ECLI:NL:RBDHA:2026:10516

ECLI:NL:RBDHA:2026:10516

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-03-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer C/09/677904 / FA RK 24-9290
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Volgt

Uitspraak

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 27 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. G. Çekiç te Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

blijkens de huwelijksakte: [de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M. de Bluts te Zoetermeer.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 24 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2024 te [plaats 1] ( [land] ).

- De man en de vrouw hebben de Turkse nationaliteit.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de man – na aanvulling – strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:

- toedeling aan de man van het huurrecht van de echtelijke woning aan het [adres] in [plaats 2] ;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert – onder referte van de echtscheiding en het huurrecht van de echtelijke woning – verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Bovendien heeft de vrouw zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken, met een nevenvoorziening tot:

- vaststelling van de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van € 1.200,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van de datum indiening zelfstandig verzoek;

althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank redelijk en billijk acht, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Op grond van artikel 3 van de Verordening (EG) Nr. 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 (Brussel II-ter) heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht ten aanzien van het verzoek tot echtscheiding, omdat de echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. De rechtbank zal op grond van artikel 10:56 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.

Inhoudelijke beoordeling

Partijen zijn het erover eens dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en hebben beiden een verzoek tot echtscheiding gedaan. Deze verzoeken tot echtscheiding kunnen als op de wet gegrond worden toegewezen.

Huurrecht echtelijke woning

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De echtelijke woning is in Nederland gelegen. Op grond van artikel 4 lid 3 onder a Rv komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe. De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.

Inhoudelijke beoordeling

De man heeft verzocht het huurrecht van de echtelijke woning aan hem toe te kennen. De vrouw heeft ingestemd met het verzoek van de man. De rechtbank zal daarom bepalen dat de man voortaan de huurder zal zijn van de echtelijke woning.

Partneralimentatie

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het alimentatieverzoek. Op het verzoek tot alimentatie voor de vrouw zal de rechtbank op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.

Inhoudelijke beoordeling

-strijd met redelijkheid en billijkheid

De man stelt zich op het standpunt dat de vrouw hem heeft gebruikt om een verblijfsvergunning te krijgen. Hierdoor is het in strijd met de redelijkheid en billijkheid dat de man ook nog eens gehouden is om aan de vrouw partneralimentatie te betalen.

De vrouw betwist dat zij met de man is getrouwd om een verblijfsvergunning te verkrijgen.

De rechtbank kan niet vaststellen wat de motieven van partijen waren om met elkaar te trouwen. Daarbij acht de rechtbank dit ook niet van doorslaggevend belang voor de vraag of de vrouw wel of geen aanspraak kan maken op partneralimentatie. De rechtbank zal hierna dan ook de behoefte van de vrouw vaststellen.

- behoefte vrouw

De rechtbank gaat voorbij aan het standpunt van de man dat de vrouw haar verzoek onvoldoende heeft onderbouwd. Nu de vrouw een bijstandsuitkering ontvangt gaat de rechtbank ervan uit dat zij behoefte heeft aan een bijdrage in haar levensonderhoud. Gelet daarop acht de rechtbank het redelijk dat de vrouw een behoefte heeft van € 1.200,- per maand.

- behoeftigheid vrouw

Vervolgens zal de rechtbank nagaan of de vrouw ook behoeftig is. In dat kader heeft de man zich op het standpunt gesteld dat vrouw in staat is om te werken en daarmee in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Daarbij wijst hij erop dat de vrouw zowel in [land] als in Nederland heeft gewerkt. In Nederland was zij werkzaam bij [bedrijfsnaam] , een schoonmaakbedrijf. Zij heeft haar dienstverband bij [bedrijfsnaam] zelf opgezegd. De vrouw heeft op de zitting aangegeven dat zij voorheen niet kon werken, omdat zij in een vrouwenopvang zat (en nog steeds zit) en zij haar hebben aangegeven dat zij eerst Nederlands moet leren. Daarbij geeft de vrouw aan dat zij in afwachting is van een eigen woning en daardoor mogelijk in een andere stad komt te wonen. Gelet daarop is het voor haar op dit moment niet mogelijk om te werken.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken blijkt dat de vrouw tot 25 november 2024 een dienstbetrekking heeft gehad bij schoonmaakbedrijf [bedrijfsnaam] , en dat zij deze dienstbetrekking op haar verzoek is geëindigd. De vrouw heeft niet toegelicht wat de reden van deze opzegging was. Wat de reden hiervan ook is, hieruit blijkt in ieder geval dat zij ook zonder de Nederlandse taal te spreken, in staat is om loonvormende arbeid te verrichten. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden waardoor de vrouw niet in staat is om te werken. Dat zij nog geen definitieve woonplek heeft gevonden, leidt er niet toe dat zij niet kan werken. Niets staat er aan in de weg om tijdelijk werk te zoeken en, als blijkt dat haar nieuwe woonomgeving te ver weg is om dagelijks heen en weer te reizen, ander werk te vinden dat dichter in de buurt is van haar nieuwe woonplaats. De rechtbank acht de vrouw in staat om minimaal een inkomen van € 1.200,- bruto per maand te genereren. Het verzoek van de vrouw zal dan ook worden afgewezen.

Afgifte telefoons

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen (artikel 5, eerste lid, Verordening huwelijksvermogensstelsels).

Op het huwelijksvermogensstelsel van partijen is de Verordening huwelijksvermogensstelsels van toepassing. Niet is gesteld of gebleken dat partijen ten aanzien van het huwelijksvermogensstelsel een geldige rechtskeuze hebben uitgebracht.

Krachtens artikel 26, eerste lid, onder a van de Verordening wordt het huwelijksvermogensstelsel beheerst door het Nederlandse recht, nu partijen na de huwelijkssluiting hun eerste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hebben gevestigd in Nederland.

Wettelijk kader

Niet gesteld of gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt. Zij zijn op of na 1 januari 2018 met elkaar gehuwd, zodat gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet worden aangenomen dat tussen hen een wettelijke beperkte gemeenschap van goederen bestond.

De rechtbank overweegt dat nu de echtgenoten gehuwd zijn in de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen, de (door indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) ontbonden huwelijksgemeenschap op grond van artikel 1:94, lid 2 en lid 7 BW bestaat uit de goederen en schulden die voor het huwelijk reeds gemeenschappelijk waren en uit de goederen die tijdens het huwelijk (en voorafgaand aan de indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) zijn verkregen dan wel schulden die tijdens het huwelijk (en voorafgaand aan de indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) zijn aangegaan, voor zover deze niet betrekking hebben op goederen die buiten de wettelijke beperkte gemeenschap vallen.

Bij de verdeling van de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen moet als uitgangspunt worden genomen dat de echtgenoten in gelijke mate delen in de baten van de gemeenschap, terwijl ieder de lasten van de gemeenschap voor de helft moet dragen.

Inhoudelijke beoordeling

De rechtbank heeft op de zitting met partijen gesproken over drie telefoons: de Samsung Galaxy S9, S10 en S24.

- Samsung Galaxy S9 en S10

De Samsung Galaxy S9 en S10 zijn door de man aangeschaft vóór het huwelijk. Omdat de vrouw deze telefoons in haar beheer heeft, en de man deze graag terug wil, hebben partijen hier op de zitting afspraken over gemaakt. Partijen hebben afgesproken dat de man deze telefoons – binnen vier weken na de datum van deze beschikking – kan komen ophalen bij het kantoor van de advocaat van de vrouw. De rechtbank zal deze afspraak in het dictum van de beschikking vastleggen.

- Samsung Galaxy S24

Ten aanzien van de Samsung Galaxy S24 hebben partijen geen overeenstemming weten te bereiken. De rechtbank constateert dat deze telefoon is aangeschaft tijdens het huwelijk en daardoor in de wettelijke beperkte gemeenschap valt. De man wil ook deze telefoon graag terug hebben. Als de vrouw de telefoon niet terug wil of kan geven, wil de man een vergoeding van € 450,- van de vrouw. De vrouw geeft aan dat zij deze telefoon, na het uiteengaan van partijen, is verloren en daarom niet terug kan geven, doch heeft niet aangegeven wanneer dit is gebeurd. Nu het verzoekschrift tot echtscheiding kort na het uiteengaan van partijen in november 2024 is ingediend, gaat de rechtbank ervan uit dat de vrouw de telefoon na de peildatum is verloren. Het feit dat de telefoon er kennelijk niet meer is, neemt niet weg dat het een gemeenschappelijk goed betreft dat had moeten worden verdeeld. Omdat de vrouw degene is geweest die de telefoon tijdens haar beheer heeft verloren, moet zij de helft van de waarde hiervan aan de man vergoeden. De vrouw heeft niet betwist dat de helft van de waarde van de telefoon op de peildatum € 450,- is. De rechtbank zal dan ook van deze waarde uitgaan.

De vrouw heeft op de zitting gezegd dat zij geen € 450,- beschikbaar heeft. In dat kader heeft de man aangegeven dat de vrouw eventueel in termijnen kan betalen. Gelet daarop zal de rechtbank bepalen dat de vrouw de helft van de waarde van de (verloren) telefoon aan de man betaalt, in termijnen van € 25,- per maand, met ingang van de datum van de beschikking.

Beslissing

De rechtbank:

*

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2024 te [plaats 1] ( [land] );

*

bepaalt dat de man met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurder zal zijn van de woning aan het [adres] [plaats 2] ;

*

bepaalt dat de vrouw de Samsung Galaxy S9 en S10 afgeeft aan haar advocaat en dat de man deze telefoons – binnen vier weken na de datum van deze beschikking – kan komen ophalen bij het kantoor van de advocaat van de vrouw;

*

bepaalt dat de vrouw de helft van de waarde van de Samsung Galaxy S24 ad € 450,- aan de man betaalt, in 9 termijnen van € 25,- per maand, met ingang van april 2026, telkens vóór het eerste van de maand te voldoen;

*

verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte ten aanzien van de partneralimentatie en de telefoons.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. F.M. Wijvekate

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand