RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.2323
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en
Procesverloop
Verweerder heeft op 20 oktober 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 21 januari 2026 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1995 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 15 december 2025.
4. Eiser stelt dat er geen zicht op uitzetting naar Marokko is. Hij komt niet voor in de registers van de Marokkaanse autoriteiten. Zijn nationaliteit wordt dan ook niet erkend en er zal geen lp worden afgegeven. Ondanks deze situatie, is er een vertrekgesprek gevoerd met eiser waarbij geen relevante vragen zijn gesteld of een relevante informatie-uitwisseling heeft plaatsgevonden. Het houden van een dergelijk gesprek is zinloos en niet als uitzettingshandeling te beschouwen. Ook het rappelleren bij het Marokkaanse consulaat leidt nergens toe, nu dit consulaat heeft aangegeven dat eiser niet bij hen geregistreerd is. Verweerder handelt daarmee dan ook onvoldoende voortvarend.
5. Eiser stelt terecht dat de Marokkaanse autoriteiten op 8 januari 2026 hebben meegedeeld dat eiser niet voorkomt in het systeem en dat zijn nationaliteit daarom niet is vastgesteld. Uit de voortgangsrapportage blijkt echter ook dat op 5 januari 2026 een lp-aanvraag is verzonden aan de Algerijnse vertegenwoordiging. Daar is op 8 januari 2026 schriftelijk over gerappelleerd. Verweerder moet enige tijd gegund worden om dit te kunnen afwachten. Niet is gebleken dat de Algerijnse autoriteiten te kennen hebben gegeven dat voor eiser geen lp zal worden afgegeven.
6. Eiser stelt ten onrechte dat verweerder tijdens een vertrekgesprek geen relevante vragen heeft gesteld of dat er geen relevante informatie-uitwisseling heeft plaatsgevonden. Voor zover eiser doelt op het meest recente vertrekgesprek van 15 januari 2026, volgt uit het verslag van dit gesprek dat eiser zelf heeft geweigerd om met DT&V in gesprek te gaan. Verweerder kan daarom niet worden verweten een zinloze uitzettingshandeling te verrichten. Gelet op het voorgaande, en de schriftelijke rappels, is de rechtbank van oordeel dat verweerder vooralsnog voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser.
7. Ook de ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment in de te beoordelen periode onrechtmatig was.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 22 januari 2026 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.