ECLI:NL:RBDHA:2026:10219

ECLI:NL:RBDHA:2026:10219

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer NL26.10487
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asiel, Dublin Spanje, beroep op art. 17 Dublinverordening, geen onevenredige hardheid, beroep ongegrond, mondelinge uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eisers] , V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] , eisers

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.10487 en NL26.10490

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

mede namens hun minderjarige kinderen

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),

en

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

Met twee afzonderlijke besluiten van 25 februari 2026 heeft verweerder de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

De rechtbank heeft de beroepen op 22 april 2026 in Breda op zitting behandeld. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen [persoon] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Overwegingen

1. Tussen partijen is niet in geschil dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen van eisers, aangezien Spanje voor hen een visum heeft afgegeven. Spanje heeft die verantwoordelijkheid ook aanvaard.

2. Ook niet in geschil is dat ten aanzien van Spanje kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel houdt in dat de lidstaten er in beginsel op mogen vertrouwen dat zij de internationale mensenrechten respecteren en dat ook alle procedurele en opvangregels in acht worden genomen. Eisers mogen er dus van uitgaan dat Spanje zich ook in hun geval aan zijn internationale verplichtingen zal houden.

3. Dan resteert de vraag of verweerder de verantwoordelijkheid voor de asielaanvragen van eisers in hun persoonlijke situatie toch naar zich toe had moeten trekken. Deze bevoegdheid heeft verweerder op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. Eisers hebben aangevoerd dat zij niet veilig zullen zijn Spanje. Eisers hebben aangevoerd dat zij in Pakistan problemen hadden met bepaalde personen en dat deze personen hen hebben bedreigd in die zin, dat zij ook problemen zullen krijgen zodra zij in Spanje zijn. Eisers hebben ook aandacht gevraagd voor de belangen van de kinderen.

4. Verweerder heeft een zekere ruimte in zijn beoordeling of er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden en of hij reden ziet om artikel 17 van de Dublinverordening toe te passen. De rechtbank beoordeelt of verweerder dat voldoende heeft uitgelegd.

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft uitgelegd waarom hij in de gestelde persoonlijke omstandigheden van eisers geen reden ziet om de asielaanvragen toch in behandeling te nemen. Verweerder heeft terecht erop gewezen dat Spanje, net als Nederland, partij is bij het EVRM en dat, als eisers iets overkomt in Spanje, zij ook daar bescherming kunnen krijgen van de autoriteten. Niet is gebleken dat de Spaanse autoriteiten eisers niet willen of kunnen helpen.

6. Uit de bestreden besluiten blijkt dat verweerder de belangen van de kinderen heeft beoordeeld. Verweerder heeft kunnen overwegen dat het in het belang van de kinderen is om bij hun ouders te blijven. Er is niet gebleken van medische omstandigheden die maken dat zij niet kunnen worden overgedragen.

7. Verweerder heeft de gestelde problemen in Pakistan terecht niet beoordeeld, aangezien het in deze procedure alleen gaat om de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen. Verweerder heeft in de bestreden besluiten terecht opgemerkt dat eisers hun asielmotieven bij de Spaanse autoriteiten naar voren kunnen brengen.

8. Dit alles leidt de rechtbank tot het oordeel dat verweerder niet ten onrechte heeft besloten om geen toepassing te geven aan artikel 17 van de Dublinverordening. Verweerder heeft de verantwoordelijkheid voor de asielaanvragen dus niet aan zich hoeven trekken.

9. De beroepen zijn ongegrond.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.F.Th. de Roos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand