RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker 1] , V-nummer: [V-nummer 1] , verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.8001 en NL26.8006
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer 2] , verzoekster
Mede namens hun minderjarige kind
[verzoeker 2] , V-nummer: [V-nummer 3]
Tezamen: verzoekers
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en
(gemachtigde: mr. J.O. Isibor).
Procesverloop
Bij besluiten van 11 februari 2026 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL26.8000 en NL26.8005, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 29 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.