Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 23 januari 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.Z. Peters in Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. K.C.A. Ariëns in Oss.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
Op 3 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] .
Verzoek en verweer
De man verzoekt:
- primair: de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt vastgesteld:
- bij de moeder:
- bij de vader:
- verdeling van de vakanties, bijzondere dagen en feestdagen:
- subsidiair: een regeling wordt vastgesteld die deze rechtbank juist acht;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt zij zelfstandig een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, waarbij:
- primair:
- subsidiair: een regeling wordt vastgesteld die deze rechtbank juist acht;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
Beoordeling
Op de zitting heeft de moeder verteld dat haar oom die ochtend onverwachts is overleden. Hierdoor was de moeder niet goed in staat om haar standpunt toe te lichten. Haar advocaat verzocht daarom om de procedure aan te houden tot een later moment. De vader heeft laten weten hiermee te kunnen instemmen. De rechtbank zal gelet op deze bijzondere omstandigheden de inhoudelijke behandeling van de zaak aanhouden tot na te melden pro forma datum. Zoals op de zitting is besproken, krijgen de ouders hiermee ook de tijd om in onderling overleg afspraken te maken.
Beslissing
De rechtbank:
houdt iedere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de proceskosten aan tot 1 mei 2026 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, (kinder)rechter, bijgestaan door P.F. Weenink als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 31 maart 2026.