ECLI:NL:RBDHA:2026:10152

ECLI:NL:RBDHA:2026:10152

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer NL26.16192
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Dublin Frankrijk, beroep ongegrond, interstatelijk vertrouwensbeginsel gaat op

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.16192

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. R.P.M. Ngasirin),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 20 maart 2026 niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep op 7 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 In dit geval heeft Nederland bij Frankrijk een verzoek om overname gedaan. Frankrijk heeft dit verzoek aanvaard.

1. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Welke lidstaat is verantwoordelijk voor de asielaanvraag?

5. Eiser voert aan dat ten aanzien van Frankrijk niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, omdat de opvangomstandigheden ontoereikend zijn. Eiser beroept zich op het AIDA-rapport over Frankrijk, Update 2024, van 11 juni 2025, pagina's 125-128. In dit rapport is opgenomen dat slechts 64% van alle asielzoekers die in aanmerking komen voor het ontvangen van opvang daadwerkelijk opvang ontvangen. De overige 36% van de asielzoekers moet daarom op straat verblijven. Uit dit rapport volgt ook dat in sommige grote steden asielzoekers op straat slapen. Eiser verwijst ook naar de slechte humanitaire situatie van asielzoekers die verblijven in informele nederzettingen, zoals bij [plaats] . Eiser wijst er verder op dat er in de praktijk geen gratis rechtsbijstand is voor de aanvraagfase. Asielzoekers worden niet voorbereid op hun gehoren. Hiertoe wordt verwezen naar het AIDA-rapport over Frankrijk, Update 2019, pagina 41. Daarnaast is eiser door zijn reisagent gedwongen zijn paspoort en telefoon af te geven en hem werd bevolen dat hij seks moest hebben met vrouwen. Bij overdracht naar Frankrijk vreest eiser dat hij zich wederom niet tot de politie zal kunnen wenden om bescherming te verkrijgen tegen de reisagent en diens organisatie.

6. De rechtbank overweegt dat de minister in zijn algemeenheid ten aanzien van alle lidstaten mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dat betekent dat de minister, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, ervan uit mag gaan dat alle lidstaten het Unierecht en met name de door dat recht erkende grondrechten in acht nemen. Het is daarom in beginsel aan eiser om aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Frankrijk, als gevolg van het niet nakomen van internationale verplichtingen door de Franse autoriteiten, een reëel risico loopt op een behandeling die strijdig is met artikel 3 van het EVRM2 en artikel 4 van het Handvest3. Daarvan is sprake in geval de vreemdeling aannemelijk maakt dat er structurele tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem zijn, die een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken.

Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hierin niet geslaagd. Uit de uitspraken van de Afdeling van 11 april 20254 en 30 augustus 20245 volgt dat ten aanzien van Frankrijk nog altijd van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Uit deze uitspraken volgt dat er problemen zijn (geweest) in de Franse asielopvang, maar dat niet is gebleken dat deze problemen dermate structureel en ernstig van aard zijn dat er bij een overdracht aan Frankrijk sprake is van schending van artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest. De Afdeling heeft in haar laatste uitspraak ook het AIDA-rapport, Update 2023, van 24 mei 2024 betrokken. De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft kunnen overwegen dat het AIDA-rapport, Update 2024 geen reden geeft om niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit te gaan. Het recente AIDA-rapport laat een lichte procentuele verbetering zien ten aanzien van asielzoekers die een opvangplek hebben. Het rapport geeft geen wezenlijk ander beeld van de opvangvoorzieningen in Frankrijk dan de informatie die is betrokken door de Afdeling in haar uitspraken.

De verwijzing van eiser naar de slechte humanitaire situatie van asielzoekers die verblijven in informele nederzettingen in bijvoorbeeld [plaats] , kan eiser niet baten.

2 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

3 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

4 ECLI:NL:RVS:2025:1642.

5 ECLI:NL:RVS:2024:3552.

Aangezien uitgegaan kan worden van het interstatelijke vertrouwensbeginsel moet er namelijk van uitgegaan worden dat eiser als Dublinclaimant in een reguliere opvang zal worden geplaatst en niet in een informele nederzetting terecht zal komen.

Dat in Frankrijk geen gratis rechtsbijstand wordt aangeboden voor de aanvraagfase, maakt ook niet dat de minister niet meer kan uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Uit de Procedurerichtlijn volgt namelijk alleen dat lidstaten gratis rechtsbijstand moeten bieden bij een (beroeps)procedure tegen de beslissing op de asielaanvraag. In andere gevallen kunnen lidstaten gratis rechtsbijstand bieden, maar zijn zij daar niet toe verplicht. Er is dus geen sprake van dat Frankrijk haar verplichtingen niet nakomt door geen gratis rechtsbijstand aan te bieden voor de aanvraagfase.

De rechtbank begrijpt verder dat eiser niet wenst terug te keren naar het land waar hij nare gebeurtenissen heeft meegemaakt. Eiser heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat ten aanzien van Frankrijk niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. In geval van voorkomende problemen in Frankrijk dient hij zich te wenden tot de Franse autoriteiten. Niet gebleken is dat dit voor hem niet mogelijk is of bij voorbaat zinloos is. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister het asielverzoek van eiser terecht niet in behandeling heeft genomen en dat eiser mag worden overgedragen aan Frankrijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

16 april 2026

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. van der Knijff

Griffier

  • mr. M.A.W.M. Engels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand