ECLI:NL:RBDHA:2026:10446

ECLI:NL:RBDHA:2026:10446

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-04-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer NL25.53460
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Asiel; somalië; rekrutering al-shabaab; Wajid; Shanshiyo stam; terugreis naar Wajid; beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.53460

(gemachtigde: mr. F. Boone),

en

(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft het namelijk niet ten onrechte ongeloofwaardig gevonden dat eiser problemen heeft ondervonden van Al-Shabaab. Ook heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser zijn vrees voor problemen vanwege zijn stamafkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. Hetzelfde geldt voor eisers vrees om bij terugkeer te worden gerekruteerd door Al-Shabaab. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 27 oktober 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep, samen met de verzochte voorlopige voorziening (NL25.53461) op 11 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser is van Somalische nationaliteit, is geboren op [geboortedag] 2008 en behoort tot de Shansiyo-bevolkingsgroep. Hij legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is geboren in Djedda, Saoedi-Arabië en heeft daar zijn hele leven gewoond. In 2024 is hij door de Saoedi-Arabische autoriteiten uitgezet naar Somalië, omdat hij illegaal in Saoedi-Arabië verbleef. In Mogadishu is hij opgevangen door zijn oma van moederskant. Vervolgens heeft hij twee weken bij haar in Wajid gewoond. Volgens eiser heeft Al-Shabaab de macht in Wajid en bepalen zij daar de regels. Ze hebben eiser drie keer aangesproken, en hij moest luisteren naar hun preken in de moskee. De derde keer dat eiser is aangesproken door Al-Shabaab-leden hebben ze hem mishandeld, omdat hij buiten op straat was tijdens gebedstijd. Bij terugkeer naar Somalië vreest eiser om gerekruteerd te worden door Al-Shabaab om te vechten voor de religie. Daarnaast is eiser bang om gediscrimineerd te worden als mensen erachter komen dat hij tot de Shanshiyo stam behoort.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

- eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;

- eiser is drie keer aangesproken door Al-Shabaab.

De minister stelt zich op het standpunt dat eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig zijn. Dat eiser drie keer is aangesproken door Al-Shabaab is echter niet geloofwaardig. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat eisers verklaringen in strijd zijn met beschikbare landeninformatie en geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eisers geloofwaardige identiteit, nationaliteit en herkomst bieden geen aanleiding voor de conclusie dat hij heeft te vrezen voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade. Omdat eiser bovendien kennelijk inconsequente en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd, vindt de minister dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is.

Heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het ongeloofwaardig is dat eiser drie keer is aangesproken door Al-Shabaab?

5. Niet in geschil is dat eiser zijn verklaring dat hij drie keer is aangesproken door Al-Shabaab niet volledig heeft onderbouwd met (objectieve) documenten. Daarom heeft de minister beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en in strijd zijn met beschikbare informatie. De minister werpt in dat verband tegen dat uit openbare bronnen blijkt dat Al-Shabaab niet aan de macht zijn in Wajid zodat niet in te zien valt dat zij daar openlijk patrouilleren. Verder werpt de minister tegen dat het ongerijmd is dat eiser tijdens gebedstijd op straat zou zijn gebleven ondanks de waarschuwing van zijn oma. Tot slot werpt de minister tegen dat eiser tijdens zijn aanmeldgehoor in het geheel niet heeft gesproken over deze problemen.

Eiser betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het ongeloofwaardig is dat hij drie keer is aangesproken door Al-Shabaab, omdat Al-Shabaab niet in Wajid aanwezig zou zijn. Volgens een rapport van de EUAA werd de grip van Al-Shabaab in de regio Bakool, waarvan Wajid deel uitmaakt, sterk gevoeld, bijvoorbeeld door kinderontvoeringen voor rekrutering. Het rapport noemt dat Wajid onder controle is van de FGS-coalitie, maar stelt ook dat Al-Shabaab de macht bleef uitoefenen over de gebieden rondom Wajid en het dorp in een staat van beleg hield. Uit een rapport van het Belgische CEDOCA blijkt ook dat Al-Shabaab aanwezig is rond Wajid en dat er vuurgevechten plaatsvinden. Verder heeft de minister eisers verklaringen over het verloop van de gestelde gebeurtenissen ten onrechte ongerijmd gevonden. Jeugdigen zijn niet altijd even goed in het maken van risico-inschattingen en kunnen de gevolgen van hun handelen niet altijd goed overzien. De minister heeft dan ook ten onrechte tegengeworpen dat hij was vergeten dat het gevaarlijk was om buiten te blijven. Overigens betwist eiser dat hij heeft verklaard wat voor straf er stond op het negeren van gebedstijd. Wel heeft eiser verklaard dat men gestraft kan worden. Ten slotte heeft de minister verklaringen uit het aanmeldgehoor betrokken bij de beoordeling van de asielmotieven, terwijl uit het beleid van de minister juist volgt dat hij dat niet hoort te doen. Dit levert dan ook een motiveringsgebrek op.

De beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het ongeloofwaardig is dat eiser drie keer is aangesproken door Al-Shabaab toen hij in Wajid bij zijn oma verbleef. De minister heeft er namelijk niet ten onrechte op gewezen dat uit de door hem aangehaalde landeninformatie – en overigens ook uit die van eiser – blijkt dat Al-Shabaab weliswaar actief is in het district rondom Wajid, maar dat de Somalische federale overheid en Afrikaanse Unie aan de macht waren in Wajid zelf. Daaruit blijkt ook dat zij daar nog steeds aan de macht zijn. Tijdens de zitting heeft eisers gemachtigde niet betwist dat dit inderdaad uit de openbaar beschikbare landeninformatie volgt. Eiser heeft daarop verklaard dat hij afging op wat zijn oma hem vertelde en dat hij zich misschien in een gedeelte van Wajid bevond waar Al-Shabaab wel aan de macht was. Dat Wajid gedeeltelijk in handen van Al-Shabaab zou zijn volgt echter niet uit de landeninformatie. De rechtbank volgt eiser hier daarom niet in. Aangezien Al-Shabaab niet aan de macht was of is in Wajid, heeft de minister het dan ook onaannemelijk mogen vinden dat leden van Al-Shabaab in eisers omgeving hun regels hebben kunnen opleggen, in de moskee preken hebben kunnen houden en – bovenal – eiser zouden hebben kunnen aanspreken voor een mogelijke rekrutering. Daarbij heeft de minister er ook niet ten onrechte op gewezen dat uit het meest recente ambtsbericht blijkt dat Al-Shabaab voornamelijk rekruteert in gebieden die onder haar controle staan.Verder heeft de minister eisers verklaringen over de keren dat hij door Al-Shabaab is benaderd ook niet ten onrechte ongerijmd gevonden. De minister heeft met name ongerijmd mogen vinden dat eiser zou zijn vergeten dat het gevaarlijk was om buiten te blijven tijdens gebedstijd, terwijl hij heeft verklaard dat zijn oma hem hier meerdere keren voor had gewaarschuwd. Ook heeft de minister er niet ten onrechte op gewezen dat eisers oma hem heeft verteld wat voor zware straffen Al-Shabaab uitdeelt als men hun regels niet naleeft. Weliswaar volgt de rechtbank eiser erin dat hij niet heeft verklaard te weten welke straf er specifiek op het negeren van de gebedstijd stond, maar dat doet er niet aan af dat eiser wel heeft verklaard bekend te zijn met de zware wijze waarop Al-Shabaab over het algemeen straft. Gelet op de ernst van het gevaar dat eiser duidelijk moet zijn geweest, doet het feit dat pubers soms een andere risico-inschatting maken dan volwassenen er niet aan af dat de minister niet aannemelijk heeft hoeven vinden dat eiser, op het moment dat het gebedstijd is en vrienden zeggen dat ze naar de moskee gaan, besluit om buiten op straat te blijven.

Aangezien dit duidelijk uit het Vreemdelingenbesluit 2000 volgt, wordt eiser er ten slotte wel in gevolgd dat zijn verklaringen tijdens het aanmeldgehoor over wie de macht heeft in Wajid en waarom hij is gevlucht, niet mochten worden betrokken bij de beoordeling van zijn asielmotieven. Dit levert een motiveringsgebrek op. De rechtbank ziet echter aanleiding om dit gebrek te passeren. Het is namelijk aannemelijk dat eiser er niet door in zijn belangen is geschaad. Gelet op wat onder 5.2 is overwogen blijven de overige tegenwerpingen van de minister immers staan en die zijn voldoende om het relaas op dit punt ongeloofwaardig te achten, zoals de minister tijdens de zitting ook heeft toegelicht.

Heeft eiser een gegronde vrees voor problemen vanwege zijn stamafkomst?

6. Eiser betoogt dat de minister eisers vrees voor problemen vanwege zijn stamafkomst ten onrechte niet aannemelijk vindt. Eiser heeft verklaard dat hij discriminatie verwacht als gevolg van de Shanshiyo-stamafkomst van zijn vader. In de correcties en aanvullingen op het nader gehoor heeft eiser opgemerkt dat een lid van een minderheidsclan zich niet zomaar kan vestigen in een gebied waar een andere, grotere clan zich bevindt. Discriminatie en uitbuiting liggen dan op de loer, en men heeft dan geen bescherming van de eigen clan. Daarnaast kunnen de problemen rond het huis van de oma niet met de problemen vanwege de Shanshiyo-afkomst te maken hebben, omdat oma de moeder van zijn moeder is en zijn moeder tot de Jirone stam behoort. De minister heeft ten onrechte alleen bij de beoordeling betrokken wat eiser niet weet. Verder heeft eiser nooit gemerkt dat zijn oma het niet met zijn vader kan vinden vanwege zijn stamafkomst, wat gezien zijn leeftijd aannemelijk is. Bovendien heeft het huwelijk tussen zijn ouders lang geleden plaatsgevonden en is het nu hoe dan ook waarschijnlijk geen probleem meer. De minister werpt dan ook ten onrechte tegen dat eiser hier niet meer over kan verklaren. Ten slotte voert eiser aan dat de minister hierbij geen rekening heeft gehouden met zijn referentiekader.

De beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser zijn vrees voor problemen vanwege zijn stamafkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. De minister heeft er in de eerste plaats terecht op gewezen dat eiser niet heeft verklaard zelf problemen te hebben ervaren vanwege zijn stamafkomst. Eisers vrees is immers alleen gebaseerd op wat hij zou hebben vernomen van zijn oma en de problemen die zijn vader in het verleden zou hebben meegemaakt. De minister heeft ook terecht tegengeworpen dat eiser onvoldoende concreet heeft verklaard over deze problemen in het verleden, of de eventuele toekomstige problemen waar hij mee geconfronteerd zal worden. Zo weet eiser niet te benoemen waar zijn vader heeft verbleven in Somalië, weet hij niet waarom zijn ouders – die van verschillende stammen afkomstig zijn – wel met elkaar konden trouwen en weet hij niet te benoemen met welke stammen zijn stam problemen heeft of wat het verschil is tussen zijn stam en andere stammen. De minister werpt ook tegen dat eiser onvoldoende concreet verklaart over een probleem rondom de woning van zijn oma, dat zou zijn veroorzaakt door andere stammen. Daarvan heeft eiser aangegeven dat deze problemen niet met de Shanshiyo-afkomst te maken zullen hebben, omdat oma de moeder van zijn moeder is en zijn moeder tot de Jirone stam behoort. Ook in zoverre is dan in ieder geval niet concreet gemaakt dat er in het verleden problemen zijn geweest. Aangezien eiser heeft verklaard vanwege deze problemen te moeten vrezen bij terugkeer naar Somalië, mocht de minister van eiser verwachten dat hij concreter zou kunnen verklaren welke problemen er dan zouden zijn geweest. Dat eiser jong is en maar voor een korte periode in Somalië heeft verbleven, betekent niet dat dit niet meer zou gelden. Eiser wordt er daarom niet in gevolgd dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader door aan hem tegen te werpen dat hij onvoldoende concreet over deze problemen heeft verklaard. De minister heeft er in dit verband ook terecht op gewezen dat het in de eerste plaats aan eiser is om zijn gestelde vrees aannemelijk te maken.

Verder heeft de minister het terecht ook niet op basis van algemene informatie aannemelijk gevonden dat eiser te maken zal krijgen met discriminatie die dusdanig zwaarwegend is dat hij daarom een gegronde vrees voor vervolging heeft. De minister heeft namelijk gewezen op openbare bronnen, waaruit blijkt dat de Benadiri – waar eisers Shanshiyo-stam toe behoort – weliswaar met sociale uitsluiting te maken hebben, maar niet slachtoffer zijn van gericht geweld. Ook bekleden Benadiri overheidsposities en hebben Benadiri die trouwen met iemand uit een dominante clan over het algemeen een sterkere sociale positie. Dat eisers vader met zijn moeder, van een dominante clan, is getrouwd duidt er dus op dat hij zelf ook een sterkere sociale positie heeft verkregen. Eisers betoog ter zitting dat dit voor hem niet op zou gaan omdat hij vanwege de afwezigheid van zijn ouders geen gebruik zou kunnen maken van hun gemengde huwelijk, wordt niet gevolgd. Eiser is via zijn moeder immers zelf verwant aan de dominante clan in Bakool. Bovendien verbleef eiser in Somalië bij zijn oma, die tot die dominante clan behoort. Dat eiser zich niet zomaar zou kunnen vestigen in Bakool omdat hij tot een minderheidsclan behoort, wordt daarom ook niet gevolgd.

Kan eiser veilig terugkeren naar Wajid, zonder risico om te worden gerekruteerd door Al-Shabaab?

7. Eiser betoogt dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser de terugreis naar Wajid zou kunnen maken zonder risico te lopen om te worden gerekruteerd door Al-Shabaab. Om bij Wajid te komen zou eiser moeten reizen door een gebied waar volgens de door de minister zelf aangehaalde kaart verschillende groeperingen de macht hebben, en het dus niet veilig is. Verder wijst eiser op de eerder door hem aangehaalde landeninformatie, waaruit blijkt dat Al-Shabaab aanwezig is rond Wajid en daar de macht uitoefent. De minister is hieraan voorbij gegaan. Bovendien kan eiser maar op één manier naar Wajid reizen zonder Al-Shabaab-gebied te doorkruisen, namelijk via een lange omweg volledig door gebied waar het overheidsleger niet de controle heeft en tussen de Ethiopische grens en de Al-Shabaab-stad Rabdhure, ter hoogte van de plaats Yed. De stad Yed is nog onder controle van het Somalische leger, maar niet het gebied eromheen, waar Al-Shabaab zeer actief is.

De beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich terecht en voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser geen reëel risico loopt om te worden gerekruteerd door Al-Shabaab bij terugkeer naar Wajid. De minister heeft er terecht op gewezen dat uit een recente, openbaar beschikbare kaart van 31 juli 2025 blijkt dat het gebied rondom Wajid onder gemengde, onduidelijke of lokale controle staat, en dat eiser niet door gebied hoeft te reizen dat onder controle staat van Al-Shabaab om naar Wajid te kunnen reizen. Uit de door eiser aangehaalde landeninformatie komt geen wezenlijk ander beeld naar voren van de situatie daar. Nu de minister terecht naar voren heeft gebracht dat Al-Shabaab voornamelijk rekruteert in gebieden die onder haar controle staan heeft de minister aan mogen nemen dat eiser naar Wajid kan reizen door het gebied onder gemengde, onduidelijke of lokale controle staat. Bovendien heeft de minister hier terecht bij betrokken dat eiser heeft verklaard dat hij al twee keer zonder ernstige problemen tussen Wajid en Mogadishu is gereisd. Eiser heeft geen concrete redenen naar voren gebracht die aannemelijk maken dat hij dit niet opnieuw zou kunnen doen.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

Gelet op wat onder 5.3 is overwogen, ziet de rechtbank wel aanleiding om de minister te veroordelen tot het vergoeden van eisers proceskosten. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,-, omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en op de zitting is verschenen.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Lange, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand