RECHTBANK DEN HAAG
Wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/701702 / FA RK 26-2722
Datum beschikking: 24 maart 2026
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in [zorginstelling] te [plaats] ,
advocaat: mr. K. Moene te Den Haag.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 19 maart 2026, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 31 oktober 2025 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging aan de geneesheer-directeur van 16 maart 2026 door [naam 1] , zorgverantwoordelijke;
- een aanvraag aan de officier van justitie van 19 maart 2026 door de geneesheer-directeur;
- een gewijzigd zorgplan van 17 maart 2026;
- een aanvullende medische verklaring van 17 maart 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 maart 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- co-assistent, [naam 2] ;
- afdelingsarts, [naam 3] ;
- verpleegkundige, [naam 4] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene wil geen verweer voeren tegen de verzochte verplichte vormen van zorg voor wat betreft ‘opname accommodatie’ en ‘beperken bewegingsvrijheid’. Betrokkene geeft aan dat hij akkoord gaat met de zorg, maar hij snapt ook dat er een waarborg moet zijn dat hij blijft. Tegen deze vormen van verplichte zorg voert betrokkene daarom geen verweer en refereert hij zich. Ten aanzien van de vormen ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht’ ligt dat anders. Deze vormen zijn met tijdelijke noodmaatregelen uitgevoerd. Daarbij zijn drie dagen voldoende gebleken. In het verleden is betrokkene uitsluitend bij de eerste crisismaatregel in de extra beveiligde kamer (EBK) opgenomen geweest en daarna niet meer behalve nu in het begin bij de opname. Het is niet voorzienbaar dat deze vormen opnieuw nodig zijn, vooral omdat betrokkene nu goed reageert en de katatone kenmerken minder zijn geworden. Er wordt gesproken over overplaatsing naar de medium care afdeling. Ook daarbij passen deze vormen van zorg niet.
De arts deelt mee dat betrokkene bij binnenkomst een flink katatoon beeld liet zien. De antwoorden kwamen zeer vertraagd en betrokkene was fysiek agressief. Het was niet mogelijk een gesprek met hem te voeren. Er is gestart met het verhogen van het anti-psychotica depot en met een lorazepam challenge om de katatonie te verbeteren. Het gaat nu al veel beter, maar de behandeling van de schizo affectieve stoornis heeft nog meer nodig. Als de situatie zich voortzet zoals nu kan dit in een klinische setting binnen enkele weken worden afgebouwd.
Volgens de arts is betrokkene deze opname eenmaal naar de EBK gebracht voor meerdere dagen in verband met fysieke agressie en bedreiging en was betrokkene niet stuurbaar.
Daarom is wel voorzienbaar dat ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht’ nodig is.
Beoordeling
Ten aanzien van betrokkene is op 31 oktober 2025 een zorgmachtiging afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, welke door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz.
Betrokkene is opgenomen met een ernstig psychiatrisch toestandsbeeld, waarbij sprake was van katatonie ten gevolge van een psychose. Er was geen gesprek mogelijk met betrokkene. Er was sprake van een vernauwd bewustzijn, het lukte betrokkene niet om te spreken, hij sloeg continu repeterend een kruis, hij staarde en hij nam afwijkende houdingen aan. Ook was hij enkele malen fysiek dreigend. Vermoed wordt dat deze situatie is ontstaan door een recidief psychose, ontstaan door een te lage dosering antipsychotica. Er is op 10 maart 2026 en op 16 maart 2026 besloten tot het verlenen van tijdelijk verplichte zorg waarin de huidige machtiging niet voorziet.
Teneinde deze noodsituatie af te wenden, heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- opnemen in een accommodatie.
Betrokkene verzet zich alleen tegen de aanvullende vormen van verplichte zorg ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’. Tegen de vormen ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ verzet betrokkene zich niet.
Gelet op dat wat op de zitting is besproken, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’. Niet gebleken is dat het opleggen van deze vormen noodzakelijk en voorzienbaar zijn. Het enkele feit dat betrokkene wel eens agressief kan zijn, is onvoldoende voor het oordeel dat het voorzienbaar is dat betrokkene moet worden ingesloten. In de afgelopen jaren is het twee keer nodig geweest om betrokkene kort in te sluiten. Dit was bij aanvang van de huidige opname en bij de eerste crisismaatregel in juli 2024.
Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen. De rechtbank acht de vormen ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ en het ‘opnemen in een accommodatie’ wel noodzakelijk en voorzienbaar.
Gebleken is dat deze vormen van zorg, die niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen moeten worden voortgezet.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen tot en met 30 april 2026, aldus dat de vormen van verplichte zorg worden uitgebreid met:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Beslissing
De rechtbank:
wijzigt de op 31 oktober 2025 verleende zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg vanaf heden ook de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 april 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.