ECLI:NL:RBDHA:2026:10577

ECLI:NL:RBDHA:2026:10577

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-05-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer NL25.43573
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Beroep – asiel - ongegrond – Georgië - geen PKV.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.43573

(gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer),

en

(gemachtigde: mr. Y.E.C. Thole).

Procesverloop

Bij besluit van 2 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2026 op zitting behandeld in Breda. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan.Er heeft geen zorgvuldige besluitvorming plaatsgevonden. De in eisers zaak gevolgde procedure met de korte termijnen en plaatsing in AC [plaats] lijken op een verkapt veilig land van herkomst-procedure, terwijl Georgië niet meer als veilig land van herkomst wordt aangemerkt. Eiser betwist dat de ‘overlegstructuren qua planning’ zoals bedoeld in paragraaf C1/2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) daarop zijn aangepast. Dat de huidige planning van eisers asielprocedure mogelijk is, betekent nog niet dat deze vanuit de menselijke maat en evenredigheid ook gevolgd moet worden. Ondanks dat er geen standpunt is ingenomen over de geloofwaardigheid van eisers asielmotieven, had het kenbaar betrekken hiervan kunnen bijdragen aan het gewicht van de verklaringen en de zwaarte van de door eiser aangedragen elementen. Verweerder stelt ten onrechte dat niet is gebleken dat de familie van [schuldeiser] nog steeds naar eiser op zoek is. Eiser heeft met zijn verklaringen geprobeerd duidelijk te maken dat de familie van [schuldeiser] niets te zoeken had op de begrafenis van zijn vader. Verweerder heeft in dit kader onvoldoende gemotiveerd welke objectieve verifieerbare bronnen eiser had moeten aanvoeren om zijn verklaringen te ondersteunen. Verweerder heeft ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat hij geen bescherming van de Georgische autoriteiten heeft ingeroepen. Eisers verklaring dat hij op advies van derden geen aangifte heeft gedaan wegens de invloedrijke familie van [schuldeiser] in de onderwereld past binnen de context van de in de zienswijze aangehaalde rapportage van 24 februari 2022. Eiser loopt bij terugkeer naar Georgië een reëel risico op behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. De rechtbank oordeelt als volgt.

4. De rechtbank volgt eisers standpunt, zoals nader toegelicht ter zitting, dat zijn recht op adequate en effectieve rechtsbijstand ten opzichte van andere vreemdelingen in spoor 4 is ontnomen vanwege zijn verblijf in het AC in [plaats] en de planning van zijn asielprocedure, niet. Eisers asielaanvraag is behandeld in spoor 4, de Algemene Asielprocedure. Niet is gebleken dat de door verweerder gehanteerde termijnen in eisers asielprocedure onzorgvuldig zijn, dan wel dat deze hebben geleid tot een onzorgvuldige asielprocedure. Eiser heeft zijn stelling dat hij in zijn belangen is geschaad niet nader onderbouwd.

5. Voor zover eiser heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte de geloofwaardigheidsbeoordeling van zijn asielmotieven in het midden heeft gelaten, heeft verweerder hiervoor kunnen verwijzen naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is geoordeeld dat deze werkwijze in algemene zin niet leidt tot onzorgvuldige besluitvorming.

6. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat eiser zijn gestelde vrees voor [schuldeiser] en zijn familie niet aannemelijk heeft gemaakt. In dit kader heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat eisers verklaringen het uitgangspunt vormen voor de beoordeling van verweerder en dat de enkele aanwezigheid van [schuldeiser] en zijn familie op de begrafenis van eisers vader onvoldoende is om de gestelde dreiging aannemelijk te achten. Verweerder heeft hierbij kunnen meewegen dat eiser heeft verklaard via-via te hebben vernomen dat hij nog steeds wordt bedreigd en dat niet is gebleken dat deze bedreigingen hem in persoon hebben bereikt. Ook heeft verweerder kunnen meewegen dat het incident met [schuldeiser] meer dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden, er geen concrete aanknopingspunten zijn dat eiser nog wordt gezocht door [schuldeiser] en zijn familie noch gebleken is dat hij gedurende zijn verblijf in Georgië in 2017 niet veilig was.

7. Verder heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken dat eiser geen bescherming kan inroepen van de Georgische autoriteiten. Hiertoe heeft verweerder terecht overwogen dat van eiser mag worden verwacht dat hij eerst zelf pogingen onderneemt om de bescherming in te roepen alvorens hij zich op het standpunt stelt dat deze bescherming niet aanwezig is. Eiser heeft niet nader onderbouwd dat [persoon] – als familielid van [schuldeiser] –in de onderwereld zit, dan wel dat hij een invloedrijk persoon zou zijn waardoor het bij voorbaat zinloos is om hulp van de Georgische autoriteiten in te schakelen. Ook heeft verweerder hierbij terecht betrokken dat uit landeninformatie niet blijkt dat het inschakelen van bescherming van de autoriteiten bij voorbaat zinloos is. Voor zover eiser ter zitting de actualiteit van de door verweerder overgelegde landeninformatie betwist, heeft eiser dit niet met nadere stukken onderbouwd.

8. De rechtbank komt tot de conclusie dat het beroep ongegrond wordt verklaard. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Het bestreden besluit blijft in stand. Eiser krijgt daarom geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 1 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. Y. Chakur

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand