontslaan uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen zoals omschreven in de beschikking van 18 december 2024, binnen 48 uur na het eerste schriftelijke verzoek daartoe vanuit de vrouw de door de vrouw te bepalen notaris de opdracht te geven de voor levering van de woning aan de vrouw benodigde stukken te doen opmaken;
in het geval de vrouw de man niet binnen zes maanden na de taxatie kan aantonen dat zij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen, zijn onvoorwaardelijke en onherroepelijke medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning aan de [adres 1] , door de makelaar-taxateur die de woning eerder heeft getaxeerd, dan wel een andere door de vrouw te bepalen makelaar, indien deze de opdracht niet kan aannemen, zoals omschreven in het dictum van de aan dit vonnis gehechte beschikking van 18 december 2024 onder 2 a tot en met c (kopje [adres 1] );
bepaalt dat, indien de man niet of niet tijdig voldoet aan hetgeen is bepaald in 5.1 onder b, c en d, dit vonnis op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van het deel van de schriftelijke taxatie- en bemiddelingsovereenkomst, de schriftelijke koopovereenkomst, de notariële akte van levering en/of de (notariële) aktes verband houdend met het ontslag van de man uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid voor de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen, waaruit moet blijken van de wilsverklaring van de man dat hij opdracht geeft tot taxatie en/of bemiddeling, de woning (mede) verkoopt c.q. (mede) levert aan de koper(s) en dat hij wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening(en);
met betrekking tot de overbruggingshypotheek
veroordeelt de man om uit hoofde van een regresvordering van de vrouw in verband met de door de vrouw afgeloste overbruggingslening met hypotheeknummer [nummer] (leningdeelnummer 103), binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, een bedrag van € 30.000,- aan de vrouw te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot het moment van algehele voldoening;
met betrekking tot de woning aan de [adres 2]
veroordeelt de man om zijn onvoorwaardelijke en onherroepelijke medewerking te verlenen aan toedeling van de woning aan de [adres 2] aan hemzelf, onder de verplichting om alles te doen, te laten, te gehengen en gedogen wat daarvoor nodig is, onder andere inhoudende, maar niet beperkt tot:
binnen een week na betekening van dit vonnis aan de man, alsnog akkoord te geven op een van de drie door de vrouw voorgestelde makelaar-taxateurs, zijnde [makelaar 2] , [makelaar 3] en advies en [makelaar 4] ;
binnen een week na akkoord door de man op een van de door de vrouw voorgestelde makelaar-taxateurs, met de vrouw de gezamenlijke opdracht aan de desbetreffende makelaar-taxateur te verstrekken voor taxatie van de woning aan de [adres 2] en daartoe al hetgeen nodig is te doen;
binnen zes maanden na de taxatie aan de vrouw aantonen dat hij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen, waarbij de man tegelijkertijd de vrouw informeert over de door hem gekozen notaris voor de overdracht van de woning, waaraan hij tevens op dat moment al de opdracht tot levering van de woning aan hem binnen één maand vanaf dat moment en het opmaken van de daarvoor benodigde stukken heeft verstrekt en de notaris deze opdracht reeds heeft aanvaard;
op de daartoe bepaalde datum de notariële akte waarin de onroerende zaak wordt geleverd aan de man te ondertekenen op eerste schriftelijk verzoek;
bepaalt dat in het geval de man de vrouw niet (tijdig) kan laten ontslaan uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldleningen, dan wel de man niet of niet tijdig voldoet aan enige veroordeling onder 5.4 onder a, b, c en d, de man wordt veroordeeld zijn onvoorwaardelijke en onherroepelijke medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning aan de [adres 2] , door de makelaar-taxateur die de woning eerder heeft getaxeerd, dan wel een andere door de vrouw te bepalen makelaar, indien deze de opdracht niet kan aannemen, zoals omschreven in het dictum van de beschikking van 18 december 2024 onder 2 a tot en met (kopje [adres 2] ), waartoe hij dan in ieder geval (tevens):
binnen een week na het eerste schriftelijk verzoek daartoe van de vrouw samen met de vrouw een schriftelijke bemiddelingsovereenkomst tot verkoop dient aan te gaan met voornoemde makelaar;
de verkoopadviezen van de makelaar op eerste verzoek van de vrouw op zal volgen, waaronder de adviezen ten aanzien van de te hanteren marktconforme vraag- en laatprijs, en alle medewerking zal verlenen aan die werkzaamheden die nodig zijn voor een gunstig verkoopproces, waaronder het gelegenheid bieden voor het maken van foto’s en bezichtigingen door de makelaar met potentiële kopers, waarbij de woning in een zoveel mogelijk presentabele staat dient te verkeren;
dient mee te werken aan de ondertekening van een schriftelijke koopovereenkomst binnen twee dagen nadat de vrouw hem daar schriftelijk om heeft verzocht, indien en voor zover:
-de verkoop plaatsvindt tegen minimaal de door de makelaar bepaalde laatprijs, dan wel een door partijen overeengekomen andere laatprijs, en waarbij-een opleverdatum van de woning wordt afgesproken van minimaal één maand na de ondertekening van de verkoopovereenkomst, of korter dan wel langer indien partijen dat schriftelijk overeenkomen, en
-de koopovereenkomst – voor een woning als deze – gebruikelijke condities bevat;
dient mee te werken aan de levering van de woning op de dag bepaald in de koopovereenkomst of een in afwijking daarvan nader met de koper overeen te komen dag;
bepaalt dat, indien de man niet, na schriftelijke sommatie of sommatie per e-mail, binnen twee dagen voldoet aan enige verplichting tot het verlenen van medewerking als bedoeld in 5.5 onder b. een dwangsom verschuldigd is van € 250,- per overtreding en van € 250,- voor elke dag dat de overtreding voortduurt tot een maximum van € 25.000,--;
bepaalt dat, indien de man niet tijdig voldoet aan hetgeen is bepaald in 5.5 onder a. c. en d., dit vonnis op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van het deel van de schriftelijke bemiddelingsovereenkomst, de schriftelijke koopovereenkomst of de notariële akte van levering, waaruit moet blijken van de wilsverklaring van de man dat hij opdracht geeft tot bemiddeling, de woning (mede) verkoopt c.q. (mede) levert aan de koper(s);
met betrekking tot de spaarpolissen van partijen
veroordeelt de man om zijn onvoorwaardelijke en onherroepelijke medewerking te verlenen aan de verdeling van de spaarpolissen, zoals in de beschikking van 18 december 2024 is gelast, onder de verplichting om alles te doen, te laten, te gehengen en gedogen wat daarvoor nodig is, en bepaalt dat, indien de man niet binnen een week na schriftelijke sommatie of sommatie per e-mail van de vrouw voldoet aan enige verplichting tot het verlenen van die medewerking, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van de van de van de man benodigde schriftelijke toestemming vereist voor de toedeling van één van beide spaarpolissen aan de vrouw waaruit moet blijken van de wilsverklaring van de man dat hij opdracht geeft tot de toedeling van één van beide spaarpolissen aan de vrouw;
met betrekking tot de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V.
veroordeelt de man om zijn onvoorwaardelijke en onherroepelijke medewerking te verlenen aan de verdeling van de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V., zoals in de beschikking van 18 december 2024 is gelast, waartoe hij in elk geval:
binnen een week na betekening van dit vonnis, akkoord dient te geven op de door de vrouw voorgestelde partij om de aandelen van [bedrijfsnaam 1] B.V. te waarderen, [naam 1] van [bedrijfsnaam 2] B.V., althans binnen die termijn alsnog drie partijen die de aandelen van [bedrijfsnaam 1] B.V. kunnen waarderen voorstelt aan de vrouw, waaruit de vrouw binnen één week daarna één partij daaruit zal kiezen, bij gebreke waarvan de voor partijen bindende waardering van de aandelen van [bedrijfsnaam 1] B.V. door de door de vrouw voorgestelde partij wordt uitgevoerd, [naam 1] van [bedrijfsnaam 2] , althans een andere door de vrouw te bepalen partij indien voornoemde partij de opdracht niet kan aannemen;
binnen een week na akkoord door de man op de door de vrouw voorgestelde partij, [naam 1] van [bedrijfsnaam 2] , althans binnen een week nadat de vrouw de man heeft bericht welke van de drie door hem voorgestelde partijen zij kiest, althans bij niet-nakoming van de veroordeling onder a binnen acht dagen na betekening van dit vonnis aan de man, met de vrouw gezamenlijk opdracht aan de desbetreffende waarderende partij verstrekt voor de waardering van de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V. op gezamenlijke kosten, ieder voor de helft, en daartoe al hetgeen nodig is te doen;
binnen zeven kalenderdagen na het eerste schriftelijk verzoek daartoe vanuit de partij die de aandelen van [bedrijfsnaam 1] B.V. gaat waarderen door toezending van de nota, de helft van de toegezonden (voorschot)nota te voldoen, bij gebreke waarvan deze kosten meteen worden verrekend op de nota van afrekening bij de notariële levering van de aandelen aan de vrouw;
binnen 48 uur na het eerste schriftelijk verzoek daartoe vanuit de vrouw, en binnen 48 uur na verstrekking van bewijs door de vrouw aan de man dat zij de aan de man toekomende helft van de getaxeerde waarde van de aandelen op de derdengeldrekening van de notaris heeft gestort, de door de vrouw te bepalen notaris de opdracht te geven de voor de levering van de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V. aan de vrouw benodigde stukken te doen opmaken en op eerste schriftelijk verzoek op de daartoe bepaalde datum de akte waarin de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V. worden geleverd aan de vrouw te ondertekenen;
bepaalt dat als de man niet, na schriftelijke sommatie of sommatie per e-mail, binnen twee dagen voldoet aan enige verplichting tot het verlenen van medewerking als bedoeld in 5.9 onder b en d, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van het deel van de opdracht voor waardering van de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V., de opdracht tot het opmaken van de daarvoor benodigde stukken aan de notaris, waaronder de leveringsakte van de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V. aan de vrouw tegen de in opdracht van partijen vastgestelde waarde, waaruit moet blijken van de wilsverklaring van de man dat hij opdracht geeft tot waardering van de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V. en tot opdracht aan de notaris de daarvoor benodigde stukken op te maken en tot levering van de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V. aan de vrouw voor de vastgestelde waarde onder de verplichting om de helft van de waarde aan de man te vergoeden, dit vonnis in de plaats zal treden van die opdrachten en/of de voor die levering bestemde notariële akte, waaruit moet blijkens van de wilsverklaring van de man dat hij opdracht geeft tot waardering en het opmaken van de benodigde stukken voor de levering van de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V. en de aandelen levert aan de vrouw;
met betrekking tot regresvordering in verband met hypotheeklasten en verzekeringslasten
veroordeelt de man om, uit hoofde van een regresvordering in verband met de door de vrouw betaalde hypotheeklasten, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan hem, een bedrag van € 27.850,62 aan de vrouw te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis aan de man tot het moment van algehele voldoening;
veroordeelt de man om, uit hoofde van een regresvordering in verband met de door de vrouw betaalde verzekeringslasten, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan hem, een bedrag van € 1.225,71 aan de vrouw te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis aan de man tot het moment van algehele voldoening;
met betrekking tot de proceskosten
veroordeelt de man in de proceskosten van € 2.933,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de man niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de man € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.
Ddg