ECLI:NL:RBDHA:2026:10306

ECLI:NL:RBDHA:2026:10306

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-05-2026
Datum publicatie 01-05-2026
Zaaknummer NL25.25254
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Ongegrond. Eiseres had een afgeleid Chavez/Vilchez verblijfsrecht, maar haar jongste zoon is nu meerderjarig. Hoewel sprake is van familie-of gezinsleven tussen eiseres en haar zoons, valt de belangenafweging in haar nadeel uit. Medische problemen van eiseres maken dit niet anders. Niet aannemelijk is geworden dat zij in Rusland geen toegang tot zorg heeft. Nu eiseres haar dochter ook geen verblijfsrecht in NL heeft, kan zij voor haar moeder zorgen in Rusland.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,geboren op [geboortedatum], van Russische nationaliteit,V-nummer: [nummer],

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.25254

(gemachtigde: mr. H.J. Janse),

en

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag voor vernieuwing van het verblijfsdocument van eiseres. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing in stand kan blijven. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor vernieuwing van haar verblijfsdocument. Eiseres had een afgeleid verblijfsrecht als verzorgende ouder van een destijds minderjarig Nederlands kind. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 26 februari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 14 mei 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en een tolk. De gemachtigde van de minister is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Griffierecht

3. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank wijst dit verzoek toe. Eiseres hoeft dus geen griffierecht te betalen. Het bestreden besluit

4. De minister heeft de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat haar jongste zoon inmiddels meerderjarig is geworden. Volgens de minister is er geen familie- of gezinsleven tussen eiseres en haar dochter. Bovendien hebben zij beiden geen rechtmatig verblijf in Nederland en bezitten zij alleen de Russische nationaliteit. De minister neemt familie- of gezinsleven tussen eiseres en haar zoons aan, maar de belangenafweging die de minister heeft verricht valt in het nadeel van eiseres uit. Hierbij betrekt de minister dat eiseres in het verleden inbreuk heeft gemaakt op de openbare orde door in de periode van 2005 tot 2015 meerdere winkeldiefstallen te plegen. Ook vormt eiseres een zware belasting voor de openbare middelen, omdat zij al haar gehele verblijfsduur een uitkering ontvangt. De minister overweegt hierbij dat eiseres bij een voortgezette toelating vanwege haar medische situatie waarschijnlijk gebruik zal blijven maken van een uitkering. Hoewel eiseres met verschillende medische problemen kampt, is volgens de minister niet gebleken dat zij voor medische behandeling aan Nederland gebonden is. De minister vindt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Rusland geen toegang tot zorg heeft of dat de benodigde behandeling daar niet beschikbaar is. Bovendien is volgens de minister niet gebleken dat de zorg alleen door haar kinderen verleend kan worden. Dat haar kinderen inmiddels meerderjarig zijn, weegt volgens de minister ook in het nadeel van eiseres. Zij zouden zichzelf in Nederland moeten kunnen redden. Tot slot stelt de minister zich op het standpunt dat er geen objectieve belemmering is voor het gezin om in Rusland te wonen. Familie- of gezinsleven tussen eiseres en haar dochter

5. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte geen familie- of gezinsleven heeft aangenomen tussen haar en haar dochter. De minister heeft te streng geoordeeld door te stellen dat eiseres en haar dochter niet exclusief van elkaar afhankelijk zijn en er daardoor geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Volgens eiseres heeft de minister ten onrechte geen brede beoordeling verricht waarbij alle relevante feiten en omstandigheden zijn meegenomen. Hierbij wijst eiseres erop dat zij voor de noodzakelijke zorg ook afhankelijk is van haar dochter.

De Afdeling heeft geoordeeld dat de minister een brede beoordeling moet maken van de vraag of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. Daarbij worden alle individuele omstandigheden van het geval betrokken en in onderlinge samenhang beoordeeld. De beoordeling van de vraag of er daadwerkelijk elementen van afhankelijkheid bestaan is een vraag van feitelijke aard. De minister moet een op het specifieke geval toegespitste beoordeling maken van alle door eiseres aangedragen feiten en omstandigheden die maken dat er bijkomende elementen van afhankelijkheid kunnen bestaan. De bestuursrechter moet het onderzoek van de minister naar de relevante feiten en omstandigheden en de gegeven motivering of er gezinsleven bestaat, volledig toetsen. Bij de weging van de elementen heeft de minister beoordelingsruimte. De uitkomst van de beoordeling of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan toetst de bestuursrechter daarom enigszins terughoudend.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat tussen eiseres en haar dochter geen sprake is van familie- of gezinsleven. De rechtbank overweegt dat het aan eiseres is om te stellen en zoveel mogelijk te onderbouwen uit welke feiten en omstandigheden de bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en haar dochter kunnen blijken. In dat kader heeft eiseres gewezen op haar medische situatie en de als gevolg daarvan bestaande afhankelijkheid van haar dochter. Deze omstandigheden zijn door de minister in de beoordeling betrokken. In de niet nader onderbouwde stelling van eiseres dat geen sprake is van een brede beoordeling aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de minister niet alle door eiseres aangedragen feiten en omstandigheden in de beoordeling heeft betrokken. De minister heeft vervolgens mogen vinden dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij vanwege haar medische situatie afhankelijk is van haar dochter. Hierbij wijst de minister er terecht op dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij (in Rusland) geen hulp van andere (professionele) personen of instellingen kan krijgen. Bovendien stelt de minister terecht dat ook de dochter van eiseres geen verblijfsrecht in Nederland heeft en dus met eiseres terug naar Rusland kan reizen om voor haar moeder te blijven zorgen. De beroepsgrond slaagt niet.

Belangenafweging

6. Eiseres voert aan dat de minister de belangenafweging ten onrechte in haar nadeel heeft laten uitvallen. Zo weegt de minister in eiseres haar nadeel dat zij ruim 10 jaar geleden strafbare feiten heeft gepleegd en geruime tijd illegaal in Nederland heeft verbleven. Volgens eiseres zijn de strafbare feiten zo lang geleden, dat zij geen actuele bedreiging meer vormt voor de Nederlandse samenleving. Bovendien werkt het vaststellen van het moment waarop het Chavez-verblijfsrecht is ingegaan in eiseres haar nadeel. Eiseres stelt dat dit verblijfsrecht al eerder had moeten ingaan, waardoor de duur van haar niet-rechtmatig verblijf korter is. Daarnaast weegt de minister ten onrechte in het nadeel van eiseres dat zij een uitkering ontvangt. Eiseres is immers arbeidsongeschikt vanwege haar medische situatie. In Rusland is de juiste gezondheidszorg voor haar niet beschikbaar, omdat deze zorg er alleen is in dure privéklinieken die eiseres niet kan betalen. Openbare ziekenhuizen bieden nauwelijks gespecialiseerde zorg aan. Qua zorg is eiseres volledig afhankelijk van haar kinderen. Ook stelt de minister ten onrechte dat geen sprake is van een objectieve belemmering om het gezinsleven in Rusland uit te oefenen. Hierbij wijst eiseres op de ontbrekende medische zorg voor haar in Rusland en de dienstplicht die haar zoons daar zullen moeten vervullen. Volgens eiseres stelt de minister verder ten onrechte dat haar banden met Rusland sterker zouden zijn dan die met Nederland. Eiseres heeft niemand en niets in Rusland, haar kinderen wonen in Nederland. Ter zitting benadrukt eiseres dat het gezinsleven dat zij al geruime tijd met zijn vieren hebben, ophoudt als zij naar Rusland zou terugkeren.

Niet in geschil is dat tussen eiseres en haar zoons sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. In geschil is of de minister de belangenafweging in het nadeel van eiseres heeft kunnen laten uitvallen. Bij de beantwoording van de vraag of inmenging in het familie- of gezinsleven beschermd door artikel 8 van het EVRM is gerechtvaardigd, dient er een ‘fair balance’ te worden gevonden tussen de belangen van de vreemdeling enerzijds en het algemeen belang van de Staat anderzijds. De rechtbank beoordeelt zonder terughoudendheid of de minister alle relevante feiten en omstandigheden in die belangenafweging heeft betrokken en beoordeelt de uitkomst van de gemaakte belangenafweging enigszins terughoudend.

De rechtbank is van oordeel dat de minister alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken en de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM niet ten onrechte in het nadeel van eiseres heeft laten uitvallen. Zo heeft de minister minder zwaar in het voordeel van eiseres mogen betrekken dat er sprake is van inmenging in het gezinsleven, omdat er andere omstandigheden zijn die in haar nadeel meewegen. Zo wist eiseres dat het afgeleide Chavez-Vilchez verblijfsrecht dat zij had tijdelijk van aard was. Daarnaast mocht de minister in het nadeel van eiseres meewegen dat zij voorafgaand aan het ingaan van dit verblijfsrecht ongeveer 12 jaar onrechtmatig in Nederland verbleef. Aangezien eiseres niet nader heeft onderbouwd dat zij al eerder voldeed aan de voorwaarden voor het Chavez-Vilchez verblijfsrecht, heeft de minister haar verzoek om dit verblijfsrecht met terugwerkende kracht eerder in te laten gaan terecht afgewezen. Ook het strafrechtelijk verleden van eiseres door het veelvuldig plegen van winkeldiefstallen heeft de minister in haar nadeel mogen meewegen. Verder heeft de minister kunnen overwegen dat eiseres bij voortzetting van haar verblijf vanwege haar medische situatie waarschijnlijk gebruik zal blijven maken van een uitkering, hetgeen ook in haar nadeel weegt. Bovendien heeft eiseres nooit in Nederland gewerkt, ook niet in de periode dat zij nog niet stelde arbeidsongeschikt te zijn. Niet is gebleken dat eiseres vanwege haar medische situatie (volledig) arbeidsongeschikt is. De minister heeft kunnen overwegen dat eiseres sterkere banden met Rusland heeft dan met Nederland en daarbij kunnen betrekken dat eiseres in Rusland is geboren en opgegroeid, naar school is geweest, de taal spreekt, bekend is met de cultuur en gewoonten en zij al 27 jaar oud was toen zij naar Nederland kwam. Bij de beoordeling van de banden van eiseres met Nederland heeft de minister ook in haar nadeel mogen meewegen dat niet gebleken is dat zij hier naast haar kinderen nog andere familieleden of sociale contacten heeft of dat zij deelneemt aan het verenigingsleven. Het argument dat er een objectieve belemmering geldt om het familie- en gezinsleven in Rusland uit te oefenen omdat de zoons van eiseres dan de dienstplicht moeten vervullen, gaat niet op. Als Nederlander mogen beide zoons immers hier blijven en hun rechten als Unieburger effectueren. De beroepsgrond slaagt niet.

7. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres overigens in beroep naar voren heeft gebracht evenmin aanleiding voor vernietiging van het bestreden besluit.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Meesters-van Luijk, rechter, in aanwezigheid van mr.M. Veenstra - van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N. Meesters-van Luijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand