ECLI:NL:RBDHA:2026:10663

ECLI:NL:RBDHA:2026:10663

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer NL25.58001 en NL25.58002
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Asiel, gegrond. Rusland. Paspoort met stempel. Rechtsgevolgen in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[naam 1], V-nummer: [v-nummer], eiser,

[naam 2], V-nummer: [v-nummer], eiseres,

[naam 3], V-nummer: [v-nummer],

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.58001 en NL25.58002

en

mede namens hun minderjarige kinderen

[naam 4], V-nummer: [v-nummer],

allen van Russische nationaliteit en hierna gezamenlijk te noemen: eisers,

(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),

en

(gemachtigde: mr. I. van Es).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzingen van de asielaanvragen in stand kunnen blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben op 11 november 2022 elk afzonderlijk een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 4 november 2025 deze aanvragen in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Eisers hebben hiertegen afzonderlijk beroep ingesteld.

De rechtbank heeft de beroepen op 9 februari 2026 gezamenlijk op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

De rechtbank heeft het onderzoek op 18 februari 2026 heropend en vragen gesteld aan de minister. De minister en de gemachtigde van eisers hebben respectievelijk op 18 maart 2026 en 13 april 2026 op deze vragen gereageerd.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank overweegt dat de asielaanvraag van eiseres, een afgeleide aanvraag is op basis van de situatie van haar echtgenoot. De minister heeft zich beperkt tot een inhoudelijke beoordeling van het relaas van eiser. De rechtbank beoordeelt hieronder daarom eerst de afwijzing van de asielaanvraag van eiser.

Het asielrelaas

4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij uit Rusland is gevlucht vanwege de mobilisatie. Bij terugkeer naar Rusland vreest eiser dat hij een gevangenisstraf zal krijgen, omdat hij de oproepen voor de mobilisatie heeft genegeerd en vanwege een strafzaak naar aanleiding van zijn deelname aan een protest in 2019. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij in Rusland is gediscrimineerd omdat hij afkomstig is uit Ingoesjetië.

Het bestreden besluit

5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

De minister stelt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst, evenals dat eiser gediscrimineerd is, geloofwaardig is. Dat eiser is opgeroepen voor de mobilisatie/dienstplicht en dat hij heeft deelgenomen aan de demonstratie, is niet geloofwaardig.

Heeft de minister kunnen concluderen dat eisers oproep voor de mobilisatie/dienstplicht en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig zijn?

Artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vw (documenten)

6. Eiser stelt dat hij consistent heeft verklaard dat hij nooit zelf een buitenlandpaspoort heeft aangevraagd en dat hij nooit van het bestaan van een op zijn naam verstrekt buitenlandpaspoort heeft geweten totdat hij daarmee door de minister werd geconfronteerd. Om toch een antwoord te geven is eiser gaan speculeren en heeft hij verklaard dat zijn vader het buitenlandpaspoort mogelijk zonder zijn medeweten heeft verkregen, vermoedelijk door middel van omkoping.

De rechtbank overweegt dat de minister in de besluitvorming heeft overwogen dat uit eisers overgelegde binnenlandpaspoort blijkt dat op 2 augustus 2018 een paspoort met het serienummer 75 nr. 8922836 is afgegeven. Paspoorten waarvan het serienummer begint met 75, zijn biometrische buitenlandpaspoorten. De minister verwijst daarbij naar een Russisch artikel van een nieuwsagentschap van de stad Moskou over de opening van een vliegveld.

Desgevraagd heeft de minister erkend dat op basis van voornoemd artikel niet hard geconcludeerd kan worden dat elk paspoort met serienummer 75, een biometrisch buitenlandpaspoort is. De minister komt desalniettemin tot de conclusie dat uit de stempel in het binnenlandpaspoort ontegenzeggelijk volgt dat een buitenlandspoort is afgegeven. Het binnenlandpaspoort met stempel betreft een brondocument en de minister verwijst naar de officiële beschrijving van het binnenlandpaspoort zoals dat tot 2023 geldig was. Daaruit volgt dat het nummer van een binnenlandpaspoort bestaat uit 2 + 2 + 6 cijfers. Omdat uit de stempel in het binnenlandpaspoort volgt dat een paspoort is afgegeven met een serienummer van 9 cijfers en beginnend 75, is daaruit af te leiden dat het niet kan gaan om een binnenlandpaspoort. De minister concludeert daarom dat elk paspoort dat uit negen cijfers bestaat en begint met 75, inderdaad een buitenlandpaspoort is.

De rechtbank volgt dit standpunt niet. Vooropgesteld zij dat de rechtbank het standpunt van de minister dat de stempel in het binnenlandpaspoort een brondocument is, onjuist acht. Een stempel in een paspoort is een administratieve aantekening en hoewel deze wijst op het bestaan van een ander document, is de stempel zelf niet het brondocument van die afgifte; dat is de administratieve beslissing of het buitenlandpaspoort zelf. Het feit dat het binnenlandpaspoort (en de stempel) echt is bevonden door Bureau Documenten, betekent alleen dat de stempel door de autoriteiten is gezet, maar kan in zoverre niet als bewijs fungeren voor de afgifte van een paspoort.

Omdat de stempel wel een indicatie is van de afgifte van een paspoort, komt deze enige waarde toe. Dit is te meer het geval nu eiser geen verklaring heeft voor de stempel en blijft steken op algemene verwijzingen naar corruptie en speculaties ten aanzien van het handelen van zijn vader. Voor de rechtbank weegt echter zwaarder, dat in zoverre het bestaan van een tweede paspoort al moet worden aangenomen, de minister niet met bronnen kan onderbouwen dat dit moet gaan om een buitenlandpaspoort, maar wel in dit standpunt volhardt.

De redenering van de minister dat het moet gaan om een buitenlandpaspoort omdat het serienummer van een binnenlandpaspoort 10 cijfers kent en het serienummer van de stempel 9 cijfers heeft en begint met 75, is immers slechts deductief en doel redenerend. De minister heeft geen openbare informatie overgelegd waaruit volgt dat een serienummer van 9 cijfers en beginnend met 75, buitenlandpaspoorten zijn en kan dit niet op basis van een eigen redenering als zodanig aan eiser tegenwerpen, te meer nu eiser consequent verklaart geen buitenlandpaspoort te hebben gehad.

Het beroep is hierom gegrond. De rechtbank vernietigt het besluit. Hieronder gaat de rechtbank in op de mogelijkheid tot in stand lating van de rechtsgevolgen.

Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw (samenhang en aannemelijkheid)

Documenten

7. Eiser overweegt dat een neutraal advies betekent dat de echtheid van de documenten door Bureau Documenten niet kan worden vastgesteld, maar evenmin kan worden uitgesloten. In een dergelijk geval rust op de minister de plicht om de documenten in samenhang met de overige verklaringen en omstandigheden te beoordelen. De minister heeft dit nagelaten en heeft de bewijslast ten onrechte volledig bij eiser gelegd, terwijl eiser wel degelijk een consistente verklaring heeft gegeven over de herkomst en betekenis van deze documenten.

Volgens eiser stelt de minister voorts ten onrechte dat de inhoud van het opsporingsbevel van 15 januari 2024 tegenstrijdig is met eisers verklaringen, omdat daarin staat dat eiser op 20 juli 2022 niet is verschenen bij zijn eenheid. Eiser heeft echter verklaard dat hij nooit daadwerkelijk is opgeroepen voor een specifieke eenheid en dat de inhoud van het document onjuist is, maar dat het wel een authentiek document betreft dat door de Russische autoriteiten is opgesteld. Deze verklaring is geloofwaardig, gelet op de wijdverbreide praktijk in Rusland waarbij documenten worden opgesteld die niet overeenkomen met de feitelijke gang van zaken, met als doel personen te criminaliseren of onder druk te zetten.

De minister overweegt dat de documenten zijn onderzocht door Bureau Documenten en dat uit onderzoek is gebleken dat deze documenten als neutraal moeten worden beoordeeld. Dit houdt in dat op basis van het onderzoek geen uitspraak kan worden gedaan over de inhoudelijke juistheid van de documenten. Het is daarom aan eiser om dit door middel van zijn eigen verklaringen nader te onderbouwen. Eiser is hierin niet geslaagd.

Daartoe overweegt de minister dat de inhoud van de door eiser overgelegde documenten niet overeenkomen met hetgeen eiser heeft verklaard. Eiser geeft aan dat hij is opgeroepen voor de mobilisatie/dienstplicht. Eisers documenten tonen echter iets anders: in de oproepen staat dat eiser moet verschijnen bij de dienstplichtcommissie, terwijl in een oproep van de politie is vermeld dat eiser niet is verschenen bij zijn eenheid. Dit is tegenstrijdig met eisers verklaring, waarin hij stelt enkel te zijn opgeroepen voor de dienstplicht, aangezien het verschijnen bij een eenheid pas volgt nadat de keuring is doorlopen. Daarnaast vermeldt het opsporingsbevel van 15 januari 2024 dat eiser op 20 juli 2022 niet is verschenen bij zijn eenheid. Op 20 november 2023 is vervolgens een zaak aangespannen op grond van artikel 337 van het WvS wegens ongeoorloofd verlaten van een eenheid. Op dat moment was eiser volgens zijn eigen verklaring echter nog niet aangesloten bij een eenheid en stelt hij enkel te zijn opgeroepen. Ook dit is tegenstrijdig.

Tevens spreken de overgelegde documenten elkaar duidelijk tegen. Zo vermeldt de oproep voor de dienstplicht dat eiser moet verschijnen bij de dienstplichtcommissie, terwijl in de oproep van de politie staat dat eiser al bij zijn eenheid aanwezig had moeten zijn. Eisers documenten en verklaringen zijn daarmee onderling strijdig en komen niet overeen met hetgeen eiser stelt. Deze tegenstrijdigheden ondermijnen de geloofwaardigheid van eisers gehele verklaring over de dienstplicht/mobilisatie en werken in zijn nadeel.

De rechtbank overweegt dat het in het geval van een neutraal advies, aan eiser is om de inhoudelijke juistheid van de documenten te onderbouwen. Als eiser hier tot op zekere hoogte in slaagt, kan het neutrale document dienen als steunbewijs. In het geval van eiser heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank kunnen concluderen dat eiser hier niet in geslaagd is en dat de documenten niet bijdragen aan eisers geloofwaardigheid. De rechtbank verwijst daarbij naar de motivering van de minister zoals neergelegd in de besluitvorming en volstaat met de overweging dat de enkele stelling dat het een authentiek document met onjuiste inhoud betreft, opgesteld door de autoriteiten om druk uit te oefenen, bij gebrek aan onderbouwing onvoldoende is voor het oordeel dat de minister hierin aanleiding had moeten zien om tot een andere conclusie te komen.

Onjuiste toepassing van het Ambtsbericht en negeren van actuele informatie

8. De minister baseert zijn oordeel mede op het Algemeen ambtsbericht Rusland 2023, waarin staat dat dienstplichtigen pas na een medische keuring en beoordeling door een militaire commissie kunnen worden opgeroepen en toegewezen aan een eenheid. De minister concludeert hieruit dat eisers verklaringen niet kloppen. Deze redenering is volgens eiser onjuist en getuigt van een onvolledige beoordeling van de actuele situatie in de Russische Federatie. Eiser heeft uitgebreide informatie aangeleverd, bestaande uit openbare bronnen en videomateriaal van internationale nieuwsorganisaties zoals BBC News, waaruit blijkt dat dienstplichtigen in de praktijk wel degelijk onder dwang worden verplicht om contracten te ondertekenen en vervolgens naar actieve gevechtszones worden gestuurd, ondanks officiële ontkenningen van de Russische autoriteiten. Deze informatie toont aan dat de formele procedures zoals beschreven in het Ambtsbericht in de praktijk niet worden gevolgd en dat dienstplichtigen systematisch worden ingezet in de oorlog tegen Oekraïne.

De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft kunnen tegenwerpen dat eisers verklaring te zijn opgeroepen voor de dienstplicht, tegenstrijdig is met de oproep van de politie waarin is vermeld dat eiser niet is verschenen bij zijn eenheid. De minister heeft dit standpunt onder verwijzing naar het Ambtsbericht gemotiveerd. Eisers stelling dat de praktijk in Rusland anders is dan de formele procedures weergegeven in het Ambtsbericht, is onvoldoende om deze tegenstrijdigheid weg te nemen. Eiser verwijst slechts naar een algemeen fenomeen van het in de praktijk niet volgen van procedures en verzuimt om concreet te maken of te onderbouwen hoe dit in zijn geval relevant is. Daarbij komt ook dat de staande praktijk in Rusland is verdisconteerd in het Ambtsbericht en laatstgenoemde niet slechts een weergave van formele procedures is. De minister heeft in de enkele theoretische mogelijkheid dat in het geval van eiser is afgeweken van de in het Ambtsbericht genoemde procedure, geen aanleiding hoeven zien om tot een andere conclusie te komen. In zoverre eiser informatie heeft overgelegd over het verplicht ondertekenen van contracten en dienstplichtigen in actieve gevechtszones, overweegt de rechtbank dat deze punten relevantie missen in het kader van de geloofwaardigheidstoets van dit asielmotief. De rechtbank zal deze bronnen wel betrekken bij de beoordeling van het risico bij terugkeer.

9. Gelet op het bovenstaande en gelet op hetgeen in de besluitvorming onbestreden is gelaten, concludeert de rechtbank dat de minister niet ten onrechte heeft overwogen dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiser voldoet niet aan artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.

Heeft de minister kunnen concluderen dat eisers deelname aan de demonstratie en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig zijn?

Verklaringen komen niet overeen met openbare bronnen over de duur en timing

10. Eiser stelt dat de minister ten onrechte overweegt dat eisers verklaringen over zijn deelname aan de demonstratie in maart 2019 niet geloofwaardig zijn, omdat betrouwbare bronnen zoals de Moscow Times en Kavkaz Realii aangeven dat de demonstratie op 26 maart begon en op 27 maart werd uiteengedreven. Eiser heeft echter verklaard dat de bijeenkomsten al eerder begonnen en dat de demonstratie op 27 maart culmineerde in een grote actie. De minister verwerpt deze verklaring, stellende dat deze niet wordt ondersteund door de genoemde bronnen. Eiser wijst erop dat, hoewel de Moscow Times meldt dat de demonstratie op 26 maart begon, dit slechts de perceptie van het medium is. Het samenkomen van mensen was volgens eiser al eerder begonnen, aangezien het opbouwen van een grote menigte, vooral in uitgestrekt Rusland, veel tijd vergt. Het feit dat de Moscow Times en Kavkaz Realii deze voorbereidende activiteiten niet expliciet vermelden, betekent niet dat zij niet hebben plaatsgevonden. De minister had eisers verklaringen niet zonder meer terzijde mogen schuiven, maar had nader onderzoek moeten doen naar de context en de voorgeschiedenis van de demonstratie.

De minister overweegt dat uit de Moscow Times volgt dat de demonstratie begon op 26 maart 2019 en dat deze in de vroege ochtend van 27 maart 2019 uiteengedreven is, met geweld. Eisers verklaringen dat de demonstratie een week duurde en dat hij een week aanwezig is geweest bij de demonstratie, evenals dat de aanhoudingen pas na een week begonnen, strookt niet met de informatie uit betrouwbare bronnen. Kavkaz Realii meldt eveneens geen weeklange protesten voorafgaand aan 26 maart en beschrijft de gebeurtenis

als een plotselinge demonstratie die op 27 maart door de politie werd neergeslagen. Het valt dan ook niet in te zien waarom niet van de juistheid van deze informatie kan worden uitgegaan.

De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van eiser over de duur en timing van de demonstratie, niet overeenkomen met de informatie die volgt uit openbare bronnen. De minister heeft eiser dit als zodanig kunnen tegenwerpen. Omdat eiser zijn stelling dat de demonstraties eerder begonnen niet heeft onderbouwd en feitelijk alleen stelt dat de informatie uit de openbare bronnen onjuist is, heeft de minister in de verklaringen van eiser geen aanleiding hoeven zien om te twijfelen aan de openbare bronnen of om nader onderzoek te doen. De ter zitting gegeven verklaring dat het gehoor rommelig is verlopen en dat eiser een en ander door elkaar heeft verteld, vormt voor de rechtbank ook geen aanleiding voor een ander oordeel.

Gelet op het bovenstaande en gelet op hetgeen in de besluitvorming onbestreden is gelaten, concludeert de rechtbank dat de minister niet ten onrechte heeft overwogen dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiser voldoet niet aan artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.

Heeft eiser te vrezen bij terugkeer?

11. Eiser heeft aanvullende informatie verstrekt ter ondersteuning van zijn asielprocedure, bestaande uit openbare bronnen en videomateriaal op YouTube met directe links. In deze video's wordt uitgebreid en gedetailleerd getoond wat er daadwerkelijk gebeurt met gewone dienstplichtigen (oproepmilitairen) in Rusland. In het materiaal komen jonge dienstplichtigen aan het woord die aangeven dat zij niet begrijpen waarom zij naar de oorlog worden gestuurd. Daarnaast verklaren dienstplichtigen dat zij onder dwang worden verplicht om contracten te ondertekenen om naar het front te gaan, ondanks het feit dat zij hier principieel, moreel en psychologisch niet toe in staat zijn. Zij beschrijven hoe zij worden mishandeld, geslagen, vernederd, lange tijd niet mogen slapen of eten, en hoe er druk wordt uitgeoefend door bedreigingen aan het adres van hun families om hen te dwingen een contract te tekenen. Deze dwang gebeurt onder andere door bedreigingen, fysiek geweld, mishandeling en foltering, psychologische druk, misleiding en vervalsing van documenten. Na het ondertekenen van zo'n contract worden zij naar actieve gevechtszones gestuurd, waaronder gebieden waar intensieve vijandelijkheden plaatsvinden. Ondanks officiële verklaringen van de Russische autoriteiten dat dienstplichtigen niet aan de oorlog deelnemen, tonen talrijke gevallen aan dat dienstplichtigen naar het front worden gestuurd, omkomen tijdens gevechten, krijgsgevangen worden genomen en onder dwang contractmilitair worden gemaakt. Eiser is principieel tegen deze oorlog.

Eiser is afkomstig uit de Noord-Kaukasus, uit de republiek Ingoesjetië. Zijn volk is historisch onderdrukt en nooit werkelijk onderworpen aan Rusland. In de praktijk worden mensen uit de Kaukasus vaak als eersten naar het front gestuurd, als kanonnenvoer. Als eiser gedwongen zou worden om terug te keren naar Rusland, ongeacht wanneer of na hoeveel jaar, zijn er voor hem slechts twee uitkomsten: of hij wordt gedwongen te vechten, te doden en zelf te sterven in een oorlog die hij moreel afwijst, of hij weigert en belandt in de gevangenis. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer naar de Russische Federatie geen risico loopt op vervolging of onmenselijke behandeling. Indien eiser wordt gedwongen terug te keren naar Rusland, loopt hij een reëel risico om onder dwang te worden verplicht een militair contract te tekenen en naar het front te worden gestuurd. Weigering hiervan leidt tot detentie, vervolging en onmenselijke behandeling. De minister heeft dit risico onvoldoende onderzocht en ontoereikend gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer niet zou worden blootgesteld aan deze behandeling.

Vrees voor deelname aan oorlogsmisdrijven tijdens dienstplicht

12. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zal moeten vechten in Oekraïne. Voorop staat dat de rechtbank reeds geoordeeld heeft dat de minister heeft kunnen concluderen dat het niet geloofwaardig is dat eiser is opgeroepen voor de mobilisatie of dienstplicht. Daarmee zijn ook eventuele artikel 3 EVRM schendingen in het kader van dat motief weggenomen. Hoewel eiser terecht stelt dat de minister te allen tijde het refoulement risico in acht moet nemen, overweegt de rechtbank dat er in het geval van eiser geen aanknopingspunten waren op grond waarvan de minister aanleiding had moeten zien een andere beoordeling in dit kader te moeten maken.

Uit het Algemeen ambtsbericht van maart 2023 volgt immers niet dat eiser als dienstplichtige direct zal worden ingezet in de oorlog in Oekraïne, hetgeen ook niet volgt uit de uitspraken van de Afdeling. In het Ambtsbericht staat dat nieuwe dienstplichtigen eerst een basisopleiding ondergaan en vervolgtraining krijgen, voordat zij zich moeten aansluiten bij een militaire eenheid. Hieruit volgt niet dat eiser onontbeerlijke steun zou moeten bieden aan de voorbereiding of uitvoering van oorlogsmisdrijven. Niet is gebleken van recentere landeninformatie, ook niet het Thematisch ambtsbericht, waaruit een wezenlijk ander beeld naar voren komt. De rechtbank overweegt daarbij ook dat niet is gebleken van een doorlopende mobilisatie onder de radar. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het rapport van de EUAA niet van een huidige gedwongen en grootschalige mobilisatie. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister niet meer bewijswaarde hoefde toe te kennen aan de links naar verschillende nieuwsartikelen, omdat het gaat om onvertaalde berichten waarvan de inhoud niet te verifiëren is. Daarbij komt in de gegeven toelichtingen naar voren dat het gaat om algemene bronnen, die dus ook niet de specifieke omstandigheden van eiser kunnen onderbouwen. Eiser heeft geen individuele omstandigheden aangevoerd waarom juist hij risico loopt om te moeten vechten in Oekraïne. Het feit dat eiser uit de republiek Ingoesjetië komt, is op zichzelf onvoldoende grond om aan te nemen dat hij daadwerkelijk in de gevechten zal worden ingezet. Daarnaast heeft de minister er ter zitting terecht op gewezen dat de vrees voor inzet in de oorlog in Oekraïne een toekomstige onzekere gebeurtenis is. De minister heeft daarmee voldoende het refoulementverbod in acht genomen.

Ernstige gewetensbezwaren

13. In zoverre eiser stelt de oorlog principieel en moreel af te wijzen, oordeelt de rechtbank dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren vanwege een godsdienstige of andere diepgewortelde overtuiging de dienstplicht heeft geweigerd of zal weigeren. Het enkele feit dat eiser tegen de oorlog is, is onvoldoende om de aanwezigheid van onoverkomelijke gewetensbezwaren te onderbouwen. Eiser heeft geen verdere onderbouwing gegeven, zoals innerlijke conflicten of andere concrete omstandigheden die zijn gewetensbezwaren zouden ondersteunen. Ook overweegt de rechtbank dat gesteld noch gebleken is dat eiser, als er geen oorlog zou zijn, de dienstplicht niet zou willen vervullen. Eiser heeft met deze stelling onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij de dienstplicht weigert vanwege onoverkomelijke gewetensbezwaren.

Vrees voor onevenredige of discriminatoire bestraffing wegens dienstweigering

14. De rechtbank is verder van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees heeft voor een onevenredige of discriminatoire bestraffing. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij een gegronde vrees heeft voor een jarenlange gevangenisstraf, voor zover dit als daad van vervolging zou moeten worden gezien. Het Ambtsbericht vermeldt dat dienstweigeraars doorgaans worden bestraft met een financiële boete of, in sommige gevallen, een gevangenisstraf van twee jaar. Ook uit het Thematisch ambtsbericht Russische Federatie van 14 februari 2025 blijkt dat dienstweigeraars in de praktijk worden beboet. Ook hieruit volgt niet dat eiser een gegronde vrees heeft voor een onevenredige of discriminatoire bestraffing.

Conclusie

15. Eiser voldoet niet aan een van de voorwaarden van paragraaf C2/3.2 van de Vc en eiser heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat hij een gegronde vrees bij terugkeer naar Rusland heeft.

Is er aanleiding om de rechtsgevolgen in stand te laten?

16. Hoewel de rechtbank onder 6.3 tot en met 6.5 heeft geoordeeld dat de minister niet heeft kunnen tegenwerpen dat eiser niet voldoet aan artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vw, en eiser dit bij beide asielmotieven ten onrechte is tegengeworpen, heeft de minister kunnen concluderen dat het relaas van eiser niet geloofwaardig. De minister heeft daarvoor bij beide asielmotieven een sluitende motivering gegeven onder artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw, hetgeen de rechtbank in dit geval voldoende acht. Onder verwijzing naar hetgeen met betrekking tot de beide asielmotieven is overwogen onder 7.5, 8.1 en 10.2 alsmede is geoordeeld onder 12 tot en met 14, laat de rechtbank de rechtgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand.

Conclusie ten aanzien van de asielaanvraag van eiseres

17. Omdat er geen aparte gronden zijn gericht tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres, volstaat de rechtbank met een verwijzing naar hetgeen hierboven overwogen. Ook het beroep van eiseres is gegrond en ook in die zaak ziet de rechtbank aanleiding om de rechtsgevolgen in stand te laten.

Conclusie en gevolgen

18. De beroepen zijn gegrond. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten. Gelet op hetgeen overwogen in rechtsoverweging 16, ziet de rechtbank aanleiding om de rechtsgevolgen van de besluiten op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Awb in stand te laten.

Omdat de beroepen gegrond zijn, krijgen eisers een vergoeding van hun proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van samenhangende zaken zoals bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, omdat de aanvragen en beroepen gelijktijdig zijn ingediend, dezelfde gemachtigde betrokken is en de gronden in de zaak van eiser ook gelden in de zaak van eiseres, waarbij in de zaak van eiseres geen afzonderlijke gronden zijn ingediend. Dit betekent dat de beroepszaken worden beschouwd als één zaak. De vergoeding bedraagt € 2.335,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, een halve punt voor het, na heropening van het onderzoek en op verzoek van de rechtbank, geven van een schriftelijke reactie als bedoeld in artikel 8:45, eerste lid, van de Awb en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand blijven;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten van eisers.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand