[eiser] ,
van Eritrese nationaliteit, eiseres,
(gemachtigde: mr. A.H.A. Kessels),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. F.H. van Zanden).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de registratie van haar geboortedatum.
Bij besluit van 16 mei 2025 (bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiseres voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd. Ook heeft de minister bij dit besluit haar geboortedatum vastgesteld op [geboortedag 1] 2005.
Eiseres is het hiermee niet eens en heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 28 april 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk in de Taal Tigrinya is verschenen M. Tekie. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Achtergrond
2. Eiseres heeft de Eritrese nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedag 2] 2006. Eiseres is via Italië de Europese Unie ingereisd. Zij staat daar geregistreerd, maar heeft geen asielverzoek ingediend. Daarna is eiseres doorgereisd naar Nederland. Op 28 juli 2023 heeft eiseres een asielaanvraag ingediend.
Op 28 juli 2023 heeft er een leeftijdsschouw plaatsgevonden door de AVIM. Op basis van lichamelijke kenmerken van eiseres en haar gedrag heeft de AVIM unaniem geconcludeerd dat eiseres evident meerderjarig is. Op 31 juli 2023 is eiseres geschouwd door de IND. Hier is ook de conclusie getrokken dat eiseres evident meerderjarig is. Dit is gebaseerd op de lichamelijke kenmerken van eiseres, haar gedrag en haar verklaringen. Vanaf het aanmeldgehoor Dublin op 3 september 2023 wordt daarom aangenomen dat eiseres meerderjarig is en is haar geboortedatum vastgesteld op [geboortedag 1] 2005. Op 6 november 2023 is eiseres opgenomen in de nationale procedure.
Bestreden besluit
3. De minister heeft de asielaanvraag met het bestreden besluit ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De minister acht de verklaringen over de identiteit, nationaliteit en herkomst en de illegale uitreis geloofwaardig. De minister heeft de geboortedatum van eiseres op [geboortedag 1] 2005 vastgesteld. Volgens de minister mag zwaarwegend gewicht worden toegekend aan de schouw in Nederland en aan het ontbreken van identificerende documenten. In Italië heeft eiseres namelijk geen identificerende documenten overgelegd en daar heeft geen leeftijdsonderzoek plaatsgevonden. Bij de schouw bij de AVIM en de IND is geconcludeerd dat eiseres evident meerderjarig is. Verder heeft eiseres geen identificerende documenten overgelegd in Nederland, want een doopakte en schoolpasje zijn geen identificerende documenten. Daarom blijft de conclusie dat eiseres meerderjarig is overeind.
Leeftijdsregistratie
4. Eiseres stelt dat de minister had moeten uitgaan van de door haar genoemde
geboortedatum van [geboortedag 2] 2006 en niet [geboortedag 1] 2005. De minister is ten onrechte uitgegaan van de leeftijdsschouw en heeft ten onrechte op grond daarvan de leeftijd vastgesteld. De conclusie van de leeftijdsschouw kan namelijk niet gevolgd worden, nu dit niet inzichtelijk en concludent is. Eiseres kan de leeftijdsschouw van de IND en de AVIM niet volgen. Beide schouwen zijn onvoldoende gemotiveerd en kunnen niet dienen als leidraad voor de leeftijd van eiseres. Op de zitting heeft eiseres erop gewezen dat dit met name komt omdat de conclusies van de schouwen niet verbonden zijn met de observaties. Daarnaast heeft eiseres in alle gehoren consistent verklaard over haar leeftijd. Ook in Italië heeft zij aangegeven dat zij in 2006 is geboren. Ook wijst eiseres nog op een vertaling van haar doopakte en dat zij in Italië met de geboortedatum [geboortedag 2] 2006 geregistreerd staat.
De minister wijst op de uitspraak van de Afdeling van 20 augustus 2025 waaruit volgt dat een leeftijdsschouw op zichzelf een bruikbaar hulpmiddel is om vast te stellen of er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd en dat er voldoende blijk is van deskundigheid bij de schouwers. Nu twee medewerkers van de AVIM alsook een medewerker van de IND hebben geconcludeerd tot evidente meerderjarigheid, is terecht de geboortedatum
[geboortedag 1] 2005 toegekend in lijn met WI 2025/1. Ook kan aan de registratie in Italië niet het gewicht worden toegekend dat eiseres zou willen, nu er geen brondocumenten of een leeftijdsonderzoek aan ten grondslag liggen. Verder is de doopakte geen identificerend document. Ook hier kan dus niet de waarde gehecht worden die eiseres wenst.
De rechtbank overweegt dat uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat in het algemeen de leeftijdsschouw zorgvuldig is en het beleid daarover redelijk is. Om in een individuele zaak tot een zorgvuldige schouw te komen, is het van belang dat de verslaglegging zorgvuldig gebeurt en alle observaties tijdens het gehoor, bestaande uit uiterlijke kenmerken, verklaringen en gedragingen, in het verslag worden beschreven. Ook moeten de conclusies van de schouw worden verbonden aan deze observaties. Alleen dan is een schouw voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent.
De rechtbank is van oordeel dat beide leeftijdsschouwen niet inzichtelijk en concludent zijn. De conclusies zijn namelijk niet verbonden aan de observaties van de AVIM en de IND. De minister heeft dus onvoldoende gemotiveerd dat eiseres evident meerderjarig is. In de schouwen wordt enkel een opsomming gegeven van de lichamelijke kenmerken, het gedrag en de verklaringen van eiseres, maar wordt ten onrechte nagelaten te motiveren hoe deze opsomming leidt tot de conclusie dat eiseres evident meerderjarig is. Dit wordt de rechtbank met name duidelijk wanneer de twee schouwen naast elkaar bekeken worden. Bij de schouw bij de AVIM wordt eiseres omschreven als ‘niet erg geïnteresseerd’, terwijl eiseres bij de schouw van de IND juist wordt omschreven als ‘heeft een actieve luisterhouding’. Daarnaast zijn er maar een paar observaties die overeenkomen, zoals de donsharen op de bovenlip en tenger van postuur, maar het overgrote gedeelte van de observaties komt niet overeen. De rechtbank mist hier een motivering. Daarnaast is zonder nadere uitleg van enkele observaties niet inzichtelijk hoe die leiden tot evidente meerderjarigheid, zoals ‘draagt een ring om haar linkerringvinger’. Zonder nadere uitleg acht de rechtbank de conclusies van de schouwen, dat eiseres evident meerderjarig is, daarom niet te volgen. De minister dient dit in een nieuw te nemen besluit nader te motiveren.
De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking, nu het beroep al slaagt op het bovenstaande punt.
Conclusie
5. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin de leeftijd van eiseres is bepaald op 1 juli 2005. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen, omdat dat naar het zich laat aanzien geen doelmatige en efficiënte afdoeningswijze zou inhouden. De minister zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.
6. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin de leeftijd van eiseres is bepaald op 1 juli 2005;
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Roefs, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.