ECLI:NL:RBDHA:2026:10251

ECLI:NL:RBDHA:2026:10251

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-03-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer C/09/698839 / JE RK 26-174
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/698839 / JE RK 26-174

Datum uitspraak: 19 maart 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

- [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

- [minderjarige 2] geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] ,

- [minderjarige 3] geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen: [minderjarige 3] ,

hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.C.J.W. Scholte - van de Ven uit Oss.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 februari 2026;

de stukken van de vader, ontvangen op 26 februari 2026.

Op 19 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank met gesloten deuren

behandeld in de vorm van een gecombineerde behandeling van zowel onderhavig verzoek

als het verzoek van de vader tot een omgangsregeling (C/09/662009 / FA RK 24-1388). Op het verzoek van de vader wordt door de rechtbank afzonderlijk beslist. De beschikking in die zaak zal op 22 april 2026 worden gegeven.

Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:

[naam 1] en [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling;

de vader met zijn advocaat en bijgestaan door een tolk.

De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. Zij hebben geen mening gegeven.

2. De feiten

De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van de minderjarigen [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] .

De kinderen zijn erkend door de vader.

De moeder is van rechtswege alleen belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.

De kinderen wonen bij hun moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 april 2025 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 31 maart 2026.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De afgelopen periode heeft de gecertificeerde instelling gewerkt aan het waarborgen van de basisveiligheid van de kinderen, het verkrijgen van zicht op hun ontwikkeling en het verbeteren van het vertrouwen van de moeder. Er is stabiliteit in het dagelijks functioneren van het gezin, maar traumaverwerking, versterking van de opvoedvaardigheden van de moeder en het creëren van voorwaarden voor de omgang tussen de vader en de kinderen zijn nog niet gerealiseerd. Op dit moment is er bij de kinderen geen ruimte om te werken aan contactherstel, maar [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben de voorzichtige wens uitgesproken om dit in de toekomst te willen oppakken. De gecertificeerde instelling geeft daarbij aan dat de termijn waarop dit mogelijk is nog onduidelijk is. De moeder heeft daarbij onvoldoende (emotionele) draagkracht om de kinderen hierin voldoende te ondersteunen. De gecertificeerde instelling vreest dat wanneer de kinderen op dit moment contact zullen hebben met de vader dit een negatieve weerslag zal hebben op de moeder en daardoor ook indirect op de kinderen. Daarnaast is het van belang dat de kinderen hun traumaverwerkingstraject afronden voordat er weer contact wordt opgebouwd met de vader. [minderjarige 2] heeft een eerste gesprek gehad bij de SGGZ. [minderjarige 1] en [minderjarige 3] zullen binnenkort ook starten met een traject. De gecertificeerde instelling vindt het noodzakelijk om komend jaar bij het gezin betrokken te blijven om zicht te houden op het verloop van het hulpverlening van de kinderen en de draagkracht en draaglast van de moeder.

4. De standpunten

Door en namens de vader is ingestemd met het verzochte. De vader vindt het belangrijk dat de kinderen hulpverlening ontvangen voor traumaverwerking. Hij ziet graag dat het contact met de kinderen hersteld wordt, maar begrijpt dat het vastleggen van een regeling momenteel niet haalbaar is. Hij staat open voor begeleid contact en zou het fijn vinden om onder meer kaarten en cadeaus te kunnen geven aan de kinderen. De procedure rondom de vreemdelingenstatus van de vader is afgewezen en er loopt nog een bezwaarprocedure. De vader vreest dat het contact met de kinderen nog lastiger zal zijn als hij terug moet naar Nigeria. Ook vreest de vader dat de kinderen een negatief beeld hebben van zijn familie en daardoor van hem. De vader zou dit beeld graag recht willen zetten. De vader doet er alles aan om het contact met zijn kinderen te herstellen en zal dit blijven doen.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.

De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er is nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De kinderen hebben een belast verleden waardoor zij spanningsklachten ervaren. Als gevolg daarvan heeft [minderjarige 2] last van bedplassen en stotteren. Bij [minderjarige 3] wordt gezien dat zij zich terugtrekt. Ook laten de kinderen weinig emoties zien wanneer zij vertellen over de ingrijpende gebeurtenissen die zij hebben meegemaakt. Het is van belang dat de gecertificeerde instelling het komend jaar betrokken blijft bij het gezin. Het traumaverwerkingstraject van de kinderen gaat binnenkort van start. De gecertificeerde instelling kan de kinderen en de moeder daarbij ondersteunen en eventueel aanvullende hulpverlening inzetten. Daarnaast is het wenselijk dat de gecertificeerde instelling zicht houdt op de draagkracht en draaglast van de moeder. De moeder staat achter de hulpverlening voor de kinderen, maar het is vanwege de ingrijpende gebeurtenissen en de belastbaarheid van de moeder niet wenselijk om de hulpverlening op dit moment over te dragen naar het vrijwillig kader. Ook moet er aandacht zijn voor het contactherstel tussen de vader en de kinderen. Op dit moment is er zowel bij de kinderen als bij de moeder onvoldoende ruimte om dit op te pakken. Het is daarom van belang dat de gecertificeerde instelling daar zicht op houdt.

Gelet op het voorgaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van een jaar.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 31 maart 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 22 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.M. Kroon als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand