ECLI:NL:RBDHA:2026:10438

ECLI:NL:RBDHA:2026:10438

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-05-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer NL26.3172
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Asiel, ongegrond. Syrië. Dienstplichtig voor Koerden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,V-nummer: [v-nummer],

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.3172

(gemachtigde: mr. A.P.E.M. Pover),

en

(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 22 januari 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 12 januari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 7 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag in 2023 te zijn vertrokken uit Syrië vanwege de algemene situatie en de dienstplicht. In Nederland heeft eiser seksueel contact gehad met een ‘travestiet’. Eisers vader heeft hem vervolgens met de dood bedreigd en eiser vertelt dat zijn stam hem ook wil doden. Eiser vreest bij terugkeer vermoord te worden door de nieuwe regering, door Ahmed Al Sharaa, door IS strijders, of door eisers vader of zijn stam. Eiser vreest verder voor de militaire dienst van de Koerden of de interim-regering. Daarnaast heeft eiser nog een openstaande zaak bij de Koerden vanwege het bezit van hasj waarvoor eiser vreest gearresteerd te worden.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

De minister stelt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. Dit geldt ook voor eisers verklaringen dat hij is vastgehouden door de voormalig machtshebbers en dat hij dienstplichtig is voor de Koerden. Maar eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij daardoor te vrezen heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Dat eiser problemen heeft met de Koerden vanwege een openstaande zaak of dat eiser doodsbedreigingen krijgt van zijn vader en stam, is niet geloofwaardig.

Zienswijze herhaald en ingelast

5. De rechtbank overweegt dat eisers stelling dat zijn zienswijze als herhaald en ingelast moet worden beschouwd, onvoldoende is om aan te merken als een beroepsgrond waarop de rechtbank moet ingaan. De minister is in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op de zienswijze. Het is aan eiser om in beroep concreet aan te geven waarom de reactie van de minister op de zienswijze volgens hem niet juist of niet toereikend is. De rechtbank zal zich dan ook richten op wat eiser in beroep heeft aangevoerd.

Heeft de minister de problemen met de Koerden niet geloofwaardig kunnen achten?

6. Eiser stelt dat hem niet kan worden tegengeworpen dat hij geen documenten heeft overgelegd met betrekking tot de veroordeling, dan wel dat hij geen bewijs kan aanleveren voor eventuele pogingen dergelijke documenten boven tafel te krijgen. In dit verband heeft eiser in diens zienswijze gewezen op zijn minderjarigheid, de rol van zijn moeder en uiteraard op de situatie in Syrië. Eiser stelt verder dat de minister hem ten onrechte tegenwerpt dat hij zou hebben verklaard een boete te hebben betaald. Uit het nader gehoor volgt dat eiser feitelijk spreekt over een borgstelling. Bovendien is het zo dat een borgstelling niet per definitie met zich meebrengt dat dit ook betekent dat de desbetreffende persoon ook door de autoriteiten zou worden gezocht. Eiser stelt daarnaast dat hem ten onrechte wordt tegengeworpen dat hij niet weet wanneer hij is aangehouden. Het gegeven dat eiser volgens de medische verklaring klaarblijkelijk wel in staat is om jaartallen te benoemen, brengt uiteraard niet met zich mee dat hieruit de conclusie kan worden getrokken dat hij dan ook in staat moet zijn het exacte moment van aanhouding te reproduceren.

De rechtbank oordeelt dat de minister eiser heeft kunnen tegenwerpen dat hij onvoldoende documenten heeft overgelegd en daarvoor geen goede verklaring heeft. Dat eiser stelt dat hij is aangehouden en nog moet voorkomen rechtvaardigt de verwachting dat eiser dit kan onderbouwen met stukken. Daar komt bij dat eiser stelt dat dit de reden voor zijn vertrek uit Syrië is geweest. Eiser heeft dergelijke stukken niet overgelegd en de minister heeft naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte overwogen dat eiser hiervoor onvoldoende verklaring heeft gegeven. Eiser heeft verklaard dat hij vast nog iets kon vinden en zijn moeder zou vragen, maar niet is gebleken dat eiser daadwerkelijk de afgelopen twee jaar actie heeft ondernomen om aan documenten te komen.

De rechtbank volgt de minister niet in de tegenwerping dat eisers verklaring over het betalen van een boete niet strookt met zijn verklaring dat hij nog moet voorkomen. Eiser neemt slechts tweemaal het woord ‘boete’ in de mond en verklaart bovendien direct dat hij nogmaals moet voorkomen. Toch heeft de minister niet ten onrechte tegengeworpen dat eiser zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Daartoe overweegt de rechtbank dat de minister heeft kunnen overwegen dat eisers verklaringen onvoldoende gedetailleerd zijn. Eiser kan namelijk niet verklaren door welke rechtbank hij is veroordeeld of wanneer hij is aangehouden. Deze informatie mag wel van eiser worden verwacht, omdat het de reden van zijn vertrek is geweest en uit het medisch advies volgt dat eiser in ieder geval jaartallen zou moeten kunnen noemen. Verder mocht de minister tegenwerpen dat eiser bij het invullen van de antecedentenverklaring heeft verklaard dat hij niet vervolgd wordt voor het plegen van een strafbaar feit. Dit strookt niet met eisers verklaring dat sprake is van een borgtochtregeling, omdat eiser dan nog steeds vervolgd zou worden.

Heeft de minister de doodsbedreiging van eisers vader en zijn stam niet geloofwaardig kunnen achten?

7. Eiser stelt dat hij wel degelijk voldoende gedetailleerd heeft verklaard over de geuite bedreigingen. Deze bestonden immers uit een bedreiging/bedreigingen met de dood, zowel door de vader als door de oom. Hierbij is ook de reden geuit, namelijk dat eiser met een jongen (travestiet) naar bed zou zijn gegaan. Wanneer en op welke wijze eiser zou worden gedood is eenvoudigweg niet aan hem verteld. Niet valt in te zien op welke wijze eiser hieromtrent meer gedetailleerd had kunnen verklaren. Dit had immers alleen maar gekund indien eiser meer feiten en omstandigheden ter ore waren gekomen over deze bedreigingen.

De rechtbank oordeelt dat de minister niet ten onrechte de doodsbedreigingen van zijn vader en stam, niet geloofwaardig acht. In de eerste plaats heeft eiser geen documenten overgelegd die zijn verklaringen ondersteunen en daarvoor geen bevredigende verklaring gegeven. Verder heeft de minister in de besluitvorming uiteengezet waarom en op welke punten de verklaringen van eiser onvoldoende gedetailleerd zijn. Eiser zet hier enkel tegenover niet meer details te weten. Dit is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. Van eiser mag in ieder geval verwacht worden gedetailleerder te kunnen verklaren over wat zijn vader tegen hem heeft gezegd en over hoe zijn vader op de foto kon zien dat de persoon niet een vrouw was. Omdat in het gehoor op deze punten ook voldoende is doorgevraagd, slaagt de beroepsgrond niet.

Heeft de minister kunnen concluderen dat eiser niet dienstplichtig is voor de huidige Syrische regering?

8. Eiser stelt dat moet worden opgemerkt dat met de meest recente ontwikkelingen in Syrië, met name in de KAR, het maar de vraag is of en in hoeverre het nieuwe regime zal kunnen vasthouden aan het feit dat er geen sprake zal zijn van verplichte militaire dienst of rekrutering. De informatie die hierover is opgenomen in voornoemd ambtsbericht is, juist gelet op deze ontwikkelingen, gedateerd.

De rechtbank oordeelt dat de minister niet ten onrechte concludeert dat eiser geen gegronde vrees voor gedwongen rekrutering voor het Syrische regeringsleger heeft. De minister heeft met objectieve bronnen onderbouwd dat de dienstplicht is opgeheven en dat rekrutering op vrijwillige basis plaatsvindt. Ook de informatie van de EUAA bevestigt dat de dienstplicht is beëindigd door de overgangsregering. Dat dit in de toekomst zal veranderen gezien recente ontwikkelingen is een onzeker toekomstige gebeurtenis. Eiser heeft geen bronnen overgelegd waaruit volgt dat sprake is van een verplichte militaire dienstplicht.

Heeft eiser te vrezen voor vervolging omdat hij dienstplichtig is voor de Koerden?

9. Eiser stelt dat rekrutering van Koerdische en Arabische minderjarigen en jongvolwassenen in het zogenoemde DAANES-gebied aan de orde van de dag is. Eiser is afkomstig uit Al Hasakah, dat de kern vormt van deze regio in het noorden van Syrië. Daaraan dient te worden toegevoegd dat naar de huidige stand van zaken het regeringsleger van de interim-regering van Al Sharaa in Syrië, de Koerden grotendeels uit dit gebied heeft teruggedrongen. Daarmee is de kans dat eiser vanwege deze reden zal worden opgeroepen dan wel gerekruteerd, aanzienlijk geworden. Eiser heeft een diepgewortelde overtuiging die voortvloeit uit onoverkomelijke gewetensbezwaren. Eiser wil niet vermoorden en ook niet vermoord worden, waarbij hij opmerkt niet van bloed te houden. Eiser huldigt hier een bij uitstek pacifistisch standpunt ten aanzien van de door hem beschreven gevechtshandelingen.

De rechtbank stelt vast dat niet ter discussie staat dat eiser dienstplichtig is voor de Koerden. Daarnaast overweegt de rechtbank dat in het Antikian-arrest uiteen is gezet in welke gevallen een dienstweigeraar als vluchteling kan worden aangemerkt. De uiteenzetting is nadien neergelegd in het beleid van de minister. Hierin is bepaald dat de minister een asielvergunning verleent als de vreemdeling voldoet aan tenminste één van de volgende voorwaarden:

De vreemdeling heeft aannemelijk gemaakt te vrezen voor vervolging of bestraffing wegens dienstweigering tijdens een conflict, wanneer het vervullen van militaire dienst het plegen van strafbare feiten of handelingen inhoudt die onder de uitsluitingsclausule van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag vallen.

De vreemdeling heeft een gegronde vrees voor een onevenredige of discriminatoire bestraffing, tenuitvoerlegging van de straf, of een andere discriminatoire behandeling vanwege zijn dienstweigering of desertie op basis van een van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag.

De vreemdeling heeft ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren vanwege zijn godsdienstige of andere diepgewortelde overtuiging, die geleid hebben tot zijn dienstweigering of desertie, terwijl er voor de vreemdeling geen mogelijkheid bestond om ter vervanging van zijn militaire dienst een niet-militaire dienstplicht te vervullen. Er is bovendien een reële kans dat het niet vervullen van de militaire dienstplicht leidt tot oplegging van een onevenredige zware (straf)maatregel of tot oplegging van een samenstel van verschillende maatregelen, die in samenhang kunnen worden aangemerkt als een onevenredige bestraffing. Dit geldt ook als de vreemdeling gegronde vrees heeft in een conflict te worden ingezet tegen zijn eigen volk of familie.

De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft onderbouwd dat hij als dienstplichtige handelingen moet verrichten die oorlogsmisdrijven vormen en dat hij daardoor voor vervolging of bestraffing moet vrezen. Daarom is de eerste voorwaarde niet van toepassing. Verder concludeert de minister niet ten onrechte dat uit eisers verklaringen niet is gebleken dat hij onevenredig of discriminatoir bestraft zal worden. Eiser heeft in dit kader enkel verklaard alsnog gedwongen te worden om de dienstplicht te vervullen, hetgeen onvoldoende is. Daarbij overweegt de rechtbank ook dat uit openbare landeninformatie niet volgt dat dienstweigeraars onevenredig of discriminatoir bestraft worden. Daarnaast heeft de minister kunnen concluderen dat eiser geen onoverkomelijke gewetensbezwaren heeft. Eiser verklaart alleen dat hij niet wil dienen omdat hij niet van bloed houdt, zijn landgenoten niet wil vermoorden en zelf niet vermoord wil worden. Dit zijn standpunten van een dusdanige algemene aard dat ze niet kunnen worden aangemerkt als duidend op een diepgewortelde overtuiging. Eiser heeft niet hierom te vrezen voor vervolging.

Loopt eiser een risico op willekeurig geweld?

10. Eiser stelt dat het relatief lager niveau van willekeurig geweld niet kan worden aangenomen voor de Koerdische regio in Syrië, meer specifiek het DAANES-gebied. Er is sprake van aanvallen en gevechten tussen Syrische regeringstroepen en de Syrian Democratic Forces (SDF) in en rond Koerdische steden, zoals Kobani en Qamishli, zelfs toen er sprake was van een staakt-het-vuren. Daarbij worden zware wapens en artillerie gebruikt, soms in dichtbevolkte gebieden. Daarbij zijn doden en gewonden gevallen onder burgers door bombardementen, artillerie en dromers in woonwijken, met name in wijken waar sprake is van een Koerdische meerderheid. Eiser wijst erop dat het geografische gebied van de gevechten steeds kleiner wordt, en de intensiteit in die gebieden daardoor toeneemt.

Verder blijkt volgens eiser uit het bestreden besluit onvoldoende in welke mate de minister de huidige humanitaire omstandigheden in het betreffende gebied van Syrië heeft betrokken bij de vraag in hoeverre er sprake is van subsidiaire bescherming. Uit het bestreden besluit blijkt slechts dat de minister de humanitaire omstandigheden in geheel Syrië in ogenschouw heeft genomen, terwijl naar de mening van eiser deze overweging in zijn geval nu juist gedifferentieerd dient te worden naar de betreffende regio in Syrië.

11. De rechtbank overweegt dat de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats al heeft geoordeeld geen aanleiding te zien voor het oordeel dat de minister de situatie in Syrië ten onrechte kwalificeert als een 15c-situatie in de laagste gradatie. In dit kader heeft eiser alleen aangevoerd dat dit relatief lager niveau van willekeurig geweld niet kan worden aangenomen voor de Koerdische regio omdat sprake is van het uitbreken van gevechten tussen de Syrische regeringstroepen en Koerdische strijders. Dit is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. In het ambtsbericht van 2025 is erkend dat sprake is van incidentele geweldsuitbarstingen en gevechten. In die zin is de door eiser genoemde geweldsuitbarsting verdisconteerd in het beleid van minister. Uit het Ambtsbericht van 2026 volgt niet dat de algemene veiligheidssituatie wezenlijk is verslechterd. Met hetgeen eiser heeft aangevoerd is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken dat de minister niet uit mag gaan van een 15c-situatie in de laagste gradatie. De rechtbank ziet zich in dit oordeel bovendien gesteund door het EUAA rapport van december 2025.

Over de humanitaire omstandigheden verwijst de rechtbank in de eerste plaats naar de hiervoor genoemde meervoudige kamer uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats. Daarin is geoordeeld dat humanitaire omstandigheden slechts relevant zijn voor de beoordeling van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn wanneer deze direct of indirect voortkomen uit handelen of nalaten van een van de strijdende partijen. Uit het Algemeen Ambtsbericht Syrië van mei 2025 en januari 2026 blijkt dat de humanitaire situatie in Syrië weliswaar zeer slecht is, maar dat deze slechte situatie grotendeels wordt veroorzaakt door de jarenlange oorlog door, economische sancties tegen en de nalatigheid van de voormalige regering-Assad, en niet of slechts in zeer beperkte mate samenhangt met het nog resterende gewapende conflict. Hoewel humanitaire omstandigheden in zijn algemeenheid een rol kunnen spelen bij de beoordeling, spelen de omstandigheden veroorzaakt door een niet-actieve actor in beginsel geen rol spelen bij het bepalen van de gradatie van willekeurig geweld in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Bij een gebrek aan onderbouwing van de kant van eiser, heeft de minister in het standpunt van eiser geen aanleiding hoeven zien om zijn beleid te wijzigen. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding om af te wijken van de hiervoor genoemde uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats.

Tot slot oordeelt de rechtbank dat de minister terecht stelt dat eiser er niet in is geslaagd om met persoonlijke omstandigheden te onderbouwen dat er ondanks het lagere niveau van willekeurig geweld, in zijn individuele geval toch sprake is van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer als gevolg van het willekeurig geweld. Eiser heeft geen persoonlijke omstandigheden genoemd en de rechtbank is hier ook overigens niet van gebleken.

Had eiser uitstel van vertrek om medische redenen moeten krijgen?

12. Eiser heeft gewezen op zijn middelenafhankelijkheid en de hierop gerichte medicatie om deze afhankelijkheid te redresseren. Daarom is er sprake van kennelijke kwetsbaarheid. Hierbij komt het feit dat eiser zich recentelijk suïcidaal heeft geuit. Het is weliswaar juist dat in zijn algemeenheid kan worden gesteld dat het medisch advies niet is aan te merken als een medisch document dat in zijn algemeenheid kan leiden tot uitstel van vertrek om medische redenen, doch eiser meent dat de huidige staat van de gezondheidszorg in Syrië dusdanig erbarmelijke is dat het er voor moet gehouden worden dat eiser in Syrië niet de behandeling zal krijgen die medisch noodzakelijk is. Voorts wordt het in het belang van de gezondheid van eiser geacht dat hij het in Nederland ingezette traject kan vervolgen en afronden.

De rechtbank stelt vast dat eiser geen (medische) documentatie of andere onderbouwing heeft overgelegd waaruit blijkt dat sprake is van medische problematiek of een ingezet behandeltraject. De minister heeft daarom geen aanleiding hoeven zien om eiser uitstel van vertrek om medische redenen te verlenen.

Conclusie en gevolgen

13. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand