ECLI:NL:RBDHA:2026:1035

ECLI:NL:RBDHA:2026:1035, Rechtbank Den Haag, 15-01-2026, 26-425

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-01-2026
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer 26-425
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Bewaring. Beroep ongegrond. Grondslag ophouding, grondslag maatregel, bewaringsgronden, lichter middel, zicht op uitzetting.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: S. Faddach).

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.425

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. P. Celikkal),

en

Procesverloop

Bij besluit van 2 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 12 januari 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen. Eisers gemachtigde heeft zich wegens ziekte afgemeld. Als tolk is verschenen M.A. Kwasnik-Waardenburg. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Zicht op uitzetting
Ambtshalve toetsing

Onrechtmatigheid van de ophouding (grondslag)

opgenomen wat tijdens de ophouding is gebeurd, is wel degelijk onderzoek verricht. Zo licht de minister ter zitting toe dat tijdens de ophouding systemen en registers zijn geraadpleegd, eiser is gehoord en een piketmelding is verzonden. Ook is eiser gehoord om te beoordelen of hij wel of niet in bewaring zou worden gesteld. Nadat de ophouding om 21.00 uur is opgeheven, is aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. De beroepsgrond slaagt niet.

Onrechtmatigheid van de maatregel (grondslag)

4. Eiser stelt dat de maatregel van bewaring van meet af aan onrechtmatig is omdat het hieraan ten grondslag gelegde intrekkingsbesluit van 23 oktober 2025 nooit aan hem is uitgereikt. Eiser was dus niet op de hoogte dat zijn EU-verblijfsrecht was ingetrokken, dat hij niet langer rechtmatig verblijf in Nederland had en dat hij Nederland binnen één maand moest verlaten.

5. De rechtbank oordeelt als volgt. Uit het dossier blijkt dat het EU-verblijfsrecht van eiser bij besluit van 23 oktober 2025 is ingetrokken. Uit het dossier blijkt ook dat dit besluit op 7 november 2025 aan eiser is uitgereikt en dat de inhoud van dit besluit met behulp van een tolk in de Poolse taal aan eiser kenbaar is gemaakt. Gelet hierop is de maatregel van bewaring op de juiste grondslag aan eiser opgelegd. De beroepsgrond slaagt niet.

Bewaringsgronden

6. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:

3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;

3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer; en als lichte gronden vermeld dat eiser:

4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;

4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

7. Eiser betwist alle zware gronden en de lichte gronden onder 4c en 4d. Hiertoe voert eiser aan dat de maatregel van bewaring is gebaseerd op het besluit van 23 oktober 2025 dat op 7 november 2025 aan eiser zou zijn uitgereikt. Uit het dossier volgt echter niet dat eiser op de hoogte was van dit besluit waardoor eiser niet wist dat zijn verblijfsrecht in Nederland was beëindigd. Eiser heeft herhaaldelijk aangegeven dat hij zelfstandig en onmiddellijk uit Nederland wil vertrekken naar België. Dat eiser geen vaste woon- of verblijfsplaats heeft en niet beschikt over voldoende middelen van bestaan is onafscheidelijk verbonden aan de kwetsbare positie van eiser en deze gronden kunnen de maatregel daarom niet dragen.

9. De minister heeft ter zitting de zware grond onder 3i laten vallen.

10. De rechtbank oordeelt dat de zware gronden onder 3b en 3c feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn. Zoals in overweging 4 is vastgesteld, is hier sprake van een rechtsgeldig intrekkingsbesluit. Eiser is met behulp van een tolk op de hoogte gebracht dat zijn EU-verblijfsrecht is ingetrokken en dat hij niet langer rechtmatig verblijf heeft in Nederland. De zware gronden 3b en 3c zijn hem daarom terecht tegengeworpen.

11. De rechtbank oordeelt dat ook de niet betwiste lichte grond onder 4a feitelijk juist en voldoende gemotiveerd is. De zware gronden onder 3b en 3c en de lichte grond onder 4a zijn voldoende om aan te nemen dat er sprake is van een risico op onttrekking. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring daarom dragen. De beroepsgrond slaagt niet.

Lichter middel

12. Eiser stelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet is gekozen voor een lichter middel dan de maatregel van bewaring. Er wordt slechts verwezen naar de tegengeworpen zware en lichte gronden. Daarbij zijn de medische omstandigheden van eiser niet kenbaar meegewogen.

13. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat er niet kan worden volstaan met een lichter middel. Uit de zware gronden onder 3b en 3c van de maatregel en de motivering blijkt al dat er een risico op onttrekking aan het toezicht bestaat. Verder heeft de minister terecht overwogen dat eiser niet heeft voldaan aan zijn terugkeerverplichting, niet beschikt over voldoende middelen van bestaan, geen vaste woon-of verblijfplaats heeft en niet kan aantonen dat hij in België zou kunnen werken. Sinds eiser een terugkeerverplichting heeft, is niet gebleken dat hij hier gehoor aan heeft gegeven of wilt geven en is hij meerdere keren voorgekomen inzake overlast, dronkenschap en een zwervend bestaan. De medische omstandigheden van eiser zijn ook voldoende meegewogen in de maatregel van bewaring. In het detentiecentrum is een medische dienst beschikbaar en daarnaast ontvangt eiser de benodigde medicatie. De beroepsgrond slaagt niet.

14. Eiser voert aan dat de minister heeft nagelaten concreet te motiveren op welke termijn uitzetting naar Polen kan plaatsvinden. Daarmee ontbreekt het zicht op uitzetting naar Polen binnen een redelijke termijn voor eiser.

15. De rechtbank oordeelt dat voldoende blijkt dat er voor eiser zicht is op uitzetting naar Polen binnen een redelijke termijn. Op 6 januari 2026 is een vlucht voor eiser aangevraagd en deze vlucht staat gepland voor 16 januari 2026, waarbij rekening is gehouden met de Poolse luchthaven van eisers voorkeur. Hieruit volgt eveneens dat de minister voortvarend heeft gehandeld na eisers inbewaringstelling op 2 januari 2026. De beroepsgrond slaagt niet.

16. De rechtbank moet ook ambtshalve toetsen of de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. Op grond van de stukken en wat op de zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat dit niet het geval is.

Conclusie

18. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

18. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Verduijn, rechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

15 januari 2026

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D. Verduijn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?