RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker
de minister van Asiel en Migratie,
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.10267
V-nummer: [v-nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. G. Ocak),
en
(gemachtigde: mr. S. Imami-Kalloemisier).
Procesverloop
Bij besluit van 23 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de beroepszaak NL26.10266, op 10 april 2026 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Y. Gababe in de taal Somalisch. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Frankrijk totdat is beslist op het beroep;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.868,00.
Overwegingen
De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
1. De voorzieningenrechter heeft de beroepszaak NL26.10266 ter zitting behandeld en de minister desgevraagd in de gelegenheid gesteld om nader schriftelijk te reageren op de vraag of de minister bereid is om aan verzoeker en zijn gestelde zoon een DNA-test aan te bieden, om de biologische band tussen beiden vast te stellen of uit te sluiten.
2. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Frankrijk totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
3. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 april 2026 door mr. M.F.A.M. Smeets, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Pirs, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.