ECLI:NL:RBDHA:2026:10573

ECLI:NL:RBDHA:2026:10573

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-05-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer 09/034953-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

volgt

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/034953-25

Datum uitspraak: 4 mei 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[de verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1947 te [geboorteplaats] ( [land] ),

BRP-adres: [adres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 20 april 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. I. Raterman en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. P.L.G. Rens naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, waarvan de tekst als bijlage I aan dit vonnis is gehecht.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle primair ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard. Op specifieke standpunten wordt hierna – voor zover van belang – nader ingegaan.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak van alle ten laste gelegde feiten bepleit. Op specifieke standpunten wordt hierna – voor zover van belang – nader ingegaan.

Vrijspraak feit 1 en feit 2

Feit 1 en feit 2 - primair

Op basis van het dossier en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht, stelt de rechtbank het volgende vast. De verdachte is op zowel 16 november 2023 als op 15 januari 2024 aangever [aangever 1] tegengekomen in een park in Voorhout en heeft contact met hem gemaakt. Vervolgens zijn er seksuele handelingen verricht. De verdachte heeft de broek en onderbroek van [aangever 1] naar beneden gedaan en hierbij heeft hij (al dan niet kort) de penis van [aangever 1] betast.

De verdachte heeft deze handelingen niet ontkend, maar ontkent wel dat sprake was van dwang.

[aangever 1] heeft twee keer een verklaring afgelegd tijdens een studioverhoor en namens hem is aangifte gedaan door zijn persoonlijk begeleider. In zijn eerste verhoor op 18 januari 2024 heeft hij kort samengevat het volgende verklaard. Hij was vuilnisbakken aan het legen en werd aangesproken door de verdachte. Daarna gingen zij de bosjes in. Daar ging de verdachte tegenover hem staan en deed de broek en onderbroek van [aangever 1] naar beneden. Vervolgens ging de verdachte aan de penis van [aangever 1] trekken en zat hij aan de billen van [aangever 1] . In november of december is dit ook gebeurd. In zijn tweede verhoor op 28 oktober 2025 heeft [aangever 1] kort samengevat het volgende verklaard. De eerste keer kwam de verdachte naar hem toe en sprak hem aan. Vervolgens heeft de verdachte [aangever 1] bij zijn kruis aangeraakt, de broek van [aangever 1] naar beneden gedaan en aan de penis van [aangever 1] getrokken. De tweede keer heeft de verdachte ook aan zijn kruis gezeten en vervolgens zijn broek naar beneden gedaan en aan zijn penis getrokken. Daarnaast heeft de verdachte aan de buik en tepels van [aangever 1] gezeten.

De rechtbank zal eerst de vraag beantwoorden of sprake is geweest van dwang in de zin van artikel 246 (oud) Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).

Van dwingen door (bedreiging met) geweld of (bedreiging met) een andere feitelijkheid als bedoeld in artikel 246 (oud) Sr kan slechts sprake zijn indien de verdachte heeft veroorzaakt dat de ander de in dat artikel bedoelde seksuele handelingen tegen de wil heeft ondergaan en dat de seksuele handelingen voor die ander niet of nauwelijks te vermijden zijn geweest. De door de verdachte uitgeoefende dwang moet dus van voldoende kaliber zijn om de weerstand van de ander te breken. Van dwingen kan echter niet alleen sprake zijn als verzet gebroken wordt, maar ook als het onverhoedse karakter van het handelen van de verdachte de ander overvalt en verzet voorkomt. De delictshandeling en het aanwenden van dwang door middel van een feitelijkheid kunnen dan samenvallen.

In dit geval is ten laste gelegd dat de dwang heeft bestaan uit, kort samengevat, het onverhoeds benaderen van [aangever 1] , het vervolgens naar beneden trekken van de (onder)broek van [aangever 1] en/of door tegen [aangever 1] te zeggen dat hij mee moest lopen de bosjes in en dat hij hem lekker zal laten klaarkomen.

Uit zowel de verklaring van de verdachte als de verklaring van [aangever 1] leidt de rechtbank af dat het contact tussen hen beide steeds is ontstaan doordat zij elkaar zijn tegengekomen in het park. De verdachte maakte een wandeling en [aangever 1] was aan het werk. De verdachte heeft tijdens deze ontmoetingen vragen gesteld aan [aangever 1] , wat vervolgens heeft geleid tot twee korte gesprekjes. Vervolgens zou de verdachte, nadat hij het idee had dat er consensus was, de (onder)broek van [aangever 1] naar beneden hebben gedaan, waarna seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. [aangever 1] heeft op zijn beurt verklaard de seksuele handelingen niet te hebben gewild.

Uit de verklaringen van de verdachte en [aangever 1] is naar het oordeel van de rechtbank, bij gebrek aan ondersteund bewijs, onvoldoende gebleken dat de verdachte onverhoeds gehandeld heeft wat verzet van [aangever 1] heeft voorkomen. Weliswaar heeft de verdachte telkens het initiatief genomen om [aangever 1] aan te spreken, zijn kruis aan te raken, zijn broek en onderbroek naar beneden te doen en vervolgens zijn penis aan te raken, maar dit brengt niet zonder meer met zich dat de verdachte daarmee onverhoeds heeft gehandeld waardoor [aangever 1] werd gedwongen die handelingen te ondergaan. De rechtbank betrekt daarbij in het bijzonder dat het contact tussen de verdachte en [aangever 1] steeds min of meer geleidelijk is ontstaan en dat niet is gebleken dat de verdachte zo heeft gehandeld dat het voor [aangever 1] onmogelijk was om zich aan het contact met de verdachte te onttrekken. Dit geldt des te meer voor het incident op 15 januari 2024, nu zich tussen hen beide al een eerder incident had afgespeeld. Daarbij betrekt de rechtbank dat het dossier onvoldoende steun biedt voor de verklaring van [aangever 1] dat de verdachte tegen hem heeft gezegd: ‘Je moet met me meelopen de bosjes in’ en/of ‘Ik zal je lekker laten klaarkomen’.

Ook uit het feit dat [aangever 1] enige tijd na het incident op 15 januari 2024 zijn alarmknop heeft ingedrukt en tegen zijn begeleider heeft gezegd: “die man heeft weer aan mij gezeten”, blijkt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende dat het handelen van de verdachte onverhoeds is geweest.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat zowel het onder feit 1 primair als het onder feit 2 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen en spreekt de verdachte hiervan vrij.

Feit 1 en feit 2 - subsidiair

Ten aanzien van de onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of (gelet op de reeds door de rechtbank vastgestelde feiten) wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [aangever 1] aan een zodanige verstandelijke handicap leed dat hij niet of onvolkomen in staat was zijn wil te bepalen, kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden.

Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat bij [aangever 1] , ten tijde van het plegen van de feiten, sprake was van een verstandelijke beperking. De rechtbank leidt dit onder meer af uit het feit dat niet [aangever 1] zelf, maar zijn persoonlijk begeleider de heer [naam] , aangifte heeft gedaan. [naam] heeft verklaard dat [aangever 1] begeleid woont in verband met zijn verstandelijke beperking en autisme.

De volgende vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of [aangever 1] door zijn verstandelijke beperking niet in staat is geweest om zijn wil met betrekking tot de seksuele handelingen te bepalen, kenbaar te maken of daar weerstand tegen te bieden.

De rechtbank is van oordeel dat het dossier en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht hiervoor onvoldoende aanknopingspunten bieden. Het enkele feit dat bij [aangever 1] sprake is van een verstandelijke beperking is onvoldoende om vast te kunnen stellen of, en zo ja in welke mate, deze beperking invloed heeft gehad op de wilsbekwaamheid van [aangever 1] .

De rechtbank merkt hierbij op dat het door de raadsman van de verdachte ter zitting verstrekte ‘seksuologisch onderzoeksrapport’ dat is opgemaakt over [aangever 1] in september 2012, wel een indicatie geeft dat de verstandelijke beperking van [aangever 1] invloed heeft op zijn wilsbekwaamheid, maar gelet op de datering van de rapportage (ruim 14 jaar geleden), acht de rechtbank de hierin opgenomen informatie ontoereikend om vast te stellen dat bij [aangever 1] sprake was van een zodanige verstandelijke handicap dat hij niet of onvolkomen in staat was zijn wil te bepalen of kenbaar te maken of weerstand te bieden als bedoeld in artikel 247 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank zal de verdachte dan ook van het hem onder feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair ten laste gelegde vrijspreken.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer

PL1500-2024167475 van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 172).

1. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 20 april 2026:

U, voorzitter, houdt mij voor dat ik bij de politie verklaard heb wat er gebeurd is en dat ik [aangever 2] een veeg over de billen zou hebben gegeven. Klopt. Ik maakte complimenten en zei dat ze goed werk deden. Toen liepen ze weg, de collega voorop en [aangever 2] daarachter. Ik wilde een goedmoedig klapje geven, een veeg op de billen.

2. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 3] , opgemaakt op 2 mei 2024, voor zover inhoudende (p. 88 t/m 92):

Plaats delict: Voorhout, binnen de gemeente Teylingen

Pleegdatum: 25 april 2024

V: Aan wie heeft deze man gezeten?

A: Aan [aangever 2] .

V: Waar wil je aangifte van doen?

A: Dat die man hem betast heeft op een manier die [aangever 2] niet prettig vond.

V: Wat kan je vertellen over wat er gebeurd is met [aangever 2] ?

A: Hij was aan het werk in het park. Er kwam een man naar hem toe en die ging hem rare vragen stellen. Ik weet niet hoe het toen precies is gegaan, maar die man heeft [aangever 2] toen bij zijn billen gepakt, of gegrepen.

O: [aangever 3] maakt een gebaar met beide handen open voor zich uit van boven naar beneden. [aangever 3] geeft aan dat [aangever 2] dat gebaar maakte.

[aangever 2] zei toen hij dat deed heb ik toen gelijk gezegd: "Maar daar ben ik niet van gediend."

V: Hoe ben je dit te weten gekomen?

A: Hij heeft mij donderdag een WhatsApp bericht gestuurd van wat er is voorgevallen, en donderdag avond hebben wij ook gebeld.

A: Donderdag 25 april 09:54 uur: "Hoi [aangever 3] . Ik ben net lastig gevallen door een

opdringerige potloodventer op sportterrein Voorholte in Voorhout. Werkgever gaat

aangifte doen bij politie. Hoor er nog van. Afz. [aangever 2] ".

3. Het proces-verbaal uitwerking studioverhoor van [aangever 2] , opgemaakt op 21 mei 2024, voor zover inhoudende (p. 98 t/m 113):

[aangever 2] : Nou ja, voor mijn werk moet ik dus ook in Voorhout zijn.

[aangever 2] : Dus toen werkte ik daar, maar ze van tevoren al gezegd die collega wil daar

niet meer werken omdat daar een rare man rondloopt. Maar we kwamen daar elke keer. Ik was daar een paar keer geweest. En kwamen daar elke keer dezelfde man met hond tegen.

[aangever 2] : Maar een andere keer, een tijdje later, toen kwam die weer naar ons toe. En

weer allemaal rare vragen enzo. En toen waren we een beetje zat en toen

liepen we weg. En toen greep die me bij m’n achterwerk zeg maar en begon

er zo over te wrijven enzo

[aangever 2] : Dus eh, eh, hij pakte me bij m’n achterwerk en daar ging hij zo over wrijven zo van eh. Ik zei ook gelijk: daar ben ik niet zo van gediend ofzo een beetje.

Verhoorder: Hé en dat wrijven. Ik zie je al wat voordoen. Vertel eens over dat wrijven.

[aangever 2] : Nou ja, je legt zo je hand op het achterwerk en gaat er zo over wrijven [doet voor, alsof hij hand op achterwerk legt en maakt wrijvende bewegingen van boven naar beneden]. Ja, over je...eh...

Verhoorder: En doet hij dat met één hand? Met twee handen? Of anders?

[aangever 2] : Dat heb ik niet gezien. Ik denk met twee handen, want het was eh... eh, het was wel eh... het was wel eh... stevig ofzo.

Verhoorder: Want wat voel je dat die handen doen?

[aangever 2] : Gewoon dat iemand over je broek wrijft. Over je achterwerk zeg maar.

Verhoorder: Oké, dus er wordt gewrijft, gewreven.

[aangever 2] : Ja.

Verhoorder: En dan?

[aangever 2] : Nou ja, toen heb ik dus gezegd van nou daar ben ik niet zo van gediend.

Bewijsoverweging

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte, op 25 april 2024 te Voorhout, onverhoeds de billen van [aangever 2] heeft betast.

Ontuchtig karakter

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of deze handeling, het aanraken van de billen, als ontuchtig kan worden aangemerkt. Voor een bewezenverklaring van ontuchtige handelingen – zoals ten laste gelegd – moet sprake zijn geweest van handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Indien niet gelijk uit de uiterlijke verschijningsvorm van de handeling duidelijk naar voren komt dat deze een seksueel karakter draagt, komt het aan op een beoordeling van alle omstandigheden van het geval. Factoren die hierbij een rol kunnen spelen zijn onder meer de verhouding tussen de betrokkenen en de context waarbinnen de handeling zich voltrok. De wijze van aanraking en het lichaamsdeel dat is aangeraakt, kunnen daarbij relevant zijn. Niet doorslaggevend is evenwel of de verdachte met de handeling zélf ontuchtige bedoelingen had.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte met het betasten van de billen van [aangever 2] de genoemde sociaal-ethische norm heeft geschonden. Daarbij betrekt de rechtbank dat het aanraken van de billen van een ander over het algemeen wordt gezien als een seksuele handeling. Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat de handeling heeft plaatsgevonden in een park en ten aanzien van een voor de verdachte volstrekt onbekende man, te weten [aangever 2] . Verder heeft de verdachte gehandeld op een voor [aangever 2] onverwacht moment, te weten het moment dat [aangever 2] , na een korte woordenwisseling met de verdachte, zich van de verdachte distantieerde door bij hem weg te lopen.

De in de tenlastelegging opgenomen handelingen zijn in de zojuist geschetste context dan ook niet anders uit te leggen dan gericht op seksueel getint contact en daarom in strijd met de sociaal-ethische norm.

De rechtbank acht op grond van het voorgaande het onder 3 primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot het onder feit 3 primair ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

hij op 25 april 2024 te Voorhout, gemeente Teylingen, [aangever 2]

door een andere feitelijkheid, te weten door

- die [aangever 2] onverhoeds te benaderen,

althans door onverhoeds te handelen,

die [aangever 2] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige

handeling, te weten het onverhoeds betasten van de billen van die [aangever 2] .

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van het onder 3 primair of subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat aan de verdachte een gevangenisstraf van 14 dagen, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 12 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren moet worden opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding van het slachtoffer door onverwachts de billen van het slachtoffer te betasten. Het slachtoffer was op dat moment aan het werk in een park en was niet gediend van het handelen van de verdachte. Daarmee heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 6 maart 2026. Daaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van een Pro Justitia rapport over de verdachte van 11 juni 2025. Daaruit volgt de dat de verdachte niet lijdt aan een psychische stoornis, een verstandelijke handicap of een psychogeriatrische aandoening en dat het bewezenverklaarde feit daarom geheel aan de verdachte kan worden toegerekend. Ook volgt daaruit dat het recidiverisico laag wordt ingeschat. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 25 augustus 2025. Ook daaruit volgt dat sprake is van een laag recidiverisico. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte hem geen bijzondere voorwaarden op te leggen, maar te volstaan met de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit. De rechtbank volgt de adviezen uit deze rapporten.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de straffen die in vergelijkbare gevallen zijn opgelegd. De rechtbank legt een andere, lagere straf op dan de officier van justitie heeft gevorderd, omdat de rechtbank de verdachte vrijspreekt van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van 14 dagen met aftrek van de dagen die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 12 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden. De rechtbank legt een deels voorwaardelijke straf op om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.

7. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c en 246 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8. De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder feit 1 en feit 2 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder feit 3 primair ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 3, primair:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) dagen;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 12 (twaalf) dagen, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C. Beuze, voorzitter,

mr. L.K. van Zaltbommel, rechter,

mr. G.P. Verbeek, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.C. Veltink, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 mei 2026.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

1

hij op of omstreeks 16 november 2023 te Voorhout, gemeente Teylingen, [aangever 1]

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere

feitelijkheid, te weten door

- die [aangever 1] onverhoeds te benaderen en/of

- onverhoeds de broek en/of onderbroek van die [aangever 1] naar beneden te trekken,

althans, door onverhoeds te handelen,

die [aangever 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer

ontuchtige handelingen, te weten

- het betasten van en/of trekken aan de penis van die [aangever 1] ;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 16 november 2023 te Voorhout, gemeente Teylingen,

met [aangever 1] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid,

verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,

dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening

en/of verstandelijke handicap leed dat die [aangever 1] niet of onvolkomen in staat

was zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te

bieden,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het betasten van

en/of trekken aan de penis van die [aangever 1] ;

2

hij op of omstreeks 15 januari 2024 te Voorhout, gemeente Teylingen, [aangever 1]

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere

feitelijkheid, te weten door

- die [aangever 1] onverhoeds te benaderen,

- tegen die [aangever 1] te zeggen 'Je moet met me meelopen de bosjes in' en/of 'Ik zal

je lekker laten klaarkomen',

- tegenover die [aangever 1] te gaan staan en/of

- onverhoeds de broek en/of onderbroek van die [aangever 1] naar beneden te trekken,

althans door onverhoeds te handelen,

die [aangever 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer

ontuchtige handelingen, te weten

- bet betasten van en/of knijpen in de billen van die [aangever 1] ,

- het betasten van en/of trekken aan en/of likken van/aan de penis van die Den

Dulk en/of

- het betasten van de bilspleet van die [aangever 1] ;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 januari 2024 te Voorhout, gemeente Teylingen, met [aangever 1] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid,

verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,

dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening

en/of verstandelijke handicap leed dat die [aangever 1] niet of onvolkomen in staat

was zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te

bieden,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

- het betasten van en/of knijpen in de billen van die [aangever 1] ,

- het betasten van en/of trekken aan en/of likken van/aan de penis van die [aangever 1]

en/of

- het betasten van de bilspleet van die [aangever 1] ;

3

hij op of omstreeks 25 april 2024 te Voorhout, gemeente Teylingen, [aangever 2]

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere

feitelijkheid, te weten door

- die [aangever 2] onverhoeds te benaderen,

- dichtbij die [aangever 2] te gaan staan en/of

- onverhoeds in de billen van die [aangever 2] te knijpen,

althans door onverhoeds te handelen,

die [aangever 2] heeft gedwonen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige

handelingen, te weten het (onverhoeds) betasten van de billen van die [aangever 2] ;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 april 2024 te Voorhout, gemeente Teylingen,

met [aangever 2] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van

bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,

dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening

en/of verstandelijke handicap leed dat die [aangever 2] niet of onvolkomen in staat was

zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te

bieden,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het betasten van de

billen van die [aangever 2] .

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand