ECLI:NL:RBDHA:2026:10669

ECLI:NL:RBDHA:2026:10669

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer NL26.22645
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

bewaring, volgberoep, Marokkaanse, zicht op uitzetting, eiser werk onvoldoende mee aan zijn uitzetting, eiser wil geen hulp van DT&V en IOM, voldoende voortvarend, arrest Aroja, grondslag eerdere inbewaringstelling was 59b, de bewaring was dus niet gericht op terugkeer en verwijdering en daarmee niet gebaseerd op het opgelegde TKB, huidige inbewaringstelling duurt nog geen zes maanden en dus geen verlengingsbesluit, wel verzwaarde belangenafweging, geen lichter middel, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.22645

geboren op [geboortedatum] ,

van Marokkaanse nationaliteit,

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. W.R.S. Ramhit),

en

(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).

Procesverloop

1. De minister heeft op 11 november 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Op 1 mei 2026 heeft de gemachtigde van eiser (aanvullende) gronden ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 1 mei 2026, met behulp van telehoren, op zitting behandeld. Eiser is verschenen op het detentiecentrum in Rotterdam, bijgestaan door zijn gemachtigde. Ook is een tolk verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Overwegingen

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 20 februari 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is sinds het sluiten van dat onderzoek op 17 februari 2026.

3. Als de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

Standpunten eiser

4. Eiser voert aan dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is. De minister gaat onvoldoende voortvarend te werk door slechts schriftelijk te rappelleren bij de Marokkaanse autoriteiten. De minister heeft geen telefonische navraag gedaan of de lp-aanvraag goed is ontvangen en wanneer lp-afgifte valt te verwachten. Ook is er geen zicht op uitzetting. Eiser heeft alle gegevens verstrekt die hij kon verstrekken en beschikt daarnaast ook niet over een geldig reisdocument. Eiser betoogt verder dat hij een kwetsbaar persoon is en in een observatiecel heeft moeten verblijven. De duur van de bewaring en de onzekerheid door de mogelijke verlenging daarvan drukt zwaar op eisers mentale gezondheid. Tot slot voert eiser aan dat hij geen verlengingsbesluit heeft ontvangen en dat kan worden volstaan met een lichter middel.

Beoordeling rechtbank

5. De rechtbank stelt voorop dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Marokko in het algemeen niet ontbreekt. De rechtbank ziet geen aanleiding om in het geval van eiser anders te oordelen. De lp-aanvraag is nog steeds in onderzoek en niet is gebleken dat de Marokkaanse autoriteiten geen lp zullen afgeven. Daar komt bij dat de minister afhankelijk is van de medewerking van de Marokkaanse autoriteiten. Ook acht de rechtbank van belang dat eiser onvoldoende medewerking verleend aan zijn uitzetting. Zo blijkt uit de verslagen van de op 19 februari 2026 en 18 maart 2026 met eiser plaatsgevonden vertrekgesprekken dat zijn paspoort bij een vriend in Spanje ligt, maar dat eiser nog niets heeft gedaan om het paspoort in zijn bezit te krijgen. De enkele stelling van eiser dat hij geen contactgegevens van zijn vriend heeft, acht de rechtbank daartoe onvoldoende. Uit de hiervoor genoemde verslagen blijkt ook dat eiser een afwachtende houding heeft. Zo wil hij geen hulp van de DT&V of het IOM en heeft hij op de vraag waarom hij zelf geen initiatief neemt geantwoord dat hij liever de acties van zijn advocaat wil afwachten. Dat de bewaring daardoor langer duurt komt voor rekening en risico van eiser. Ook hiermee is het zicht op uitzetting gegeven.

6. Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister sinds het sluiten van het onderzoek in de vorige procedure voldoende voortvarend heeft gehandeld. Zo heeft de minister heeft op 19 februari 2026, 12 maart 2026 en 2 april 2026 schriftelijk gerappelleerd. Daarnaast hebben er twee vertrekgesprekken met eiser plaatsgevonden, laatstelijk op 18 maart 2026. Het op 17 april 2026 geplande vertrekgesprek is niet doorgegaan, omdat eiser heeft aangegeven niet in gesprek te willen gaan. De rechtbank acht deze gang van zaken voldoende voortvarend.

7. De beroepsgrond dat de bewaring inmiddels zes maanden duurt en dat de minister daarom een verlengingsbesluit had moeten nemen, slaagt niet. Bij de berekening van de maximale bewaringsduur van zes maanden, zoals genoemd in het arrest Aroja, moeten de perioden bij elkaar worden opgeteld die een vreemdeling ter uitvoering van een terugkeerbesluit in vreemdelingenbewaring heeft doorgebracht. In het geval van eiser was de grondslag van de inbewaringstelling in de periode van 30 oktober 2025 tot 11 november 2025 artikel 59b van de Vw. De inbewaringstelling was in die periode dus niet gericht op terugkeer en verwijdering en daarmee niet gebaseerd op het, op 2 juni 2017 aan eiser opgelegde, terugkeerbesluit. De rechtbank verwijst in dat kader op het arrest van het Hof van Justitie in de zaak van Kadzoev van 30 november 2009. De huidige inbewaringstelling op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw is aangevangen op 11 november 2025. Dit betekent dat onderhavige bewaring nog geen zes maanden voortduurt en dat de minister daarom niet gehouden was om een verlengingsbesluit te nemen. De rechtbank stelt vast dat eiser wel zes maanden aaneengesloten in bewaring zit en dat de minister in de op 23 april 2026 gedateerde voortgangsrapportage daarom een verzwaarde belangenafweging heeft gemaakt. Hierin heeft de minister gewicht toegekend aan de omstandigheid dat eiser geen actieve en volledige medewerking verleend aan zijn uitzetting. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de te verrichten belangenafweging deugdelijk gemotiveerd.

8. Tot slot oordeelt de rechtbank dat eiser geen omstandigheden heeft aangevoerd die aanleiding geven om te oordelen dat een lichter middel nu wel zou kunnen volstaan of dat de voortzetting van de vreemdelingenbewaring niet langer gerechtvaardigd zou zijn. De enkele stelling dat eiser een kwetsbaar persoon is maakt dat niet anders. Hiervoor acht de rechtbank van belang dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de beschikbare medische zorg in het detentiecentrum niet volstaat of dat sprake is van detentieongeschiktheid.

9. De rechtbank ziet ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de periode tussen het sluiten van het vorige onderzoek en het sluiten van het onderhavige onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. V.A.G. van Dijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand