ECLI:NL:RBDHA:2026:10192

ECLI:NL:RBDHA:2026:10192

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-03-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer NL26.2996 en NL26.2997
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening+bodemzaak

Samenvatting

Eiser komt uit Guinee. Hij heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend. Hij stelt net als bij zijn vorige aanvraag dat hij te vrezen heeft voor mensen van de etnische bevolkingsgroep Fula. Bij terugkeer in Guinee kreeg hij het vermoeden dat mensen van de Fula nog altijd naar hem op zoek waren. Hij is daarom weer gevlucht naar Nederland. Bij terugkeer naar Guinee vreest eiser voor zijn leven. Verweerder heeft de opvolgende asielaanvraag afgewezen. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eisers gestelde problemen met het besluit op eisers eerste asielaanvraag al ongeloofwaardig zijn bevonden. De problemen die eiser stelt te hebben ervaren bij terugkeer worden in het verlengde daarvan ook niet gevolgd. De rechtbank volgt verweerder. Het beroep is daarom ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser),

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.2996 (beroep) en NL26.2997 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. H.L.M. Janssen)

en

(gemachtigde: mr. A.H. Noorderloos).

1. Eiser komt uit Guinee. Hij heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend. Hij stelt net als bij zijn vorige aanvraag dat hij te vrezen heeft voor mensen van de etnische bevolkingsgroep Fula. Bij terugkeer in Guinee kreeg hij het vermoeden dat mensen van de Fula nog altijd naar hem op zoek waren. Hij is daarom weer gevlucht naar Nederland. Bij terugkeer naar Guinee vreest eiser voor zijn leven.

Verweerder heeft de opvolgende asielaanvraag afgewezen. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eisers gestelde problemen met het besluit op eisers eerste asielaanvraag al ongeloofwaardig zijn bevonden. De problemen die eiser stelt te hebben ervaren bij terugkeer worden in het verlengde daarvan ook niet gevolgd.

De rechtbank volgt verweerder. Het beroep is daarom ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 10 mei 2023 een opvolgende asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze asielaanvraag met het bestreden besluit van 12 januari 2026 afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt dat eiser niet zal worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.

Het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening zijn op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser heeft de Guinese nationaliteit en is geboren op [datum] 1993. In 2016 heeft eiser in Nederland zijn eerste asielaanvraag ingediend, maar die asielaanvraag is in 2018 afgewezen. Eiser is omstreeks maart 2019 teruggekeerd naar Guinee. Hij stelt dat hij daar vier maanden heeft verbleven. Toen is hij naar Tunesië gegaan en daar heeft hij tot april 2023 verbleven. Op 10 mei 2023 heeft hij in Nederland een opvolgende asielaanvraag ingediend.

Met deze opvolgende aanvraag beroept eiser zich nogmaals op het asielrelaas van zijn vorige asielaanvraag. Hij heeft toentertijd verklaard dat zijn broer taxichauffeur was en een auto-ongeluk heeft gehad, waarbij twee mensen zijn overleden. Deze mensen zouden behoren tot de etnische bevolkingsgroep Fula. Eisers broer werd ervan beschuldigd dat hij het auto-ongeluk opzettelijk had veroorzaakt, omdat hij behoort tot de etnische bevolkingsgroep Malinke. Dorpelingen zijn vervolgens het huis van eisers broer binnengevallen en hebben eisers broer en diens zwangere vrouw vermoord. Eiser was ook in het huis van zijn broer aanwezig, maar had zich verstopt en kon ontsnappen.

Toen eiser in 2019 weer terug was in Guinee, kreeg hij het vermoeden dat de mensen die hem eerder hadden gezocht, hadden ontdekt dat hij weer in het land was. Een vriend van eiser heeft hem verteld dat mensen naar hem op zoek waren. Eiser is toen midden in de nacht gevlucht, uit angst dat hij zou worden gepakt en vermoord. Bij terugkeer naar Guinee vreest eiser voor zijn leven.

Het bestreden besluit

4. Volgens verweerder bestaat eisers relaas uit de volgende asielmotieven:

Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst

De gebeurtenissen in Guinee

Verweerder gelooft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst. De gebeurtenissen in Guinee gelooft verweerder echter niet. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de problemen in Guinee in verband met het auto-ongeluk van zijn broer al met het besluit op eisers eerste asielaanvraag ongeloofwaardig zijn bevonden. Eisers beroep daartegen en eisers hoger beroep zijn ongegrond verklaard, dus het besluit van verweerder staat in rechte vast. Eiser heeft met deze tweede asielaanvraag in het geheel geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd. Dat eiser aangeeft dat er na zijn terugkeer in Guinee naar hem is gevraagd, wordt in het verlengde van zijn ongeloofwaardige asielrelaas niet gevolgd. Eisers verklaringen zijn bovendien niet onderbouwd en berusten slechts op aannames. Er hebben zich feitelijk geen problemen voorgedaan tijdens eisers terugkeer.

Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Daarbij heeft verweerder eiser een terugkeerbesluit opgelegd. Eiser moet Nederland binnen vier weken verlaten.

Mocht verweerder de gebeurtenissen in Guinee ongeloofwaardig vinden?

5. Eiser voert aan dat verweerder de gebeurtenissen in Guinee niet ongeloofwaardig mocht vinden. Verweerder heeft immers ten onrechte geen rekening gehouden met het feit dat mensen in Guinee worden beoordeeld op hun etnische achtergrond, wat kan leiden tot uitsluiting, intimidatie, bedreiging of geweldpleging. Eiser wordt gezocht door de nabestaanden van de slachtoffers van het auto-ongeluk dat eisers broer heeft veroorzaakt. De nabestaanden hebben een drang naar vergelding en willen eiser doden uit wraak. Eiser beroept zich in dit kader op een artikel in Deutsche Welle van 21 november 2024, waarin wordt beschreven hoe in meerdere Afrikaanse landen 'mob justice' toeneemt.

De rechtbank volgt verweerders standpunt dat er onvoldoende reden bestaat om terug te komen op het besluit op eisers eerste asielaanvraag. Verweerder heeft meerdere keren gevraagd hoe de gestelde problemen bij terugkeer in 2019 zich verhouden tot het asielrelaas bij de eerste aanvraag, waarop eiser meermaals aangeeft dat het om dezelfde problemen gaat. Verweerder heeft zich dan ook op het standpunt kunnen stellen dat de gestelde problemen bij terugkeer in 2019 onder andere niet worden gevolgd omdat die teruggrijpen op het ongeloofwaardige asielrelaas. Verweerder mocht er ook op wijzen dat eisers verklaringen over die problemen slechts op aannames berusten. Eiser heeft immers zelf niks meegemaakt, maar baseert zijn vrees enkel op de uitlatingen van een onbekende vriend. Verder overweegt de rechtbank dat eiser zijn stelling over de etnische verschillen in Guinee ook al had aangevoerd tijdens zijn eerste asielprocedure. Deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg heeft hierover al geoordeeld. Het is ten slotte niet duidelijk of het nieuwsartikel van Deutsche Welle betrekking heeft op Guinee. Dit kan daarom al niet afdoen aan het standpunt van verweerder. De beroepsgrond van eiser slaagt daarom niet.

Conclusie en gevolgen

6. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

Het beroep is ongegrond en daarom is er geen aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek hiertoe dan ook af.

Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.V.A. Corstens, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. S.L. Clemens, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor wat betreft het beroep, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.L. Clemens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand