ECLI:NL:RBDHA:2026:10661

ECLI:NL:RBDHA:2026:10661

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer NL26.6187
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Dublin BZ Zwitserland

Uitspraak

[naam], V-nummer: [v-nummer], eiser,

(gemachtigde: mr. J. Oosterhof),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 4 februari 2026 niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting

Op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt bij afzonderlijke uitspraak beslist.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

3. Eiser stelt te hebben aangegeven dat hij niet naar Zwitserland terug wil keren omdat hij vreest daar problemen te krijgen vanwege het feit dat hij in Zwitserland een valse naam heeft opgegeven. Eiser vreest dan in vreemdelingendetentie te worden geplaatst en overgedragen te worden aan Spanje. Indien dit het geval is geeft hij er de voorkeur aan zelf, zonder tussenkomst van de Zwitserse autoriteiten, terug te keren naar Spanje. De minister heeft dit niet kenbaar betrokken bij de beoordeling, hetgeen de beschikking onzorgvuldig maakt. Daarnaast heeft de minister gelet op hetgeen eiser in het gehoor naar voren heeft gebracht, ook niet kunnen volstaan met de standaardmotivering in het besluit.

4. De rechtbank overweegt dat niet ter discussie staat dat ten aanzien van Zwitserland van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan. De minister heeft er daarom vanuit mogen gaan dat Zwitserland zijn verdragsverplichtingen nakomt. Omdat de Terugkeerrichtlijn, de Opvangrichtlijn, de Kwalificatierichtlijn en de Procedurerichtlijn ook gelden ten aanzien van het in bewaring stellen van personen, kan ook in dit kader van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden uitgegaan. Hierin is geen grond gelegen voor het oordeel dat eiser niet kan worden overgedragen.

In zoverre eiser stelt liever zelf naar Spanje te gaan, volstaat de rechtbank met de overweging dat de Dublinverordening geen vrije keuze geeft voor welk land verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Nu Zwitserland verantwoordelijk is voor de aanvraag en van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan, bestaat geen aanleiding om aan te nemen dat eiser door Zwitserland zal worden overgedragen aan Spanje.

Tot slot stelt de rechtbank stelt vast dat de minister in het voornemen is ingegaan op eisers verklaringen in het aanmeldgehoor. Als eiser deze overwegingen ontoereikend vond, had het op zijn weg gelegen om hier in de zienswijze op in te gaan. Dit heeft eiser niet gedaan. Omdat eiser in beroep ook niet concreet maakt of onderbouwt op welk punt uit het aanmeldgehoor de minister in het bestreden besluit onvoldoende is ingegaan, kan de grond niet slagen.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is kennelijk ongegrond. Dat betekent dat dat eiser mag worden overgedragen aan Zwitserland. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier. en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.G.D. Overmars

Griffier

  • mr. D.G. van den Berg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand