RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: G. Kleinegris).
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.11350
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] , (gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen),
en
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend na de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 1 april 2025.1 In die uitspraak staat onder meer dat de minister binnen twee weken na verzending van die uitspraak alsnog moet beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf met als doel ‘familie en gezin’ in het kader van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (de aanvraag). De minister heeft zich aan deze termijn niet gehouden. Eiser stelt daarom nu beroep in.
Overwegingen
Is het beroep van eiser ontvankelijk?
1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.2
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.3
3. Eiser heeft beroep ingesteld op 24 oktober 2025 en op 2 maart 2026. Inmiddels heeft deze rechtbank en zittingsplaats op 20 maart 2026 uitspraak gedaan op het beroep van
1. Zaaknummer NL24.39143, niet gepubliceerd.
2 Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
24 oktober 2025.4 Daarbij heeft de rechtbank de minister een nadere beslistermijn opgelegd van twee weken na de dag van verzending van die uitspraak. Als de minister zich niet aan deze termijn houdt, verbeurt hij een dwangsom. De termijn voor deze dwangsom loopt nog.
4. De rechtbank heeft aan de minister dus al een nadere beslistermijn opgelegd. Met dit beroep kan eiser niets anders bereiken. Hij heeft daarom geen procesbelang meer bij de beoordeling van dit beroep. Het beroep is niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling en vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
4 ECLI:NL:RBDHA:2026:8047.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
28 april 2026
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.