After's Cool B.V., uit Den Haag, eiseres
([gemachtigde]),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: mr. C. Huidink-Lubberts).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank op het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het Uwv op het verzoek van eiseres van 4 juli 2023 om de mate van arbeidsongeschiktheid in de zin van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) van (ex-)werkneemster [naam] te herbeoordelen.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk-niet ontvankelijk is, omdat eiseres het beroepschrift onredelijk laat heeft ingediend. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3. Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, zoals in deze zaak, is het niet aan een termijn gebonden. Het beroep is echter niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend. Als uitgangspunt geldt dat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend als het is ingediend meer dan een jaar na het moment waarop het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen.
4. Op 4 juli 2023 heeft eiseres haar verzoek om herbeoordeling ingediend. Het Uwv heeft dit verzoek op 5 juli 2023 ontvangen. Omdat er binnen de wettelijke termijn geen beslissing op het verzoek werd genomen, heeft eiseres op 6 februari 2024 een ingebrekestelling verstuurd naar het Uwv. Het Uwv heeft de ontvangst daarvan op 9 februari 2024 bevestigd. Op 9 april 2024 heeft het Uwv een dwangsombeschikking afgegeven.
5. Eiseres heeft op 18 februari 2026 beroep tegen het niet tijdig beslissen ingesteld.
Dat is meer dan twee jaar na het aflopen van de wettelijke beslistermijn. Dat betekent dat het beroep in beginsel als onredelijk laat moet worden aangemerkt. Bijzondere omstandigheden kunnen hier verandering in brengen. Eiseres heeft echter na het versturen van de ingebrekestelling tot aan het moment van het instellen van beroep meer dan twee jaar geen actie ondernomen om een besluit op haar verzoek om herbeoordeling te verkrijgen. Het uitzicht op besluitvorming was ten tijde van het indienen van het beroepschrift dus al geruime tijd verloren gegaan. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.
6. Het beroep is gezien het voorgaande kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van V.R. Hijman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 april 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.