ECLI:NL:RBDHA:2026:10589

ECLI:NL:RBDHA:2026:10589

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer NL25.41575
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Asiel, Turkije, activiteiten voor en lidmaatschap van de [organisatie 1] wel geloofwaardig geacht, de daardoor ondervonden problemen niet, risicoprofiel, algemeen ambtsbericht Turkije 2025, beroep gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL25.41575

V-nummer: [v-nummer]

geboren op [geboortedag] 1997, van Turkse nationaliteit, eiser

(gemachtigde: mr. E. Arslan),

en

(gemachtigde: mr. S. Imami).

Procesverloop

1. Eiser heeft op 10 juli 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

De minister heeft met het bestreden besluit van 27 augustus 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 6 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigden van beide partijen en de heer M.A. Budak als tolk in de Turkse taal.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Het asielrelaas

3. Eiser heeft het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiser behoort tot de Koerdische bevolkingsgroep en heeft wegens zijn etniciteit van jongs af aan te maken gehad met discriminatie en geweldsincidenten. Eiser heeft verklaard dat hij in 2013 lid is geworden van de HDP en in de jongerenraad van deze partij heeft gezeten. Hij heeft deelgenomen aan demonstraties en verstrekte informatie aan medestudenten en de lokale bevolking. Hij heeft hij zijn opleiding op de universiteit vroegtijdig moeten staken door geweldsincidenten en bedreigingen die verband hielden met zijn Koerdische afkomst. De directe aanleiding voor zijn vertrek was, zo verklaart eiser, twee incidenten met betrekking tot een bouwproject waar eiser werkzaam was. Eiser is onderweg naar zijn werk staande gehouden door twee mannen, bedreigd en onder druk gezet om het project af te staan aan niet-Koerdische collega’s. Hij werd toen uitgemaakt voor PKK-lid en is bedreigd met wapens. Daarnaast is eiser opgeroepen voor militaire dienstplicht maar heeft hij hier geen gehoor aan gegeven.

Ter onderbouwing heeft eiser onder andere de volgende documenten overgelegd: een origineel Turks paspoort, een brief van lidmaatschap van de HDP , een bericht in zijn E-Devlet dat hij is opgeroepen voor een aan de dienstplicht gerelateerde keuring en foto’s van de dag waarop hij staande werd gehouden onderweg naar het bouwproject.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:

de identiteit, nationaliteit en herkomst;

discriminatie vanwege eisers Koerdische etniciteit;

problemen op grond van eisers betrokkenheid bij de HDP .

Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig, als ook de ondervonden discriminatie vanwege de Koerdische etniciteit. Verweerder acht de problemen door eisers betrokkenheid bij de HDP niet geloofwaardig. Verweerder volgt eiser wel in zijn verklaringen dat hij sinds 2013 lid is van de HDP , dat hij heeft deelgenomen aan demonstraties en mensen heeft geïnformeerd over de HDP . Volgens verweerder heeft eiser echter niet samenhangend en aannemelijk verklaard over de gestelde problemen die hij heeft ondervonden rondom het bouwproject. Eiser heeft tegenstrijdig verklaard over het tijdstip van de incidenten en hij heeft niet aannemelijk gemaakt dat de incidenten verband hielden met zijn etnische afkomst.

De geloofwaardig bevonden asielmotieven acht de minister onvoldoende zwaarwegend om over te gaan tot het verlenen van een verblijfsvergunning. Verweerder is van mening dat niet is gebleken dat eiser in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten heeft gestaan of zal komen te staan door zijn activiteiten voor de HDP . Daarbij neemt verweerder in overweging dat eiser geen bijzondere rol vervulde binnen de partij en dat niet is gebleken dat eiser zijn politieke overtuiging op een dergelijke manier zou willen uiten dat hij daarmee de aandacht zal trekken van de Turkse autoriteiten. Verweerder meent daarnaast dat de door eiser ondervonden discriminatie er niet toe heeft geleid dat hij dusdanig is beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat het voor hem onmogelijk was om op een maatschappelijk niveau te functioneren. Ten aanzien van de aan de oproep tot dienstplicht gerelateerde keuring overweegt verweerder dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als dienstweigeraar is aangemerkt door de autoriteiten en dat zijn verklaringen geen gewetensbezwaren bevatten. Tot slot stelt verweerder dat uit landeninformatie blijkt dat het mogelijk is om de dienstplicht af te kopen.

Het oordeel van de rechtbank

HDP -lidmaatschap

5. Verweerder heeft in het bestreden besluit de betrokkenheid van eiser bij de HDP aannemelijk geacht. Er wordt gevolgd dat hij sinds 2013 lid is geweest van de partij en dat hij toen hij op het lyceum zat actief is geweest voor een jongerenraad van de HDP . Ook eisers deelname aan demonstraties en zijn betrokkenheid bij het verspreiden van informatie over de partij wordt door verweerder geloofd. Verweerder overweegt dat eiser geen bijzondere rol had ten opzichte van ‘gewone’ HDP -leden, maar dat eiser een groot netwerk had waardoor hij vaak werd gevraagd om dingen te regelen.

6. Eiser stelt dat verweerder ten onrechte de door hem verrichtte activiteiten voor de HDP niet heeft betrokken bij de beoordeling van het risico dat hij loopt bij terugkeer naar Turkije. Eiser heeft in de correcties en aanvullingen op het nader gehoor verder gespecificeerd welke activiteiten hij heeft ondernomen tijdens zijn lidmaatschap:

“Aanvulling

Van 6 tot en met 9 oktober 2014 nam ik in [plaats 1] deel aan de protesten tegen de aanvallen op [naam 2] .

Op 23 mei 2015 was ik aanwezig bij de HDP -bijeenkomst in [plaats 1] .

Op 8 juni 2015 nam ik deel aan de HDP -verkiezingsbijeenkomst in [plaats 2] .

Op 10 oktober 2015 liep ik mee in [plaats 2] tijdens de herdenkingsmars van de bomaanslag bij het station van Ankara.

Op 29 november 2015 nam ik deel aan de begrafenis van [naam 1] in [plaats 2] .

Op 26 januari 2016 vierde ik in [plaats 2] de overwinning van [naam 2] .

In de periode januari – maart 2016 nam ik voortdurend deel aan protesten in [plaats 2] tegen de oorlog in Sur en aan steunacties voor de getroffen bevolking.

Op 2 maart 2017 gaf ik aan de Universiteit van [locatie] een partij-voorlichting.

Op 23 juni 2018 was ik aanwezig bij de HDP -bijeenkomst.

Op 17 september 2019 nam ik deel aan een HDP -persverklaring in [plaats 1] .

Op 1 september 2020 liep ik in [plaats 1] mee met de HDP -vredesketen.

Op 17 juni 2021 nam ik in [plaats 1] deel aan de herdenking van de aanval op het partijgebouw.

Op 17 juni 2022 liep ik in [plaats 1] mee in de mars naar aanleiding van de moord op [naam 3] .

Op 9 oktober 2022 nam ik in [plaats 1] deel aan de “ [bijeenkomst] ”-bijeenkomst.

Op 18 december 2022 liep ik mee in de HDP -demonstratie tegen de isolatie.

Daarnaast was ik bijna bij alle [vieringen] -vieringen actief als medewerker bij de organisatie en deed ik bij alle verkiezingen dienst als waarnemer (müşahit).”

Deze activiteiten vallen volgens eiser rechtstreeks onder de omstandigheden die volgens de beschikbare landeninformatie kunnen leiden tot negatieve aandacht van de Turkse autoriteiten

De rechtbank overweegt als volgt. In paragraaf C2/2.4 van de Vc heeft verweerder vastgelegd dat er door verweerder op basis van informatie over een land van herkomst een risicoprofiel kan worden aangewezen. Voor degenen die onder een risicoprofiel vallen, blijft het individualiseringsvereiste gelden. Als een vreemdeling binnen een risicoprofiel valt, dan beoordeelt verweerder de individuele omstandigheden van het geval, afgezet tegen de positie van de risicogroep en de algemene (veiligheids)situatie in het land van herkomst. Aan de hand van de individuele omstandigheden zoals de persoonlijke omstandigheden, de verrichte activiteiten en eventuele eerdere gebeurtenissen, beoordeelt verweerder of de vreemdeling een reëel risico op vervolging of ernstige schade loopt of heeft gelopen. In het landgebonden beleid ten aanzien van Turkije worden ‘ DEM -leden en activisten (voormalig HDP )’ door verweerder aangemerkt als risicoprofiel.

De rechtbank stelt vast dat in het bestreden besluit verweerder niet kenbaar heeft vastgesteld dat eiser behoort tot een risicoprofiel. Verweerder heeft op de zitting uiteindelijk wel erkend dat dat het geval is. Eiser heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat verweerder niet kenbaar eisers individuele omstandigheden heeft afgezet tegen de positie van de groep en de situatie in het land van herkomst. Uit het Algemeen Ambtsbericht Turkije van februari 2025 blijkt het volgende:

“Voorgaand ambtsbericht meldde dat er ongeveer vijfduizend HDP -leden in de gevangenis zaten. Het was lastig om het precieze aantal gevangengezette HDP leden bij te houden, omdat het oppakken en vrijlaten van HDP -leden voortdurend doorging. Gedurende de verslagperiode bleef het een komen en gaan van DEM -leden in de gevangenis. Een bron schatte het aantal gevangengezette DEM -leden op zeven- à achtduizend. Deze baseerde zich daarbij op mediaberichten en signalen uit het veld. Begin januari 2025 telde DEM 14.741 leden. Dit betekende dat gedurende de verslagperiode ongeveer 47,49% tot 54,27% van het DEM -ledental in de gevangenis zat.”

Ook benoemt het ambtsbericht dat er een aantal factoren zijn die kunnen leiden tot negatieve aandacht van de Turkse autoriteiten zoals, arrestaties, detenties, strafrechtelijke onderzoeken en veroordelingen. Het ambtsbericht noemt dan de volgende, niet uitputtende, factoren:

- “het plaatsen, delen en liken van DEM -gezinde berichten op de sociale media;

- het deelnemen aan demonstraties (bijvoorbeeld tegen de benoeming van bewindvoerders);

- het geven of bijwonen van persverklaringen;

- het sturen van geld naar gevangengezette familieleden (dit laatste kon worden beschouwd als het financieel steunen van de PKK).”

De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende de omstandigheden van eiser heeft afgezet tegen de algemene positie van HDP -leden en daarmee onvoldoende heeft onderbouwd dat eiser als lid van de HDP niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat van de autoriteiten. Daarbij acht de rechtbank van belang dat verweerder geloofwaardig heeft geacht dat eiser activiteiten heeft verricht voor de HDP , dat hij al sinds 2013 lid is en dat hij regelmatig heeft meegedaan aan demonstraties. Het deelnemen aan demonstraties wordt, zoals hierboven staat aangegeven, in het ambtsbericht genoemd als omstandigheid die kan leiden tot het in de negatieve aandacht staan van de Turkse autoriteiten. Verweerder heeft dit niet betrokken in de besluitvorming, waarin wordt gesteld dat eiser geen verhoogd risico loopt op negatieve aandacht van de Turkse autoriteiten. Daar komt bij dat verweerder op de zitting heeft erkend dat de overweging in het bestreden besluit dat enkel het laatste ambtsbericht van belang is bij de beoordeling niet wordt gehandhaafd, evenals de tegenwerping in het bestreden besluit dat de door eiser aangehaalde landeninformatie niet vindbaar is in de ambtsberichten. De beroepsgrond slaagt.

Politieke overtuiging

7. Eiser voert daarnaast – kort gezegd – aan dat verweerder zijn politieke overtuiging ten onrechte niet heeft beoordeeld aan de hand van zijn Informatiebericht 2024/10 inzake politieke overtuiging. Hij heeft consistent en geloofwaardig verklaard over zijn politieke overtuiging en verweerder heeft deze verklaringen niet conform zijn eigen informatiebericht beoordeeld.

De rechtbank stelt vast dat verweerder naar aanleiding van het arrest S en A van het Hof beleid heeft opgesteld over de beoordeling van een politieke overtuiging. Naar aanleiding van dit arrest en rechtspraak van de Afdeling gaat verweerder eerst na of er sprake is van een geloofwaardige politieke overtuiging en zo ja, of er sprake is van een gegronde vrees van eiser voor vervolging wegens een dergelijke politieke overtuiging. Uit paragraaf C2/3.2.5.3 van de Vc volgt dat verweerder beoordeelt of de sterkte van de politieke overtuiging al dan niet in combinatie met door de vreemdeling verrichte activiteiten om die overtuiging uit te dragen ertoe heeft geleid dat de vreemdeling de negatieve belangstelling van de autoriteiten van het land van herkomst heeft gewekt of kan wekken en wat de gevolgen daarvan zouden zijn. Deze beoordeling vindt plaats op basis van de individuele verklaring van eiser in combinatie met de beschikbare algemene informatie over de situatie in het land van herkomst.

Verweerder heeft zich in dit verband in het bestreden besluit enkel op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat van de Turkse autoriteiten. Verweerder heeft nagelaten te beoordelen hoe sterk de politieke overtuiging van eiser is en evenmin of eiser de negatieve belangstelling van de autoriteiten heeft gewekt of kan wekken en wat daar de gevolgen van zijn. Zoals ook bevestigd door verweerder op zitting is eiser tijdens het nader gehoor onvoldoende bevraagd over de sterkte van zijn politieke overtuiging en hoe hij daar uiting aan wil geven. Daar komt bij dat eiser zelf in het nader gehoor heeft verklaard aan een aantal activiteiten in Den Haag en Zaandam te hebben deelgenomen om zijn strijd voor de belangen van de Koerden voort te zetten. Daarnaast heeft verweerder eisers verklaringen niet beoordeeld in het licht van de beschikbare landeninformatie. Eiser heeft verklaard dat hij heeft deelgenomen aan verschillende activiteiten en demonstraties van de HDP . Gelet op hetgeen is overwogen onder 6.3, blijkt uit beschikbare landeninformatie dat dit factoren zijn die kunnen leiden tot negatieve belangstelling van de autoriteiten. De enkele conclusie van verweerder dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat, is onvoldoende gemotiveerd en niet in overeenstemming met verweerders eigen beleid. Deze beroepsgrond slaagt ook.

Incidenten rondom het bouwproject

8. Eiser stelt zich verder op het standpunt dat verweerder ten onrechte aan hem heeft tegengeworpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over het tijdstip van de incidenten bij het bouwproject. Verweerder stelt ten onrechte dat eiser over het tweede incident heeft verklaard dat het incident in de ochtend plaatsvond, terwijl op de foto’s die hij heeft overgelegd van het incident de tijd 13:05 uur en 13:06 uur is aangegeven. Uit zijn verklaringen volgt duidelijk dat hij telkens over twee afzonderlijke incidenten heeft verklaard. Eiser voert daarnaast aan dat verweerder ten onrechte tot de conclusie komt dat zijn verklaring dat hij tijdens het incident is uitgescholden voor PKK-lid enkel is gebaseerd op vermoedens.

De rechtbank stelt vast dat eiser heeft verklaard dat hij onderweg naar het bouwproject twee keer staande is gehouden door twee mannen met vuurwapens. De eerste keer was ongeveer om 8:30 uur in de ochtend. Hij werd toen afgesneden en gedwongen om te stoppen, waarna hij werd bedreigd. Eiser heeft verklaard dat hij de twee dagen daarna niet naar de bouwplaats is geweest. De dag daarna is eiser nogmaals afgesneden door twee auto’s en bedreigd met een vuurwapen. Van dit incident heeft eiser foto’s toegevoegd in het dossier. De tijd die daar is aangegeven op het dashboard van de auto is 13:06. Verweerder concludeert op basis hiervan dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de incidenten rondom het bouwproject. In het nader gehoor wordt eiser geconfronteerd met de vermeende tegenstelling en daarop reageert eiser als volgt:

“Heb ik goed begrepen dat u ’s ochtends rond 8u 8:30 werd tegengehouden?

Ja, dat klopt.

Op de tijdsaanduiding van de klok zie ik 13:06. Kunt u dat uitleggen?

Dat zijn toch ochtenduren? In Nederland hebt u het dan waarschijnlijk over de middag.

U zei eerder dat u er rond 8u of half 9 ’s ochtends reed. Ik vind 12:05 wel heel anders. Kunt u dat uitleggen?

De eerste keer dat ze mij de pas afsneden was ’s ochtends. De tweede keer niet.”

De rechtbank is van oordeel dat uit de verklaring van eiser duidelijk volgt dat er sprake is geweest van twee incidenten, waarvan de eerste in de ochtend heeft plaatsgevonden en de tweede aan het begin van de middag. In het vervolg van het nader gehoor maar ook in zowel in de correcties en aanvullingen op het nader gehoor als in de zienswijze verwijst eiser telkens naar twee incidenten, een incident in de ochtend en een incident in de middag. Gelet hierop heeft verweerder niet aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over het tijdstip van de bouwincidenten.

Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder ten onrechte aan eiser heeft tegengeworpen dat zijn verklaring dat de incidenten verband houden met zijn etnische afkomst enkel is gebaseerd op vermoedens. Eiser heeft immers verklaard dat de twee mannen hem hebben voor een PKK-lid hebben uitgemaakt. Daarmee heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom het niet aannemelijk is dat de bedreigingen met eisers etnische afkomst te maken heeft.

Daarnaast volgt de rechtbank verweerder niet in zijn oordeel dat de problemen rondom het bouwproject zich afspelen in de particuliere sector en dat daarom niet valt in te zien hoe deze problemen bijdragen aan een onderbouwing dat eiser in de negatieve belangstelling van de autoriteiten zou staan. Verweerder gaat er ten onrechte aan voorbij dat daden van vervolging ook kunnen worden verricht door personen of andere actoren die niet tot de overheid behoren, met name als de overheid daartegen geen bescherming kan of wil bieden. Eiser is bedreigd met vuurwapens, waarbij hij heeft verklaard dat het geen zin heeft om aangifte hiervan te doen omdat in de dagelijkse realiteit in Turkije hier niks mee wordt gedaan. Eiser stelt terecht dat ook niet-statelijke actoren een dader van vervolging kunnen zijn. Deze beroepsgrond slaagt eveneens.

Dienstplicht

9. Eiser stelt zich op het standpunt dat uit landeninformatie blijkt dat Turkije het recht op gewetensbezwaren structureel niet erkent en dat dienstweigeraars worden geconfronteerd met herhaalde strafvervolging, opeenvolgende sancties en ingrijpende beperkingen van hun dagelijks leven. Verweerder heeft verder ook nagelaten te beoordelen dat de dienstweigering van eiser gelet op zijn persoonlijke profiel door de Turkse autoriteiten als politiek gemotiveerd verzet zal worden opgemerkt.

De rechtbank overweegt als volgt. Het toetsingskader voor de door verweerder te verrichten beoordeling volgt uit paragraaf C2/3.2.7 van de Vc. Hieruit volgt dat verweerder, indien geen sprake is van vrees om te moeten deelnemen aan oorlogsmisdrijven, toetst of dienstweigering leidt tot onevenredige of discriminatoire bestraffing dan wel of deze voortkomt uit onoverkomelijke gewetensbezwaren vanwege een godsdienst of andere diepgewortelde overtuiging.

De rechtbank is het met eiser eens dat hij aannemelijk heeft gemaakt dat hij staat geregistreerd als keuringsontduiker. Eiser heeft ter onderbouwing een schermafbeelding van zijn e-Devlet overgelegd. Op de zitting heeft eiser ingelogd op zijn e-Devlet en is door de tolk vertaald dat hij ook staat aangemerkt als dienstweigeraar. Eiser heeft daarbij terecht gewezen op artikel 63 van het Turkse Militair Strafwetboek waaruit blijkt dat ook dienstplichtigen die hun oproep tot keuring hebben genegeerd strafbaar zijn.

De rechtbank overweegt dat verweerder niet conform zijn eigen beleid eisers weigering van de militaire dienstplicht heeft beoordeeld. Verweerder stelt zich enkel op het standpunt dat eiser zijn gewetensbezwaren niet aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder is niet ingegaan op de gestelde vrees voor onevenredige of discriminerende bestraffing van dienstweigering en de door eiser overgelegde landeninformatie in dit verband. Deze beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is gegrond. De overige beroepsgronden behoeven daarom geen nadere bespreking meer. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit omdat het in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. Verweerder moet eiser aanvullend horen en een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor twaalf weken de tijd.

11. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand te veroordelen in de proceskosten tot een bedrag van € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, rechter, in aanwezigheid van

mr. L.M. Jongejans, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze

partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend

binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de

behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de

indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van

State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand