ECLI:NL:RBDHA:2026:10315

ECLI:NL:RBDHA:2026:10315

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-05-2026
Datum publicatie 01-05-2026
Zaaknummer 09-396115-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Artikel 6 WVW 1994. Roekeloos rijgedrag met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. Oplegging van gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 5 jaar.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/396115-24

Datum uitspraak: 4 mei 2026

Verstek

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] , [woonplaats] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 3 december 2025, 24 februari 2026 (beide regie) en 20 april 2026 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.R.C. Polderman.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1hij op of omstreeks 8 december 2024 te Voorburg een voertuig, te weten een auto ( [kenteken] ), heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen, na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten alcohol en/of cannabis (THC), terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 580 ug/l alcohol en 3,9 microgram THC per liter bloed bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;

2hij op of omstreeks 8 december 2024 te Voorburg als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto (met [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg N14 zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend:- heeft gereden onder invloed van alcohol en/of drugs en/of;- met een te hoge snelheid (209 km/h), althans met een voor de verkeerssituatie ter plaatse (70 km/h) te hoge snelheid heeft gereden; en/of zijn auto niet op tijd tot stilstand kunnen brengen op een kruising voor het rode stoplicht en/of;- (vervolgens) de controle over zijn voertuig is verloren en/of in de slip is geraakt, althans zijn personenauto niet op de voor hem bestemde weghelft heeft kunnen houden; en/of- (vervolgens) tegen een personenauto, bestuurd door [slachtoffer] , is gebotst.

waardoor een ander ( [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten:- Een of meerdere klaplongen en/of;- Een of meerdere botbreuken in het lichaam en/of;- Een kneuzing van het hart;of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat sprake is van roekeloos rijgedrag in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsoverwegingen

Inleiding

Op 8 december 2024 heeft in de vroege ochtend op de kruising van de Provincialeweg N14 met de Prins Bernhardlaan, direct na het uitrijden van de Sijtwendetunnel, een verkeersongeval plaatsgevonden waarbij de verdachte als bestuurder van een personenauto betrokken was. De verdachte is met zijn voertuig uit de tunnel gekomen, in een slip geraakt en is vervolgens in botsing gekomen met een stilstaande Citroën, met daarin [slachtoffer] als bestuurder, die voor een rood verkeerslicht stond te wachten.

Gebruik alcohol en drugs

De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat de verdachte zijn auto heeft bestuurd terwijl hij onder invloed verkeerde van zowel alcohol als cannabis. Bij de verdachte is een ademalcoholgehalte van 580 µg/l gemeten (dit betreft 6,5 maal de grenswaarde van 88 µg/l, die geldt bij combinatiegebruik van middelen). Daarnaast is in het bloed van de verdachte 3,9 µg/l THC gemeten (bijna 4 maal de grenswaarde van 1,0 µg/l, die geldt bij combinatiegebruik van middelen).

Verkeersgedrag

De verdachte heeft een personenauto (met in totaal twee inzittenden) bestuurd van [plaats 1] naar [plaats 2]. Uit de telefoondata volgt dat de verdachte tijdens die rit hoge snelheden heeft behaald van vaak boven de 180 en zelfs boven de 200 kilometer per uur. Ongeveer zes seconden voor het ongeval betrof de snelheid nog 209 kilometer per uur. Dit was in een tunnel, waar (volgens de tenlastelegging) de maximumsnelheid normaal 70 kilometer per uur zou zijn, maar volgens het FO-rapport straalden de matrixborden boven de rijstroken een maximumsnelheid uit van 50 kilometer per uur. De verdachte reed dus ruim 4 maal de maximumsnelheid. De verdachte deed dit bovendien in een lange, onoverzichtelijke bocht. Aan het einde van de Sijtwendetunnel stonden de verkeerslichten op rood. Het wegdek was daar bovendien nat.

Op camerabeelden is te zien dat de auto pas gaat remmen wanneer de verkeerslichten in zicht zijn. Bij het remmen is het voertuig in een slip geraakt. Het rode licht sprong voor de verdachte net op tijd op groen. Het voertuig is vervolgens dwars over het kruispunt geschoven naar de groep rijstroken voor tegengestelde rijrichting. Daar stond een Citroën met daarin [slachtoffer] te wachten voor het rode licht. De auto van de verdachte heeft hem aangereden.

Zwaar lichamelijk letsel

Ten gevolge van het ongeval moest [slachtoffer] worden gereanimeerd, wegens een kneuzing van het hart en een levensbedreigende hartritmestoornis. Daarnaast volgt uit de medische rapportage dat hij één forse en één minimale klaplong, meerdere ribfracturen, een borstbeenfractuur en een polsfractuur heeft opgelopen. Voor behandeling van de fracturen hebben twee operaties plaatsgevonden. Dit medisch ingrijpen was noodzakelijk en de verwachte genezingsduur was op dat moment zes tot twaalf maanden, met de mogelijkheid van blijvende klachten.

Gelet op de aard en ernst van dit letsel, de noodzakelijke medische behandeling en de duur van het herstel, kwalificeert de rechtbank dit letsel als zwaar lichamelijk letsel.

Aan zijn schuld te wijten

Om tot bewezenverklaring te kunnen komen van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), is onder meer vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte te wijten is.

Causaliteit

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een causaal verband tussen de gedragingen van de verdachte en het ongeval: hij heeft, gelet op het bovenstaande, de aanrijding immers veroorzaakt.

Schuld

In de tweede plaats moet de verdachte ten aanzien van het verkeersongeval een schuldverwijt kunnen worden gemaakt. Schuld kan in verschillende gradaties voorkomen, variërend van aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag tot roekeloosheid, hetgeen de zwaarste vorm van schuld oplevert. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van roekeloosheid. De rechtbank zal moeten beoordelen of daarvan sprake is.

Roekeloosheid

Met de Wet aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten heeft de wetgever het begrip roekeloosheid nader ingevuld en het toepassingsbereik daarvan verbreed. In artikel 175 WVW 1994 is bepaald dat van roekeloosheid in elk geval sprake is indien het gedrag tevens kan worden aangemerkt als een overtreding van artikel 5a, eerste lid, WVW 1994.

De rechtbank dient te beoordelen of het verkeersgedrag van de verdachte dat heeft geleid tot het ongeval voldoet aan de delictsomschrijving van artikel 5a, eerste lid, WVW 1994. Indien dat het geval is, kan dit gedrag worden aangemerkt als roekeloosheid in de zin van artikel 6 WVW 1994 in verbinding met artikel 175, tweede lid, WVW 1994.

Artikel 5a WVW 1994

De rechtbank moet beoordelen of de verdachte met het hiervoor vastgestelde verkeersgedrag dat heeft geleid tot het ongeval (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (d) of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.

(a + b) De verkeersregels + in ernstige mateDe rechtbank stelt vast dat de verdachte meerdere voor de verkeersveiligheid essentiële verkeersregels heeft geschonden. De verdachte heeft immers gedurende langere tijd met zeer hoge snelheden ver boven de geldende maximumsnelheid gereden, kort vóór het ongeval een snelheid van ongeveer 209 kilometer per uur bereikt terwijl blijkens de matrixborden een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur gold, een met verkeerslichten geregelde kruising direct na het uitrijden van de Sijtwendetunnel met deze snelheid genaderd en daarbij een voertuig bestuurd terwijl hij verkeerde onder invloed van alcohol en cannabis. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat de verdachte deze verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden.

( c) Opzettelijk

De rechtbank leidt uit het samenstel van gedragingen van de verdachte af dat hij deze verkeersregels opzettelijk heeft geschonden. Het gebruik van alcohol en cannabis, en het rijden met dergelijke snelheden kan alleen opzettelijk zijn gebeurd.

( d) Gevaar te duchten

Het rijgedrag van de verdachte bracht naar zijn aard en onder de gegeven omstandigheden evident levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor andere weggebruikers met zich. Het natte wegdek en de onoverzichtelijke bocht dragen daaraan bij. Dat gevaar heeft zich in dit geval ook daadwerkelijk verwezenlijkt doordat verdachte een botsing heeft veroorzaakt met een stilstaand voertuig waarbij de bestuurder zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Gelet op het bovenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat het verkeersgedrag van de verdachte dat heeft geleid tot het ongeval voldoet aan de delictsomschrijving van artikel 5a, eerste lid, WVW 1994 en als roekeloos valt aan te merken.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1hij op 8 december 2024 te Voorburg een voertuig, te weten een auto ( [kenteken] ), heeft bestuurd, na gebruik van in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten alcohol en cannabis (THC), terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 580 ug/l alcohol en 3,9 microgram THC per liter bloed bedroeg, telkens zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;

2hij op 8 december 2024 te Voorburg als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto (met [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg N14 zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat hij roekeloos:- heeft gereden onder invloed van alcohol en drugs en;- met een te hoge snelheid (209 km/h), althans met een voor de verkeerssituatie ter plaatse te hoge snelheid heeft gereden; en zijn auto niet op tijd tot stilstand kunnen brengen op een kruising en;- vervolgens de controle over zijn voertuig is verloren en in de slip is geraakt; en- vervolgens tegen een personenauto, bestuurd door [slachtoffer] , is gebotst.

waardoor een ander ( [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten:- meerdere klaplongen en;- meerdere botbreuken in het lichaam en;- een kneuzing van het hart;werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vijf jaren met aftrek van de periode waarin het rijbewijs van de verdachte voorafgaand aan de terechtzitting ingevorderd is geweest. Ten slotte heeft de officier van justitie gevorderd dat bij het te wijzen vonnis de gevangenneming van de verdachte zal worden bevolen.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan uit het dossier is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij, ondanks het gebruik van alcohol en cannabis, heeft besloten een auto te besturen en daarbij gedurende langere tijd met een extreem hoge snelheid heeft gereden. Dit rijgedrag was levensgevaarlijk. Het ging niet om het eenmalig aantikken van 200 kilometer per uur, maar om een lange rit op veel te hoge snelheid, waar hij (zo mag worden aangenomen) over een langere tijd meerdere andere weggebruikers in gevaar heeft gebracht. Met dit rijgedrag moest het wel een keer grondig fout gaan. Het had voor het slachtoffer (en andere weggebruikers) nog veel erger kunnen aflopen, met mogelijk doden als gevolg.

Het slachtoffer moest als gevolg van de aanrijding worden gereanimeerd en heeft zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Hij heeft een langdurig hersteltraject moeten doorlopen en zal mogelijk blijvende klachten ondervinden.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte d.d. 2 februari 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor het rijden onder invloed van alcohol, en voor het rijden terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. De pleegdatum van deze laatste veroordeling was nota bene twee weken na het onderhavige feit.

De rechtbank houdt er rekening mee dat deze eerdere veroordeling op grond van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht bij de straftoemeting moet worden betrokken.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het dossier is gebleken. De verdachte is niet ter terechtzitting verschenen en heeft geen nadere informatie verschaft over zijn persoonlijke situatie. Hierdoor heeft de rechtbank slechts beperkt zicht op zijn huidige omstandigheden.

Straftoemeting

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. Ook houdt de rechtbank rekening met de LOVS oriëntatiepunten, waarbij wordt opgemerkt dat bij zwaar lichamelijk letsel en een zeer hoge mate van schuld (een gradatie onder roekeloosheid) een gevangenisstraf van 24 maanden onvoorwaardelijk met een rijontzegging van 4 jaar als uitgangspunt wordt genomen. Voor de schuldvariant roekeloosheid, hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, is geen apart oriëntatiepunt opgenomen, maar in de rede ligt dat deze hoger ligt dan die van de gradatie zeer hoge mate van schuld.

De rechtbank ziet, alles afwegende, aanleiding om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Met het voorwaardelijke strafdeel wordt beoogd de verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten.

Daarnaast acht de rechtbank, gelet op de ernst van het feit en het gevaarzettend karakter van het rijgedrag van de verdachte, een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van aanzienlijke duur passend en geboden, ter bescherming van de verkeersveiligheid.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, alsmede een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 5 jaren passend en geboden.

Voorlopige hechtenis

De officier van justitie heeft gevorderd de gevangenneming van de verdachte te bevelen.

De rechtbank stelt voorop dat voor het bevelen van gevangenneming vereist is dat sprake is van gronden voor voorlopige hechtenis als bedoeld in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is gebleken van een zodanig concreet en actueel recidivegevaar dat dit thans een bevel gevangenneming rechtvaardigt. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de na het bewezenverklaarde feit gepleegde recidive dateert van geruime tijd geleden en dat de verdachte nadien niet opnieuw met politie of justitie in aanraking is gekomen ter zake van soortgelijke feiten. Hoewel dit laatste niet aantoont dat de verdachte zich sinds het laatste incident wel aan de regels houdt, vindt de rechtbank het gevaar dat de verdachte opnieuw de fout in gaat, op dit moment onvoldoende concreet.

De rechtbank ziet daarom geen grond om de gevangenneming van de verdachte te bevelen en wijst de vordering af.

7. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 55 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;

- 6, 7, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.4 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

de eendaadse samenloop van:

overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

en

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht en het feit is veroorzaakt door roekeloosheid;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 36 (ZESENDERTIG) MAANDEN;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 12 (TWAALF) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

veroordeelt de verdachte ten aanzien van feit 2 voorts tot:

een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 5 (VIJF) JAREN;

bepaalt, dat de tijd, dat het rijbewijs vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak reeds ingevorderd of ingehouden is geweest bij de eventuele uitvoering van de hem onvoorwaardelijk opgelegde ontzegging geheel in mindering zal worden gebracht;

wijst af de vordering van de officier van justitie tot het geven van een bevel gevangenneming.

Dit vonnis is gewezen door

mr. T. Ketelaars, voorzitter,

mr. K.C.J. Vriend, rechter,

mr. G. Kuijper, rechter,

in tegenwoordigheid van mrs. S.F. Schippers en F. Aksu, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. T. Ketelaars
  • mr. K.C.J. Vriend
  • mr. G. Kuijper

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand