[eiser] ,
geboren op [geboortedag] 1964, van Chinese nationaliteit, eiser en verzoeker, hierna: eiser
(gemachtigde: mr. M.A. Vegter),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. A.E. van der Burg).
Inleiding
1. Eiser heeft op 20 maart 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
De minister heeft met het bestreden besluit van 17 november 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, strekkende tot het voorkomen van zijn uitzetting totdat op het beroep is beslist.
De rechtbank/voorzieningenrechter (de rechtbank) heeft de zaken op 30 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van beide partijen, eiser en mevrouw Y. Li, tolk in Chinese taal, deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank behandelt het beroep aan de hand van de door eiser aangevoerde argumenten, de beroepsgronden.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
Eiser heeft het volgende aan zijn asielrelaas ten grondslag gelegd. Eiser heeft in China als politiek activist problemen ondervonden van de Chinese autoriteiten. Hij is door zijn politieke uitingen meermaals gedetineerd geweest. De laatste detentieperiode was ongeveer drie en een half jaar, van 5 juli 2018 tot 20 december 2021. Ook hierna bleef eiser zijn politieke opvattingen uiten en is hij na de laatste detentie nog lastiggevallen door de Chinese autoriteiten. Toen hij in 2023 nogmaals werd aangehouden door de autoriteiten besloot hij China te ontvluchten. Na zijn vertrek heeft eiser zich vanuit Thailand opnieuw kritisch uitgelaten tegen de Chinese autoriteiten en heeft hij een herdenkingsactiviteit georganiseerd van het [protest] . Sinds maart 2024 is eiser in Nederland.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. de problemen als gevolg van eisers politieke overtuiging.
Verweerder acht beide asielmotieven geloofwaardig. Verweerder stelt zich echter op het standpunt dat uit eisers verklaringen niet is gebleken dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Eiser is een politiek activist in China en valt daarmee onder een risicoprofiel. Hij heeft met enige regelmaat zijn mening geuit tegen de Chinese overheid, wat ertoe heeft geleid dat hij meerdere malen gedetineerd is geweest. Verweerder gaat ervan uit dat de laatste gevangenisstraf van drie en een half jaar niet enkel gebaseerd was op eisers politieke uitingen en dat deze meerdere aanleidingen had. De feiten die ten grondslag liggen aan deze veroordeling zijn daarmee niet vergelijkbaar met de politiek kritische uitingen van eiser in Thailand. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij zich in Nederland niet langer kritisch heeft uitgelaten tegen de Chinese autoriteiten. Hiermee heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij in de negatieve aandacht van de Chinese autoriteiten staat. Daartoe overweegt verweerder dat hij zijn straffen in China heeft uitgezeten en dat hij legaal het land is uitgereisd. Ook meent verweerder dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Chinese overheid op de hoogte is van zijn uitingen in Thailand en dat eiser sinds zijn vertrek geen problemen meer heeft ondervonden aan de zijde van de Chinese autoriteiten.
Politieke uitingen in Nederland
4. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij zich wél kritisch heeft uitgelaten tegen de Chinese autoriteiten sinds zijn vertrek uit China. Eiser heeft daartoe zowel tijdens het nader gehoor als in beroep documenten overgelegd die dit onderbouwen.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat niet is gebleken dat eiser zich in Nederland kritisch heeft uitgelaten jegens de Chinese autoriteiten. Eiser heeft dat namelijk verklaard tijdens zijn nader gehoor. Hij heeft ook verklaard dat hij is bekeerd tot het christendom en dat hij zich daarom niet meer kritisch zal uitlaten. Verweerder kon uitgaan van deze verklaring nu eiser zijn verklaringen in de correcties en aanvullingen op het gehoor niet heeft gecorrigeerd.
De rechtbank overweegt dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser zich in Nederland niet meer kritisch heeft uitgelaten tegen het Chinese regime. De rechtbank stelt vast dat eiser tijdens het nader gehoor stukken heeft overgelegd waaruit het tegendeel is gebleken. Eiser is sinds begin 2024 in Nederland. Tijdens zijn nader gehoor heeft hij documenten overgelegd waaruit blijkt dat hij in juni 2024 een interview heeft gegeven voor [bedrijf] waarin hij zich kritisch uitlaat over de Chinese autoriteiten. Tijdens het nader gehoor heeft de hoormedewerker, samen met eiser en de tolk, gekeken naar het interview en heeft de tolk vertaald dat betrokkene in het interview onder andere zegt:
“Dit zijn de mooie woorden van de regering, ze bekommeren zich helemaal niet voor het leven en de dood van de mensen.”
In beroep heeft eiser het interview laten vertalen en overgelegd. Uit het interview blijkt dat eiser kritiek levert op het handelen van de Chinese autoriteiten en eiser wordt hierin aangemerkt als mensenrechtenactivist. Ook heeft eiser tijdens het nader gehoor een artikel, gepubliceerd op dezelfde nieuwssite, overgelegd. Dit artikel dateert van 17 juni 2024 en wordt eveneens door de tolk en hoormedewerker bekeken tijdens het nader gehoor. In beroep heeft eiser een vertaling hiervan overgelegd. In dit artikel schrijft eiser het volgende:
“Zijn dit niet gewoon de schaamteloze leugens van de Communistische Partij?! Ze geven helemaal niets om het leven van gewone mensen, ze doen alleen maar alsof ze het niet zien."”
De rechtbank overweegt daarnaast dat verweerder onvoldoende gemotiveerd is ingegaan op hetgeen door eiser in beroep hieromtrent is aangevoerd. Eiser heeft in beroep gewezen op de bovenstaande artikelen en heeft ter nadere onderbouwing ook meerdere vertaalde berichten overgelegd die hij op sociale media heeft gepost in 2024 en 2025. Ook heeft eiser een verklaring gegeven voor zijn uitspraken in het nader gehoor. Hij stelt dat hij voorheen op zeer grove wijze het Chinese regime heeft bekritiseerd. Omwille van zijn geloof zal hij zich in de toekomst niet meer op deze grove wijze uiten, maar dat maakt hem niet minder kritisch. Verweerder stelt zich op de zitting enkel op het standpunt dat verweerder ten tijde van het besluit uit mocht gaan van eisers verklaringen dat hij zich in Nederland niet langer kritisch zou willen uitlaten door zijn geloof. Eiser heeft dit namelijk ook niet in de correcties en aanvullingen op het gehoor gecorrigeerd. Naar het oordeel van de rechtbank hoefde eiser het gehoor niet te corrigeren, omdat hij in het nader gehoor al had verwezen naar de publicaties in de periode dat hij in Nederland verbleef.
De rechtbank is het daarnaast met eiser eens dat hij tijdens het nader gehoor ook heeft verklaard hoe belangrijk hij het vindt om zijn mening te kunnen blijven geven:
“U bent vrijgelaten. Ik begrijp dan niet zo goed waarom u alles in China achterlaat en besluit om China te verlaten?
Ze zijn alsmaar bezig om de bevolking te hersenspoelen en te onderdrukken. Als ik dit dan niet kon aanzien dan zeg ik er iets van. Als je iets zegt dan moet je weer naar de gevangenis. Als ik niets meer mag zeggen dan wil ik doodgaan.
Hebt u dan China verlaten omdat u in de toekomst wilde praten en niet stil wilde zijn over wat er in China gebeurt?
Ja klopt. Wij zijn geen dieren. We hebben een vrijheid van uiting.”
“Begrijp ik het goed dat u bang bent dat u vervolgd zal worden in China vanwege de drie activiteiten die u na uw vertrek uit China hebt verricht. 1. Organiseren van de bijeenkomst op 3 juni 2023. En de twee interviews waar u aan hebt deelgenomen. Klopt dit?
Ja. Voor deze drie dingen ga ik meteen in de gevangenis. Als er onrechtvaardige dingen gebeuren dan zal ik er wat van zeggen.”
Dit schetst een wezenlijk ander beeld dan de verklaring van eiser waar verweerder vanuit is gegaan. Met dit verschil heeft verweerder eiser niet geconfronteerd tijdens het nader gehoor. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom juist van de verklaring van eiser dat hij dat hij zich niet meer kritisch zou uitlaten kon worden uitgegaan. De beroepsgrond slaagt.
De gevangenisstraf van drie en een half jaar
5. Eiser betwist dat zijn veroordeling tot een gevangenisstraf van 2018 tot 2021 niet of niet alleen te maken heeft met zijn politieke uitingen. Ter onderbouwing heeft eiser in beroep het Chinese vonnis overgelegd en verwijst eiser naar landeninformatie waaruit blijkt dat de strafbepaling waar eiser voor is veroordeeld in China wordt ingezet tegen politiek opposanten en critici.
De rechtbank stelt vast dat eiser tijdens het nader gehoor de eerste pagina van het vonnis op zijn telefoon heeft laten zien. De hoormedwerker heeft samen met de tolk het vonnis bekeken. Het is eiser door de hoormedewerker aangeraden om via zijn gemachtigde het gehele vonnis over te leggen. Zijn eerste gemachtigde heeft dat niet gedaan. In beroep heeft eiser alsnog het vertaalde vonnis overgelegd.
Naar aanleiding van de nadere gronden van beroep en het verhandelde ter zitting heeft verweerder erkend dat de gevangenisstraf van drie en een half jaar wel politiek gemotiveerd is. Niet langer in geschil is dus dat de gevangenisstraf van drie en een half jaar het gevolg was van de politieke uitingen van eiser. Desondanks kan het bestreden besluit volgens verweerder standhouden en is onvoldoende gebleken dat eiser in de negatieve belangstelling van de Chinese autoriteiten staat.
De rechtbank kan verweerder hierin, gelet op wat zij hieronder zal overwegen, niet volgen.
Negatieve belangstelling
6. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte tot de conclusie komt dat eiser niet in de negatieve belangstelling staat van de Chinese autoriteiten.
De rechtbank is van oordeel dat het standpunt van verweerder dat niet is gebleken dat eiser nog in de negatieve belangstelling van de Chinese autoriteiten staat, gelet op het voorgaande niet op de juiste feitelijke situatie is gebaseerd. Het is gebleken dat eiser zich zowel in Thailand als in Nederland nog kritisch heeft uitgelaten jegens het Chinese regime, zowel op sociale media als in verschillende nieuwsitems. Ter onderbouwing hiervan heeft eiser zowel in beroep als tijdens het nader gehoor documenten overgelegd. Daarnaast is gebleken dat eiser meerdere malen gedetineerd is geweest vanwege zijn politieke opvattingen, waarvan de langste drie en een half jaar is geweest. Dit wordt door verweerder niet langer betwist. Het standpunt van verweerder dat de feiten die ten grondslag liggen aan die veroordeling verschillen van de kritische uitlatingen die eiser sindsdien heeft gedaan kan daarmee ook geen stand meer houden.
Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat niet is gebleken dat eiser nog in de negatieve belangstelling staat van de Chinese autoriteiten. Verweerder voert slechts aan dat eiser sinds zijn vertrek uit China niet is lastiggevallen door de Chinese autoriteiten. Naar het oordeel van de rechtbank is dat niet voldoende.
Verweerder erkent dat eiser een politiek activist is uit China. Verweerder erkent in het bestreden besluit ook dat uit landeninformatie blijkt dat de Chinese autoriteiten inspanningen verrichten om de Chinese diaspora in het buitenland op te sporen. Eiser verwijst in dit kader ook naar het rapport van de AIVD en NCTV over inmenging in Nederland door overheden van andere landen. Uit dit onderzoek volgt:
“Diverse buitenlandse overheden beschikken over offensieve cyberprogramma’s die worden ingezet tegen Nederland, waaronder Rusland, China en Iran. Offensieve cyberprogramma’s worden gebruikt voor sabotagedoeleinden of economische spionage, maar ook om heimelijk gegevens te verzamelen over personen in diasporagemeenschappen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om personen en organisaties die door een buitenlandse overheid zijn aangemerkt als dissident.”
De enkele stelling van verweerder dat eiser nog niet (kenbaar) is lastiggevallen door de Chinese autoriteiten, betekent naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet dat hij niet in de negatieve belangstelling staat van deze autoriteiten.
Het bestreden besluit is dus onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Verweerder zal, met inachtneming van deze uitspraak, opnieuw het asielmotief ‘de problemen als gevolg van eisers politieke overtuiging’ moeten beoordelen en deugdelijk moeten motiveren waarom eiser gelet op zijn activiteiten en kritische uitlatingen geen gevaar loopt bij terugkeer naar China. Daarbij dient verweerder alle omstandigheden kenbaar en in onderlinge samenhang te betrekken. Dit betekent dat verweerder ook de door eiser in beroep overgelegde documenten in de beoordeling dient te betrekken.
Conclusie en gevolg
7. Het beroep is gegrond. Verweerder heeft het bestreden besluit op onvoldoende zorgvuldige wijze voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank acht daarbij een termijn van zes weken passend.
8. Omdat de rechtbank nu beslist op het beroep van eiser, is er voor het treffen van de voorlopige voorziening geen reden meer. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af.
9. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift en een verzoekschrift ingediend en is op de zitting verschenen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. Omdat de zaak een gemiddeld gewicht heeft, is op deze waarde de factor 1 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.802,-.
Beslissing
De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer NL25.57367:
De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder nummer NL25.57368:
- wijst het verzoek af.
De rechtbank/voorzieningenrechter, in beide zaken:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.802,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D Arnold, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Jongejans, gri
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.