ECLI:NL:RBDHA:2026:10198

ECLI:NL:RBDHA:2026:10198

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-04-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer NL26.3098
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Eiseres komt uit Turkije en vreest gevaar te lopen als aanhanger van de Gülenistenbeweging. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiseres is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Verweerder moet beter motiveren waarom eiseres geen gevaar loopt vanwege de omstandigheid dat zij familieleden heeft die werkzaam waren in het leger en die zijn vervolgd. Het beroep is gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.3098

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. E. Arslan),

en

(gemachtigde: mr. A.H. Noordeloos).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Verweerder moet beter motiveren waarom eiseres geen gevaar loopt vanwege de omstandigheid dat zij familieleden heeft die werkzaam waren in het leger en die zijn vervolgd. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 12 december 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 15 januari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 3 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres is geboren op [datum] 1998 en heeft de Turkse nationaliteit. Zij heeft op 12 december 2023 een asielaanvraag ingediend. Hieraan legt zij ten grondslag dat zij op 29 oktober 2023 is vertrokken uit Turkije. Dit was nadat de politie in april van dat jaar aan haar deur was verschenen, op zoek naar haar vader. De vader, oom, zwager en neef van eiseres hadden problemen met de Turkse overheid in verband met hun betrokkenheid bij de Gülenbeweging. Eiseres liet haar oom drie maanden bij haar thuis onderduiken toen hij zich probeerde te verschuilen voor de autoriteiten. In het verleden, tijdens haar schooltijd, stelt eiseres te hebben meegedaan aan activiteiten verbonden aan de Gülenbeweging. Ook ging zij naar een school die met het decreet van 2016 werd gesloten. Daarop werd zij provocatief benaderd door leraren op haar nieuwe school. Hier in Nederland zoekt eiseres contact met andere mensen binnen de Gülenbeweging. Zij heeft verteld over een groep vrouwen waar zij contact mee heeft, en over vrijwilligerswerk dat zij heeft gedaan bij de stichting Freedom Combination. Bij terugkeer naar Turkije vreest eiseres dat zij zal worden vervolgd door de overheid wegens haar eigen betrokkenheid bij de Gülenbeweging en de betrokkenheid van haar familieleden.

Het bestreden besluit

4. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Vw en heeft daarbij de volgende elementen van het asielrelaas van eiseres als relevant aangemerkt:

Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. Ook wordt de band van eiseres met de Gülenbeweging geloofwaardig geacht. Het asielrelaas strandt echter bij de zwaarwegendheid.

Verweerder concludeert dat eiseres behoort tot het risicoprofiel (toegedichte) Gülen-aanhanger, maar stelt zich op het standpunt dat de asielmotieven van eiseres niet leiden tot een gegronde vrees voor vervolging of een risico op ernstige schade bij terugkeer naar Turkije.

Verweerder wijst de asielaanvraag daarom af als ongegrond. Daarbij heeft verweerder bepaald dat eiseres Nederland binnen vier weken moet verlaten en dient terug te keren naar Turkije.

Beoordeling door de rechtbank

Heeft verweerder gehandeld volgens de samenwerkingsverplichting uit WI 2024/6 bij de vaststelling van het asielrelaas?

5. Eisers stelt dat verweerder de samenwerkingsverplichting uit WI 2024/6 niet heeft nageleefd. Zij stelt dat zij haar verhaal concreet naar voren heeft gebracht. Verweerder heeft volgens eiseres meerdere, duidelijk te onderscheiden gebeurtenissen samengevoegd onder één brede noemer, namelijk ‘een band met de Gülenbeweging’. Daarmee heeft verweerder nagelaten het asielrelaas volledig en zorgvuldig vast te stellen zoals WI 2024/6 voorschrijft.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet duidelijk heeft gemaakt wat zij met deze beroepsgrond wil bereiken. Verweerder heeft immers het tweede asielmotief, ‘een band met de Gülenbeweging’, geloofwaardig geacht en de door eiseres genoemde afzonderlijke elementen bij de geloofwaardigheidsbeoordeling betrokken. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

Zijn de beleidswijzigingen van 1 december 2023 en 1 juli 2024 onredelijk?

6. Eiseres stelt dat verweerder ten onrechte de in de zienswijze aangevoerde bezwaren tegen de beleidswijzigingen van 1 december 2023 en 1 juli 2024 terzijde heeft geschoven.

Met de beleidswijziging van 1 december 2023 kwam het ruimere beoordelingskader ten aanzien van (toegedichte) Gülenaanhangers te vervallen, wat inhield dat ook bij het ontbreken van geringe indicaties al snel een risico op vervolging werd aangenomen. De rechtbank is van oordeel dat deze beleidswijziging niet onredelijk is. Hiervoor verwijst de rechtbank naar de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 25 november 2025, waarin recente landeninformatie is betrokken. Door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) is in uitspraken van 25 maart 2026 inmiddels ook geoordeeld dat verweerder op basis van de ambtsberichten van 2023 en 2025 tot de beleidswijziging van 1 december 2023 heeft kunnen komen, wat maakt dat de beleidswijziging niet strijdig is met landeninformatie.

De rechtbank is tevens van oordeel dat de beleidswijziging van 1 juli 2024 niet onredelijk is. De beleidswijziging is niet specifiek op Gülen-aanhangers gericht. Deze beleidswijziging geldt ten aanzien van alle gevallen waarvoor verweerder vóór 1 juli 2024 het begrip ‘risicogroep’ of ‘kwetsbare minderheidsgroep’ hanteerde. Dit begrip is met de beleidswijziging vervangen door het begrip ‘risicoprofiel’. Onder verwijzing naar de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 25 november 2025 oordeelt de rechtbank dat verweerder in redelijkheid tot de beleidswijziging van 1 juli 2024 heeft kunnen komen en dat deze beleidswijziging niet onredelijk is ten aanzien van Gülen-aanhangers uit Turkije.

Is de beleidswijziging van 1 juli 2024 in strijd met het Salah-Sheekh -arrest?

7. Eiseres stelt dat verweerder een onjuiste maatstaf heeft toegepast door zich op het standpunt te stellen dat het huidige beleid geen risicogroepen of kwetsbare minderheidsgroepen meer kent en dat daarom geen betekenis toekomt aan het Salah Sheekh-arrest.

Ten aanzien van het beroep van eiseres op het Salah Sheekh-arrest in verband met de vervanging van het begrip ‘risicogroep’ door ‘risicoprofiel’, verwijst de rechtbank naar de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 25 november 2025. Het beroep van eiseres op het Salah Sheekh-arrest kan daarom niet slagen.

Heeft verweerder in strijd gehandeld met het rechtszekerheidsbeginsel?

8. Eiseres stelt dat de aanzienlijke vertraging in de asielprocedure rechtstreeks heeft geleid tot een beoordeling onder het na 1 december 2023 gewijzigde beleid, terwijl uit de feiten en omstandigheden volgt dat eiseres – bij tijdige besluitvorming – onder het vóór die datum geldende beleid zou zijn toegelaten. Eiseres stelt dat het rechtszekerheidsbeginsel zich verzet tegen het toepassen van de nieuwe beleidsregels op haar aanvraag.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de enkele omstandigheid dat iemand door de toepassing van nieuwe beleidsregels in een ongunstigere positie zou komen, onvoldoende is om van dit uitgangspunt af te wijken. Het uitgangspunt is dat het recht moet worden toegepast zoals het op dat moment geldt, ook als dat nadeliger zou zijn voor de betrokkene. Verweerder verwijst naar een uitspraak van de Afdeling van 13 februari 2019.

De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat het nieuwe beleid mocht worden toegepast op de aanvraag van eiseres. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 25 november 2025, waarin de rechtbank het algemene uitgangspunt vooropstelt dat bij het nemen van een besluit het recht wordt toegepast zoals het op dat moment geldt. Dit geldt ook voor beleidsregels. Alleen in het geval van bijzondere omstandigheden kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. De enkele omstandigheid dat eiseres door toepassing van nieuw recht mogelijk in een ongunstiger positie komt, is daarvoor onvoldoende. De Afdeling heeft in de voornoemde uitspraak van 26 maart 2026 inmiddels ook geoordeeld dat de omstandigheid dat verweerder de wettelijke beslistermijn niet in acht heeft genomen, niet een dergelijke bijzondere omstandigheid is. De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft verweerder de beoordeling van de individuele vrees voor vervolging binnen het risicoprofiel juist beoordeeld?

9. Eiseres stelt dat verweerder feitelijk een te zware en onjuiste maatstaf hanteert. Juist bij personen die tot een risicoprofiel behoren dient verweerder te beoordelen of de individuele omstandigheden, bezien in samenhang en tegen de achtergrond van de landeninformatie, voldoende aanknopingspunten bieden voor vervolging of ernstige schade. Het politiebezoek aan de deur van eiseres in april 2023 wordt op zichzelf onvoldoende geacht, het uitblijven van vervolging daarna wordt eiseres tegengeworpen, de legale in- en uitreis worden als contra-indicatie aangemerkt en de vervolging van meerdere naaste familieleden wordt gereduceerd tot algemene informatie. Door elk element afzonderlijk te neutraliseren, heeft verweerder nagelaten de cumulatieve betekenis van deze feiten te beoordelen. Dit is temeer onjuist omdat het ambtsbericht over Turkije juist beschrijft dat repressie in Gülenzaken vaak gefaseerd, selectief en met vertraging plaatsvindt en dat ook familieleden en helpers van vermeende Gülenisten in de negatieve aandacht kunnen komen. Ook de betekenis die verweerder toekent aan het feit dat eiseres geen asiel heeft aangevraagd tijdens eerdere reizen naar Noorwegen is onjuist. Verweerder maakt hier ten onrechte de subjectieve inschatting van eiseres op een eerder moment tot maatstaf voor het huidige risico bij terugkeer, terwijl vrees voor vervolging geen statisch gegeven is en juist kan ontstaan of verergeren door opeenvolgende gebeurtenissen. Ten slotte miskent verweerder de zelfstandige betekenis van de vervolging van meerdere naaste familieleden van eiseres.

De rechtbank stelt vast dat verweerder de door eiseres genoemde maatstaf op zich niet heeft bestreden. Verweerder stelt immers dat ook in het geval van een risicoprofiel verweerder de individuele omstandigheden van het geval beoordeelt afgezet tegen de positie van de groep en de algemene veiligheidssituatie. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de individuele omstandigheden van eiseres ook in samenhang beoordeeld. Zo heeft verweerder in het besluit toegelicht dat het huisbezoek juist in combinatie met het feit dat eiseres daarna geen problemen heeft gehad en legaal heeft kunnen uitreizen, tot de conclusie heeft geleid dat zij niet in de negatieve aandacht staat of zal staan. Voor zover eiseres de uitkomst van die beoordeling bestrijdt, gaat de rechtbank daar in rechtsoverweging 10 op in. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiseres geen reëel risico loopt op ernstige schade?

10. Eiseres stelt dat verweerder het risico voor eiseres bij terugkeer naar Turkije onjuist en onvolledig heeft beoordeeld door de positie en vervolging van haar naaste familieleden onvoldoende te betrekken bij de individuele beoordeling. Daarmee zijn het actuele landenbeeld, zoals dat naar voren komt uit het Algemeen Ambtsbericht Turkije 2025, en de relevante jurisprudentie miskend. Eiseres stelt dat haar vader onderofficier was bij de luchtmacht en door de Turkse autoriteiten wordt aangemerkt als (vermeend) Gülenist. Het feit dat tegen hem strafrechtelijke maatregelen zijn genomen, heeft ertoe geleid dat hij Turkije heeft moeten verlaten en in Noorwegen als vluchteling is toegelaten en een asielvergunning heeft gekregen. Eiseres stelt dat daarmee vaststaat dat haar vader door de Turkse autoriteiten wordt gezien als een relevant persoon binnen het Gülendossier, afkomstig uit het veiligheidsapparaat. Daar komt bij dat meerdere andere naaste familieleden van eiseres werkzaam waren binnen het veiligheidsapparaat en concreet zijn vervolgd. In dit licht kan niet worden volgehouden dat eiseres slechts een afgeleid en beperkt risico loopt. Bovendien heeft zij een oom meerdere maanden onderdak geboden terwijl hij door de autoriteiten werd gezocht, hetgeen volgens het ambtsbericht eveneens als vervolgingsindicator kan gelden. Daarnaast heeft eiseres zelf onderwijs gevolgd aan een Gülenschool, waarvan in de actuele landeninformatie is bevestigd dat dit als zelfstandig relevant toedichtingscriterium wordt gebruikt. Voorts heeft eiseres verklaard dat zij hier in Nederland contact heeft gezocht met andere Gülenisten, en vrijwilligerswerk heeft verricht bij de stichting Freedom Combination. Tot slot heeft eiseres op zitting gesteld dat uit het ambtsbericht kan worden afgeleid dat de aandacht van de Turkse overheid vooral gaat naar de Gülenisten in het leger en de politie. Juist omdat haar vader beroepsmilitair was in Turkije, stelt eiseres dat de Turkse autoriteiten haar vader wel als hooggeplaatste Gülenist zien. Daarnaast zijn ook de ooms van eiseres beroepsmilitair, aldus eiseres.

Ten aanzien van Gülen-gerelateerde activiteiten in Nederland oordeelt de rechtbank dat uit de ambtsberichten van 2023 en 2025 kan worden afgeleid dat de strijd van de Turkse autoriteiten zich niet beperkt tot het territorium van Turkije. Ook is niet gebleken dat alleen hooggeplaatste Gülenisten worden gemonitord in het buitenland. De rechtbank kan verweerder echter volgen in zijn standpunt dat het aan eiseres is om aannemelijk te maken dat de Turkse autoriteiten op de hoogte zouden zijn geraakt van haar activiteiten. Eiseres heeft foto’s overgelegd en verteld dat zij als programmeur verantwoordelijk was voor de website van de stichting Freedom Combination. Dit ziet de rechtbank voornamelijk als werk achter de schermen. Tegen die achtergrond, kan de rechtbank verweerder volgen in zijn standpunt dat nergens uit is gebleken dat de Turkse autoriteiten op de hoogte zouden zijn van de activiteiten van eiseres. Eiseres heeft haar stelling dat zij vanwege haar activiteiten in Nederland in de negatieve aandacht staat van de Turkse autoriteiten onvoldoende onderbouwd.

Met betrekking tot de legale in- en uitreis vanuit Turkije naar Noorwegen kan de rechtbank het standpunt van verweerder volgen. Eiseres heeft verklaard dat zij op 9 mei 2023 voor het laatst naar Noorwegen is gereisd vanuit Turkije, terwijl de politie in april 2023 nog aan haar deur had gestaan en op zoek was naar haar familieleden. De rechtbank kan verweerder daarom in zijn standpunt volgen dat de legale in- en uitreis van eiseres na het politiebezoek een reden kan zijn om eiseres niet te volgen in haar stelling dat zij voor vervolging te vrezen heeft. In het bestreden besluit stelt verweerder zich op het standpunt dat uit de omstandigheid dat eiseres op 9 mei 2023 zonder problemen van Noorwegen naar Turkije kon reizen in ieder geval blijkt dat zij op dat moment geen uitreisverbod had en ook dat er geen arrestatiebevel tegen haar was uitgevaardigd. Uit het ambtsbericht van 2025 blijkt immers dat als er een arrestatiebevel zou zijn, eiseres wel zou zijn gearresteerd bij inreis, aldus verweerder. Ook kan de rechtbank verweerder volgen in zijn standpunt dat het feit dat eiseres geen bescherming heeft aangevraagd in Noorwegen iets zegt over haar overtuiging dat zij te vrezen had op dat moment. De omstandigheid dat eiseres op 9 mei 2023 inschatte dat het veilig genoeg was om terug te keren naar Turkije maakt dat niet aannemelijk is dat zij op dat moment zelf dacht te vrezen te hebben voor vervolging.

Ook ten aanzien van het verborgen houden van de oom oordeelt de rechtbank dat dit vóór de uitreis van 9 mei 2023 heeft plaatsgevonden. Daarom volgt de rechtbank verweerder in zijn standpunt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit bekend is bij de autoriteiten. De stelling van eiseres dat haar buren dit hebben gemerkt berust naar oordeel van de rechtbank op een aanname. Op dit punt slaagt de grond niet.

De rechtbank is echter wel van oordeel dat verweerder ten aanzien van de omstandigheid dat de vader van eiseres beroepsmilitair was en strafrechtelijk is vervolgd wegens zijn banden met de Gülenbeweging beter dient te motiveren waarom dit, op zichzelf maar ook in samenhang met de overige omstandigheden, geen reëel risico op ernstige schade meebrengt voor eiseres. Verweerder heeft ter zitting gesteld dat eiseres geen gevaar loopt omdat zij niet heeft gesteld dat haar vader een hooggeplaatst Gülenist is en dat uit het ambtsbericht niet blijkt dat militairen als hooggeplaatste Gülenisten worden gezien. De rechtbank stelt vast dat in paragraaf 4.5 van het ambtsbericht weliswaar staat dat met name familieleden van hooggeplaatste Gülenisten een risico lopen, maar dat daaruit niet blijkt wat onder een hooggeplaatste Gülenist moet worden verstaan. Ook de Afdeling heeft inmiddels in de voornoemde uitspraak van 25 maart 2026 onder verwijzing naar diezelfde paragraaf van het ambtsbericht op dit punt een motiveringsgebrek geconstateerd. Voorts blijkt volgens de Afdeling uit het rapport van de Finse Immigratiedienst, dat ook door eiseres is aangehaald, dat de strafrechtelijke vervolging van familieleden nog steeds willekeurig is, al is die willekeur afgenomen sinds de jaren na de mislukte coup, en dat de autoriteiten zich met name richten op de partners, kinderen en broers en zussen van Gülenisten. De Afdeling leidt uit de ambtsberichten van 2023 en 2025 af dat het moet gaan om prominente Gülenisten, maar dat het niet persé gaat om personen die aan de top van de Gülenbeweging staan. Op dit punt slaagt de beroepsgrond van eiseres.

Heeft verweerder het beroep op het gelijkheidsbeginsel juist beoordeeld?

11. Eiseres heeft een verweerschrift uit een andere zaak ingebracht, waarin een beroep werd gedaan op het gelijkheidsbeginsel. De kern van het beroep op het gelijkheidsbeginsel in die zaak was dat verweerder in het verweerschrift erkent dat negatieve aandacht en risico kunnen voortvloeien uit de familieband, ook wanneer betrokkene zelf geen formele strafrechtelijke vervolging heeft ondergaan. Eiseres stelt dat de gemeenschappelijke noemer van deze zaken is dat de vergunningverlening is gebaseerd op de risico’s die voortvloeien uit familiebanden met (vermeende) Gülenisten, hetgeen ook in het geval van eiseres aan de orde is.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat het door eiseres aangehaalde verweerschrift is opgesteld onder het oude beleid, en dat haar beroep op het gelijkheidsbeginsel daarom faalt. Ook stelt verweerder zich op het standpunt dat zij niet heeft toegelicht waarom deze zaken vergelijkbaar zijn. Buiten het feit dat het hier zou gaan om zaken die zijn ingewilligd omdat deze personen vanwege hun familieleden in de negatieve aandacht stonden, heeft eiseres volgens verweerder niet aangegeven waarom deze zaken vergelijkbaar zouden zijn met haar eigen zaak. De elementen die in het aangehaalde verweerschrift zijn genoemd, zoals dat ouders en kinderen Gülenisten zijn, zijn juist genoemd omdat in de zaak waarin het verweerschrift was uitgebracht, dit niet zo was. Ten aanzien van de zaak met v-nummer 2957156342 overweegt verweerder bovendien dat het hier gaat om een minderjarige die met zijn ouders naar Nederland is gereisd en dus niet, zoals eiseres, alleen in Turkije heeft gewoond. De zaken zijn niet vergelijkbaar met de situatie van eiseres, daarom faalt volgens verweerder haar beroep op het gelijkheidsbeginsel.

De rechtbank is van oordeel dat hetgeen eiseres heeft aangevoerd niet voldoende is om een geslaagd beroep te doen op het gelijkheidsbeginsel. Uit het door haar aangehaalde verweerschrift valt niet af te leiden dat de enige reden dat in die zaken een vergunning werd verleend het feit is dat zowel de ouders als de kinderen Gülenist waren. Bovendien heeft verweerder ter zitting opgemerkt dat in die zaken de nadruk werd gelegd op Gülen-betrokkenheid, omdat Gülen-betrokkenheid niet aan de orde was in de zaak die het verweerschrift betreft. De rechtbank oordeelt dat het feit dat het hier om zaken gaat waarbij personen vanwege hun familieleden in de negatieve aandacht stonden niet wil zeggen dat er geen andere elementen waren die doorslaggevend zijn geweest in het verlenen van een asielvergunning. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel, zoals volgt uit overweging 10.4. van deze uitspraak. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor acht weken.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.

Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 15 januari 2026;

- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.W. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van mr. A.V. Kostiouk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand