RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/696442 / JE RK 25-2158
Datum uitspraak: 25 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
1. Het verdere verloop van de procedure
Bij beschikking van 6 januari 2026 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 11 april 2026 en het verzoek voor het overige aangehouden.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de voornoemde beschikking van 6 januari 2026 en de daarin vermelde stukken;
- de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling met bijlagen van 18 maart 2026.
Op 25 maart 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
[naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
de moeder;
de vader;
[naam 3] , de begeleider van de moeder vanuit Pameijer Mozaïk, als toehoorder.
2. De feiten
Voor een overzicht van de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 6 januari 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling handhaaft het verzoek en verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de resterende duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. In de afgelopen periode is het traject van Ouderschap Blijft beëindigd. Tijdens dit traject is gebleken dat er veel onrust en onduidelijkheid bestaat over de relatie tussen de ouders waardoor het traject onvoldoende duurzaam kon worden voortgezet. Zolang de moeder niet aan haar persoonlijke problematiek werkt, wordt zij door de vader en betrokken professionals als onvoorspelbaar ervaren, ook in haar gedrag richting [de minderjarige] . Er is afgesproken dat een eventuele nieuwe aanmelding pas kan worden overwogen als er sprake is van een langere periode van stabiliteit. Op dit moment lukt het de ouders niet om met elkaar te communiceren en afspraken te maken over [de minderjarige] . Dit heeft ook tot gevolg dat het hen niet lukt om gezamenlijk gezagsbeslissingen te nemen. Zo beschikt [de minderjarige] al geruime tijd niet over een geldig identiteitsbewijs en is er meningsverschil bij de ouders over de BMR-vaccinatie. Daar komt bij dat er op 27 januari 2026 een incident heeft plaatsgevonden, waarbij de moeder zich grensoverschrijdend heeft gedragen richting [de minderjarige] . Deze situatie is geëscaleerd en de vader heeft aangegeven dat de moeder fysiek agressief is geweest richting hem, waarbij ook de politie ter plaatse is gekomen. Dit incident heeft geleid tot angst bij [de minderjarige] en haar emotionele veiligheid en het vertrouwen in het contact met de moeder onder druk gezet. De (begeleide) contactmomenten tussen [de minderjarige] en de moeder zijn gepauzeerd, maar er ontstond wel ruimte voor [de minderjarige] om telefonisch contact te hebben met de moeder. Op 8 april 2026 vindt er weer een eerste contactmoment tussen [de minderjarige] en de moeder plaats, onder begeleiding van Jeugdformaat. Gelet op het voorgaande zijn de zorgen over [de minderjarige] nog onverminderd aanwezig. Vrijwillige hulpverlening biedt op dit moment onvoldoende waarborg voor rust, voorspelbaarheid en veiligheid voor [de minderjarige] . De ondertoezichtstelling acht de gecertificeerde instelling daarom noodzakelijk om toezicht te houden op de veiligheid en ontwikkeling van [de minderjarige] , om de opbouw van de contactmomenten zorgvuldig te begeleiden, zicht te houden op de stabiliteit van de moeder en tijdig te kunnen ingrijpen bij terugval of nieuwe onveiligheid.
4. De standpunten
De moeder staat wisselend achter het verzoek. De afgelopen periode heeft de moeder geprobeerd om, in het belang van [de minderjarige] , de relatie met de vader een kans te geven. Voor de moeder is de situatie echter te veel geworden en het is daardoor een periode niet goed gegaan met de moeder. De moeder heeft de benodigde hulpverlening aangegrepen en het gaat voorzichtig beter met de moeder. De moeder erkent dat zij bepaalde dingen anders had moeten doen. De rust heeft de moeder goed gedaan en zij is bezig met haar behandeling. De moeder vindt het vervelend dat zij [de minderjarige] sinds eind januari 2026 niet meer heeft gezien. Op 8 april 2026 staat het eerst contactmoment met [de minderjarige] gepland en de moeder hoopt dat het contact de komende tijd wordt opgebouwd. De moeder heeft aangegeven dat zij haar toestemming zal verlenen voor het identiteitsbewijs voor [de minderjarige] . De moeder staat niet achter de BMR-vaccinatie voor [de minderjarige] , maar de moeder staat wel open om daarover in gesprek te gaan.
De vader staat achter het verzoek. De vader vindt het vervelend dat [de minderjarige] getuige is geweest van het incident dat zich heeft voorgedaan. [de minderjarige] is geschrokken en zij heeft er veel last van. De vader heeft, in het belang van [de minderjarige] , afstand genomen van de moeder. De vader vindt dat contact tussen [de minderjarige] en de moeder belangrijk is voor [de minderjarige] , maar hij heeft er wel zorgen over. Het telefonisch contact met de moeder verloopt ook wisselend volgens de vader. Op dit moment wil de vader alleen via de e-mail met de moeder communiceren. Hij probeert ook al langere tijd om een identiteitsbewijs voor [de minderjarige] te regelen, maar dit is tot op heden niet gelukt. Volgens de vader doet de moeder geen moeite daarvoor.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.
Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [de minderjarige] heeft de afgelopen periode veel onrust en instabiliteit meegemaakt. Ter zitting is gebleken dat er op dit moment geen communicatie plaatsvindt tussen de ouders en dat zij het vertrouwen in elkaar zijn verloren. Door de onduidelijkheid en aanhoudende onrust is ook het traject van Ouderschap Blijft beëindigd. Op dit moment lukt het de ouders niet om in het belang van [de minderjarige] op een constructieve manier met elkaar te communiceren en kunnen belangrijke beslissingen over [de minderjarige] niet worden gemaakt. Zo heeft [de minderjarige] al langere tijd geen identiteitsbewijs en bestaat er onenigheid over de BMR-vaccinatie. Daar komt bij dat het de afgelopen periode niet goed is gegaan met de moeder, waarbij de moeder in januari 2026 grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond richting [de minderjarige] . Dit incident heeft tot veel angst en spanning geleid bij [de minderjarige] en zij heeft hier veel last van. Sindsdien heeft er geen fysiek contact meer plaatsgevonden tussen de moeder en [de minderjarige] , aangezien [de minderjarige] dit niet wilde. Het is positief dat op 8 april 2026 een eerste (fysiek) contactmoment tussen [de minderjarige] en de moeder zal plaatsvinden, onder begeleiding van Jeugdformaat. Het is van belang dat wordt gemonitord hoe het contactherstel tussen [de minderjarige] en de moeder zal gaan verlopen en of een (verdere) opbouw van het contact mogelijk is, waarbij het tempo en de (emotionele) veiligheid van [de minderjarige] leidend zijn. Ook is het belangrijk dat wordt gekeken of en hoe de communicatie tussen de ouders in het belang van [de minderjarige] kan worden verbeterd. Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling nog steeds noodzakelijk. Het vrijwillig kader is op dit moment nog ontoereikend om de zorgen over [de minderjarige] weg te nemen. Het is positief dat er sinds de vorige zitting een vaste jeugdbeschermer betrokken. Gelet op de zorgen en de stappen die komende tijd moeten worden genomen, zal de kinderrechter ondertoezichtstelling verlengen voor de resterende duur van negen maanden.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 11 januari 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.M. Goossen als griffier, en op schrift gesteld op 2 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.