RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/701098 / JE RK 26-396
Datum uitspraak: 25 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,
hierna te noemen: de Raad,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. J. de Koning uit Lisse.
De kinderrechter merkt als informant aan:
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
[naam 1] , namens de Raad;
[naam 2] , namens de gecertificeerde instelling;
de moeder met haar advocaat.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
[de minderjarige] is erkend door [naam 3].
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft bij [accommodatie] .
3. Het verzoek
De Raad verzoekt [de minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van negen maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van zes maanden. Ter zitting heeft de Raad het verzoek gewijzigd, in die zin dat wordt verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing uit te spreken voor de duur van drie maanden en het verzoek voor het overige aan te houden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De Raad maakt zich ernstig zorgen om de ontwikkeling van [de minderjarige] . Er is reeds verschillende hulpverlening ingezet in het vrijwillig kader, onder meer vanuit Voorieder1, Team Marathon en Centrum Hecht. Dit heeft echter onvoldoende in de situatie veranderd waardoor de Raad een ondertoezichtstelling noodzakelijk acht. Doordat de hulpverleners verschillende visies hebben gaat er veel mis met als gevolg dat het belang van [de minderjarige] onder gesneeuwd is geraakt, terwijl juist zijn belang voor ogen dient te worden gehouden. Het is noodzakelijk dat er passende hulpverlening voor [de minderjarige] wordt ingezet en er een jeugdbeschermer betrokken raakt die daar de regie over houdt. [de minderjarige] kampt namelijk met uiteenlopende problematiek. Het lukt hem al langere tijd niet om zijn schoolgang dan wel dagbesteding op te pakken. Hij doet weinig op een dag en heeft nauwelijks sociale contacten. Hij voelt zich vaak eenzaam en heeft sombere gedachten. Ook zijn er zorgen over zijn psychische gesteldheid. Daarnaast is [de minderjarige] getuige en slachtoffer geweest van gewelddadig gedrag van de vader en is de omgang met hem ontzegd. [de minderjarige] laat verbale en fysieke agressie zien waardoor hij sinds december 2024 niet meer thuis woont. Hij verblijft momenteel bij [accommodatie] , maar het is niet duidelijk of dit een passende plek voor hem is. De Raad vindt het daarom wenselijk dat de machtiging tot uithuisplaatsing voor een periode van drie maanden wordt uitgesproken en voor het overige wordt aangehouden. In de komende periode kan onderzocht worden welke plek voor [de minderjarige] het meest passend is. Ook kan dan worden bekeken welke stappen er in die periode worden gezet en wat het perspectief van [de minderjarige] voor de komende tijd zal zijn zodat hij daarover duidelijkheid krijgt.
4. De standpunten
Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. De moeder heeft [de minderjarige] het afgelopen jaar verder zien afglijden. Ze heeft hulpverlening in het vrijwillig kader gezocht voor [de minderjarige] zodat hij zich kan leeftijdsadequaat kan ontwikkelen. De moeder loopt echter tegen een muur aan waardoor ze niet verder komt. De ondersteuning en begeleiding door een jeugdbeschermer zou haar helpen, met name bij het nemen van beslissingen en het inzetten van de juiste hulpverlening. De moeder ziet graag dat [de minderjarige] weer thuis komt wonen maar benoemt dat dit zonder behandeling voor [de minderjarige] niet mogelijk is. De opbouw naar huis zal opgebouwd moeten worden en ook de gezinsdynamiek dient te verbeteren. Er is weinig communicatie vanuit [accommodatie] over het welzijn en de ontwikkeling van [de minderjarige] . Als [de minderjarige] bij [accommodatie] verblijft ziet zij graag dat dit verbetert. De advocaat van de moeder brengt naar voren dat een zorgmachtiging meer passend is voor [de minderjarige] gelet op zijn problematiek. Het is de moeder in het vrijwillig kader niet gelukt om dit via de huisarts te bewerkstelligen.
De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen, maar ziet geen rol weg gelegd voor een jeugdbeschermer. Zowel de moeder als [de minderjarige] staan open voor hulpverlening waardoor een gedwongen kader niet noodzakelijk is. De Raad en de moeder geven aan dat er behoefte is aan een regiehouder. De gecertificeerde instelling benoemt dat dit ook geregeld kan worden in het vrijwillig kader, bijvoorbeeld door Voorieder1, en dat daarvoor geen jeugdbeschermer nodig is. Indien het aanvragen van een zorgmachtiging niet lukt via de huisarts kan dit ook gevraagd worden aan een psychiater. De zittingsvertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling heeft aangegeven dat de psychiaters van Youz hiertoe bevoegd zijn en dit kunnen aanvragen.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De ontwikkelingsbedreiging is onder meer gelegen in het belaste verleden van [de minderjarige] . [de minderjarige] is op jonge leeftijd blootgesteld aan gewelddadig gedrag van de vader en bij beschikking van 18 juli 2024 is de vader de omgang met [de minderjarige] ontzegd. In oktober 2025 is [de minderjarige] op eigen initiatief bij de vader langsgegaan. Deze confrontatie is toen uit de hand gelopen en sindsdien zijn de zorgen om [de minderjarige] verder toegenomen. [de minderjarige] heeft moeite met zijn emotieregulatie en kan hierdoor verbaal en fysiek agressief worden naar anderen. Dit heeft geleid tot een incident in de thuissituatie van de moeder waardoor [de minderjarige] een periode geen contact heeft gehad met zijn zus en broertje Milan. [de minderjarige] volgt daarnaast al geruime tijd geen onderwijs en het lukt hem niet om dit zelfstandig weer op te pakken. Ook is hij moeilijk te motiveren voor een vorm van dagbesteding. Verder zijn er ernstige zorgen over de sombere gedachten waar [de minderjarige] mee kampt en over zijn psychische gesteldheid. Centrum Hecht heeft aangegeven dat [de minderjarige] een vergroot risico heeft op het ontwikkelen van een psychose. [de minderjarige] gebruikt medicatie, maar de betrokken hulpverleners hebben ieder een eigen visie op zijn medicatiegebruik waardoor het onduidelijk is of deze medicatie passend is voor [de minderjarige] en zijn problematiek.
Ondanks de door de moeder ingezette hulpverlening in het vrijwillig kader zijn de zorgen over [de minderjarige] niet afgenomen. Het is gelet op de kwetsbaarheid en problematiek van [de minderjarige] van groot belang dat er zo spoedig mogelijk een jeugdbeschermer beschikbaar is die betrokken wordt bij het gezin. Voor de ontwikkeling van [de minderjarige] is het noodzakelijk dat er diagnostiek wordt afgenomen en passende hulpverlening wordt ingezet en – indien noodzakelijk – medicatie wordt voorgeschreven. Vanwege de mate van de problematiek van [de minderjarige] lukt het de moeder niet om dit zelfstandig te doen. De moeder heeft daarnaast behoefte aan ondersteuning van een jeugdbeschermer om knopen door te hakken en de regie te voeren. Gelet op het voorgaande stelt de kinderrechter [de minderjarige] onder toezicht voor de duur van negen maanden.
Vanwege het gedrag en de problematiek van [de minderjarige] woont hij sinds eind 2024 niet meer thuis. Momenteel verblijft [de minderjarige] bij [accommodatie] . Het is gelet op de problematiek van [de minderjarige] , zijn kwetsbaarheid en de gezinsdynamiek niet wenselijk dat er op dit moment gewerkt wordt aan thuisplaatsing. Het is noodzakelijk dat [de minderjarige] de benodigde hulpverlening en begeleiding krijgt voordat hiermee gestart wordt. Of [accommodatie] voldoende aansluit bij de behoeften van [de minderjarige] is onduidelijk. Het contact tussen de moeder en [accommodatie] verloopt daarnaast moeizaam. De moeder ontvangt weinig informatie over het welzijn en de ontwikkeling van [de minderjarige] en zou hierbij graag meer betrokken willen worden en meer op de hoogte worden gehouden. De kinderrechter ziet hierin een ondersteunende rol voor de jeugdbeschermer. Ter zitting is door de advocaat van de moeder naar voren gebracht dat een zorgmachtiging meer passend is gelet op de problematiek van [de minderjarige] . Een verzoek voor het verlenen van een zorgmachtiging kan worden ingediend door een huisarts of psychiater. De moeder heeft geprobeerd de huisarts hiertoe te bewegen, maar dit is niet gelukt. Door de gecertificeerde instelling is aangegeven dat de psychiaters bij Youz bevoegd zijn om een dergelijk verzoek in te dienen. [de minderjarige] is aangemeld bij Youz en in april zal een intakegesprek plaatsvinden. Het is van belang dat tijdens dit intakegesprek onderzocht wordt of een zorgmachtiging inderdaad passend is voor [de minderjarige] en dat deze in dat geval zal worden verzocht.
Aangezien de kinderrechter op relatief korte termijn wil vernemen hoe het gaat met de ontwikkeling van [de minderjarige] , zijn verblijfplaats, hulpverlening, mogelijke noodzaak van een zorgmachtiging en de gezinsdynamiek, ziet zij aanleiding om het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing toe te wijzen voor een periode van drie maanden. Het verzoek zal voor het overige worden aangehouden.
De kinderrechter verzoekt de Raad en de gecertificeerde instelling uiterlijk één week voorafgaand aan de volgende zitting een schriftelijke update te versturen, met daarin de huidige stand van zaken.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Kindbrief
Zoals afgesproken met [de minderjarige] en zoals ook tijdens de mondelinge behandeling is besproken, heeft de kinderrechter haar beslissing in een brief aan [de minderjarige] uitgelegd. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat de moeder weet welke boodschap [de minderjarige] heeft ontvangen.
Beste [de minderjarige] ,
Allereerst mijn excuses dat je zo lang moest wachten op deze brief van mij.
Op 24 maart was jij op de rechtbank en hebben wij over veel dingen gepraat. Ik vond het een fijn gesprek en ik vind jou een heel bijzondere jongen. We hebben het gehad over het nog langer wonen bij [accommodatie] . Jij hebt aan mij verteld dat jij dat liever niet wil omdat jij je daar vaak alleen voelt en dat daar verschillende nare incidenten zijn gebeurd. Jij wil het allerliefste weer bij jouw moeder, zus en broertje wonen. Bij jouw moeder heb je de beste dagen van jouw leven. Jij mist haar elke dag en zij is degene die jou het best begrijpt. Jij hebt verteld dat je veel spijt hebt van het incident op 26 dec 2024 en dat je je er voor schaamt. Ik vind het belangrijk om tegen jou te zeggen dat de situatie waar jij nu in zit niet jouw schuld is.
Ook heb je verteld dat jij last hebt van sombere gedachten en dat dat in golven gaat. Ik vind dat verdrietig voor jou en vind het belangrijk dat jij daar zo snel mogelijk passende hulp voor krijgt. Gelukkig heb jij zelf ook aangegeven dat jij graag hulp hierbij wilt, daar ben ik heel blij om. Ook heb jij mij verteld dat jij heel graag weer naar school wil en dat je graag iets in de ICT zou willen doen of social worker wil worden.
We hebben het gehad over het weer thuis wonen bij jouw moeder. Jij vertelde dat jij en je moeder er hetzelfde over denken. Jullie willen allebei het liefst dat jij weer thuis woont maar dat er dan wel eerst meer stabiliteit moet komen in jouw leven en ook bij hen thuis. En dat jullie hier allebei hulp bij kunnen gebruiken.
Die hulp gaat er nu komen. Op de zitting heb ik uitspraak gedaan waar jij bij was. Ik heb toen besloten om de ondertoezichtstelling voor negen maanden te verlengen omdat het op dit moment niet goed met jou gaat en het belangrijk is dat jij, en ook je moeder, hulp krijgen van een jeugdbeschermer die de regie neemt en passende hulpverlening voor jullie zoekt.
Ook heb ik besloten dat jij nog langer bij [accommodatie] moet blijven wonen, in ieder geval tot 25 juni 2026. Ik begrijp jouw wens dat jij weer bij je moeder wil wonen heel goed en het is ook de bedoeling dat jij weer thuis gaat wonen. Alleen is dat nu nog niet het juiste moment. Het is de bedoeling dat jij, je moeder en de hulpverlening hier de komende tijd hard aan gaan werken. Het is belangrijk dat jij weer naar school gaat en dingen voor jezelf gaat doen, zoals naar de sportschool gaan, waar we het over hebben gehad. En natuurlijk dat jij verder gaat met het volgen van therapie. Ik weet dat dat veel moeite gaat kosten, maar ik denk ook dat jij dit kunt. Vooral omdat het doel dat je voor ogen hebt zo helder is en omdat jij een slimme en gevoelige jongen bent, die heel wat in zijn mars heeft. Je hebt alleen wat hulp nodig hierbij en dat is niet gek.
Omdat ik het belangrijk vind om goed op de hoogte te blijven van jou en jouw moeder en omdat ik jullie en de jeugdbeschermer snel weer wil spreken om te horen hoe het gaat, heb ik de uithuisplaatsing niet voor zes, maar voor drie maanden toegewezen. Dit heb ik ook gedaan zodat jij gemotiveerd blijft om deze positieve stappen te gaan zetten.
Over iets minder dan twee maanden zien wij elkaar terug en dan hoop ik van jou te horen dat het veel beter met jou gaat.
Voor jouw moeder en de jeugdbeschermer maak ik een officiële uitspraak (dat heet een beschikking) waarin ik ook de inhoud van deze brief opneem. Zo weten zij ook wat ik aan jou heb bericht.
De kinderrechter.
6. De beslissing
De kinderrechter:
stelt [de minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 25 maart 2026 tot 25 december 2026;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 25 maart 2026 tot 25 juni 2026;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting van mr. M. de Kleine, gelegen vóór 25 juni 2026;
gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
- de Raad;
- de gecertificeerde instelling;
- de moeder;
- de advocaat van de moeder: mr. J. de Koning;
- [de minderjarige] , voor een kindgesprek;
verzoekt de Raad en de gecertificeerde instelling uiterlijk één week voorafgaand aan voornoemde zitting een schriftelijke update zoals hierboven genoemd aan de rechtbank en de belanghebbenden te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 door mr. M. de Kleine, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 20 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.