ECLI:NL:RBDHA:2026:10253

ECLI:NL:RBDHA:2026:10253

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-03-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer C/09/677821 / FA RK 24-9241
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Draagmoederschap. Verklaring voor recht. Gezag.

Uitspraak

Beschikking op het op 13 december 2024 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,

hierna gezamenlijk verzoekers of wensouders, dan wel afzonderlijk [verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. T.F.W. Kouwenhoven te Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag,

zetelend te Den Haag,

de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift, met bijlagen;

- de brief van de ambtenaar van 21 maart 2025;

- het F9-formulier van 30 juni 2025 van verzoekers;

- de brief van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van

17 juli 2025, met als bijlage het rapport van de Raad van 16 juli 2025 met kenmerk [kenmerk 1] ;

- het F9-formulier van 25 juli 2025 van verzoekers.

De rechtbank heeft aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Verzoekers en hun advocaat en de ambtenaar hebben hiermee ingestemd.

Verzoek

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank:

voor recht verklaart dat de geboorteakte van de minderjarige [de minderjarige 1]

, geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats 1] , Verenigde Staten van Amerika (hierna ook: VS), als afgegeven op 29 augustus 2024 en met daarop vermeld de namen van verzoekers, voor erkenning in aanmerking komt en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in het register van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag;

voor recht verklaart dat de uitspraak van de District Court van de County of

Hennepin, Minnesota, Verenigde Staten van Amerika, van 19 augustus 2024, waarbij wordt bevestigd dat de ouders van [de minderjarige 1] zijn [verzoeker 1] en de draagmoeder [de draagmoeder] , voor erkenning in aanmerking komt en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in het register van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag;

voor recht verklaart dat de uitspraak van de District Court van de County of

Hennepin, Minnesota, Verenigde Staten van Amerika, van 19 augustus 2024,

waarbij het moederschap van de draagmoeder ten aanzien van [de minderjarige 1] wordt beëindigd voor erkenning in aanmerking komt en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in het register van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag;

voor recht verklaart dat de uitspraak van de District Court van de County of

Hennepin, Minnesota, Verenigde Staten van Amerika, van 19 augustus 2024, waarbij wordt bevestigd dat de ouders van de minderjarige [de minderjarige 1] zijn verzoekers, voor erkenning in aanmerking komt en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in het register van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag;

de inschrijving gelast van de hiervoor bedoelde geboorteakte van

29 augustus 2024 van [de minderjarige 1] in de daartoe bestemde registers van de Burgerlijke Stand van Den Haag, met overname van de op die Amerikaanse geboorteakte van 29 augustus 2024 vermelde oudergegevens van verzoekers, alsmede te bepalen dat op voornoemd akte een (latere) vermelding wordt geplaatst van voornoemde drie Amerikaanse uitspraken van 19 augustus 2024, welke beslissingen de ontkenning van het moederschap van de draagmoeder, de ontkenning van het vaderschap van de partner van de draagmoeder, en de vaststelling van het ouderschap van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] betreffen;

vaststelt dat uit de uitspraken van de District Court van 19 augustus 2024

voortvloeit dat verzoekers het ouderlijk gezag ten aanzien van [de minderjarige 1] delen, althans verzoekers te belasten met het ouderlijk gezag ten aanzien van [de minderjarige 1] , alsmede de griffier te gelasten een afschrift van deze beschikking te doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van het gezamenlijk gezag van verzoekers ten aanzien van [de minderjarige 1] ,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaar bij voorraad verklaring.

Feiten

“I, [naam 1] , spouse of [de draagmoeder] , Gestational Carrier, who is to become a Gestational Carrier and bear a child conceived by the fertilization of a donor’s eggs with Intented Fathers’ sperm pursuant to a gestational carrier agreement, expressly withhold and refuse to consent to any in vitro fertilization and/or embryo transfer procedures in connection with the Gestational Carrier Agreement into which I and my wife have entered. I recognize and intend that by refusing to consent to the fertilization and transfer, I cannot be declared or considered to be the legal father of Child conceived by the procedures pursuant to Minnesota’s artificial insemination statute, Minn. Stat. §257.56, or any other relevant artificial insemination statute, either expressly or by analogy.”

- De wensouders, beiden van het mannelijk geslacht, hebben een geregistreerd partnerschap. De akte van partnerschapsregistratie is op [datum] 2020 opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van [plaats] .

- Volgens de uittreksels uit de Basisregistratie Personen (BRP) hebben de wensouders de Nederlandse nationaliteit.

- De wensouders kunnen hun kinderwens niet op eigen kracht realiseren. Zij hebben voor hoogtechnologisch draagmoederschap gekozen.

- Voor het draagmoederschapstraject is gebruikgemaakt van de ivf-kliniek “San Diego Fertility Center”.

- De draagmoeder, [de draagmoeder] , is Amerikaans burger. Zij is gehuwd met [naam 1] . Hij is ook Amerikaans burger.

- De wensouders en de draagmoeder hebben in de VS onafhankelijk juridisch advies ontvangen van hun eigen advocaat, waarin zij zijn gewezen op hun rechten, verantwoordelijkheden en verplichtingen op basis van de bestaande wetgeving in de VS.

- De wensouders en de draagmoeder hebben voorafgaand aan de zwangerschap een draagmoederschapsovereenkomst “Gestational Carrier Agreement” opgesteld. Deze overeenkomst, ondertekend op 1 november 2023, bevat een “Refusal of Consent” van de partner van de draagmoeder. Hij verklaart hierbij het volgende:

- De draagmoeder is na een ivfbehandeling door voornoemde kliniek in verwachting geraakt. Er is daarbij op 27 november 2023 een embryo bij de draagmoeder geplaatst, waarbij er gebruik is gemaakt van een zaadcel van [verzoeker 1] en een eicel van eiceldonatrice “NPR”. Dit blijkt uit de “Affidavit” van de ivf-arts Said T. Daneshmand M.D. van 10 december 2024.

- De wensouders hebben met de eiceldonatrice en haar partner in oktober 2020 een “Open Egg Donation Agreement” opgesteld. De eiceldonatrice wordt in deze overeenkomst aangeduid als [eiceldonatrice] #NPR (“Donor”) en haar partner als [naam 2] #NPR (“Husband”). De volledige naam van de eiceldonatrice is [eiceldonatrice] .

- De draagmoeder heeft voorafgaand en gedurende het traject de mogelijkheid gehad tot psychologische bijstand. Voor de draagmoeder was medische zorg geregeld.

- Op [geboortedatum 1] 2024 is uit de draagmoeder geboren [de minderjarige 1] te [geboorteplaats 1] , VS.

- Op 14 augustus 2024 is een “Certificate of Birth” opgemaakt waarbij als ouders van [de minderjarige 1] de draagmoeder en haar echtgenoot staan geregistreerd.

- Op 19 augustus 2024 heeft de “District Court Fourth Judicial District Juvenile- Family Court Division, County of Hennepin, Minnesota”, VS, een drietal beslissingen gegeven.

- In de eerste beslissing – voorzien van apostille – “FINDINGS OF FACT, CONCLUSIONS OF LAW, AND ORDER FOR JUDGMENT” is onder meer het volgende overwogen:“(…)JUDGMENT

1. Paternity . [verzoeker 1] is hereby declared to be the genetic and legal father of the minor child, [de minderjarige 1] , born on [geboortedatum 1] , 2024 in [geboorteplaats 1] . [naam 1] is hereby declared not to be the genetic or legal father of the minor child, and any existing presumption of paternity and/or legal rights that he may have to the minor child are hereby expressly and immediately terminated from the date of this order forward. 2. Maternity . [de draagmoeder] is hereby declared to be the birth and legal mother and guardian of the minor child, [de minderjarige 1] , born on [geboortedatum 1] , 2024 in [geboorteplaats 1] from birth to the date of this order.

(…)

4. Custody . (…) As of the date of this order, sole legal and sole physical custody of said minor child are hereby immediately awarded to [verzoeker 1] , and he is hereby expressly authorized to remove the minor child from Minnesota in order to return to his home in Voorschoten, the Netherlands with said child immediately.

(…)

8. Birth Certificate . It is further adjudged and decreed that all Hennepin County court personnel and the Minnesota Department of Health are each hereby expressly ordered and authorized to immediately enter, file, complete, sign, stamp, certify, and deliver tot [naam 3] , Esq., her authorized designated representative, [verzoeker 1] or [verzoeker 2] any and all court orders and other documents necessary to create on an expedited basis a birth record for the child reflecting the child’s name as “ [de minderjarige 1] , “the father’s name as “ [verzoeker 1] ”(DOB: [geboortedatum 2] , 1986), the father’s birthplace as “ [geboorteplaats 2] , the Netherlands,” the mother’s name as “ [de draagmoeder] ,”the mother’s last name before first marriage as “ [meisjesnaam] (last name)” (DOB: [geboortedatum 3] , 1989), and the mother’s birthplace as “ [geboorteplaats 3] .”

(...)”

- In de tweede beslissing – voorzien van apostille – “FINDINGS OF FACT, CONCLUSIONS OF LAW, AND ORDER FOR JUDGMENT TO TERMINATE PARENTAL RIGHTS PURSUANT TO MINN. STAT. 260C.301, SUBD. 1 (A)” is onder meer het volgende overwogen:

“(…) CONCLUSIONS OF LAW

(…) 1. Termination of Parental Rights. [de draagmoeder] ’s legal parental rights and obligations to the minor child, [de minderjarige 1] , are hereby completely, immediately, and permanently terminated.

2. Award of Custody. Sole legal and sole physical custody of the minor child, [de minderjarige 1] , is hereby awarded to [verzoeker 1] as his genetic and legal father and he is hereby authorized to remove the minor child from Minnesota in order to return to his home in Voorschoten, the Netherlands with said child immediately.

3. Birth Certifcate. It is further adjudged and decreed that all Hennepin County court personnel and the Minnesota Department of Health are each hereby expressly ordered and authorized to immediately enter, file, complete, sign, stamp, certify, and deliver to [naam 3] , Esq., her authorized designated representative, [verzoeker 1] , or [verzoeker 2] any and all court orders and other documents necessary to create on an expedited basis birth record for the child reflecting the child’s name as “ [de minderjarige 1] ,” the father’s name as “ [verzoeker 1] ”(DOB: [geboortedatum 2] , 1986), and the father’s birthplace as “ [geboorteplaats 2] , the Netherlands.”

For/on the replacement birth record, remove all information related to the birth mother, “ [de draagmoeder] ”, pending completion of a second parent adoption in this matter and list no one as the mother.”

- In de derde beslissing – voorzien van apostille – “JUDGMENT” is onder meer het volgende overwogen:

“(…) A MINOR CHILD

(…)

Now, pursuant to said order and on the motion of [naam 3] , attorney for

Petitioners, it is hereby adjudged and decreed that from and after the date hereof, the said child, having been given the name [de minderjarige 1] by Petitioners, shall be deemed and taken to be the child and heir of the Petitioners above-named in all respects, the same as though born to them in lawful wedlock.

(…)

It is further adjudged and decreed that all Hennepin County court personnel and the Minnesota Department of Health are each hereby expressly ordered and authorized to immediately enter, file, complete, sign, stamp, certify, and deliver tot [naam 3] , Esq., her authorized designated representative, [verzoeker 1] or [verzoeker 2] any and all court orders and other documents necessary to create on an expedited basis a birth record for the child reflecting the child’s name as “ [de minderjarige 1] ,”the father’s name as “ [verzoeker 1] ”(DOB: [geboortedatum 2] , 1986), the father’s birthplace as “ [geboorteplaats 2] , the Netherlands.” the second father’s name as “ [verzoeker 2] ”(DOB: [geboortedatum 4] , 1985), the second father’s last name before first marriage as “ [verzoeker 2] (last name),” and the second father’s birthplace as “ [geboorteplaats 4] , the Netherlands.”

(…)”

- Naar aanleiding van voornoemde beslissingen is op 28 augustus 2024 een “Certificate of Birth” opgemaakt – voorzien van apostille – waarbij de

draagmoeder en [verzoeker 1] als ouders van [de minderjarige 1] staan geregistreerd.

- Vervolgens is, ook naar aanleiding van voornoemde beslissingen en op

28 augustus 2024, een “Certificate of Birth”opgemaakt – voorzien van apostille – waarbij alleen [verzoeker 1] als ouder van [de minderjarige 1] staat geregistreerd.

- Naar aanleiding van voornoemde beslissingen is op 29 augustus 2024 een “Certificate of Birth” opgemaakt – voorzien van apostille – waarbij verzoekers als ouders van [de minderjarige 1] geregistreerd staan.

- Op 11 september 2024 is een Amerikaans paspoort voor [de minderjarige 1] afgegeven waaruit blijkt dat hij de Amerikaanse nationaliteit heeft.

- Op 28 september 2024 is een Nederlands paspoort voor [de minderjarige 1] afgegeven.

- De Raad heeft in zijn rapport van 16 juli 2025, met kenmerk [kenmerk 1] , geadviseerd de verzoeken van verzoekers toe te wijzen.

- Uit een overgelegd DNA-onderzoek van Verilabs van 9 oktober 2024 blijkt met een waarschijnlijkheid van meer dan 99,9% dat [verzoeker 1] de biologische vader is van [de minderjarige 1] .

- De wensouders verzorgen en voeden [de minderjarige 1] sinds zijn geboorte op.

- De wensouders zijn ook de ouders van [de minderjarige 2] , die eveneens na een draagmoederschapstraject ter wereld is gekomen. [de minderjarige 2] is geboren uit dezelfde draagmoeder als [de minderjarige 1] , na een traject waarbij ook gebruik is gemaakt van dezelfde eiceldonatrice. Juridische beslissingen omtrent [de minderjarige 2] zijn bij beschikking van deze rechtbank van 29 april 2024 genomen.

Beoordeling

Rechtsmacht

De rechtbank heeft op grond van artikel 3 onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht om van de verzoeken kennis te nemen, nu verzoekers hun woonplaats in Nederland hebben.

De positie van de draagmoeder en haar partner

De draagmoeder en haar partner kunnen in beginsel als belanghebbenden als bedoeld in artikel 798 Rv worden aangemerkt. De rechtbank zal de draagmoeder en haar partner evenwel niet als belanghebbenden aanmerken, omdat – zoals hieronder nog zal worden overwogen – het draagmoederschapstraject met de nodige zorgvuldigheid is doorlopen, waarbij de belangen van de draagmoeder in acht zijn genomen. Bij de Amerikaanse beslissingen is bepaald dat verzoekers de enige wettelijke ouders zijn van [de minderjarige 1] en dat zij de zorg voor hem dragen vanaf de geboorte. Uit de draagmoederschapsovereenkomst blijkt dat de draagmoeder – samengevat – instemt met het feit dat verzoekers de juridische ouders over [de minderjarige 1] worden. De rechtbank zal verdere oproeping dan ook achterwege laten.

Verklaringen voor recht

Verzoekers verzoeken verklaringen voor recht af te geven dat de Amerikaanse geboorteakte van [de minderjarige 1] waarop verzoekers beiden als de ouders staan geregistreerd, opgemaakt op 29 augustus 2024, en de drie Amerikaanse beslissingen van 19 augustus 2024, in Nederland van rechtswege worden erkend en naar hun aard vatbaar zijn voor opname in een Nederlands register van de burgerlijke stand.

Toepasselijk recht

Nu wordt verzocht om voor recht te verklaren dat de Amerikaanse geboorteakte, waarop beide verzoekers als ouders vermeld staan, en de daarbij behorende Amerikaanse beslissingen voor erkenning in aanmerking komen en naar hun aard vatbaar zijn voor opneming in het register van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag, zal de rechtbank het Nederlandse recht toepassen.

Juridisch kader

Op grond van artikel 1:26 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan een ieder die daarbij een gerechtvaardigd belang heeft de rechtbank verzoeken een verklaring voor recht af te geven dat een op hem betrekking hebbende, buiten Nederland opgemaakte akte of gedane uitspraak overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand.

Het belang van het verzoek is erin gelegen dat verzoekers in Nederland als de wettige ouders van [de minderjarige 1] zullen worden erkend en geregistreerd. Dit is een gerechtvaardigd belang zodat aan verzoekers een beroep op artikel 1:26 BW toekomt.

Uit de door de ambtenaar overgelegde brief maakt de rechtbank op dat waar het gaat om erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen familierechtelijke betrekkingen, de ambtenaar zich refereert aan het oordeel van de rechtbank. Ook ten aanzien van de toetsing van de voorwaarden in het kader van het traject van draagmoederschap refereert de ambtenaar zich aan het oordeel van de rechtbank. De ambtenaar heeft wel een standpunt ingenomen ten aanzien van de stelling van verzoekers dat de buitenlandse geboorteakte waarin twee vaders vermeld staan, kan worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand nu – samengevat – de geboortemoeder daarop ontbreekt. Dit standpunt zal hieronder onder het kopje “Amerikaanse geboorteakte en Amerikaanse beslissingen vatbaar voor opname in de registers van de burgerlijke stand?” worden besproken.

Erkenning Amerikaanse beslissingen

De rechtbank zal eerst beoordelen of de uit de Amerikaanse beslissingen voortvloeiende, uit hoofde van afstamming vastgestelde, familierechtelijke rechtsbetrekkingen hier te lande van rechtswege worden erkend. De rechtbank zal in dit kader de in boek 10 BW geplaatste erkenningsregeling (naar analogie) toepassen op de afstammingsrechtelijke gevolgen van draagmoederschap.

Op grond van artikel 10:100 lid 1 BW wordt een buitenslands tot stand gekomen onherroepelijke rechterlijke beslissing waarbij familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming zijn vastgesteld of gewijzigd in Nederland van rechtswege erkend, tenzij:

a. er voor de rechtsmacht van de rechter kennelijk onvoldoende aanknoping bestond met de rechtssfeer van dat land;

b. aan die beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan, of;

c. de erkenning van die beslissing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.

De erkenning van de beslissing kan, ook wanneer daarbij een Nederlander betrokken is, niet wegens onverenigbaarheid met de openbare orde worden geweigerd op de enkele grond dat daarop een ander recht is toegepast dan uit deze titel zou zijn gevolgd (lid 2).

Uitgangspunt van de wet is dat de Amerikaanse beslissingen waarbij familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming zijn vastgesteld tussen verzoekers en [de minderjarige 1] worden erkend. Dit is slechts anders indien er voor de rechtsmacht van de rechter kennelijk onvoldoende aanknoping bestond met de rechtssfeer van dat land, aan de beslissingen geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan of de erkenning van de beslissingen onverenigbaar is met de openbare orde.

De rechtbank is gelet op de Amerikaanse beslissingen van oordeel dat sprake is geweest van behoorlijk onderzoek en rechtspleging. Nu het draagmoederschap in de Verenigde Staten van Amerika heeft plaatsgevonden en de draagmoeder daar woonachtig is, kan niet worden geoordeeld dat er voor de rechtsmacht van de Amerikaanse rechter kennelijk onvoldoende aanknoping bestond. In deze zaak gaat het om de vraag of de openbare orde zich verzet tegen erkenning van de in het buitenland tot stand gekomen familierechtelijke betrekkingen zoals vastgesteld in de Amerikaanse beslissingen.

Openbare orde exceptie: zorgvuldig draagmoederschapstraject?

De rechtbank acht het in het kader van de openbare ordetoets van belang om te oordelen of het in het buitenland gevolgde traject van draagmoederschap zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Dit gelet op de ingrijpende gevolgen van draagmoederschap voor de rechten en verplichtingen van zowel het kind, de draagmoeder als de wensouders in kwestie. Nu de wensouders in de Amerikaanse beslissingen als ouders van [de minderjarige 1] zijn aangemerkt en nu uit DNA-onderzoek is gebleken dat [verzoeker 1] de genetische vader is van [de minderjarige 1] , dient hierbij naar het oordeel van de rechtbank met name te worden gekeken of de belangen van het kind, de draagmoeder en de eiceldonatrice voldoende in acht zijn genomen. Hierbij zijn de aanbevelingen van de Staatscommissie Herijking Ouderschap zoals opgenomen in het adviesrapport ‘Kind en ouders in de 21e eeuw’ van 7 december 2016 van belang en de door het kabinet in zijn brief van 12 juli 2019 (kamerstukken TK 2018/2019, 33836, nr. 45) geformuleerde waarborgen om het traject zorgvuldig en transparant te laten verlopen en zoveel mogelijk rechtszekerheid te bieden aan de draagmoeder, de eiceldonatrice, de wensouders en het kind.

Hieruit volgt dat het voor kinderen van groot belang is om te (kunnen) achterhalen uit wie zij zijn geboren, van wie zij genetisch afstammen en onder welke omstandigheden zij zijn ontstaan en geboren. Het recht van het kind om zijn of haar afstamming te kennen is een mensenrecht dat is opgenomen in artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).

Op grond van de overgelegde stukken komt de rechtbank tot het oordeel dat het draagmoederschapstraject dat verzoekers in Minnesota in de VS hebben doorlopen zorgvuldig heeft plaatsgevonden. De naam van de draagmoeder en haar contactgegevens zijn bekend. Verzoekers hebben regelmatig contact met de draagmoeder en haar partner. Zij zijn ook al bij verzoekers in Nederland op vakantie geweest. Ook de naam van de eiceldonatrice is bij verzoekers bekend, zij is dezelfde eiceldonatrice als ten tijde van het eerder bij [de minderjarige 2] gevolgde traject. Met de eiceldonatrice zijn verzoekers een “Open Egg Donation Agreement” aangegaan. In artikel 17 van deze overeenkomst gaat de eiceldonatrice ermee akkoord dat [de minderjarige 1] dan wel verzoekers in de toekomst contact met haar kunnen opnemen, maar ook de ivf-kliniek “San Diego Fertility Center”. Voorts hebben verzoekers via deze kliniek de gegevens van de eiceldonatrice, waaronder naam, e-mailadres en telefoonnummer ontvangen. [de minderjarige 1] kan in de toekomst dan ook in contact met de draagmoeder en de eiceldonatrice komen. Voor hem is zijn volledige ontstaansgeschiedenis te achterhalen. Omdat de ontstaansgeschiedenis van [de minderjarige 1] gelijk is aan de ontstaansgeschiedenis van zijn broer [de minderjarige 2] , kunnen de wensouders de broers op dit punt vergelijkbaar voorlichten.

Zoals hierboven onder de feiten al is weergegeven, hebben de wensouders en de draagmoeder daarnaast in de VS onafhankelijk juridisch advies ontvangen van hun eigen advocaat. De draagmoeder heeft gedurende het traject de mogelijkheid gehad tot psychologische bijstand en voor haar was eveneens medische zorg geregeld. Uit de met de eiceldonatrice gesloten overeenkomst blijkt dat zij onder andere een medische en psychologische evaluatie heeft gehad en juridische bijstand.

Gebleken is dat het juridisch ouderschap van verzoeker [verzoeker 1] vanaf de geboorte van [de minderjarige 1] is vastgesteld op grond van de beslissingen van de “District Court Fourth Judicial District Juvenile-Family Court Division, County of Hennepin, Minnesota”, VS, van 19 augustus 2024, een en ander in overeenstemming met de wetgeving van Minnesota, VS. De rechtbank kwalificeert deze Amerikaanse beslissingen als een ‘ontkenning van het moederschap’ van de draagmoeder, een ontkenning van het vaderschap van de partner van de draagmoeder en een vaststelling van het ouderschap van de biologische vader [verzoeker 1] . Verzoeker [verzoeker 2] heeft blijkens deze beslissingen als partner van de biologische vader in het juridisch ouderschap door middel van een adoptie gedeeld. Hoewel de Nederlandse wet niet de ontkenning van het moederschap kent van de moeder, uit wie het kind geboren is - de ‘geboortemoeder’ -, kent de wet wel de mogelijkheid om de familierechtelijke betrekking met de geboortemoeder te beëindigen, namelijk langs de weg van adoptie. Het enkele feit dat een beslissing van een buitenlandse rechter niet overeenstemt met bepalingen uit het Nederlands recht, is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van onverenigbaarheid met de openbare orde.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat alle drie de Amerikaanse beslissingen van 19 augustus 2024 ten aanzien van [de minderjarige 1] , waarbij de familierechtelijke betrekkingen tussen [de minderjarige 1] en de wensouders zijn vastgesteld, in Nederland kunnen worden erkend.

Erkenning Amerikaanse geboorteakte

Voor de vraag of de Amerikaanse geboorteakte van [de minderjarige 1] kan worden erkend, zal de rechtbank ook de in boek 10 BW geplaatste erkenningsregeling naar analogie toepassen. De rechtbank zal hierbij uitgaan van de geboorteakte van 29 augustus 2024 (hierna: de vervangende geboorteakte), waarin verzoekers als ouders zijn opgenomen.

In artikel 10:101 lid 1 BW is, voor zover hier van belang, de in artikel 10:100 leden 1, onder b en c, 2 en 3 BW opgenomen erkenningsregeling van overeenkomstige toepassing verklaard op buitenslands tot stand gekomen rechtsfeiten of rechtshandelingen, waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte.

De rechtbank stelt vast dat voor [de minderjarige 1] een Amerikaanse vervangende geboorteakte is opgemaakt, waarin de wensouders – overeenkomstig de Amerikaanse beslissingen die in Nederland worden erkend – als ouders zijn opgenomen. Niet in geschil is dat dit door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is gedaan. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten voor het oordeel dat aan deze rechtshandelingen geen behoorlijk onderzoek is voorafgegaan. Daarom gaat het ook ten aanzien van deze Amerikaanse geboorteakte om de vraag of erkenning van de uit de Amerikaanse geboorteakte voortvloeiende afstammingsrelaties kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde, zoals bedoeld in artikel 10:100 lid 1 sub c BW.

Openbare orde exceptie?

Uit artikel 10:101 lid 1 BW juncto artikel 10:100 lid 2 BW volgt dat de erkenning van de buitenlandse akte, ook wanneer daarbij een Nederlander betrokken is, niet wegens onverenigbaarheid met de openbare orde kan worden geweigerd op de enkele grond dat daarop een ander recht is toegepast dan uit deze titel zou zijn gevolgd. Als uitgangspunt geldt dat het enkele feit dat het van rechtswege ontstaan van een familierechtelijke betrekking tussen [de minderjarige 1] en verzoekers niet overeenstemt met de huidige bepalingen uit het Nederlands recht, onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van onverenigbaarheid met de openbare orde.

Uitgangspunt is dat de buitenlandse akte dient te worden erkend. Het feit dat naar het recht van de VS de wensouders als juridische ouders op de geboorteakte zijn geregistreerd, is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van onverenigbaarheid met de openbare orde. Dat er sprake is van kennelijke onverenigbaarheid met de openbare orde, zoals opgenomen in artikel 10:100 lid 1 sub c BW, mag niet snel worden aangenomen. De exceptie van de Nederlandse openbare orde – waaronder kunnen worden verstaan de beginselen van waarden van juridische, sociale of morele aard, die in de eigen rechtsorde fundamenteel worden geacht – mag slechts als ultimum remedium worden ingezet. Met andere woorden: er moet sprake zijn van zulke fundamentele waarden, waarmee dat toepasselijke buitenlands recht strijdig is, dat dit recht niet wordt toegepast. Bij fundamentele waarden en normen uit de Nederlandse rechtsorde moet bijvoorbeeld gedacht worden aan het beginsel van non-discriminatie, de gelijke behandeling van man en vrouw en het recht op bescherming van het privé- en gezinsleven. Daarom wordt alleen in uitzonderlijke gevallen erkenning onthouden aan een buitenlandse akte wegens onverenigbaarheid met de openbare orde. De invulling van de vraag of sprake is van strijd met de openbare orde wordt bovendien beïnvloed door ontwikkelingen in de maatschappij en de rechtspraak.

Uit de Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 1995/96, 24649, nr. 3 (hierna: MvT), blijkt dat de wetgever destijds, bij het bepalen van de term “moeder” van het kind ook heeft stilgestaan bij de bijzondere wijzen van voortplanting. De MvT zegt daarover op pagina 7:

“De moeder van het kind is de vrouw die het kind heeft gebaard, ook als het genetische materiaal waaruit het kind is ontstaan, niet van haar afkomstig is. Het gaat mij te ver om, nu er technische mogelijkheden tot embryodonatie zijn voor alle gevallen het vaste uitgangspunt ten aanzien van het moederschap te vervangen door een vermoeden van moederschap dat zonodig door de vrouw die het kind heeft gebaard of het kind en eventueel door de vader kan worden ontkracht. Het gegeven dat de vrouw op deze wijze een kind wilde krijgen, de zwangerschap en de geboorte vormen voor deze opvatting voldoende grondslag.” Er is destijds, dus al in 1995, door de wetgever nagedacht over een mogelijkheid om het vaste uitgangspunt dat de moeder van het kind altijd de vrouw is uit wie het kind geboren is, te verlaten. Daar is weliswaar vanaf gezien, maar het idee dat de moeder een ander kan zijn, was geaccepteerd.

Hoewel destijds is afgezien van het aanpassen van de wet worden wel al stappen gezet om dat later mogelijk alsnog te doen, ingegeven door de toename van het aantal kinderen dat geboren wordt middels hoogtechnologisch draagmoederschap. Op dit moment is er een wetsvoorstel aanhangig, namelijk het “Wetsvoorstel Wet kind, draagmoederschap en afstamming” (36390). De rechtbank verwijst in dit kader ook naar de Memorie van Toelichting behorende bij dit wetsvoorstel. Hierin wordt een regeling getroffen waarin de wensouders vanaf de geboorte als ouders op de geboorteakte staan vermeld. In de toelichting wordt vermeld dat de Nederlandse openbare orde zich niet langer verzet tegen het niet vermeld staan van een geboortemoeder op de geboorteakte. Wel moet de identiteit van de geboortemoeder op termijn voor het betrokken kind te achterhalen zijn. Dit geldt ook voor de overige gegevens betreffende de genetische afstamming, zoals die van de eiceldonatrice.

Uit het voorgaande blijkt dat ook in Nederland zelf de opvattingen over wie als ouder op een geboorteakte moet worden vermeld, zijn veranderd en dat wordt gewerkt aan een wetsvoorstel dat het mogelijk maakt dat – net zoals op de geboorteakte van [de minderjarige 1] – op de geboorteakte geen geboortemoeder staat, maar in haar plaats een wensouder. Dat alleen al is naar het oordeel van de rechtbank voldoende om te oordelen dat een dergelijke geboorteakte niet strijdig is met de Nederlandse openbare orde.

Dit alles maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de (vervangende) geboorteakte van [de minderjarige 1] , met de daarin vastgelegde familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming, van rechtswege in Nederland kan worden erkend.

Zijn de Amerikaanse rechterlijke beslissingen en de Amerikaanse geboorteakte naar hun aard vatbaar voor opname in de registers van de burgerlijke stand?

De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat de Amerikaanse beslissingen overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie zijn opgemaakt of gedaan en dat de daarin neergelegde familierechtelijke betrekkingen naar hun aard in zijn algemeenheid vatbaar zijn voor opname in een Nederlands register van de burgerlijke stand.

De ambtenaar is van mening dat de eerste Amerikaanse geboorteakte met daarin de geboortemoeder en haar echtgenoot en waarin [de minderjarige 1] is opgenomen met de geslachtsnaam [geslachtsnaam] , het best vatbaar is voor opname in het register van de burgerlijke stand. Ten aanzien van de (vervangende) geboorteakte, waaruit niet blijkt op welke wijze het ouderschap van verzoekers tot stand is gekomen, merkt de ambtenaar op dat hij evenwel bekend is met de rechtspraak van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat de Amerikaanse vervangende geboorteakte naar zijn aard vatbaar is voor opname in het register van geboorte van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag. De rechtbank verwijst hierbij naar haar uitgebreide overwegingen in eerdere jurisprudentie, waaronder de uitspraak van deze rechtbank van 29 april 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:6851). Bij inschrijving van een buitenlandse geboorteakte kunnen alle stappen die zijn gezet in het draagmoederschapstraject door het betreffende kind worden achterhaald. Immers, de in dat kader op te maken Nederlandse akte van inschrijving vermeldt ook de buitenlandse beslissing die mede aan de in te schrijven akte ten grondslag ligt alsmede de Nederlandse beschikking waarbij die inschrijving is gelast.

Uit het voorgaande volgt dat de verzochte verklaringen onder I., II., III. en IV. worden toegewezen.

Het gelasten van de ambtenaar tot inschrijving van de Amerikaanse vervangende geboorteakte in de daartoe bestemde registers van de Burgerlijke Stand alsmede te bepalen dat de ambtenaar op deze geboorteakte een vermelding plaatst van de Amerikaanse beslissingen

Toepasselijk recht

Nu wordt verzocht de ambtenaar te gelasten de Amerikaanse vervangende geboorteakte en de Amerikaanse beslissingen in te schrijven in het Nederlandse register van geboorten, zal de rechtbank het Nederlandse recht toepassen.

Juridisch kader

Op grond van artikel 1:26b BW in samenhang gelezen met artikel 1:25 lid 1 BW kan de rechtbank de inschrijving gelasten van een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte van geboorte in het register van geboorten van de gemeente Den Haag, indien de akte een persoon betreft die op het ogenblik van het verzoek Nederlander is.

Artikel 1:20b BW bepaalt – voor zover hier van belang – dat op verzoek van een belanghebbende dan wel ambtshalve van akten en uitspraken die buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie zijn opgemaakt of gedaan en een overeenkomstige uitwerking hebben als de akten en rechterlijke uitspraken, bedoeld in artikel 1:20 BW, door de ambtenaar van de burgerlijke stand een latere vermelding wordt toegevoegd aan de desbetreffende in de registers van de burgerlijke stand hier te lande voorkomende geboorteakte, tenzij de Nederlandse openbare orde zich hiertegen verzet.

De rechtbank oordeelt als volgt. In het voorgaande is al vastgesteld dat de Amerikaanse vervangende geboorteakte van [de minderjarige 1] en de Amerikaanse beslissingen in Nederland kunnen worden erkend. Daarmee worden de familierechtelijke betrekkingen tussen verzoekers en [de minderjarige 1] erkend. Dit betekent dat op grond van de Amerikaanse geboorteakte en Amerikaanse beslissing verzoekers de juridische ouders van [de minderjarige 1] zijn. Daarmee stamt [de minderjarige 1] af van Nederlandse ouders, zodat hij de Nederlandse nationaliteit aan hen ontleent. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarde voor inschrijving van de geboorteakte in het Nederlandse register.

Zoals hiervoor is vastgesteld, betreffen de Amerikaanse beslissingen een ‘ontkenning van het moederschap’ van de draagmoeder, een ontkenning van het vaderschap van de partner van de draagmoeder, een vaststelling van het ouderschap van [verzoeker 1] en een adoptie door [verzoeker 2] , zodat deze beslissingen overeenkomen met een Nederlandse rechterlijke uitspraak zoals bedoeld in artikel 1:20 BW.

Verzoekers hebben verzocht op de in te schrijven geboorteakte de Amerikaanse beslissingen als latere vermelding te plaatsen. De rechtbank stelt vast dat het doel van dit verzoek is dat een vermelding van de buitenlandse beslissingen op de (nog in te schrijven) geboorteakte van [de minderjarige 1] wordt gemaakt, zodat de ontstaansgeschiedenis voor [de minderjarige 1] inzichtelijk en steeds te achterhalen zal zijn. Het betreft daarmee niet noodzakelijkerwijs een latere vermelding. Het is aan de ambtenaar om de wijze van vermelding te bepalen. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen in die zin dat de ambtenaar wordt gelast een (latere) vermelding te plaatsen op de geboorteakte van [de minderjarige 1] .

Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank het verzoek onder V. zal toewijzen als in het dictum nader bepaald.

Gezag

Verzoekers verzoeken vast te stellen dat uit de Amerikaanse beslissingen voortvloeit dat zij het gezamenlijk ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] uitoefenen. De rechtbank begrijpt dit verzoek als een verzoek om voor recht te verklaren dat zij het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] uitoefenen.

Toepasselijk recht

Nu de beslissing niet in een EU-lidstaat is gegeven en evenmin in een staat die partij is bij het HKBV 1996, noch de verordening Brussel II-ter, noch het HKBV 1961, dient de rechtbank eerst vast te stellen welk recht van toepassing is op de vraag of de Amerikaanse (gezags)beslissing voor erkenning in aanmerking komt. In dit geval dient te worden teruggevallen op het nationale internationaal privaatrecht om de erkenningsvraag te beantwoorden. De regel omtrent de erkenning is in het Nederlandse recht ongeschreven. Zij houdt in dat een beslissing in Nederland voor erkenning in aanmerking komt indien voldaan is aan vier cumulatieve vereisten:

1. de bevoegdheid van de rechter die de beslissing heeft gegeven, berust op een bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is (waarbij aansluiting kan worden gezocht bij de bevoegdheidsgronden uit de verordening Brussel IIter of het HKBV 1996);

2. de buitenlandse beslissing is tot stand gekomen in een gerechtelijke procedure die voldoet aan de eisen van een behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging (zoals bedoeld in artikel 6 EVRM);

3. de erkenning van de buitenlandse beslissing is niet in strijd met de Nederlandse openbare orde;

4. de buitenlandse beslissing is niet onverenigbaar met een tussen dezelfde partijen gegeven beslissing van de Nederlandse rechter, dan wel met een eerdere beslissing van een buitenlandse rechter die tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust, mits die eerdere beslissing voor erkenning in Nederland vatbaar is.

De rechtbank is van oordeel dat de Amerikaanse beslissingen, waarin de ouderlijke rechten van de draagmoeder en haar partner zijn beëindigd en verzoekers als de ouders van [de minderjarige 1] zijn aangemerkt, aan alle vier de hiervoor omschreven vereisten voldoen. Zoals hiervoor is overwogen, heeft het draagmoederschapstraject in de VS plaatsgevonden en is de draagmoeder in de VS woonachtig. De bevoegdheid van de Amerikaanse rechtbank berust derhalve op een bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is. Zoals reeds is overwogen, zijn er geen aanwijzingen dat aan de Amerikaanse beslissingen kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan. Verder is niet gebleken dat de erkenning van de beslissing van de Amerikaanse rechtbank in strijd is met de Nederlandse openbare orde of dat er sprake is van een tussen partijen gegeven beslissing van de Nederlandse rechter dan wel van een eerdere beslissing van een buitenlandse rechter die tussen partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust.

Voorts is in de draagmoederschapsovereenkomst ook opgenomen dat de (beoogde) ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid over het kind zullen dragen.

Het voorgaande betekent dat met de beslissing van de Amerikaanse rechtbank waarin verzoekers als de juridisch ouders van [de minderjarige 1] worden aangemerkt, verzoekers met het gezag over [de minderjarige 1] zijn belast, welke beslissing in Nederland wordt erkend.

Op grond van artikel 2 aanhef en onder c van het Besluit gezagsregisters komen strikt genomen alléén buitenlandse beslissingen die van rechtswege (dus op grond van artikel 23 Haags kinderbeschermingsverdrag 1996, artikel 7 van het oudere Haags kinderbeschermingsverdrag van 1961, artikel 21 verordening Brussel II-bis of artikel 30 Brussel II ter), dus zonder dat daartoe enigerlei procedure vereist is, kunnen worden erkend, voor inschrijving in het gezagsregister in aanmerking. Uit de nota van toelichting bij het (gewijzigde) Besluit gezagsregisters volgt dat deze keuze is gemaakt, omdat in de praktijk de behoefte wordt gevoeld om ook buitenlandse beslissingen in het gezagsregister te vermelden. De reden dat alleen beslissingen die van rechtswege worden erkend in het Besluit zijn opgenomen ziet er uitsluitend op dat ten aanzien van die beslissingen geen inhoudelijke toets aangaande de erkenning hoeft te worden uitgevoerd, zodat de griffiers van de verschillende rechtbanken in staat kunnen worden geacht deze aantekening te verwerken.

In de praktijk wordt evenwel een gelijke behoefte gevoeld om buitenlandse beslissingen in het gezagsregister te vermelden waarvan de erkenning door de Nederlandse rechter is uitgesproken. Ook nadat de Nederlandse rechter in een uitspraak inhoudelijk heeft getoetst of de betreffende buitenlandse beslissing voor erkenning in aanmerking komt, kunnen de griffiers van de verschillende rechtbanken in staat worden geacht de aantekening van die buitenlandse gezagsbeslissing in combinatie met de Nederlandse erkenningsbeslissing te verwerken. De rechtbank ziet dan ook aanleiding artikel 2 aanhef en onder c van het Besluit gezagsregisters analoog toe te passen en zal de griffier gelasten om deze uitspraak, als die onherroepelijk is geworden, aan het gezagsregister toe te zenden zodat er een aantekening van de Amerikaanse beslissingen van 19 augustus 2024 en van deze beschikking in het gezagsregister kan worden gemaakt.

Het verzoek onder VI. wordt toegewezen als in het dictum nader bepaald.

Uitvoerbaar bij voorraadverklaring

De aard van de beslissingen verzet zich tegen uitvoerbaar verklaring bij voorraad, zodat het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

*

verklaart voor recht dat de Amerikaanse (vervangende) geboorteakte van [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats 1] , Verenigde Staten van Amerika, waarop verzoekers als ouders worden vermeld, van rechtswege in Nederland wordt erkend en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in het register van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag;

*

verklaart voor recht dat de drie uitspraken van de District Court van de County of Hennepin, Minnesota, Verenigde Staten van Amerika, van 19 augustus 2024, waarbij familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming tussen verzoekers en [de minderjarige 1] zijn vastgesteld van rechtswege in Nederland worden erkend en naar hun aard vatbaar zijn voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand;

*

gelast de inschrijving in het register van geboorten van de gemeente Den Haag van de door de bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften in Minnesota, Verenigde Staten van Amerika, opgemaakte geboorteakte van:

- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats 1] , Verenigde Staten van Amerika, state file nummer [kenmerk 2] , opgemaakt op 29 augustus 2024, waarop de wensouders als de ouders staan geregistreerd en waarvan een fotokopie aan deze beschikking is gehecht;

*

bepaalt dat de ambtenaar op voornoemde akte een (latere) vermelding plaatst van voornoemde Amerikaanse beslissingen, welke beslissingen de ontkenning van het moederschap van de draagmoeder, de ontkenning van het vaderschap van de partner van de draagmoeder en de vaststelling van het ouderschap van [verzoeker 1] en een adoptie door [verzoeker 2] betreffen;

*

verklaart voor recht dat beide ouders [verzoeker 1] en [verzoeker 2] gezamenlijk met het gezag over [de minderjarige 1] zijn belast;

*

bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van de Amerikaanse beslissingen van 19 augustus 2024 en de beschikking van heden voor zover deze ziet op de vaststelling dat verzoekers op grond van de Amerikaanse beslissingen met het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] zijn belast;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.L. Strop

Griffier

  • mr. S.G.J. Verkennis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand