ECLI:NL:RBDHA:2026:10194

ECLI:NL:RBDHA:2026:10194

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-03-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer C/09/699968 / KG ZA 26/195
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Geschil ex-echtgenoten (conventie en reconventie). Onder meer gevorderde medewerking verkoop woning en uitkering levensverzekering.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/699968 / KG ZA 26/195

Vonnis in kort geding van 30 maart 2026

in de zaak van

[eiser] te [woonplaats 1] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. A.R. van Wieren te ‘s-Hertogenbosch,

tegen:

[gedaagde] te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. M.E.M. Beijersbergen te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 27 februari 2026 met producties 1 tot en met 8;

- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 11;

- de op 13 maart 2026 van de zijde van [eiser] overgelegde aanvullende producties 9 tot en met 15;

- de op 16 maart 2026 gehouden mondelinge behandeling.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

[eiser] en [gedaagde] zijn de ouders van [jongmeerderjarige] , die twintig jaar oud is. Partijen zijn op [dag 1] 2007 met elkaar gehuwd, in algehele gemeenschap van goederen. Dat huwelijk is op [dag 2] 2010 ontbonden. Zij zijn op [dag 3] 2018 wederom met elkaar gehuwd. Bij beschikking van deze rechtbank van [dag 1] 2024 is tussen hen de echtscheiding uitgesproken. Ook heeft de rechtbank (onder meer) de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen vastgesteld. Met betrekking tot de woning aan de [adres] (hierna: de woning), die de man in eigendom had verworven in de periode tussen voornoemde huwelijken, heeft de rechtbank bepaald dat deze aan de man wordt toegedeeld (waarbij aan de vrouw kort gezegd de helft van de overwaarde van de woning moet wordt voldaan), maar dat als zou blijken dat deze niet binnen de door de rechtbank bepaalde periode door de man wordt overgenomen, de woning moet worden verkocht en geleverd aan een derde (conform het zogenoemde spoorboekje van de rechtbank). Ook heeft de rechtbank aan zowel [eiser] als aan [gedaagde] de helft van de waarde van de ten behoeve van [jongmeerderjarige] bij Nationale Nederlanden afgesloten leveringsverzekeringen met nummers [nummer 1] en [nummer 2] toegedeeld. De beschikking van de rechtbank is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Het schorsingsverzoek van [eiser] voor wat betreft de uitvoerbaarheid bij voorraadverklaring van die beschikking is door het gerechtshof Den Haag afgewezen bij beschikking van 15 januari 2025. De beschikking van de rechtbank is bij arrest van 16 juli 2025 door het gerechtshof Den Haag bekrachtigd.

Het aandeel van de man in de levensverzekeringen bij Nationale Nederlanden, welk aandeel € 15.821,27 bedraagt, is aan hem uitgekeerd.

[eiser] woont sinds 1 november 2025 niet meer in de woning. Vanaf 1 februari 2023 betaalt hij de eigenaarslasten en gebruikerslasten verbonden aan de woning.

Partijen hebben met elkaar gesproken over de verkoop van de woning aan een derde. [gedaagde] heeft voorgesteld om [bedrijf] Makelaardij opdracht te geven voor de verkoop van de woning. [eiser] heeft daarmee ingestemd. Op 8 januari 2026 heeft de heer [naam] van [bedrijf] Makelaardij de woning bezocht en hij heeft partijen vervolgens een offerte gestuurd met een verkoopstrategie. [eiser] heeft daarop zijn akkoord gegeven. [gedaagde] heeft de makelaar laten weten dat voordat er een definitief akkoord kan worden gegeven over de verkoop, de strategie of de vraagprijs, er eerst nog een stap tussen haar en [eiser] moet worden genomen. [gedaagde] heeft [naam] verder nog een vraag gesteld over de strategie, maar tot ondertekening van een verkoopopdracht is het niet gekomen.

3. Het geschil

in conventie

[eiser] vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. [gedaagde] te veroordelen om mee te werken aan de verkoop en levering van de woning aan een derde, in die zin dat zij in ieder geval (en dus niet uitsluitend):

a. binnen drie dagen na het te wijzen vonnis een schriftelijke bemiddelingsovereenkomst tot verkoop dient te verlenen aan [bedrijf] Makelaardij;

b. de verkoopadviezen van de makelaar dient op te volgen, waaronder de adviezen ten aanzien van de te hanteren marktconforme vraag- en laatprijs, het biedingsproces en het te accepteren bod, en zij daarbij alle medewerking zal verlenen aan die werkzaamheden die nodig zijn voor een gunstig verkoopproces, waaronder het gelegenheid bieden voor het maken van foto’s en bezichtigingen door de makelaar met potentiële kopers waarbij de woning in een zoveel mogelijk presentabele staat dient te verkeren;

c. dient mee te werken aan ondertekening van een schriftelijke koopovereenkomst binnen drie dagen nadat de verkoop plaatsvindt;

d. dient mee te werken aan de levering van de woning op de dag bepaald in de verkoopovereenkomst;

e. de helft van de kosten die verband houden met de verkoop en levering van de woning voor haar rekening zal nemen;

2. te bepalen dat, als [gedaagde] niet haar medewerking verleent op de bovenstaande wijze binnen de hierboven genomen termijnen althans voor zover voor die handeling hierboven geen termijn staat beschreven binnen twee dagen nadat zij daartoe per mail door de man is gesommeerd, zij een dwangsom verschuldigd is van € 1.000,- per dag, met een maximum van € 25.000,-;

3. bepaalt dat, indien [gedaagde] niet tijdig voldoet aan het onder a, c en d voornoemde, het te wijzen vonnis op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van de wilsverklaring van de vrouw, voor wat betreft het aangaan van de schriftelijke bemiddelingsovereenkomst, de schriftelijke koopovereenkomst en/of de notariële akte van levering;

4. [gedaagde] veroordeelt om mee te werken aan verdeling van de overwaarde (verkoopopbrengst minus kosten makelaar en notaris en aan de woning verbonden hypotheekschuld) van de woning op zodanige wijze dat de door de man sinds de ontbinding van de huwelijksgemeenschap tot de datum levering van de woning aan een derde verrichte aflossingen op de hypotheekschuld (die per datum ontbinding gemeenschap van goederen een stand had van € 151.093,48) door verrekening (ten laste van de overwaarde van de woning, dan wel voor de helft ten laste van het aandeel van de vrouw in die overwaarde) aan de man toekomt, althans het bedrag en/of de beslissing die de voorzieningenrechter in dat kader in goede justitie juist acht;

5. [gedaagde] veroordeelt om de helft van de (overige eigenaars- en gebruikerslasten (conform haar aandeel in de woning) met ingang van 1 november 2025 tot aan de datum van levering van de woning aan een derde aan de man dient te voldoen, althans met ingang van zodanige datum als de voorzieningenrechter juist acht, althans – voor zover [gedaagde] geen en/of slechts gedeeltelijke betalingen heeft gedaan – het aandeel van [gedaagde] in die kosten door verrekening (met het aandeel van [gedaagde] in genoemde overwaarde van de woning) alsnog voor de helft voor rekening van [gedaagde] komt;

6. [gedaagde] veroordeelt in primair de werkelijke dan wel, subsidiair, de forfaitaire proceskosten zijdens [eiser] .

Daartoe voert [eiser] – samengevat – het volgende aan.

De rechtbank heeft het spoorboekje voor de verkoop van de woning vastgesteld, maar [gedaagde] weigert de verkoopopdracht van de makelaar te tekenen. Zij stelt daaraan ten onrechte als voorwaarde dat [eiser] de op basis van de bij Nationale Nederlanden afgesloten polissen uitgekeerde gelden overmaakt aan hun dochter. Verder dienen de helft van de eigenaarslasten voor de woning die [eiser] heeft voldaan sinds de ontbinding van de huwelijksgemeenschap tot de datum van levering van de woning door verrekening aan de man toe te komen. Nu [eiser] de woning vanaf 1 november 2025 heeft verlaten is [gedaagde] gehouden ook de helft van de gebruikerslasten vanaf die datum conform haar aandeel in de woning aan hem te voldoen.

[gedaagde] voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

in reconventie

[gedaagde] vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. [eiser] te veroordelen om binnen één week na het te wijzen vonnis het bedrag dat aan [eiser] is uitgekeerd ter zake de polis met nummer [nummer 2] bij Nationale Nederlanden te storten op de bankrekening van [jongmeerderjarige] , op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag, met een maximum van € 15.000,-, waarop de [eiser] hiermee in gebreke blijft.

in (voorwaardelijke) reconventie:

2. voor het geval de vordering van [eiser] tot veroordeling van [gedaagde] om mee te weken aan verdeling van de overwaarde van de woning op zodanige wijze dat de door [eiser] sinds de ontbinding van de huwelijksgemeenschap tot de datum van levering van de woning aan een derde verrichte aflossing op de hypotheek door verrekening (en laste van de overwaarde van de woning, dan wel voor de helft ten laste van het aandeel van de [gedaagde] in die overwaarde) aan [eiser] toekomen, toewijst, een door [eiser] aan [gedaagde] te betalen gebruiksvergoeding vast te stellen gelijk aan de door [eiser] betaalde aflossingen op de hypothecaire geldlening per 1 februari 2023 tot aan de datum van levering van de woning aan een derde.

Daartoe voert [gedaagde] – samengevat – het volgende aan.

De levensverzekeringen zijn afgesloten ten behoeve van [jongmeerderjarige] . [eiser] heeft de uitkering van de polissen ontvangen en behouden, ondanks de op de zittingen bij het gerechtshof Den Haag gemaakte afspraak dat partijen de uitkeringen aan [jongmeerderjarige] zouden overmaken. Hij is dan ook gehouden de uitkering over te maken aan [jongmeerderjarige] .

Ten aanzien van de voorwaardelijke reconventionele vordering geldt dat [eiser] vanaf het echtscheidingsverzoek van 1 februari 2023 de woning heeft gebruikt, zodat [gedaagde] recht heeft op een gebruiksvergoeding die gelijk is aan de door [eiser] betaalde aflossingen op de hypothecaire geldlening per 1 februari 2023 tot aan de levering van de woning aan een derde.

[eiser] voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie

Gelet op de samenhang van de vorderingen in conventie en in reconventie worden deze hierna gezamenlijk behandeld.

Tussen partijen is niet in geschil dat de woning aan een derde moet worden verkocht en [gedaagde] heeft in de stukken haar medewerking aan het verkooptraject toegezegd. Zij zijn het er daarbij ook over eens dat [bedrijf] Makelaardij wordt ingeschakeld voor de verkoopbemiddeling. Hoewel het juist is, zoals [gedaagde] stelt, dat aanvankelijk [eiser] het spoorboekje van de rechtbank niet heeft gevolgd, is gebleken dat [gedaagde] later heeft belet dat een spoedige verkoop van de woning kan plaatsvinden. De voorzieningenrechter zal het door [eiser] onder 1, 2 en 3 gevorderde dan ook toewijzen. De omstandigheid dat [gedaagde] nog geen bemiddelingsovereenkomst van [bedrijf] Makelaardij heeft ontvangen staat er niet aan in de weg dat zij wordt veroordeeld om een bemiddelingsovereenkomst te ondertekenen. Partijen zijn het eens over de aan te wijzen makelaar en hen is in dat verband een offerte gestuurd. De voorzieningenrechter zal evenwel aan de veroordeling toevoegen dat de bemiddelingsovereenkomst de voor een NVM-/VBO-/Vastgoed Pro-makelaar gebruikelijke voorwaarden dient te bevatten. Ten aanzien van de gevorderde medewerking aan de ondertekening van de koopovereenkomst door [gedaagde] , zal worden bepaald dat deze koopovereenkomst – voor een woning als deze – gebruikelijke condities bevat. Hiermee wordt in zoverre tegemoetgekomen aan het bezwaar van [gedaagde] dat zij nog niet weet hoe de koopovereenkomst eruit zal zien. Nu [gedaagde] onweersproken heeft gesteld dat zij geen toegang tot de woning heeft en daar ook geen van sleutel van heeft, geldt dat zij met juistheid aanvoert dat haar te verlenen medewerking aan een gunstig verkoopproces in ieder geval niet kan zien op het gelegenheid bieden van de makelaar voor het maken van foto’s en bezichtigingen door de makelaar. Dit deel van het gevorderde zal worden afgewezen. [gedaagde] zal in algemene zin worden veroordeeld om haar medewerking te verlenen aan een gunstig verkoopproces. [gedaagde] heeft weliswaar toegezegd mee te werken aan de verkoop, maar heeft tot op heden geweigerd mee te werken totdat [eiser] zijn deel van het het polisbedrag aan hun dochter heeft uitgekeerd. Nu hieronder zal blijken dat haar vordering betreffende dat laatste niet kan worden toegewezen, zal aan de medewerking een dwangsom worden verbonden. Deze dwangsom zal echter wel worden gematigd en gemaximeerd.

De door [eiser] onder 4. gevorderde medewerking van [gedaagde] aan verdeling van de overwaarde op zodanige wijze dat de door [eiser] sinds de ontbinding van de huwelijksgemeenschap tot de datum levering van de woning aan een derde verrichte aflossingen op de hypotheekschuld door verrekening aan [eiser] toekomt, zal worden afgewezen. De voorzieningenrechter zal aansluiten bij de beslissing van rechtbank dat bij verkoop van de woning aan een derde partijen ieder recht hebben op de helft van de verkoopopbrengst minus de hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de taxatie. Deze beslissing is ingegeven door de omstandigheid dat aannemelijk is geworden dat [gedaagde] over de periode waarin [eiser] alleen in de woning heeft gewoond, recht heeft op een (te verrekenen) gebruiksvergoeding die niet lager zal zijn dan de aflossingen. Nu het onder 4. gevorderde dan ook zal worden afgewezen is niet voldaan aan de voorwaarde die ten grondslag ligt aan de (voorwaardelijke) reconventionele vordering van [gedaagde] , zodat aan de beoordeling daarvan niet wordt toegekomen.

[eiser] heeft aangevoerd dat hij de woning per 1 november 2025 heeft verlaten, maar niet gebleken is dat [gedaagde] daarvan eerder dan per januari 2026 op de hoogte is gebracht. In dat licht ziet de voorzieningenrechter aanleiding om [gedaagde] te veroordelen om per januari 2026 de helft van de eigenaars- en gebruikerslasten aan [eiser] te voldoen (die deze lasten aan de bank zal voldoen) tot aan de datum levering van de woning aan een derde.

De rechtbank heeft de helft van de waarde van de leveringsverzekeringen bij Nationale Nederlanden aan [eiser] toegedeeld. [eiser] betwist niet dat de uitkeringen op basis van deze levensverzekeringen uiteindelijk aan [jongmeerderjarige] ten goede moeten komen, maar hij wil zijn deel op een door hem zelf gekozen moment aan haar overmaken. Nog daargelaten de vraag of [gedaagde] deze vordering namens de meerderjarige dochter kan instellen, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet voldoende zeker dat de afspraken tussen partijen geen enkele ruimte laten aan [eiser] het moment te kiezen waarop hij zijn deel aan [jongmeerderjarige] overmaakt. In kort geding kan deze vordering dan ook niet worden toegewezen. Dat laat onverlet dat de voorzieningenrechter het met [gedaagde] eens is dat gezien de levensfase waarin hun dochter zich bevindt directe uitkering op zijn plaats is en dat niet goed valt in te zien wat [eiser] met het tijdelijk inhouden van het bedrag denkt te bereiken.

In de omstandigheid dat partijen gewezen echtelieden zijn wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij in conventie en in reconventie de eigen proceskosten draagt. De door [eiser] gevorderde werkelijke proceskostenveroordeling – waarvoor onder slechts bijzondere omstandigheden sprake kan zijn, die hier niet aan de orde zijn – wordt dan ook afgewezen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

veroordeelt [gedaagde] om haar medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning aan de [adres] aan een derde, waartoe zij in ieder geval:

a. binnen drie dagen nadat dit vonnis is uitgesproken de schriftelijke bemiddelingsovereenkomst tot verkoop dient aan te gaan met [bedrijf] Makelaardij onder de voor een NVM-/VBO-/Vastgoed Pro-makelaar gebruikelijke voorwaarden;

b. de verkoopadviezen van de makelaar op eerste verzoek van [eiser] op zal volgen, waaronder de adviezen ten aanzien van de te hanteren marktconforme vraag- en laatprijs, het biedingsproces en het te accepteren bod, en zij daarbij alle medewerking zal verlenen aan die werkzaamheden die nodig zijn voor een gunstig verkoopproces;

c. dient mee te werken aan ondertekening van een schriftelijke koopovereen-komst binnen drie dagen, indien en voor zover de koopovereenkomst voor een woning als deze gebruikelijke condities bevat;

d. dient mee te werken aan de levering van de woning op de dag bepaald in de koopovereenkomst of een later overeengekomen leveringsdatum;

e. de helft van de kosten die verband houden met de verkoop en levering van de woning voor haar rekening zal nemen;

bepaalt dat, als [gedaagde] niet, na sommatie per e-mail door [eiser] , binnen twee dagen voldoet aan enige verplichting tot het verlenen van medewerking als bedoeld in 5.1 onder b. een dwangsom verschuldigd is van € 250,- per dag, met een maximum van € 10.000,-;

bepaalt dat, indien [gedaagde] niet tijdig voldoet aan hetgeen is bepaald in 5.1 onder a, c en d, dit vonnis op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van het deel van de schriftelijke bemiddelingsovereenkomst, de schriftelijke koopovereenkomst of de notariële akte van levering, waaruit moet blijken van de wilsverklaring van [gedaagde] dat zij opdracht geeft tot bemiddeling, de woning (mede) verkoopt c.q. (mede) levert aan de koper;

veroordeelt [gedaagde] om de helft van de (overige) eigenaars- en gebruikerslasten (conform haar aandeel in de woning) met ingang van 1 januari 2026 tot aan de datum van levering van de woning aan een derde aan [eiser] te voldoen;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

in reconventie

wijst het gevorderde af;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2026.

ddg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand