Omgang
Beschikking op het op 9 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de oma],
de oma,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Çelen in Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. van Pelt – de Jong in Bodegraven.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 26 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld.
Hierbij zijn verschenen:
Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities overgelegd.
Feiten
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 2].
Verzoek en verweer
De oma verzoekt – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – te bepalen dat:
- de oma gerechtigd is tot omgang met [minderjarige], inhoudende dat:
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Hierbij verzoekt zij zelfstandig – voor zover de wet dit toelaat uitvoerbaar bij voorraad –:
althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank juist acht.
Beoordeling
Omgang
Ontvankelijkheid
Met het oog op de ontvankelijkheid van de oma in haar verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling ligt op grond van artikel 1:377a, eerste lid, BW de vraag voor of zij in een nauwe persoonlijke betrekking tot [minderjarige] staat. Voor de invulling van het begrip nauwe persoonlijke betrekking wordt aangesloten bij family life als bedoeld in artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM).Op grond van vaste jurisprudentie is de enkele aanwezigheid van een familierechtelijke betrekking onvoldoende voor het bestaan van een nauwe persoonlijke betrekking, zodat sprake dient te zijn van bijzondere omstandigheden.
Uit de stukken en hetgeen op zitting naar voren is gebracht, is gebleken dat [minderjarige] – samen met de ouders – in ieder geval gedurende haar eerste anderhalf jaar bij de oma heeft gewoond en daarna tot juli 2025 nog regelmatig bij de oma verbleef. De rechtbank is daarom van oordeel dat in dit geval sprake is van een voldoende nauwe persoonlijke betrekking tussen de oma en [minderjarige]. Gelet hierop zal de rechtbank de oma ontvankelijk verklaren in haar verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling tussen haar en [minderjarige].
Inhoudelijke beoordeling
Nu de oma ontvankelijk is in haar verzoek tot omgang, dient te worden beoordeeld of en in hoeverre een omgangsregeling met de oma in het belang van [minderjarige] is.
Uit de stukken en wat op de zitting is besproken, is de rechtbank het volgende gebleken.
De verstandhouding tussen de oma en de moeder was reeds gespannen maar is in ieder geval sinds de start van onderhavige procedure ernstig verslechterd. Sinds enkele maanden zijn [minderjarige] en de moeder in behandeling voor rouw- en systeemtherapie bij [zorginstantie 1]. Ook is [minderjarige] onlangs gestart met een traject voor trauma- en rouwtherapie bij [zorginstantie 2]. De moeder heeft het contact tussen [minderjarige] en de oma in juli 2025 volledig stopgezet, omdat deze contactmomenten voor zowel [minderjarige] als haarzelf veel onrust veroorzaakten.
Zoals de rechtbank partijen ter zitting reeds heeft voorgehouden, zal het verzoek van de oma worden afgewezen, nu de rechtbank het momenteel niet in het belang acht van [minderjarige] om een vaste omgangsregeling met de oma te bepalen. Gelet op de verhouding tussen de moeder en de oma en het gebrek aan draagvlak bij de moeder, ziet de rechtbank geen mogelijkheid om een basis te leggen voor een vaste omgangsregeling tussen de oma en [minderjarige]. De rechtbank is ervan overtuigd dat de moeder behoefte heeft aan een periode van rust, waarin zij zich kan richten op haar eigen behandeling en rouwverwerking. Een periode van rust zal bijdragen aan het creëren van ruimte voor de moeder voor herstel van contact tussen [minderjarige] en de oma.
Tijdens de zitting is besproken dat de moeder overigens niet onwelwillend staat tegenover het in de toekomst hervatten van het contact tussen [minderjarige] en de oma. Wel dient daarvoor de relatie tussen de oma en de moeder te worden verbeterd. Daarom is aan hen in overweging gegeven om deel te nemen aan het traject Ouderschapsbemiddeling, enerzijds om in het belang van [minderjarige] de onderlinge communicatie en verstandhouding te verbeteren, en anderzijds om eventuele afspraken te maken over het contact tussen [minderjarige] en de oma. Zowel de oma als de moeder hebben hun bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject Ouderschapsbemiddeling. Ook hebben de oma en de moeder hun bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject Omgangsbegeleiding, zodat de omgang tussen [minderjarige] en de oma (voorlopig) niet behoeft plaats te vinden met directe medewerking van de moeder.
De rechtbank zal de oma en de moeder in de gelegenheid stellen om deel te nemen aan de trajecten Omgangsbegeleiding en Ouderschapsbemiddeling, zoals blijkt uit het aan deze beschikking gehechte proces-verbaal van doorverwijzing. Dit proces-verbaal is reeds per e-mail verzonden aan Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan voornoemde trajecten en voor aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie(s). De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams Leidse Regio.
De rechtbank zal in deze beschikking een eindbeslissing geven. Zij ziet geen aanleiding om, in het geval de Ouderschapsbemiddeling en/of de Omgangsbegeleiding niet tot een positief resultaat zou leiden, aan de Raad voor de Kinderbescherming te vragen om te kijken naar de wenselijkheid van een raadsonderzoek. Het is wat de rechtbank betreft vooral aan oma om mee te bewegen met de moeder en om aan de moeder de regie te laten, zodat de moeder de rust en controle heeft om het contact tussen [minderjarige] en haar oma emotioneel te kunnen ondersteunen.
Beslissing
De rechtbank:
*
wijst het verzoek van de oma af;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de oma] (de oma),
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
en
[de moeder] (de moeder),
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan de trajecten Ouderschapsbemiddeling en Omgangsbegeleiding en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie(s);
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar: Jeugdteams Leidse Regio, Haarlemmerstraatweg 31 – 8519 – 2343 LA Oegstgeest.