RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.10489 en NL26.10491
[verzoekers] , V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] , verzoekers
mede namens hun minderjarige kinderen
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Procesverloop
Bij besluiten van 25 februari 2026 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
Bij mondelinge uitspraak van 22 april 2026, zaaknummers NL26.10487 en NL26.10490, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 29 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.