RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [nummer], verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.389
(gemachtigde: mr. M. Taheri),
en
(gemachtigde: mr. J.A. Weststrate).
Procesverloop
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 4 januari 2026, waarin verweerder aan verzoeker de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) heeft opgelegd.
Verzoeker is op 13 januari 2026 overgedragen aan de autoriteiten van Duitsland. De bewaring is op die dag dus (feitelijk) opgeheven.
Verzoeker heeft op 13 januari 2026 het beroep ingetrokken, met daarbij het verzoek om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld om op dat verzoek te reageren.
Verweerder heeft de rechtbank op 16 januari 2026 bericht dat hij zich verzet tegen een proceskostenveroordeling.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Overwegingen
1. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
De rechtbank stelt vast dat de bewaring is opgeheven vanwege de overdracht van verzoeker naar Duitsland en niet ter tegemoetkoming aan (de beroepsgronden van) verzoeker. Naar het oordeel van de rechtbank is er daarom geen sprake van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb. Verzoeker heeft ook niet gemotiveerd waarom er in deze zaak aanleiding zou zijn voor een proceskostenveroordeling. Er bestaat dus geen aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
2. Het verzoek wordt daarom afgewezen als kennelijk ongegrond.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van mr.B.C.M. Burger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.