ECLI:NL:RBDHA:2026:10250

ECLI:NL:RBDHA:2026:10250

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-03-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer C/09/670824 / FA RK 24-5757
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Informele rechtsingang. Geen zorgregeling meer met moeder. Overeenstemming over alimentatie.

Uitspraak

Informele rechtsingang en alimentatie

Beschikking naar aanleiding van de op 5 augustus 2024 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang van:

[de minderjarige 1] ,

de minderjarige,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

waarin als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.K. de Menthon Bake te ’s-Gravenhage,

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. F. Borger van der Burg-Holstege te ’s-Gravenhage,

en op het op 8 juli 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.K. de Menthon Bake te ’s-Gravenhage,

waarin als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. F. Borger van der Burg-Holstege te ’s-Gravenhage.

Procedure

In C/09/670824 / FA RK 24-5757 (informele rechtsingang)

Bij beschikking van 15 november 2024 is de zorgregeling ten aanzien van [de minderjarige 1] gewijzigd, in die zin dat zij voorlopig een weekend per twee weken bij de moeder verblijft, tijdens het weekend dat [de minderjarige 2] ook bij de moeder is en is iedere verdere beslissing aangehouden tot 14 oktober 2025 pro forma.

Op 7 oktober 2025 heeft de vader een brief met bijlagen naar de rechtbank gestuurd over de huidige stand van zaken.

Op 28 oktober 2025 heeft de moeder een brief met bijlagen naar de rechtbank gestuurd over de huidige stand van zaken.

Op 6 maart 2026 hebben de minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] een gesprek gevoerd met de kinderrechter van deze rechtbank.

In C/09/688149 / FA RK 25-5152 (alimentatie)

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 9 maart 2026 zijn beide zaken gecombineerd op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn beide ouders verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de Raad voor de Kinderbescherming waren [naam 1] en [naam 2] aanwezig.

Feiten

- Bij beschikking van deze rechtbank van 11 januari 2018 is – voor zover relevant – de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken, is de hoofverblijfplaats van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de moeder bepaald en is een door de vader te betalen kinderalimentatie vastgesteld van € 235,- per maand per kind.

Verzoek

In C/09/688149 / FA RK 25-5152 (alimentatie):

Het verzoek van de vader luidt, na aanvulling, met wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 11 januari 2018 en met in achtneming van de tussen de ouders in afwijking van de eerder vastgestelde kinderalimentatie gemaakte afspraken zoals opgenomen in de beschikking van de rechtbank Den Haag van 7 april 2023:

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.

De moeder voert verweer. Daarnaast heeft de moeder, na wijziging, zelfstandig verzocht met wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 11 januari 2028:

- met ingang van 10 juni 2025 tot 1 september 2025 de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie voor [de minderjarige 2] op € 750,- per maand te bepalen, althans op zodanig bedrag en met zodanige datum van ingang als de rechtbank juist acht;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.

Beoordeling

In C/09/670824 / FA RK 24-5757 (informele rechtsingang):

[de minderjarige 1] heeft in het laatste gesprek met de kinderrechter verteld dat het naar omstandigheden goed met haar gaat. Ze doet het goed op school en heeft het plan om na de havo Sociaal Juridische Dienstverlening te gaan studeren. [de minderjarige 1] heeft ook verteld dat ze een heel turbulent jaar achter de rug heeft. Ze heeft veel zorgen gehad over haar vader die hersentumoren bleek te hebben en een zware operatie moest ondergaan. Daarnaast heeft ze geprobeerd het contact met haar moeder te herstellen, maar dat is niet gelukt. [de minderjarige 1] heeft uitgelegd dat ze na het vorige gesprek met de kinderrechter haar moeder heeft gebeld dat ze weer in de weekenden bij haar wilde komen, maar dat ze toen aan de telefoon alweer ruzie kregen. [de minderjarige 1] was daarna nog wel bereid om samen met hulpverlening met haar moeder in gesprek te gaan, maar er was een wachtlijst. Toen eindelijk het bericht kwam dat ze aan de beurt waren, wilde haar moeder een andere hulpverleningsorganisatie, omdat de partner van de vader op een andere afdeling van dezelfde hulpverleningsorganisatie werkt. Dat begreep [de minderjarige 1] niet en maakte voor [de minderjarige 1] dat zij hier niet meer aan wilde beginnen. Ze is teleurgesteld over hoe haar moeder met het ontbreken van het contact tussen hen is omgegaan en over hoe de pogingen van [de minderjarige 1] om positief contact te hebben met haar moeder steeds mis zijn gegaan. Ze had gehoopt dat de moeder meer initiatief zou tonen en echt haar best voor [de minderjarige 1] zou doen. Zo heeft [de minderjarige 1] het niet ervaren. Aan de andere kant heeft [de minderjarige 1] ook moeite met de handreikingen die de moeder wèl naar haar heeft gedaan. Bovendien bestaat bij [de minderjarige 1] het beeld dat haar moeder onwaarheden over [de minderjarige 1] vertelt, bijvoorbeeld aan haar familie.

[de minderjarige 1] heeft de kinderrechter uitgelegd dat zij nu graag bij haar vader wil blijven wonen en niet verplicht wil worden om contact met haar moeder te hebben. Wel vindt ze het heel belangrijk dat er contact blijft tussen haar moeder en [de minderjarige 2] .

[de minderjarige 2] heeft de rechtbank laten weten dat hij ook een gesprek met de kinderrechter wil. In dat gesprek heeft hij verteld dat hij dit schooljaar gestart is op de middelbare school en dat dat heel goed gaat. Hij heeft de kinderrechter uitgelegd dat hij het niet meer prettig vond om bij zijn moeder te wonen door de aanwezigheid van de partner van de moeder bij hen thuis. Volgens [de minderjarige 2] verpest hij de sfeer en geeft hij [de minderjarige 2] dan de schuld. Om die reden is [de minderjarige 2] naar zijn vader gegaan en niet meer teruggegaan naar de moeder. Nu wil hij bij zijn vader blijven wonen. Hij is er teleurgesteld over dat het afspreken met de moeder de afgelopen tijd moeizaam is gegaan. Volgens [de minderjarige 2] kan de moeder vaak niet en stelt zij voorwaarden, bijvoorbeeld dat hij dingen moet afzeggen om met haar af te spreken. Daar is hij teleurgesteld over en hij heeft het gevoel dat de partner van de moeder bij de moeder op nummer één staat. Hij wil zijn moeder nog wel zien, maar hij wil zelf met zijn moeder afspreken wanneer en waar. Als de partner van de moeder niet meer bij de moeder zou wonen, zou hij weer terug willen naar de week-op-week-af-regeling die eerder werd uitgevoerd.

De door de kinderen geuite wensen zijn op de zitting met de ouders besproken. De vader heeft toegelicht dat hij ernstig ziek is, recentelijk geopereerd is en problemen heeft met zijn geheugen. Door zijn ziekte realiseert hij zich dat er mogelijk een periode komt dat hij er niet meer zal zijn en dat de kinderen hun moeder nodig hebben. De vader heeft verteld dat hij en de moeder sinds de scheiding altijd in ruzie en in strijd hebben geleefd en dat hij nu ziet dat de kinderen daar de rekening van betalen. Hoewel de vader zich in de processtukken voorafgaande aan de zitting nog anders heeft geuit, heeft hij op de zitting gezegd de strijd niet meer aan te willen gaan, ook niet over de alimentatie, en dat hij wil dat de kinderen hun band met de moeder herstellen. Hij heeft ter zitting naar de moeder uitgesproken dat zij welkom is om bij hen langs te komen.

De moeder heeft toegelicht dat zij naar de zitting is gekomen om te vertellen dat zij zich neerlegt bij de wensen van de kinderen, hoewel dit haar veel verdriet doet. Volgens de moeder is de vader naar de kinderen toe steeds zeer negatief over de moeder en haar familie geweest en zij ziet dat de kinderen dit van vader zijn gaan overnemen. Zij denkt dat de kinderen zich genoodzaakt zijn gaan voelen een positie tegen de moeder in te nemen. Daaruit is een patroon ontstaan waarbij er steeds heel kleine kwesties worden aangegrepen om het contact met de moeder volledig te blokkeren. De ouders zijn nu al tien jaar in conflict en er is heel veel geprobeerd om de situatie voor de kinderen te verbeteren. Hulpverlening is echter nooit van de grond gekomen, omdat de vader dit uiteindelijk steeds niet wilde. De moeder heeft er geen vertrouwen meer in dat de ouders samen kunnen werken naar een oplossing. Daarom ziet de moeder zich genoodzaakt nu afstand te nemen. Zij heeft daarbij benadrukt dat zij de kinderen niet opgeeft en dat zij op afstand van hen zal blijven houden, maar dat zij wil dat de kinderen zonder de strijd kunnen leven en zonder te moeten kiezen. Ze hoopt dat dit ruimte geeft voor herstel van het vertrouwen en dat de kinderen daarmee later wel voor contact met haar kunnen kiezen. De moeder zal de kinderen dan met open armen ontvangen.

De rechtbank constateert dat er, als gevolg van een voortdurend conflict tussen de ouders, een voor zowel de kinderen als de ouders heel verdrietige situatie is ontstaan, waarbij [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] geen of zeer beperkt contact hebben met de moeder. Hoewel de ouders steeds hebben geuit hetzelfde doel voor ogen te hebben, namelijk herstel van de band tussen [de minderjarige 1] en haar moeder, zijn de op de eerdere zittingen gemaakte afspraken daarover niet nagekomen. Het contact tussen [de minderjarige 1] en de moeder is niet hersteld en inmiddels is er ook sprake van een contactbreuk tussen [de minderjarige 2] en de moeder.

Inmiddels is de wrange situatie ontstaan dat de ouders en de kinderen alle vier hetzelfde zeggen te willen, namelijk dat het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader wordt bepaald en dat geen contactregeling met de moeder wordt vastgesteld. Omdat de rechtbank op dit moment geen andere mogelijkheden ziet zal de rechtbank overeenkomstig die wensen beslissen.

Het voorgaande neemt niet weg dat de rechtbank het nog altijd van groot belang vindt voor de kinderen dat er weer positief contact komt tussen de moeder en de kinderen. In de gesprekken met de kinderen heeft de rechtbank gezien dat de kinderen hun moeder enerzijds afwijzen, al haar handelen negatief kleuren en niet willen dat zij druk op hen uitoefent om het contact met haar aan te gaan. Aan de andere kant tonen de kinderen zich ook teleurgesteld in de moeder dat zij niet méér moeite doet om het contact met hen te herstellen en hebben zij het zichtbaar moeilijk met het verlies van het contact.

De rechtbank kan dit niet anders duiden dan dat bij de kinderen sprake is van een loyaliteitsconflict, waaruit een te negatief beeld is ontstaan van de moeder. Niet alleen is het schadelijk voor hen dat zij daardoor niet of nauwelijks contact hebben met de moeder, maar ook dat zij zich afgewezen voelen door de moeder. De rechtbank gunt het de kinderen dat dit beeld wordt bijgesteld, zonder dat er voorbij wordt gegaan aan de wijze waarop zij de dingen die zijn voorgevallen hebben beleefd.

De kinderen hebben zich tot de rechtbank gewend, maar gezien is dat interventie van de rechtbank niet heeft geleid tot een wenselijk resultaat. De rechtbank is ervan overtuigd dat alleen de ouders zelf de ontstane impasse kunnen doorbreken. De manier waarop de kinderen naar hun ouders kijken kan alleen veranderen, als de ouders een andere rol in de situatie aannemen. De duidelijke uitspraken van beide ouders dat zij niet langer strijd willen en kunnen voeren is een begin. De ouders hebben deze woorden echter nog niet omgezet in daden. Zij laten steeds andere, op zichzelf te respecteren, belangen voor gaan.

Zo heeft de moeder de keuze gemaakt de hulpverlening, uit te voeren door de organisatie waar de partner van de vader bij betrokken is, niet te accepteren. De rechtbank heeft begrip voor de door de moeder gevoelde weerstand, maar vanuit het perspectief van de kinderen is deze alleen uit te leggen als een afwijzing van henzelf en van het voor hen belangrijke gezin van de vader en zijn partner. De vader maakt de kinderen vervolgens (mogelijk onbewust) deelgenoot van zijn ongenoegen over deze situatie en realiseert zich daarbij onvoldoende dat zij hiermee worden bevestigd in hun negatieve gedachten en hun gevoel van afwijzing door de moeder. Tekenend in dit verband is ook dat de vader de moeder niet of zeer beperkt heeft geïnformeerd over zijn ziekte, waardoor de moeder op de zitting pas heeft vernomen hoe ernstig de medische situatie van de vader is. De rechtbank heeft er begrip voor dat de vader in de hectische situatie rondom zijn ziekte hierin niet actief heeft gehandeld, maar de gevolgen voor kinderen zijn groot. Zij hebben als gevolg hiervan het medeleven van de moeder in een voor hun zeer zware periode gemist en zijn daardoor opnieuw teleurgesteld en gekwetst.

De rechtbank realiseert zich dat zij, gelet op al hetgeen tussen de ouders is voorgevallen, veel vraagt van de ouders, maar hoopt dat het de ouders lukt hun woorden nu ook om te zetten in daden. Dat betekent dat zij, ook als prettig contact tussen hen niet mogelijk is, elkaar respecteren als ouder van de kinderen en dit ook actief uitdragen naar de kinderen. Daar hoort ook bij dat de moeder het perspectief van de kinderen op gebeurtenissen accepteert en dat de vader de moeder tijdig en volledig informeert over wat er speelt in het leven van de kinderen en dat hij de kinderen niet bevestigt in negatieve gedachten over de moeder, maar hen juist de andere kant laat zien.

In C/09/688149 / FA RK 25-5152 (alimentatie):

Partijen zijn het erover eens dat de gewijzigde situatie ook wijziging van de kinderalimentatie met zich moet brengen.

De vader heeft op de zitting uitgelegd dat het feit dat hij geen strijd meer wil voeren ook betekent dat hij niet meer van de moeder verwacht dat zij betaalde kinderalimentatie terugbetaalt of kinderalimentatie aan hem betaalt. De moeder heeft medegedeeld er aan te hechten wel bij te dragen in de kosten van de kinderen. De ouders hebben vervolgens afgesproken dat de vader geen kinderalimentatie meer aan de moeder verschuldigd is en de moeder met ingang van 1 april 2026 bijdraagt in de kosten van de kinderen met een bedrag van € 227,- per kind per maand, berekend conform de binnen de rechtspraak gebruikelijke rekenmethode met een zorgkorting van 5% en dus conform de wettelijke maatstaven. De ouders hebben afgesproken dat dit bedrag door de moeder wordt betaald door € 50,- per kind per maand als kleedgeld rechtstreeks aan de kinderen te voldoen en € 177,- per kind per maand aan de vader te voldoen. De ouders hebben medegedeeld over de periode voorafgaande aan april 2026 niets meer van elkaar te vorderen te hebben ter zake de kinderalimentatie.

Nu de ouders op alle punten overeenstemming hebben bereikt beschouwt de rechtbank het meer of anders verzochte als ingetrokken.

Proceskosten

Gelet op het feit dat partijen ex-echtgenoten zijn, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Brief aan [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]

De rechtbank zal [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een brief met de volgende tekst op de hoogte brengen van de beslissingen.

“Beste [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] ,

Bedankt dat jullie naar de rechtbank zijn gekomen om met mij te praten en dat jullie zo open over jullie wensen en gevoelens hebben gesproken. Na de gesprekken die ik met jullie heb gehad heb ik met jullie ouders en met de Raad voor de Kinderbescherming verder gepraat. Jullie ouders hebben in dat gesprek samen afspraken gemaakt en die afspraken heb ik vastgelegd in een officiële beslissing. Ik wil jullie in deze brief graag uitleggen wat jullie ouders hebben afgesproken en waarom.

Het allerbelangrijkste is dat jullie ouders allebei geen ruzie of strijd meer willen. Jullie ouders hebben daarom afgesproken dat jullie allebei voortaan het hoofdverblijf hebben bij jullie vader. Dat betekent dat jullie bij jullie vader wonen en daar ook ingeschreven staan.

Het betekent ook dat jullie vader zorgt dat alle betalingen voor jullie worden gedaan. Hoewel je vader dat niet meer nodig vindt, wil jullie moeder graag meebetalen aan jullie kosten. Ze hebben daarom afgesproken dat jullie moeder het volledige deel van de kosten betaalt dat volgens de wet voor haar rekening hoort te komen. De afspraak is dat jullie moeder aan jullie zelf € 50,- aan kleedgeld betaalt en daarnaast nog een bedrag rechtstreeks aan jullie vader.

Daarnaast hebben jullie ouders afgesproken dat er geen zorgregeling meer geldt. Dat betekent dat jullie niet verplicht zijn op bepaalde dagen naar jullie moeder te gaan. Als jullie dat willen mogen jullie wel met haar afspreken om naar haar toe te gaan of iets leuks met haar te doen.

Ik vind het belangrijk om jullie te vertellen dat jullie ouders dit hebben afgesproken, omdat zij rust voor jullie willen en niet meer willen dat jullie in ruzie of strijd leven.

Jullie moeder heeft mij uitgelegd dat het haar veel verdriet doet dat zij jullie niet of weinig ziet. De beslissing om jullie nu de ruimte te geven waarom jullie vragen betekent niet dat zij jullie opgeeft. Zij houdt nog evenveel van jullie. Als jullie op enig moment wel contact of méér contact met haar willen hebben zal ze jullie met open armen ontvangen.

Jullie vader heeft uitgelegd dat hij het nog steeds heel belangrijk voor jullie vindt dat jullie een goede band hebben met jullie moeder en dat het contact met haar wordt hersteld.

Ik ben het daarmee eens. In de gesprekken met jullie en jullie ouders heb ik gezien dat jullie allemaal veel om elkaar geven, maar elkaar niet altijd goed begrijpen. Ik heb ook gezien dat jullie ouders allebei hele lieve ouders zijn, die graag het goede voor jullie willen doen. Ik vind het daarom heel verdrietig dat het in de afgelopen jaren zo gelopen is dat jullie jullie moeder nu zo weinig zien. Ik denk dat het goed voor jullie is dat zij een belangrijke rol in jullie leven blijft spelen. Ik hoop daarom dat jullie elkaar in de toekomst beter gaan begrijpen en het weer goed kunnen hebben samen.

Nu ik de gemaakt afspraken in mijn beslissing heb gezet is de procedure bij de rechtbank geëindigd. Ik wens jullie alle geluk voor de toekomst.

Met vriendelijke groet,

de kinderrechter.”

Beslissing

De rechtbank - met wijziging in zoverre van de beschikkingen van deze rechtbank van 11 januari 2018, 7 april 2023 en 15 november 2024 -:

bepaalt het hoofdverblijf van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de vader;

bepaalt dat er geen zorgregeling geldt;

stelt de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] op nihil;

stelt de door de moeder aan de vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] met ingang van 1 april 2026 vast op € 227,- per kind per maand, waarvan de moeder € 50,- per kind per maand als kleedgeld rechtstreeks aan de kinderen voldoet en € 177,- per kind per maand aan de vader te voldoet;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Emmens

Griffier

  • mr. M.J.W. Straatsma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand