ECLI:NL:RBDHA:2026:10239

ECLI:NL:RBDHA:2026:10239

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-04-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer NL26.20788
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Bewaring op grond van art. 59b, eerste lid, aanhef en onder b en onder c Vw. Ongegrond.

Uitspraak

[naam], eiser,

v-nummer: [v-nummer],

(gemachtigde: mr. M. Rasul),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: L. Ploeger).

Inleiding

De minister heeft op 13 april 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van art. 59b, eerste lid, aanhef en onder b en onder c, van de Vw opgelegd.

Eiser heeft tegen de maatregel van bewaring op beroep ingesteld. Dit beroep moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 24 april 2026, met behulp van telehoren, op zitting behandeld. Eiser is verschenen op het detentiecentrum in Rotterdam. De gemachtigde van eiser is verschenen op de rechtbank in Groningen. Ook is er een tolk verschenen. De minister heeft zich op de rechtbank laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De minister heeft onderhavige maatregel gebaseerd op artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b (b-grond) en c (c-grond), van de Vw. Indien aan de daarvoor gestelde eisen is voldaan, is elk van deze gronden afzonderlijk voldoende om de maatregel te kunnen dragen. In dit verband stelt de minister zich op het standpunt, dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens, die noodzakelijk zijn voor beoordeling van eisers asielaanvraag, wegens het risico op onttrekking aan het toezicht op vreemdelingen (b-grond). De minister heeft hieraan ten grondslag dat eiser:

(zware gronden)

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;3e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;

(lichte gronden) 4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Daarnaast heeft de minister in de maatregel van bewaring overwogen dat eiser (1°) in bewaring werd gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van de Terugkeerrichtlijn, (2°) reeds de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure heeft gehad en (3°) op redelijke gronden kan worden aangenomen dat hij de aanvraag louter heeft ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen (c-grond).

De minister heeft de gronden in de maatregel nader gemotiveerd. Verder heeft de minister gemotiveerd waarom een minder dwingende maatregel (lichter middel) niet doeltreffend kan worden toegepast.

Hierna beoordeelt de rechtbank het beroep tegen de maatregel van bewaring. Daarbij bespreekt zij de beroepsgronden en toetst zij de rechtmatigheid van de bewaring ambtshalve.

Voortraject

3. De rechtbank stelt vast dat eiser de procedure voorafgaand aan de inbewaringstelling niet heeft bestreden. De stelling van eiser, dat de grondslag voor de maatregel van bewaring te laat is omgezet, treft geen doel. Een beroep op niet tijdige omzetting moet worden gedaan tegen de maatregel waarvan wordt gesteld dat die ten onrechte te laat is omgezet. Omdat die maatregel nu niet ter toetsing voorligt, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of die maatregel te laat is omgezet.

Grondslag

4. De rechtbank is van oordeel dat de maatregel terecht op basis van de b-grond van artikel 59b van de Vw is opgelegd. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat met een deugdelijke motivering van het bestaan van een risico op onttrekking aan het toezicht ook gegeven is dat een maatregel van bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, omdat anders die gegevens niet zouden kunnen worden verkregen.

5. De rechtbank is van oordeel, dat ook artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder c Vw (c-grond) terecht aan de maatregel ten grondslag is gelegd. Eiser werd al voor het opleggen van de huidige maatregel in bewaring gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van de Terugkeerrichtlijn en heeft al de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure gehad. Eiser is op 31 maart 2026 geïnformeerd dat er een overdracht voor hem gepland stond op 15 april 2026, nadat er op 18 maart 2026 een laissez-passer was afgeven door diplomatieke vertegenwoordiging van Tanzania. Eiser heeft vervolgens op 9 april 2026 kenbaar gemaakt dat hij opnieuw een asielaanvraag wenst in te dienen. Dit is zijn derde asiel aanvraag. Het is aannemelijk dat eiser de aanvraag heeft ingediend om zijn terugkeer uit te stellen of verijdelen. Eiser was namelijk eerder, op 23 maart 2026, door de regievoerder in de gelegenheid gesteld om een opvolgende asielaanvraag in te dienen en heeft daar toen geen gebruik van gemaakt. Eerst nadat duidelijk werd dat de overdracht gepland was, heeft eiser te kennen gegeven opnieuw asiel te willen aanvragen.

Gronden

6. De rechtbank is van oordeel, dat de zware en lichte gronden 3a, 3c, 3d, 3e, 3i, 4a, 4b, 4c en 4d in samenhang gezien en gelet op de motivering in de maatregel, voldoende zijn om de maatregel van bewaring te kunnen dragen en dat voldoende grond bestaat voor het standpunt van de minister, dat er een risico op onttrekking bestaat en dat eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.

De rechtbank overweegt dat uit de uitspraak van de Afdeling van 25 maart 2020 volgt dat, om de zware gronden 3a, 3c, 3d, 3e en 3i aan de maatregel ten grondslag te kunnen leggen, het voldoende is dat deze gronden feitelijk juist zijn.

De rechtbank is van oordeel dat grond 3a feitelijk juist is. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in het bezit was van een geldig reisdocument of een geldig visum toen hij in Nederland aankwam. Dat eiser zou zijn ingereisd met een geldig reisdocument maar direct na de aankomst in Nederland dat document heeft moeten afstaan aan zijn begeleiders wordt weliswaar gesteld door eiser, maar wordt verder op geen enkele manier onderbouwd. Dat eiser jong was en volgens eiser onder begeleiding stond van anderen, maakt niet dat deze onrechtmatige grensoverschrijding hem niet kan worden tegengeworpen. Daarnaast is grond 3c feitelijk juist. Eiser heeft op 2 december 2025 een besluit ontvangen, waarin wordt verwezen naar een eerder opgelegd terugkeerbesluit van 18 december 2023. Eiser moest Nederland binnen 4 weken verlaten en terugkeren naar Tanzania op grond van dit terugkeerbesluit. Eiser heeft weliswaar rechtsmiddelen ingesteld tegen dit besluit, maar had Nederland wel moeten verlaten. Verder zijn grond 3d en 3e feitelijk juist. Eiser heeft niet uit eigen beweging documenten overgelegd om zijn identiteit en nationaliteit te onderbouwen. Op verzoek van de Dienst Terugkeer en Vertrek is er door de Gambiaanse autoriteiten een nationaliteitsverklaring afgegeven. Op deze nationaliteitsverklaring staan gegevens die afwijken van de informatie die eiser eerder zelf heeft verstrekt. De stelling van eiser dat er ten onrechte geen rekening is gehouden met zijn jonge leeftijd tijdens de inreis, maakt dit niet anders. De minister wijst daarnaast op een uitspraak van 8 april 2026 waarin is gesteld dat eiser niet minderjarig was ten tijde van de inreis op grond van de nationaliteitsverklaring. Tot slot is grond 3i feitelijk juist. Eiser heeft in meerdere vertrekgesprekken aangegeven niet mee te willen werken aan terugkeer. Zijn verklaring in het gehoor voorafgaand aan de bewaring, dat hij zou meewerken aan terugkeer als zijn huidige asielverzoek wordt afgewezen, maakt dit niet anders. Eiser heeft het IOM niet benaderd voor vrijwillige terugkeer, eiser heeft geen verdere stappen ondernomen om zelfstandig terug te keren en is niet verschenen bij een vertrekgesprek. De verklaring voor zijn afwezigheid bij een vertrekgesprek doet hier niets aan af. De bereidheid tot (actieve) medewerking blijkt niet uit de rest van het dossier.

Dat de lichte gronden 4a, 4c en 4d niet aan eiser kunnen worden tegengeworpen, volgt de rechtbank niet. Eiser beschikt niet over de benodigde documenten en heeft geen initiatief genomen om zelfstandig documenten te verkrijgen die zijn identiteit en nationaliteit bevestigen (4a). Daarnaast beschikt eiser niet over een vaste woon- of verblijfplaats (4c) en ook niet over voldoende middelen van bestaan (4d).

Lichter middel

7. Eiser is van mening dat er ten onrechte niet is gekozen voor een lichter middel. Eiser stelt dat hij zich altijd heeft gehouden aan de meldplicht, dat er geen MOB-meldingen aanwezig zijn en dat hij geen strafbare feiten heeft gepleegd. Daarnaast doet eiser vrijwilligerswerk, volgt een opleiding en spreekt de Nederlandse taal. Bovendien voelt hij zich niet veilig in het detentiecentrum.

De rechtbank stelt vast dat de psychische en medische omstandigheden van eiser kenbaar zijn gemaakt en voldoende zijn betrokken bij de beoordeling van de maatregel. Eiser is door de minister gewezen op het feit dat in de detentie- en uitzetcentra gespecialiseerde zorg aanwezig is, en dat, mocht zich onverhoopt medische dan wel psychische problematiek voordoen, de behandeling in de detentie- en uitzetcentra kan worden aangevraagd, gestart dan wel voortgezet. In dat verband heeft de minister terecht gesteld dat de medische zorgverlening binnen de detentie- en uitzetcentra als gelijkwaardig kan worden aangemerkt aan de gezondheidszorg in de vrije maatschappij.

Verder is de rechtbank niet gebleken van persoonlijke belangen van eiser die de bewaring voor hem onevenredig bezwarend maken en waarin de minister aanleiding had moeten zien eiser een lichter middel dan bewaring op te leggen. Dat de bewaring eiser zwaar valt maakt dit niet anders.

Voortvarendheid

8. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende voortvarend handelt ten aanzien van de asielaanvraag van eiser. Eiser heeft op 9 april 2026 een asielaanvraag ingediend, er heeft vervolgens op 20 april 2026 een gehoor plaatsgevonden en eiser heeft op 21 april 2026 correcties en aanvullingen ingediend. Vervolgens is er op 22 april 2026 een voornemen verstuurd waarop eiser op 23 april 2026 een zienswijze heeft opgestuurd.

9. De rechtbank ziet ook ambtshalve geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel onrechtmatig is.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Wetterauw, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Munsterman

Griffier

  • mr. N. Wetterauw

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand