ECLI:NL:RBDHA:2026:10612

ECLI:NL:RBDHA:2026:10612

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer C/09/700743 / JE RK 26-360
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Volgt

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/700743 / JE RK 26-360

Datum uitspraak: 25 maart 2026

Beschikking van de kinderrechter

I. Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

II. Zelfstandig verzoek van de moeder tot vaststellen zorgregeling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, 'sGravenhage,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.B. Peters uit Zoetermeer.

De kinderrechter merkt als informant aan:

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 maart 2026;

het verweerschrift van de moeder, met zelfstandig verzoek, met bijlagen van 18 maart 2026;

de door de advocaat van de moeder ter zitting overlegde beschikking van 23 februari 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:

[naam 1] namens de Raad;

de moeder met haar advocaat;

- [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.

2. De feiten

[minderjarige] is erkend door [naam 3] .

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft op een behandelgroep van [zorginstantie] in [plaats] .

3. De verzoeken

Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Er is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] . Bij [minderjarige] is sprake van forse gedragsproblematiek, waaronder grensoverschrijdend en gevaarlijk gedrag en ernstige ontregeling bij frustraties. [minderjarige] heeft een bovengemiddelde opvoedbehoefte en het lukt de moeder niet om aan deze behoefte te voldoen. De moeder functioneert beneden gemiddeld intelligentieniveau en zij lijkt daarbij beperkt leerbaar in het vergroten van haar opvoedvaardigheden. [minderjarige] lijkt moeder te overstijgen. De moeder erkent dat zij de dagelijkse opvoeding van [minderjarige] niet kan dragen. Eerder heeft de moeder de keuze gemaakt om de verzorging en opvoeding grotendeels bij de pleegouders te beleggen. [minderjarige] liet echter binnen deze plaatsing zodanig grensoverschrijdend en gevaarlijk gedrag zien dat de veiligheid binnen het pleeggezin niet langer kon worden gewaarborgd. [minderjarige] is daarom geplaatst op een behandelgroep van [zorginstantie] in [plaats] . Op dit moment is er nog onvoldoende duidelijkheid over de onderliggende oorzaken van haar gedrag. Het ontbreken van een volledig diagnostisch beeld maakt ook dat het opvoedperspectief nog niet definitief kan worden vastgesteld. Wel wordt er sinds de plaatsing op de woongroep een positieve ontwikkeling bij [minderjarige] gezien. [minderjarige] ontwikkelt zich meer passend bij haar leeftijd en schoolniveau, zij is in staat is om terug te schakelen na escalaties en er worden momenteel geen zorgen gezien over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Deze positieve ontwikkeling laat zien dat [minderjarige] leerbaar is en tot ontwikkeling komt binnen een stabiele, voorspelbare en professioneel aangestuurde omgeving. Er moet regie gevoerd worden op het diagnostisch traject, het inzetten en monitoren van de behandeling, het vaststellen van een duurzaam opvoedperspectief en het structureren van het contact met moeder. De Raad acht daarom de betrokkenheid van de jeugdbeschermer noodzakelijk. Daarnaast acht de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing voor [minderjarige] noodzakelijk. De machtiging tot uithuisplaatsing is noodzakelijk om het verblijf op de behandelgroep van [zorginstantie] te continueren en daarmee haar veiligheid, stabiliteit en behandeling te waarborgen.

Zelfstandig verzoek van de moeder

De moeder verzoekt – bij wijze van een zelfstandig verzoek op grond van de geschillenregeling van artikel 1:262b van het Burgerlijk Wetboek (BW) – om een contactregeling tussen de moeder en [minderjarige] vast te stellen. Door de behandelgroep [zorginstantie] in [plaats] is eenzijdig bepaald dat de contactregeling van vijf uur per week wordt beperkt naar twee uur per week. Dit acht de moeder (te) weinig, ook nu de moeder tweeëneenhalf uur onderweg is om [minderjarige] te bezoeken. [minderjarige] is gehecht aan de moeder en het is van belang dat dit hechtingsproces niet ongedaan wordt. De moeder acht daarom een uitbreiding van die regeling en meer duidelijkheid in het belang van [minderjarige] .

4. De standpunten

Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. De moeder stelt dat zij zich altijd leerbaar heeft opgesteld en heeft meegewerkt aan de benodigde hulpverlening. Zij is vanaf de geboorte van [minderjarige] bezig met het inzetten van de juiste hulpverlening en zij zet tot op heden het welzijn en het belang van [minderjarige] voorop. De moeder erkent dat [minderjarige] , door de gedragsproblemen die zij laat zien, niet thuis kan wonen en dat [minderjarige] naar een plek moet waar haar gedrag kan worden gereguleerd. Wel heeft de moeder zorgen over de locatie waar [minderjarige] nu verblijft, aangezien de communicatie moeizaam verloopt. De afspraken met de moeder worden regelmatig geschonden en op verzoeken van de moeder wordt niet gereageerd. De moeder ziet daarbij dat sinds de één-op-één-begeleiding van [minderjarige] er in januari 2026 af is gegaan, [minderjarige] extreem gedrag laat zien. Door de behandelgroep is er daarom voor gekozen om de contactmomenten tussen [minderjarige] en de moeder in te korten. De moeder is het hier niet mee eens. Aangezien de moeder bereid is mee te werken aan de hulp die nodig wordt geacht, vindt de moeder dat niet wordt voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor het verlenen van een ondertoezichtstelling. De advocaat verzoekt dan ook om het verzoek af te wijzen. De moeder merkt wel op dat met de inzet van een onafhankelijk persoon de communicatie met de groep beter kan verlopen en de belangen van [minderjarige] (beter) in kaart kunnen worden gebracht.

De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen van de Raad en heeft het volgende naar voren gebracht. De gecertificeerde instelling heeft ter zitting bevestigd dat er per direct een jeugdbeschermer kan starten met het gezin. De komende tijd wil de gecertificeerde instelling starten met het maken van een plan, waarin aandacht zal worden besteed aan het verbeteren van de samenwerking tussen de behandelgroep en de moeder en aan het vormgeven van de contactmomenten tussen [minderjarige] en de moeder. Het is van belang dat wordt uitgezocht wat [minderjarige] nodig heeft, wat de beste plek voor [minderjarige] is en hoe [minderjarige] reageert op de contactmomenten met de moeder.

5. De beoordeling

Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.

Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. Er bestaan grote zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] kampt met forse gedragsproblemen, waaronder grensoverschrijdend en gevaarlijk gedrag. Zonder passende pedagogische aansturing ontstaat ervoor zowel [minderjarige] als voor haar omgeving onveiligheid. Op dit moment is (nog) niet duidelijk waar dit gedrag van [minderjarige] vandaan komt en de kinderrechter acht het van groot belang dat daar onderzoek naar wordt gedaan. De moeder kampt met persoonlijke problematiek, waardoor het haar niet, althans onvoldoende, lukt om [minderjarige] te bieden wat zij nodig heeft, wat de moeder ook erkent. De afgelopen periode is [minderjarige] vrijwillig uithuisgeplaatst in een pleeggezin en aansluitend bij de behandelgroep van [zorginstantie] in [plaats] . De kinderrechter vindt het knap van de moeder dat zij deze lastige keuze in het belang van [minderjarige] heeft gemaakt. Wel is het zorgelijk dat de moeder op dit moment slechts twee uur in de week fysiek contact heeft met [minderjarige] en dat de communicatie tussen de moeder en de behandelgroep moeizaam verloopt. Hier dient de komende tijd aandacht aan te worden besteed. De kinderrechter ziet dat de moeder veel van [minderjarige] houdt, alles doet in haar mogelijkheden om [minderjarige] te (blijven) ondersteunen en welwillend tegenover de (benodigde) hulpverlening staat. Desondanks acht de kinderrechter het noodzakelijk dat de gecertificeerde instelling betrokken raakt bij de moeder en [minderjarige] . Hoewel de moeder de hulpverlening vanuit het vrijwillig kader accepteert, is het gebleken dat het vrijwillig kader ontoereikend is om de ernstige ontwikkelingsbedreiging over [minderjarige] weg te nemen. De jeugdbeschermer dient de komende tijd zicht te houden op de ontwikkeling van [minderjarige] , regie te voeren over de (in te zetten) hulpverlening en naast de moeder te staan om haar de benodigde ondersteuning te bieden. Het is belangrijk dat de jeugdbeschermer zich inzet om de communicatie tussen de behandelgroep en de moeder goed te laten verlopen. Ook is het van belang dat wordt gekeken of er nader diagnostisch onderzoek kan worden uitgevoerd om de oorzaken van het gedrag van [minderjarige] te onderzoeken zodat aan [minderjarige] de behandeling kan worden geboden die zij nodig heeft. Gelet op de zorgen en de stappen die de komende tijd moeten worden genomen, acht de kinderrechter een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar passend en geboden.

Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [minderjarige] verblijft nu sinds juli 2025 op de behandelgroep van [zorginstantie] in [plaats] . Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat [minderjarige] aan het begin van de plaatsing een positieve ontwikkeling doormaakte. Zij ontwikkelde zich meer passend bij haar leeftijd en schoolniveau en zij kon (beter) omschakelen na escalaties. Ter zitting is echter gebleken dat, sinds [minderjarige] geen één-op-één begeleiding meer geboden krijgt, zij terugvalt in haar oude gedragspatronen. Dit acht de kinderrechter zorgelijk. [minderjarige] is op dit moment nog steeds gebaat bij voortdurende professionele nabijheid, begrenzing en voorspelbaarheid. Duidelijk is dat de moeder haar dit op dit moment niet kan bieden. Om [minderjarige] de veiligheid, begrenzing en voorspelbaarheid te blijven bieden, acht de kinderrechter het van belang dat het verblijf bij [zorginstantie] wordt gecontinueerd. De kinderrechter zal het verzoek tot uithuisplaatsing dan ook toewijzen zoals verzocht. Het is wel van belang dat de komende tijd wordt onderzocht welke plek het meest passend is voor [minderjarige] om tot ontwikkeling te komen.

De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Zelfstandig verzoek van de moeder

De moeder verzoekt op grond van artikel 1:262b van het BW een zorgregeling tussen [minderjarige] en de moeder vast te leggen.

Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat recentelijk door de behandelgroep van [zorginstantie] de contactmomenten tussen [minderjarige] en de moeder zijn ingeperkt van vijf uur per week naar twee uur in de week. De moeder acht deze regeling niet in het belang van [minderjarige] en verzoekt daarom om een meer uitgebreide zorgregeling vast te leggen. Hoewel de kinderrechter het belang van contact tussen [minderjarige] en de moeder benadrukt, mede gelet op het hechtingsproces van [minderjarige] met de moeder, acht de kinderrechter zich op dit moment onvoldoende geïnformeerd om hierover een beslissing te nemen. Het is op dit moment niet duidelijk waar het gedrag van [minderjarige] vandaan komt en welke regeling het meest in het belang van [minderjarige] is. De komende tijd dient de jeugdbeschermer zicht te krijgen op de contactmomenten tussen [minderjarige] en de moeder. Ook is het van belang dat de jeugdbeschermer contact opneemt met de behandelgroep om te vragen naar hun visie over de contactmomenten en de mogelijkheid van uitbreiding daarvan. In afwachting van uitkomsten hiervan en de visie van de gecertificeerde instelling op de voorgestelde zorgregeling, zal de kinderrechter de behandeling van het zelfstandige verzoek van de moeder, zoals ter zitting besproken, aanhouden tot de zitting van 20 mei 2026 om 13:00 uur.

De kinderrechter verzoekt de moeder om uiterlijk twee weken voorafgaand aan de voormelde zitting de rechtbank en de overige belanghebbenden te informeren of zij het verzoekt handhaaft. Indien de moeder tot de conclusie komt dat zij het verzoek niet langer handhaaft en in onderling overleg een passende zorgregeling kan worden afgesproken, verzoekt de kinderrechter de moeder om de rechtbank en de belanghebbenden tijdig op de hoogte te stellen. Er zal dan geen verdere mondelinge behandeling ter zitting noodzakelijk zijn.

Indien de moeder haar verzoek handhaaft, verzoekt de kinderrechter de gecertificeerde instelling om uiterlijk één week voorafgaand aan de nog nader te bepalen zittingsdatum aan de rechtbank en de overige belanghebbenden een schriftelijke update te versturen. In de schriftelijke update dient in ieder geval in worden gegaan over hoe het gaat met [minderjarige] op de behandelgroep, hoe de contactmomenten tussen [minderjarige] en de moeder verlopen en wat de visie van de gecertificeerde instelling is op de door de moeder voorgestelde uitbreiding van de contactmomenten.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 25 maart 2026 tot 25 maart 2027;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 25 maart 2026 tot 25 september 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van het zelfstandige verzoek van de moeder aan tot de zitting van mr. N.B. Haverhoek op 20 mei 2026 om 13:00 uur;

gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:

- de Raad;

- de moeder en haar advocaat;

- de gecertificeerde instelling;

verzoekt de moeder uiterlijk twee weken voorafgaand aan voornoemde zitting de rechtbank en de belanghebbenden te informeren of zij het verzoek handhaaft;

verzoekt de gecertificeerde instelling, indien de moeder het verzoek handhaaft, uiterlijk één week voorafgaand aan voornoemde zitting een schriftelijke update zoals genoemd in r.o. 5.8 aan de rechtbank en de belanghebbenden te doen toekomen.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.M. Goossen als griffier, en op schrift gesteld op 2 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.M. Goossen als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand