ECLI:NL:RBDHA:2026:10284

ECLI:NL:RBDHA:2026:10284

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-04-2026
Datum publicatie 01-05-2026
Zaaknummer NL25.58909
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Asiel; Nigeria; geloofwaardigheidsbeoordeling; discriminatie Igbo; beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.58909

(gemachtigde: mr. H.L.M. Janssen),

en

(gemachtigde: mr. M.R. Stuart).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft zich namelijk niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de identiteit van eiseres en de problemen met Boko Haram ongeloofwaardig zijn. Ook heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres haar vrees voor vervolging of ernstige schade niet aannemelijk heeft gemaakt en heeft hij haar geen uitstel van vertrek hoeven verlenen om medische redenen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 26 november 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2026 op zitting behandeld, samen met de zaak van haar gestelde verloofde (NL25.58907) en de voorlopige voorzieningen (NL25.58910 en NL25.58908). Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Eiseres is niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres heeft de Nigeriaanse nationaliteit, is geboren op [geboortedag] 2002 en behoort tot de Igbo-bevolkingsgroep. Zij legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. In 2020 is zij samen met haar verloofde gevlucht om voor haar moeder – die in 2023 is overleden – te kunnen zorgen. De tante van eiseres heeft haar bedreigd en gezegd dat eiseres zal eindigen als haar moeder. Ook heeft haar tante gezegd dat eiseres het nooit zou redden naar Europa. Haar tante gelooft in spirituele dingen en kan mensen beïnvloeden. Verder heeft een lid van Boko Haram haar geprobeerd te verkrachten in 2017. Ook is Boko Haram aanwezig in het bosgebied buiten haar dorp. Eiseres vreest bij terugkeer te worden vermoord door moslims.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

- identiteit, nationaliteit en herkomst;

- problemen met Boko Haram;

- bedreigingen door haar tante.

De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres deels geloofwaardig zijn. Ook zijn de bedreigingen door haar tante geloofwaardig. De problemen met Boko Haram acht de minister echter ongeloofwaardig. De asielmotieven die de minister geloofwaardig vindt, bieden geen aanleiding voor de conclusie dat eiseres heeft te vrezen voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is. Daarnaast krijgt eiseres geen uitstel van vertrek om medische redenen.

Heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres’ identiteit ongeloofwaardig is?

5. Eiseres heeft niet betwist dat zij haar identiteit, nationaliteit en herkomst niet heeft onderbouwd met (objectieve) documenten. Daarom heeft de minister beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval voor zover het gaat om haar identiteit, omdat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiseres verklaart namelijk tegenstrijdig over haar partnerschap met haar gestelde verloofde. Ook verklaart ze vaag over hoe lang zij en haar gestelde verloofde samen zijn geweest en weet haar gestelde verloofde niets over haar familie te vertellen. De minister volgt haar partnerschap daarom niet, zodat ook niet wordt gevolgd dat eiseres de naam van haar gestelde verloofde draagt.

6. Eiseres betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het partnerschap met haar verloofde ongeloofwaardig is. Eiseres en haar verloofde hebben wel degelijk een duurzame relatie. Ze zijn samen uit Nigeria vertrokken en hebben samen de reis naar Europa gemaakt. Samen hebben zij in Libië onder moeilijke omstandigheden verbleven. Eiseres wijt het aan overmacht dat zij de relatie met haar verloofde niet kan onderbouwen met hard bewijs.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres’ identiteit ongeloofwaardig is, omdat haar verklaringen over het partnerschap met haar verloofde geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister heeft er allereerst terecht op gewezen dat eiseres en haar gestelde partner tegenstrijdig hebben verklaard over hun partnerschap. Zo heeft eiseres verklaard verloofd en traditioneel gehuwd te zijn met haar gestelde partner, maar heeft haar gestelde partner in zijn aanmeldgehoor verklaard niet met haar verloofd te zijn. Vervolgens hebben eiseres en haar gestelde partner in het nader gehoor allebei verklaard verloofd te zijn, maar niet dat er een traditioneel huwelijk heeft plaatsgevonden. Verder heeft eiseres verklaard dat haar gestelde partner haar ter verloving vroeg toen zij zwanger was geworden en de familie vond dat zij met elkaar moesten trouwen, maar dat komt niet overeen met haar latere verklaringen en die van haar gestelde partner. Eiseres heeft namelijk verklaard dat zij zwanger was geraakt enkele maanden nadat zij in Nigeria had samengewoond met haar gestelde partner. Tegelijkertijd verklaart eiseres dat zij haar eerste kind pas drie jaar later tijdens de zwangerschap heeft verloren in Italië. De minister heeft er terecht op gewezen dat dit niet overeenkomt met haar verklaring dat zij vanwege haar zwangerschap in Nigeria ten huwelijk is gevraagd. Verder heeft de minister er terecht op gewezen dat eiseres vaag heeft verklaard over hoe lang zij samen is geweest met haar gestelde partner. Eiseres heeft namelijk verklaard dat zij en haar gestelde partner een jaar voor vertrek samen zijn gekomen. Vervolgens verklaart ze echter dat zij in totaal negen maanden samen zijn geweest. Ook heeft haar gestelde partner verklaard dat ze voor hun vertrek één of twee jaar samen zijn geweest. Daarom heeft de minister mogen vinden dat eiseres en haar gestelde partner zowel onderling als los van elkaar vaag hebben verklaard over hoe lang zij samen zijn geweest. Ten slotte heeft de minister mogen tegenwerpen dat de partner van eiseres heeft verklaard niets over haar familie te weten. Eiseres en haar partner stellen immers al ongeveer vijf jaar een relatie te hebben en de reden voor eiseres om te vertrekken uit Nigeria hangt samen met haar familie. Bovendien heeft de partner van eiseres wel verklaard dat hij haar familie heeft ontmoet. De minister mocht daarom verwachten dat de partner van eiseres op de hoogte is van haar gezinssituatie. In beroep heeft eiseres het voorgaande niet betwist. Dat eiseres de relatie met haar (gesteld) verloofde niet kan onderbouwen met hard bewijs vanwege overmacht, maakt het oordeel niet anders. Dat doet immers niet af aan de tegenwerping van de minister dat de verklaringen van eiseres en haar partner tegenstrijdig en vaag zijn.

Heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de problemen van eiseres met Boko Haram ongeloofwaardig zijn?

7. Eiseres heeft ook niet betwist dat zij haar problemen met Boko Haram niet heeft onderbouwd met (objectieve) documenten. Daarom heeft de minister beoordeeld of dit asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Dat Boko Haram aanwezig is in de bosgebieden rondom het dorp van eiseres, en dat een lid van Boko Haram heeft geprobeerd haar te verkrachten, is volgens de minister op vermoedens gebaseerd.

8. Eiseres betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de problemen van eiseres met Boko Haram ongeloofwaardig zijn. De ernst van de christenvervolging wordt door de minister onderschat. Ook de poging tot verkrachting van eiseres moet worden beschouwd in het licht van het structurele geweld tegen christenen in Nigeria. De informatie in het algemeen ambtsbericht Nigeria van 2023 is inmiddels achterhaald.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft de problemen van eiseres met Boko Haram niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Allereerst heeft de minister niet ten onrechte gesteld dat eiseres de aanwezigheid van Boko Haram rondom haar dorp op vermoedens heeft gebaseerd. De minister heeft eiseres hierbij mogen tegenwerpen dat zij onvoldoende concreet heeft kunnen verklaren over hoe zij weet dat Boko Haram achter moorden in de omgeving van haar dorp zat. Eiseres heeft immers verklaard dat zij Boko Haram zelf niet heeft gezien, dat zij de lijken niet heeft gezien en ook dat ze niet is benaderd door Boko Haram. Hetzelfde geldt voor haar verklaringen over dat een lid van Boko Haram haar heeft verkracht. De minister heeft eiseres namelijk niet ten onrechte tegengeworpen dat eiseres alleen vanwege de kleding van haar verkrachter vermoedt dat hij lid van Boko Haram was, terwijl eiseres onvoldoende heeft onderbouwd waarom zijn kleding daarop zou wijzen. Deze tegenwerpingen heeft eiseres in beroep niet betwist. Ten slotte heeft de minister er terecht op gewezen dat uit openbare informatie niet blijkt dat Boko Haram in of rondom Edo – waar eiseres in Nigeria woonde – actief is, en dat daaruit blijkt dat Boko Haram zich juist in het noorden van Nigeria bevindt. Dat de informatie hierover uit het ambtsbericht achterhaald zou zijn wordt niet gevolgd, nu eiseres dit onvoldoende heeft toegelicht en onderbouwd.

Heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres haar vrees voor vervolging of ernstige schade niet aannemelijk heeft gemaakt?

9. Eiseres betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat eiseres’ vrees voor vervolging of ernstige schade niet aannemelijk is. Er vindt in Nigeria een genocide op christenen plaats. Nigeria geldt al jaren als een van de gevaarlijkste landen ter wereld voor christenen. Sinds januari 2025 zijn er in Nigeria meer dan 7.000 christenen vermoord door jihadistische milities, en zijn bijna 8.000 mensen ontvoerd omdat ze in hun geloof bleven volharden. Naast moorden worden slachtoffers geconfronteerd met martelingen, gedwongen bekeringen, seksueel geweld en gedwongen huwelijken. Vooral jihadisten zijn de daders, maar ook het Nigeriaanse leger pleegt zulke daden.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres haar vrees voor vervolging of ernstige schade niet aannemelijk heeft gemaakt. Hij heeft er namelijk terecht op gewezen dat er in Nigeria weliswaar sprake is van willekeurig geweld door islamitische groeperingen en dat christenen vaak het slachtoffer van geweld zijn, maar dat niet altijd te zeggen is hoeveel aanvallen specifiek gericht waren op christenen. Volgens het ambtsbericht zijn religie, etniciteit, en de strijd om land en middelen namelijk sterk met elkaar verbonden, en zijn moslims en christenen zowel dader als slachtoffer van het geweld. Met de landeninformatie die eiseres heeft aangehaald heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat deze informatie uit het ambtsbericht niet zou kloppen. Eiseres heeft zelf ook niet verklaard slachtoffer te zijn geweest van geweld op basis van haar religie. Bovendien heeft de minister er terecht op gewezen dat eiseres afkomstig is uit een overwegend christelijk gebied, waardoor de kans dat zij te maken krijgt met willekeurig geweld door moslims minder waarschijnlijk is. De religie of stam van eiseres behoren ook niet tot één van de risicoprofielen voor Nigeria.

Heeft de minister terecht geen uitstel van vertrek om medische redenen aan eiseres verleend?

10. Eiseres betoogt, naar de rechtbank begrijpt, dat de minister haar ten onrechte geen uitstel van vertrek om medische redenen heeft verleend. Eiseres voert aan dat haar klachten duiden op de aanwezigheid van een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en dat zij door overmacht geen documenten van een mogelijke PTSS kan overleggen. Zij heeft namelijk frequente flashbacks van de traumatische gebeurtenissen in Nigeria en Libië, schrikachtigheid, concentratieproblemen, nachtmerries en slapeloosheid. Eiseres en haar verloofde hebben zich inmiddels aangemeld voor psychiatrische behandeling. Het feit dat er hiervoor wachtlijsten zijn die de aanvang van een behandeling vertragen kan haar in redelijkheid niet worden aangerekend.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft geen uitstel van vertrek om medische redenen aan eiseres hoeven verlenen. Eiseres heeft namelijk geen documenten overgelegd die onderbouwen dat zij mogelijk lijdt aan PTSS. Eiseres’ betoog dat zij deze niet kan overleggen wegens overmacht, wordt niet gevolgd, nu zij dit onvoldoende heeft toegelicht. Er zijn bovendien geen aanknopingspunten in het dossier van eiseres waaruit blijkt dat zij mogelijk leidt aan PTSS. Dat eiseres en haar verloofde zich inmiddels zouden hebben aangemeld voor een psychiatrische behandeling en op een wachtlijst staan, maakt het oordeel niet anders, nu eiseres ook hier geen onderbouwing van heeft overgelegd.

Conclusie en gevolgen

11. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Lange, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand