ECLI:NL:RBDHA:2026:10571

ECLI:NL:RBDHA:2026:10571

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-04-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer NL25.52613 en NL25.52614
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

VA Irak. Problemen met de PKK, problemen vanwege Jezidi zijn, de geboortedatum van eiser. De rechtbank komt tot de conclusie dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Het beroep is gegrond.

Uitspraak

[eiser] ,

geboren op [geboortedag 1] 2001, van Iraakse nationaliteit,

alias [naam 1] , geboren op [geboortedag 2] 2006,

eiser en verzoeker, hierna: eiser

(gemachtigde: mr. J. van Putten)

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. C. van Es).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser en zijn verzoek om een voorlopige voorziening.

Bij besluit van 21 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Daarnaast heeft eiser een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, ertoe strekkende dat hij de behandeling van zijn beroep in Nederland mag afwachten.

Eiser heeft aanvullende beroepsgronden ingediend. De minister heeft op het beroep gereageerd met een aanvullende reactie.

De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 2 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting. Na de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Op 15 april 2026 heeft de rechtbank het onderzoek heropend. Er is namelijk gebleken dat voor eiser meerdere namen in het dossier zijn gebruikt. De rechtbank heeft in het dossier geen verklaring aangetroffen voor het verschil van gebruik in namen van eiser. Omdat de rechtbank het van belang achtte hier duidelijkheid over te verkrijgen voordat er uitspraak werd gedaan, heeft de rechtbank het onderzoek heropend en partijen in de gelegenheid gesteld hier een uitleg over te geven.

Nadat de gemachtigde van eiser op 22 april 2026 de gevraagde uitleg heeft verschaft, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de minister op goede gronden eisers asielaanvraag heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is en dat de voorlopige voorziening wordt afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

De naam van eiser

3. Voordat de rechtbank zal oordelen over de asielmotieven van eiser, zal de rechtbank ingaan op de verschillende namen die voor eiser zijn gebruikt in het dossier. Eiser heeft zich op 12 juni 2023 in Nederland gemeld onder de naam [naam 2] . In het aanmeldgehoor verklaart eiser dat zijn achternaam [naam 3] is, dat zijn vader [naam 4] heet en dat zijn naam in Irak geregistreerd staat als [naam 5] . Na dit aanmeldgehoor wordt door de minister de naam [naam 4] aangehouden. De gemachtigde van eiser heeft in het bericht van 21 april 2026 uitgelegd dat zijn voornaam [voornaam] is en het gebruik van de verschillende namen van eiser te verklaren valt door de namenreeks van eiser die bestaat uit zijn familienaam [familienaam] en de naam van zijn vader [naam 4] . Dit betekent dat uit het bericht van 21 april 2026 van de gemachtigde van eiser volgt dat de zijn namen van eiser [eiser] zijn. De rechtbank zal daarom uitgaan van deze naam.

Achtergrond

4. Eiser heeft tot 2014 in Syrië gewoond. Toen de oorlog tegen IS begon is eiser met zijn familie naar Irak gevlucht. Op 19 mei 2023 heeft eiser Irak illegaal verlaten en is hij via Turkije op 12 juni 2023 Nederland ingereisd. Op 13 juni 2023 heeft eiser in Nederland asiel aangevraagd.

Asielrelaas

5. Eiser heeft het volgende aan zijn asielrelaas ten grondslag gelegd. Eiser stelt niet terug te kunnen keren naar Irak. Eiser is vertrokken uit Irak omdat hij, na de inval van en de genocide door IS in 2014, in een vluchtelingenkamp terecht is gekomen. Eiser heeft negen jaar in dit vluchtelingenkamp geleefd. De omstandigheden zijn er slecht en hij kan er geen toekomst opbouwen. Eiser ondervindt last van discriminatie omdat hij [bevolkingsgroep] is. Ook wil de PPK hem rekruteren. Eiser verwacht dat hij om deze reden, als hij naar [regio] zou gaan, problemen krijgt met de PPK.

Besluitvorming

6. De minister heeft de volgende asielmotieven onderscheiden:

1.a. Naam, nationaliteit en herkomst;

1.b. Geboortedatum;

Algemene problemen vanwege Jezidische geloof;

Rekruteringspoging door de PKK in [regio] .

De minister acht eisers naam, nationaliteit, herkomst en zijn algemene problemen vanwege het feit dat hij [bevolkingsgroep] is, geloofwaardig. De minister acht de geboortedatum van eiser en de rekruteringspoging door de PKK in [regio] niet geloofwaardig.

De minister beoordeelt de geboortedatum van eiser als volgt. Bureau Documenten heeft de aangeleverde identiteitskaart van eiser onderzocht en deze vals bevonden. Zijn geboortedatum is gewijzigd van [geboortedag 1] 2001 naar [geboortedag 2] 2006. Daarnaast is er een vals autorisatie-inktstempel op de achterzijde van zijn identiteitskaart aangebracht. Daarmee heeft eiser bewust valse informatie verstrekt. De andere documenten die eiser heeft aangeleverd zijn geen identificerende documenten. Verder is er een medisch leeftijdsonderzoek gedaan waaruit is gebleken dat eiser meerderjarig is. Geconcludeerd kan worden dat eiser zijn minderjarigheid niet heeft aangetoond en bewust twijfel heeft gezaaid omtrent zijn leeftijd. Nu hij zelf ook zijn paspoort heeft weggegooid, heeft hij enkel een identiteitskaart als identificerend document overgelegd. Door met de valse identiteitskaart een asielaanvraag in te dienen, wordt dit door de minister gezien als “misbruik van de asielprocedure”.

De minister beoordeelt de rekruteringspoging door de PKK in [regio] als volgt. Allereerst wordt overwogen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de poging tot rekrutering door de PKK. Daarnaast zijn de verklaringen over de gestelde rekruteringspoging vaag. Ook verklaart eiser niet duidelijk over wat hij heeft gedaan nadat de PKK hem had gerekruteerd. Tot slot zijn er bronnen die bevestigen dat de PKK [bevolkingsgroep] -kinderen in [regio] vanaf de leeftijd van acht jaar rekruteert, maar waar niet uit blijkt dat de PKK actief volwassenen rekruteert. Eiser was ten tijde van de gestelde rekrutering namelijk al 22 jaar oud. Gezien zijn tegenstrijdige en vage verklaringen hierover, wordt niet geloofwaardig geacht dat de PKK een poging heeft gedaan om eiser te rekruteren.

De geloofwaardige asielmotieven en feiten en omstandigheden beoordeelt de minister als volgt. Eiser is geen vluchteling zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Het feit dat eiser [bevolkingsgroep] is en uit Irak komt, is op zichzelf niet genoeg om vluchteling te zijn. [bevolkingsgroep] ’s worden niet langer aangemerkt als risicoprofiel, omdat uit het ambtsbericht niet blijkt dat [bevolkingsgroep] ’s vanwege hun geloof, het risico lopen om in algemene zin slachtoffer te worden van geweld of ernstige schade. Daarnaast is de gestelde vrees bij terugkeer naar Irak vanwege vervolging door IS niet onderbouwd en hierom niet aannemelijk. Dat eiser gediscrimineerd is als [bevolkingsgroep] , wordt gevolgd. Uit zijn verklaringen blijkt echter niet dat de door hem gestelde discriminatie een dusdanig ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het voor hem onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied in de KAR te kunnen functioneren. Verder loopt eiser bij terugkeer naar Irak geen reëel risico op ernstige schade. Het feit dat eiser uit Irak komt is op zichzelf niet genoeg om een risico op ernstige schade aan te nemen. Eiser heeft namelijk op basis van zijn verklaringen of landeninformatie niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Irak het risico loopt om gerekruteerd te worden door de PKK.

De aanvraag is kennelijk ongegrond verklaard. Eiser heeft de minister namelijk misleid over zijn identiteit en zijn paspoort weggegooid. Ook is aan eiser een terugkeerbesluit naar Irak opgelegd en een inreisverbod voor de duur van twee jaar.

Tot slot komt eiser niet in aanmerking voor verblijf op grond van het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige asielzoekers. Eiser heeft tijdens de procedure namelijk ongeloofwaardige verklaringen afgelegd over zijn leeftijd. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of sprake is van adequate opvang. Eiser werkt immers niet mee aan het onderzoek daarnaar. Bovendien was eiser bij inreis ouder dan achttien jaar en daarmee volwassen.

Problemen met de PKK

7. Allereerst stelt eiser zich op het standpunt dat de rekruteringspoging door de PKK ten onrechte als ongeloofwaardig wordt beschouwd. Eiser verwijst daarbij naar hetgeen is aangevoerd in de zienswijze hieromtrent.

De rechtbank oordeelt als volgt. Een enkele verwijzing naar de zienswijze is onvoldoende onderbouwing van het standpunt om dit als grond aan te merken. De rechtbank zal hier dan ook niet nader op ingaan.

Problemen vanwege het [bevolkingsgroep] zijn

8. Verder stelt eiser zich op het standpunt dat de minister ten onrechte niet heeft aangenomen dat hij vanwege het [bevolkingsgroep] -zijn een risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Irak. Uit zowel het voornemen als de bestreden beschikking volgt dat de minister het

ontheemdenkamp in de KAR, waar eiser gedurende langere tijd heeft verbleven, aanmerkt als diens normale woon- en verblijfsplaats. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister hiermee miskent dat de omstandigheden in dit kamp bepalend zijn voor de beoordeling van het risico bij terugkeer. Nu de minister het kamp als feitelijke woon- of verblijfsplaats aanmerkt, dient de situatie aldaar wel degelijk te worden betrokken bij de risicobeoordeling.

De minister stelt zich op het standpunt dat hij het ontheemdenkamp in de KAR als woon- en verblijfplaats van eiser heeft kunnen aanmerken en dat eiser geen risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Irak. Daarbij heeft de minister de situatie in de kampen meegewogen in de besluitvorming. Het beeld dat uit het thematisch ambtsbericht volgt is dat de situatie in de kampen sober is maar niet zodanig dat er sprake is van een risico op schending van artikel 3 van het EVRM. In de kampen is namelijk wel de basiszorg en onderwijs aanwezig. De minister heeft tevens de beantwoording ingediend van de vragen die de Afdeling aan de minister heeft gesteld naar aanleiding van de zitting van 17 maart 2026.

De rechtbank oordeelt als volgt. De rechtbank volgt de minister niet in zijn standpunt en verwijst naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 18 december 2025. Deze uitspraak ziet ook op het aanmerken van het tentenkamp Berseve in Duhok in de KAR als normale woonplaats. De onder 7.2 van de aangehaalde uitspraak geconstateerde gebreken in de besluitvorming van de minister gelden ook voor het door eiser bestreden besluit. De rechtbank maakt daarom de hiervoor aangehaalde overwegingen tot de hare. De rechtbank verwijst ook naar de recente uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 22 december 2025. In deze uitspraak is de rechtbank op basis van landeninformatie in onderlinge samenhang bezien, afgezet tegen de achtergrond van de historische context van [bevolkingsgroep] ’s in Irak, tot het oordeel gekomen dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat de in zie zaak betrokken [bevolkingsgroep] bij terugkeer naar de KAR geen gegronde vrees heeft voor vervolging. De rechtbank maakt ook dat oordeel tot de hare. De minister moet dus nader onderzoek (laten) doen naar de actuele situatie in de KAR voor [bevolkingsgroep] ’s. Op basis van die actuele situatie moet de minister opnieuw beoordelen of eiser als [bevolkingsgroep] in de KAR gegronde vrees heeft voor vervolging. Dat de minister in hoger beroep is gegaan tegen verschillende uitspraken van de rechtbank in diezelfde lijn, maakt het oordeel niet anders. De beroepsgrond slaagt.

Geboortedatum eiser

9. Tot slot stelt eiser zich op het standpunt dat de minister ten onrechte zijn geboortedatum ongeloofwaardig acht. Ten aanzien van het standpunt van de minister dat de overige overgelegde documenten slechts kopieën betreffen, naar waarschijnlijkheid niet echt zijn, wordt opgemerkt dat dit in strijd is met de jurisprudentie van het Hof. Zoals aangevoerd in de zienswijze volgt uit het arrest L.H. van 10 juni 2021 dat ook niet geauthentiseerde documenten en kopieën van documenten bewijswaarde kunnen hebben. Bovendien zijn in casu ook stukken overgelegd die wel echt zijn bevonden, waaronder een nationaliteitsverklaring en geboorteregistratie. Verder blijkt uit het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch instituut van 27 februari 2024 dat er een mogelijkheid bestaat dat eiser minderjarig is. Ook kan eiser niet volgen hoe de minister ten aanzien van het familie-uittreksel stelt dat het document met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet echt is. Tot slot stelt eiser zich op het standpunt dat de minister geen leeftijdsonderzoek had mogen verrichten en eiser het voordeel van de twijfel had moeten geven.

De rechtbank oordeelt als volgt. De minister heeft aan eiser mogen tegenwerpen dat hij geen echt bevonden identificerende documenten ter onderbouwing van zijn geboortedatum heeft overgelegd. Daar heeft de minister bij mogen betrekken dat de echt bevonden nationaliteitsverklaring en geboorteregistratie geen identificerende documenten zijn en de geboortedatum dus niet kunnen onderbouwen. Het door eiser overgelegde familie-uittreksel en de overgelegde identiteitskaart van eiser zijn vals bevonden. Eiser heeft geen verklaring gegeven voor de gewijzigde geboortedatum op zijn identiteitskaart noch waarom het familie-uittreksel, waarin als geboortedatum van eiser [geboortedag 2] 2006 is opgenomen, vals is. De stelling van eiser dat dit hem niet kan worden tegengeworpen omdat hij niet betrokken was bij de verkrijging van zijn identiteitskaart, volgt de rechtbank – onder verwijzing naar de afdoende motivering in het bestreden besluit – niet. Eiser is immers zelf verantwoordelijk voor (de juistheid van) zijn documenten die hij gebruikt. Daarnaast is het door eiser overgelegde nieuwe familie-uittreksel slechts een kopie, die – zoals de minister terecht stelt – niet op echtheid kan worden onderzocht. De rechtbank begrijpt dat eiser heeft verzocht voor deze kopie legalisatie te verkrijgen bij de minister, maar hij heeft niet het originele stuk aangeboden ter verificatie. Nu eiser heeft aangegeven in het bezit van het origineel te zijn, was het aan eiser om deze te overleggen zodat de minister hier onderzoek naar had kunnen doen. De minister heeft daarom niet de waarde aan dit document hoeven hechten die eiser eraan gehecht wil zien.

Eiser heeft dus valse documenten overgelegd en geen verklaring gegeven waarom de documenten vals zijn. Ook heeft het leeftijdsonderzoek niet uitgewezen dat eiser zonder twijfel minderjarig is. Daarom heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte de geboortedatum van eiser niet geloofwaardig geacht. De beroepsgrond slaagt niet.

10. De rechtbank komt tot de conclusie dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Nu het beroep gegrond is, behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking meer.

Conclusie en gevolgen

Beslissing

11. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat niet is gebleken dat de minister het geconstateerde gebrek niet kan herstellen. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen, omdat dat naar het zich laat aanzien geen doelmatige en efficiënte afdoeningswijze zou inhouden. De minister zal daarom, met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb, een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken.

12. Omdat de rechtbank nu beslist op het beroep van eiser, is er voor het treffen van de voorlopige voorziening geen reden meer. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom

af.

13. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.335,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 0,5 punt voor het verstrekken van schriftelijke inlichtingen omtrent eisers naam, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 21 oktober 2025;

- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Vegter, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L. Kooring, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de

uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand