ECLI:NL:RBDHA:2026:10688

ECLI:NL:RBDHA:2026:10688

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer C/09/684829 HA RK 25-225
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

AVG, onrechtmatige verwerking?; zorgfraude?; registratie door zorgverzekeraar in incidentenregister (IR) en extern verwijzingsregister (EVR); verzoek toegewezen

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team Handel

Zaaknummer / rekestnummer: C/09/684829 / HA RK 25-225

Beschikking van 22 april 2026

in de zaak van

1. NOVACURA ZORGGROEP B.V.,

te Zoetermeer,2. [verzoekster],

te [woonplaats] ,

verzoeksters,

advocaat: mr. M.W. Fakiri te Den Haag,

tegen

VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,

te Arnhem,

verweerster,

advocaat: mr. E.J.P. van der Kamp te Arnhem.

Verzoeksters worden hierna gezamenlijk aangeduid als “Novacura c.s.” en ieder afzonderlijk als “Novacura” respectievelijk “ [verzoekster] ”, en verweerster als “VGZ”.

1. De procedure

Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift, ontvangen op 7 mei 2025, met producties 1 tot en met 10;

- het verweerschrift, met producties A tot en met G;

- de aanvullende producties 11 tot en met 14 van Novacura c.s.;

- de ter zitting van 14 augustus 2025 overgelegde en voorgedragen pleitnota’s van partijen;

- de ter zitting van 14 augustus 2025 overgelegde excellsheet van VGZ;

- de brief van de rechtbank van 2 september 2025 aan partijen met betrekking tot de te nemen akten;

- de akte van 11 september 2025 van VGZ, met producties H tot en met O;

- de akte van 6 november 2025 van Novacura c.s. met producties 15 tot en met 28;

- de aanvullende producties P tot en met T van VGZ;

- de aanvullende productie 29 en 30 van Novacura c.s.;

- de aanvullende producties 31 tot en met 33 van Novacura c.s.;

- de door partijen ter zitting van 23 februari 2026 overgelegde en voorgedragen pleitnotities.

Op 14 augustus 2025 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitnota’s en vragen van de rechtbank beantwoord. De griffier heeft hiervan aantekeningen gemaakt.

De zaak is vervolgens aangehouden om VGZ in de gelegenheid te stellen bij akte over te leggen: alle onderliggende stukken die zijn gebruikt voor het opstellen van de door VGZ ter zitting van 14 augustus 2025 overgelegde excellsheet, alsmede de door Novacura ter zake ingediende onderliggende declaraties. En in die akte , zoveel mogelijk aan de hand van onderliggende stukken, een nadere onderbouwing te geven van de in haar brief van 24 oktober 2023 opgesomde “verklaringen van verzekerden” met de nummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] en [nummer 5] . Daarbij is bepaald dat deze onderbouwing dient te zijn voorzien van een toelichting die het voor Novacura c.s. mogelijk maakt erop te reageren, waarop Novacura c.s. dan kon reageren. De zaak is voortgezet op de mondelinge behandeling van 23 februari 2026. Partijen hebben wederom pleitnota’s voorgedragen en vragen van de rechtbank beantwoord. De griffier heeft tijdens de zitting aantekeningen gemaakt.

De datum van beschikking is uiteindelijk bepaald op vandaag.

2. De feiten

Novacura is zorgaanbieder; [verzoekster] is bestuurder van Novacura via haar holding Novacura Holding B.V.

VGZ is zorgverzekeraar. Zij vergoedt vanuit de basisverzekering thuiszorg en thuisverpleging op grond van de Zorgverzekeringswet.

VGZ en Novacura hebben met elkaar zorgovereenkomsten Wijkverpleging gesloten voor de periode 2020-2022. Op deze zorgovereenkomsten zijn de Algemene Voorwaarden Zorginkoop VGZ 2020-2021 respectievelijk 2022-2023 van toepassing verklaard.

Bij brief van 21 juni 2022 heeft VGZ Novacura c.s. ervan op de hoogte gebracht dat zij een onderzoek naar vermeende fraude heeft ingesteld met betrekking tot de declaraties van Novacura en is verzocht om uiterlijk 7 juli 2022 gegevens aan te leveren. In de brief staat verder onder meer:

Aanleiding

Aanleiding voor het instellen van dit onderzoek zijn een aantal meldingen die VGZ ontvangen heeft inzake het declareren van niet- of onterecht geleverde zorg.

Doel

Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of de gedeclareerde behandelingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Wij richten ons in dit onderzoek in beginsel op de gedeclareerde persoonlijke verzorging en verpleging in de periode 2020 tot en met 2022.

Wij behouden ons het recht voor om, mochten de onderzoeksbevindingen daar aanleiding toe geven, het onderzoek uit te breiden.

Wat vragen wij van u?

Om te beoordelen of de gedeclareerde zorg in de periode 2020 tot en met 2022 daadwerkelijk is geleverd en het zorg betreft waarvoor aanspraak bestaat in het kader van de Zorgverzekeringswet, hebben wij de volgende gegevens nodig:

Met betrekking tot de verzekerden zoals vermeld in bijlage 1 [betreft 10 verzekerden, toevoeging rechtbank]

Alle indicaties die de wijkverpleegkundige voor deze verzekerden heeft gesteld;

De zorgplannen die Nova Cura Zorggroep B.V. voor deze verzekerden heeft opgesteld;

De urenspecificaties waaruit blijkt op welke dagen er zorg Is verleend, welke zorgsoort, met vermelding van de begin- en eindtijd en de naam van de zorgverlener;

De dag rapportage waaruit blijkt waar de zorg uit heeft bestaan;

De diploma’s van de indicerend wijkverpleegkundige én de zorgverleners die de zorg hebben geleverd.

Grondslag

Wij verzoeken u om de hiervoor vermelde gegevens naar ons toe te sturen. Wij wijzen u erop dat Nova Cura Zorggroep B.V. op grond van artikel 87 van de Zorgverzekeringswet en artikel 7.4 van de Regeling zorgverzekering verplicht is om de gevraagde gegevens bij ons aan te leveren. (…).”

Novacura heeft daarop op 15 juli 2022 gegevens aangeleverd bij VGZ.

Bij brief van 14 augustus 2023 heeft VGZ Novacura c.s. op de hoogte gesteld van haar voorlopige bevindingen inzake het fraudeonderzoek. In de brief staat, voor zover hier relevant, als volgt:

“VGZ heeft u met de brief van 21 juni 2022 geïnformeerd over het onderzoek als bedoeld in artikel

van de Regeling Zorgverzekering dat wij gestart zijn naar de declaraties van Nova Cura Zorggroep B.V.

(…)

Op 15 juli 2022 ontvingen wij de gevraagde gegevens van u. Na analyse van deze documenten hebben wij u uitgenodigd voor een informatief gesprek op ons kantoor in Arnhem. Op 12 april 2023 heeft het gesprek plaatsgevonden met u en de heer [naam 1] .

Gesprek van 12 april 2023

In het gesprek hebt u - voor zover hier ter zake relevant - het volgende aangegeven:

U bent de eigenaar van het bedrijf Nova Cura Zorggroep B.V. Uw echtgenoot is de heer [naam 1] . U gaat over de zorg en uw echtgenoot werkt als manager bij Nova Cura Zorggroep B.V en verzorgt de administratie en de facturatie. Daarnaast bent u eigenaar van het bedrijf Happy Care Thuiszorg. Dit bedrijf verzorgt (nu) uitsluitend indicatiestellingen voor de aanspraak wijkverpleging. De zorg wordt geleverd door Nova Cura Zorggroep B.V. Uw bedrijf werkt vooral met zzp'ers die de zorg aan uw cliënten leveren.(…) De heer [naam 1] gaf aan dat u werkt vanuit het beginsel ‘planning is realisatie’, tenzij er sprake is van bijzonderheden.(…).

Contacten met externen

Tijdens het gesprek op 12 april 2023 heeft u ook verklaard dat u controleur Fraudebeheersing bent voor Zilveren Kruis. Daarnaast heeft u aangegeven dat u sparringpartner bent bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en in een pilot zit met de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZa), de IGJ (en SKG).

(…).

Analyse ontvangen documenten

Wij hebben een steekproef genomen van een aantal verzekerden ( [verzekerde 1] , [verzekerde 2] , [verzekerde 3] , [verzekerde 4] en [verzekerde 5] ). Hierbij hebben we de indicatiestellingen, urenregistraties en de dag-rapportages beoordeeld. Uit de analyse blijkt dat de urenregistraties (vrijwel) overeenkomen met de in de

indicatiestellingen geïndiceerde uren. Uit de analyse komt naar voren dat de urenregistraties niet overeenkomen met de dag-rapportages. Niet op alle dagen waarop volgens de urenregistratie gewerkt is zijn deze dagen ook in de dagrapportages ingevuld. Naast het niet gevuld zijn van bepaalde dagen valt op dat, in die gevallen waarin er sprake is van meerdere zorgmomenten per dag, deze in de dag rapportages (ook) niet ingevuld zijn. Deze constatering geldt voor alle onderzochte verzekerden. De steekproef laat zien dat ruim 40%, van de volgens de

urenregistraties geleverde zorg, niet genoteerd is in de dag-rapportages. Als er sprake is van een dubbel zorgmoment op een dag is dit in ruim 90% van de gevallen niet genoteerd in de dag-rapportages. (…).

Bij brief van 24 oktober 2023 heeft VGZ aan Novacura c.s. de uitkomst van haar onderzoek meegedeeld. In de brief staat, voor zover hier van belang, het volgende:

“Op 14 augustus 2023 hebben wij u geïnformeerd over de voorlopige bevindingen naar aanleiding van ons onderzoek, als bedoeld in artikel 7.10 van de Regeling Zorgverzekering, naar de declaraties die door Novacura Zorggroep B.V. (hierna: Novacura) over de jaren 2020, 2021 en 2022 bij VGZ1 zijn ingediend. Wij hebben u de mogelijkheid gegeven om (…) te reageren op onze voorlopige bevindingen, maar daarvan heeft u geen gebruik gemaakt.(…)

Onderzoek

Het doel van ons onderzoek is om vast te stellen of de declaraties voor verpleging en verzorging die Novacura (namens verzekerden) heeft ingediend, rechtmatig zijn. Dit betekent een controle conform de geldende wet- en regelgeving is gedeclareerd. Daarnaast wilden wij vaststellen of de gedeclareerde zorg daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

(…)

Verklaringen van verzekerden

Verzekerde met klantnummer [nummer 1] heeft bij VGZ een klacht c.q. fraudemelding ingediend met betrekking tot het indienen van declaraties door Novacura voor zorg die volgens de verzekerde niet geleverd is. Volgens verzekerde had hij die zorg ook niet nodig.

Verzekerde met klantnummer [nummer 2] heeft telefonisch contact met ons opgenomen en aangegeven dat zij vanaf 1 april 2020 geen zorg van Novacura meer heeft ontvangen. Door Novacura is echter voor de periode 1 april tot en met 31 mei 2020 € 1.484,- aan zorg ten behoeve van voornoemde verzekerde gedeclareerd.

Verzekerde met klantnummer [nummer 3] heeft verklaard dat, naast het leveren van persoonlijke verzorging, door medewerkers van Novacura ook eten werd klaargemaakt en af en toe werd opgeruimd. Huishoudelijke hulp en het bereiden van maaltijden mogen echter niet worden vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet (wijkverpleging).

Verzekerde met klantnummer [nummer 4] heeft verklaard dat, naast het leveren van persoonlijke verzorging door NovaCura, de verzorgende van Novacura haar ook heeft begeleid naar de huisarts en het ziekenhuis. Dit komt eveneens niet voor vergoeding in aanmerking vanuit de Zorgverzekeringswet.

Verzekerde met klantnummer [nummer 5] heeft verklaard dat de zorg, naast hulp bij het innemen van medicatie en af en toe hulp bij het douchen, voornamelijk bestond uit het schoonmaken van haar huis. Zoals eerder vermeld mag huishoudelijke hulp niet worden vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet.

Bevindingen

Voor wat betreft onze bevindingen verwijzen wij u naar hetgeen wij hebben vermeld in onze brief van 14 augustus 2023. U heeft niet gereageerd op die voorlopige bevindingen. Onze definitieve bevindingen worden daarom conform de voorlopige bevindingen vastgesteld.

De resultaten van de door ons uitgevoerde steekproef extrapoleren wij naar de totale populatie van VGZ verzekerden die Novacura in zorg heeft gehad in de jaren 2020, 2021 en 2022. Dit betekent dat ruim 40% van de declaraties niet voldoet aan de daarvoor gestelde eisen.

Misleiding

Tijdens het gesprek op 12 april 2023 heeft u onder meer verklaard dat u controleur Fraudebeheersing bent voor Zilveren Kruis. Daarnaast heeft u aangegeven dat u sparringpartner bent bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en in een pilot zit met de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZa), de IGJ (en SKG).

(…)

Wij hebben zelf navraag gedaan bij Zilveren Kruis en de IGJ om te verifiëren of uw verklaringen kloppen. Zij hebben aangegeven niet met u samen te werken. Wij beschouwen het als misleidend dat u bepaalde verklaringen heeft afgelegd waarmee u kennelijk een positief beeld heeft willen scheppen over u als persoon en uw persoonlijke waarden en normen.

Conclusie

Gelet op de bevindingen zoals vermeld in de brief van 14 augustus 2023, de hierboven genoemd verklaringen van verzekerden en het feit dat u ons heeft willen misleiden door het afleggen van valse verklaringen inzake de door u voorgestelde rollen bij Zilveren Kruis en de IGJ, stellen wij ons op het standpunt dat Novacura meer zorg heeft gedeclareerd dan er daadwerkelijk is verleend aan verzekerden. Daarnaast heeft Novacura zorg in rekening gebracht die niet vergoed mag worden vanuit de Zorgverzekeringswet. Wij stellen vast dat er sprake is van (zorg)fraude.

(…)

Het voorgaande levert een overtreding op van artikel 35 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). Daarnaast is er sprake is van een overtreding van artikel 36 Wmg aangezien Novacura geen administratie heeft gevoerd die juist, volledig en derhalve controleerbaar is.

Wij merken op dat het van groot belang is dat zorgaanbieders correct declareren en een volledige en juiste administratie voeren; zonder een deugdelijke administratie is het niet te controleren of zorggeld rechtmatig is besteed. Een onvolledige administratie werkt misbruik van zorggelden in de hand. U bent als (indirect) bestuurder van een professionele zorgorganisatie verantwoordelijk voor het voeren van een juiste administratie.

(Bestuurders)aansprakelijkheid

Volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel was u tijdens de gehele onderzoeksperiode de indirect bestuurder van Novacura. De administratie van uw onderneming is jarenlang verwaarloosd en uw onderneming heeft jarenlang valse declaraties ingediend bij VGZ. Daarmee heeft uw organisatie onrechtmatig gehandeld jegens VGZ. Uw handelen en nalaten als bestuurder is zodanig onzorgvuldig dat aan u persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt van het onrechtmatig handelen van uw organisatie. Om die reden houden wij zowel Novacura als u persoonlijk aansprakelijk voor de geleden schade.

Maatregelen

Bij fraude wordt overgegaan tot het opleggen van maatregelen. De gevolgen van de door ons geconstateerde fraude zijn voor Novacura en u persoonlijk als volgt.

Verwerking persoonsgegevens in incidentenregister

Wij verwerken de (persoons)gegevens van Novacura en u in overeenstemming met het Protocol incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI).

(…)

De afdeling Veiligheidszaken maakt voor het vastleggen en verwerken van (persoons)gegevens gebruik van een incidentenregister. Het incidentenregister ondersteunt activiteiten om de veiligheid en integriteit van ons bedrijf te waarborgen. De maximum bewaartermijn voor (persoons)gegevens in dit register is acht jaar. Omdat Novacura en u betrokken zijn bij het onrechtmatig handelen jegens VGZ, nemen wij uw persoons)gegevens op in ons incidenten register tot 21 juni 2030.

(…)

Verwerking persoonsgegevens in het Extern Verwijzingsregister (EVR)

Wij hebben de (persoons)gegevens van Novacura en u opgenomen in het Extern Verwijzingsregister (EVR) tot 21 juni 2027.

Financiële instellingen in Nederland kunnen, volgens de regels van het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen, toetsen of u in dit register voorkomt. Dit register wordt door financiële instellingen gebruikt om de integriteit van klanten en relaties te beoordelen. Degene die toetst of uw gegevens voorkomen in dit register is verplicht om bij ons navraag te doen over de reden van uw registratie.

(…)

Melding door ZN aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

Zoals hierboven vermeld, hebben wij uw (persoons)gegevens opgenomen in ons incidentenregister. Omdat we hebben vastgesteld dat er sprake is van misleiding/bedrog, kenmerkend voor fraude, melden we het desbetreffende dossier bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Het is algemeen beleid, gebaseerd op vigerende wetgeving, dat we fraude melden aan de NZa. De NZa registreert de melding en gebruikt de informatie voor het coördineren van bestuursrechtelijke onderzoeken en om inzicht te krijgen in de aard en omvang van fraude in de zorg.

(…)

Vordering declaraties

Wij hebben in totaal € 212.450,- aan Novacura vergoed naar aanleiding van de ingediende declaraties. Wij stellen ons op het standpunt dat ruim 40% van de declaraties niet voldoet aan de daarvoor gestelde eisen en frauduleus is. Om die reden vorderen wij een bedrag van € 84.980,-- (40% van € 212.450,-) bij Novacura en u terug.

(…).”

VGZ heeft vervolgens Novacura en [verzoekster] opgenomen in het incidentenregister (hierna: IR) tot 21 juni 2030, en in het Extern Verwijzingsregister (hierna: EVR) tot 21 juni 2027. Daarnaast heeft VGZ een melding gedaan bij de Nederlandse Zorgautoriteit (hierna: NZa).

Bij brief van 17 oktober 2024 heeft Novacura c.s. betwist dat sprake is van fraude en aan VGZ verzocht de registraties ongedaan te maken.

Op 2 december 2024 heeft VGZ bericht de registraties te handhaven.

3. Het verzoek en het verweer

Novacura c.s. verzoekt de rechtbank, bij beschikking voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

-VGZ te bevelen om binnen zeven dagen na datum van deze beschikking de registraties van de (persoons) gegevens van Novacura c.s., althans van [verzoekster] , in het IR en het EVR ongedaan te maken, en ook de melding van fraude bij de Nederlandse Zorgautoriteit ongedaan te maken, op straffe van een dwangsom van € 5.000 per dag met een maximum van € 100.000;

- VGZ te veroordelen in de kosten van het geding.

Aan het verzoek heeft Novacura c.s. het volgende ten grondslag gelegd. Er is sprake van onrechtmatige verwerking van de persoonsgegevens van Novacura c.s. in het EVR en het IR omdat VGZ hen ten onrechte beticht van fraude. Uit artikel 6 lid 1 onder f Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG) vloeit voort dat een registratie enkel is toegestaan indien de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde. Daaraan is hier niet voldaan. Ook is niet voldaan aan de eisen neergelegd in artikel 5.2.1. van het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem financiële instellingen (Protocol).

Er is geen sprake van ten onrechte gedeclareerde zorg. Novacura heeft aan haar administratieve verlichtingen voldaan. De declaraties zijn conform het systeem 'zorgplan= planning = realisatie, tenzij'. Uit het zorgplan volgt welke verzekerde, welke prestatie heeft ontvangen en uit de urenlijsten volgt wanneer deze is verricht. Verder hebben de verzekerden de urenstaten ondertekend, waaruit volgt dat de zorg is geleverd. Dagrapportages zijn ingevuld met een ander doel dan vastleggen van de geleverde zorg, zodat op basis daarvan niet kan worden vastgesteld welke zorg en wel of niet is geleverd.

De verklaringen van drie van de vijf verzekerden waarop VGZ zich beroept, hebben geen betrekking op de onderzoeksperiode 2020-2022, zodat zij ten onrechte bij de beslissing om tot registratie over te gaan zijn betrokken. Uit de overige verklaringen waarop VGZ zich beroept, kan niet geconcludeerd worden dat Novacura niet verleende zorg heeft gedeclareerd of werkzaamheden heeft uitgevoerd en gedeclareerd die niet voor vergoeding op grond van de Zorgverzekeringswet in aanmerking komen.

Tot slot houden de uitlatingen van [verzoekster] in het gesprek van 12 april 2023 geen verband met de zorg die al dan niet geleverd zou zijn door Novacura.

Aan de vereisten die voortvloeien uit artikel 5.2.1. van het Protocol is niet voldaan. De voorwaarden onder a) en b) betekenen dat sprake moet zijn van voldoende concrete feiten en omstandigheden die de conclusie kunnen dragen dat sprake is van een als strafbaar feit te kwalificeren gedraging. Aan die voorwaarden is niet voldaan. De registraties zijn daarom onrechtmatig.

VGZ verzet zich tegen toewijzing van het verzoek.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

In geschil is of VGZ de gegevens van Novacura en [verzoekster] in het IR en EVR moet verwijderen. In het verlengde daarvan is in geschil of VGZ de melding aan de Nederlandse Zorgautoriteit ongedaan moet maken.

Toetsingskader

Op grond van artikel 17 lid 1 onder d) van de AVG heeft de betrokkene onder meer recht op wissing van hem/haar betreffende persoonsgegevens indien de persoonsgegevens onrechtmatig zijn verwerkt.

Artikel 6 lid 1 aanhef en onder f van de AVG bepaalt dat de verwerking rechtmatig is indien en voor zover deze noodzakelijk is voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen. Daarbij geldt dat moet zijn voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit betekent dat de inbreuk op de belangen van de bij de verwerking van persoonsgegevens betrokkenen niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel (proportionaliteitsbeginsel) en dat het doel waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt in redelijkheid niet op een andere, voor de betrokkene minder nadelige wijze kan worden verwezenlijkt (subsidiariteitsbeginsel).

Bij de beoordeling van registraties in het IR en EVR is ook het door de Autoriteit Persoonsgegevens goedgekeurde Protocol van belang. Hierin staat in welke gevallen gegevens mogen worden opgenomen en opgenomen mogen blijven. Het is vaste rechtspraak dat als aan de eisen van het Protocol wordt voldaan de verwerking van persoonsgegevens in beginsel rechtmatig is op grond van artikel 6 lid 1 aanhef en onder f AVG. Het Protocol dient daarom tot uitgangspunt bij de beoordeling van de vraag of opname van de persoonsgegevens van [verzoekster] in de registers gerechtvaardigd is.

Voor vastlegging van gegevens in het IR is op grond van artikel 3.1.1 Protocol vereist dat sprake is van een ‘incident’, in artikel 2 Protocol omschreven als:

‘een gebeurtenis die als gevolg heeft, zou kunnen hebben of heeft gehad dat de belangen, integriteit of veiligheid van de cliënten of medewerkers van een Financiële Instelling, de Financiële Instelling zelf of de financiële sector als geheel in het geding zijn of kunnen zijn, zoals het falsificeren van nota’s, identiteitsfraude, skimming, verduistering in dienstbetrekking, phishing en opzettelijke misleiding'.

Op grond van artikel 3.1.1 Protocol is verder vereist dat de registratie geschiedt ten behoeve van het in artikel 4.1.1 Protocol genoemde doel: het ondersteunen van activiteiten gericht op het waarborgen van de veiligheid en de integriteit van de financiële sector.

Voor opname van gegevens in het EVR moet op grond van artikel 5.2.1 van het Protocol aan de volgende criteria zijn voldaan:

a. a) de gedraging(en) van de (rechts)persoon vormden, vormen of kunnen een bedreiging vormen voor (I) de (financiële) belangen van cliënten en/of medewerkers van een Financiële Instelling, alsmede de (Organisatie van de) Financiële Instelling(en) zelf of (II) de continuïteit en/of de integriteit van de financiële sector;

b) in voldoende mate staat vast dat de betreffende (rechts)persoon betrokken is bij de onder a bedoelde gedraging(en). Deze vaststelling betekent dat van strafbare feiten in principe aangifte of klachte wordt gedaan bij een opsporingsambtenaar;

c) het proportionaliteitsbeginsel wordt in acht genomen.

Ook op grond van het Protocol moet een belangenafweging worden gemaakt, waarbij alle bekende feiten en omstandigheden moeten worden betrokken. Bij elke verwerking van persoonsgegevensregistratie moet zijn voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Verder geldt voor rechtmatige verwerking van strafrechtelijke gegevens in het IR en het EVR dat de vastgestelde gedragingen een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld moeten opleveren, in die zin dat de te verwerken strafrechtelijke persoonsgegevens in voldoende mate moeten vaststaan (zie HR 29 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH4720, r.o. 4.4). Een veroordeling door de strafrechter is niet vereist, maar de enkele verdenking van betrokkenheid bij een strafbaar feit in de zin van een vermoeden van schuld is niet voldoende. Er moet sprake zijn van zodanige concrete feiten en omstandigheden dat zij een als strafbaar feit te kwalificeren bewezenverklaring in de zin van art. 350 Wetboek van Strafvordering (Sv) kunnen dragen.

Uitgangspunt is verder dat het aan de financiële instelling is te onderbouwen en te concretiseren waarom zij tot registratie is overgegaan

Toetsing

VGZ heeft aan de registraties van Novacura c.s. ten grondslag gelegd dat sprake is van fraude. Aan de registraties van [verzoekster] heeft VGZ bovendien ten grondslag gelegd dat sprake is van fraude, waarvan haar als middellijk bestuurder van Novacura persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Volgens VGZ is de administratie van Nocacura jarenlang verwaarloosd en heeft Novacura jarenlang valse declaraties ingediend bij VGZ. VGZ stelt dat het handelen en nalaten van [verzoekster] als bestuurder zodanig onzorgvuldig is dat haar persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt van het onrechtmatig handelen van Novacura.

VGZ legt aan haar standpunt dat sprake is van fraude verschillende verwijten ten grondslag. In haar brief van 24 oktober 2023 stelt VGZ dat door Novacura meer zorg is gedeclareerd dan daadwerkelijk is verleend aan verzekerden. Dit baseert VGZ op 1) de bevindingen in haar brief van 14 augustus 2023, te weten dat uit een analyse van vijf verzekerden blijkt dat de urenregistraties (vrijwel) overeenkomen met de in de indicatiestellingen geïndiceerde uren, maar niet met de dag-rapportages, welke steekproef volgens VGZ laat zien dat ruim 40% van de volgens de urenregistraties geleverde zorg, niet is genoteerd in de dagrapportage, en zelfs 90% als sprake is van een dubbel zorgmoment op een dag; 2) verklaringen van de verzekerden [verzekerde 6] en [verzekerde 7] en 3) misleiding door [verzoekster] tijdens het gesprek van 12 april 2013 over gestelde nevenactiviteiten in de branche. Daarnaast heeft Novacura volgens de brief zorg gedeclareerd die niet vergoed mag worden vanuit de Zorgverzekeringswet, wat zij baseert op verklaringen van verzekerden [verzekerde 8] , [verzekerde 9] en [verzekerde 10] .

De rechtbank zal hieronder bij haar beoordeling van de gronden voor registratie deze volgorde aanhouden.

Is er meer zorg gedeclareerd dan is verleend?

1) De bevindingen in de brief van VGZ van 14 augustus 2023

In genoemde brief, zoals hierboven weergegeven onder 2.6, staat, samengevat en voor zover hier relevant, dat bij aan aantal verzekerden een steekproef is uitgevoerd waarbij indicatietellingen, urenregistraties en dagrapportages zijn beoordeeld. Uit de analyse daarvan is gebleken dat de urenregistraties (vrijwel) overeenkomen met de in de indicatiestellingen geïndiceerde uren, maar dat deze niet overeenkomen met de dagrapportages omdat niet op alle dagen waarop volgens de urenregistratie gewerkt is, deze dagen ook zijn ingevuld in de dagrapportages. Volgens VGZ kan zij door de ontbrekende reportages niet vaststellen dat de gedeclareerde zorg is geleverd en voldoet de administratie van Novacura daarom niet aan de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg, artikel 36 lid 1), de Regeling verpleging en verzorging (artikel 4.1 en 4.2), en de tussen partijen gesloten zorgovereenkomsten.

Novacura c.s. stelt zich op het standpunt dat de administratie van Novacura wel voldoet aan de eisen gesteld in de Wmg, de Regeling verpleging en verzorging en de zorgovereenkomsten. Novacura declareert volgens de methode 'zorgplan= planning = realisatie, tenzij-', waarbij VGZ aan de hand van de in de administratie van Novacura aanwezige gegevens (indicatiestelling, zorgplan, planning en ondertekende urenstaten) kan vaststellen dat de gedeclareerde zorg is geleverd.

Artikel 36 lid l Wmg bepaalt, voor zover relevant, als volgt: “Zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars voeren een administratie waaruit in ieder geval de overeengekomen en geleverde prestaties blijken, alsmede wanneer die prestaties zijn geleverd, aan welke patiënt onderscheidenlijk aan welke verzekerde die prestaties door een zorgaanbieder zijn geleverd, de daarvoor in rekening gebrachte tarieven en de in verband daarmee ontvangen of verrichte betalingen of vergoedingen aan derden.”

De administratieve verplichtingen van artikel 36 lid 1 Wmg zijn door de NZa nader uitgewerkt in de Regeling verpleging en verzorging, die voorschriften bevat over de registratie en declaratie van verpleging en verzorging. In de periode waarop de bevindingen van VGZ betrekking hebben (2020-2022) luidde artikel 4 van deze regeling, voor zover relevant, als volgt:

“1. De registratie van de prestaties en tarieven in de administratie van de zorgaanbieder is yolledig, juist en actueel. Aan zorgaanbieders die registreren en declareren volgens het principe van 'zorgplan = planning = realisatie, tenzij' kan voor deze verplichting worden aangesloten bij de (gecorrigeerde) planning. Tijdregistratie per cliënt tijdens de zorgverlening is in dat geval niet noodzakelijk. In het kader van onderlinge dienstverlening is de opdrachtgevende zorgaanbieder er voor verantwoordelijk dat de uitvoerende zorgaanbieder beschikt over een volledige, juiste en actuele administratie met betrekking tot de zorg die door de uitvoerende zorgaanbieder is geleverd. Dit laat onverlet dat de uitvoerende zorgaanbieder hier ook zelf verantwoordelijk voor is. Op verzoek van de opdrachtgevende zorgaanbieder, de NZa en/of de zorgverzekeraar zal de uitvoerende zorgaanbieder de administratie met betrekking tot de geleverde zorg te allen tijde inzichtelijk kunnen maken.”

2. De administratieve organisatie dient zodanig ingericht te zijn dat een audit-trail mogelijk is.

(…)

4. De geleverde zorg moet navolgbaar zijn. Het verpleegkundig proces, het methodisch werken (anamnese, diagnose, planning, uitvoering en evaluatie) en de bijbehorende verslaglegging moet goed verankerd zijn binnen de organisatie. Dit betekent dat de geleverde zorg die valt onder directe contacttijd dan wel verplaatste directe contacttijd navolgbaar verantwoord wordt in het zorgplan, de planning en/of de voortgangsrapportage.

Aan zorgaanbieders die registreren en declareren volgens het principe van ‘zorgplan = planning = realisatie, tenzij’ wordt geen verantwoording gevraagd in het zorgplan, de voortgangsrapportage of op welke wijze dan ook, met feitelijk geleverde minuteninzet, buiten de (gecorrigeerde) planning.”

In artikel 1 ‘begripsbepalingen’ van deze regeling is ‘Audit-trail’ gedefinieerd als:

“Zodanige vastlegging van gegevens dat het spoor van basisgegeven naar eindgegeven en omgekeerd achteraf door een externe accountant of, afhankelijk van de aard van de gegevens, door de NZa en de zorgverzekeraar kan worden gevolgd en gecontroleerd.”

In de zorgovereenkomsten is opgenomen dat wordt gedeclareerd volgens het bepaalde in de Handreiking registratiewijze 'zorgplan= planning = realisatie, tenzij’. In dit systeem vormt het zorgplan de basis voor de te verlenen zorg. In het zorgplan staat onder meer informatie over de aard, omvang (hoeveel tijd die nodig is om de betreffende zorg te leveren), duur (hoe lang, gedurende welke periode de zorg nodig is) en doelen van de zorg. Vervolgens wordt aan de hand van de tijdsindicatie gebaseerd op het zorgplan een planning gemaakt, die de basis vormt voor de declaratie van cliëntgebonden zorg. Uitgangspunt van dit systeem is dat er een logische samenhang moet zijn tussen het zorgplan, de planning en de realisatie. Een exacte overeenstemming is echter niet nodig. Het is mogelijk om tijdelijk meer of minder tijd in te plannen dan in het zorgplan staat. Ook kan de realisatie mee- of tegenvallen ten opzichte van de planning en het zorgplan. De declaratie volgt in dat geval de gecorrigeerde planning.

In de brief 14 augustus 2023 staat dat VGZ heeft geconstateerd dat de urenregistraties van Novacura (vrijwel) overeenkomen met de in de indicatiestellingen geïndiceerde uren. Dit impliceert dat het zorgplan (dat ten grondslag ligt aan de indicatiestelling) en de daarop gebaseerde planning (urenregistraties) op elkaar aansluiten. Nu niet in geschil is dat de declaraties van Novacura aansluiten op de urenstaten (planning), voldoet Novacura aan de methode 'zorgplan= planning = realisatie’ als opgenomen in artikel 4 lid 1 Regeling verpleging en verzorging. Verantwoording op basis van feitelijk geleverde minuteninzet, buiten de (gecorrigeerde) planning, is niet vereist: “Er wordt geen verantwoording gevraagd in het zorgplan, de voortgangsrapportage of op welke wijze dan ook, met feitelijk geleverde minuteninzet, buiten de (gecorrigeerde)planning.”

Uit de discrepantie tussen zorgrapportages en urenstaten kan, anders dan VGZ stelt, niet worden geconcludeerd dat sprake is van niet verleende zorg (die wel is gedeclareerd). Deze discrepantie kan immers worden verklaard doordat, naar [verzoekster] onweersproken heeft gesteld, zorgreportages worden gemaakt om de overdracht van zorg van de ene zorgverlener van Novacura naar de andere zorgverlener soepel te laten verlopen, en niet ter onderbouwing van de gewerkte tijd waarvoor zij gebruik maakt van urenstaten.

Dat, zoals VGZ aanvoert, zij door incomplete of ontbrekende dagrapportages geen audit-trail zou kunnen uitvoeren volgt de rechtbank niet. Aan de hand van het door de verzekerde ondertekende zorgplan en de indicatie, in combinatie met de door de verzekerde ondertekende urenspecificaties ((gecorrigeerde) planning), is immers duidelijk wie, wanneer, welke zorgwerkzaamheden heeft verricht, en het tarief is VGZ bekend op grond van de gesloten zorgovereenkomsten. VGZ heeft naar het oordeel van de rechtbank daarom voldoende mogelijkheden om een ‘audit-trail’ uit te voeren als bedoeld in artikel 4 lid 2 Regeling verpleging en verzorging. Het beroep van VGZ op het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 mei 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:3240) gaat niet op. Anders dan in die zaak, zijn in de onderhavige zaak naast zorgplannen ook door de verzekerden ondertekende urenstaten aanwezig.

Voor zover VGZ aanvoert dat er kan worden getwijfeld aan de juistheid van (enkele) urenspecificaties omdat de handtekening van één van de verzekerden onder die urenstaten volgens haar telkens hetzelfde is en een spelfout bevat, had het op de weg van VGZ gelegen dit nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door verklaringen van betreffende verzekerde over te leggen waaruit blijkt dat deze de handtekeningen niet heeft gezet. Dit heeft VGZ echter nagelaten. De rechtbank kan niet op basis van het enkele vermoeden van VGZ vaststellen dat de handtekening niet door de betreffende verzekerde is gezet, temeer niet nu, zoals [verzoekster] ter zitting heeft verklaard, verzekerden ook via een app digitaal konden ondertekenen, wat verklaart dat er bij sommige cliënten steeds dezelfde handtekening onder de urenstaten staat.

De (tussen)conclusie op grond van het vorenstaande is dat de bevindingen van VGZ ten aanzien van de administratie van Novacura niet maken dat in voldoende mate vaststaat dat sprake is van fraude (valsheid in geschrift/oplichting) in die zin dat er uren zijn gedeclareerd voor niet geleverde zorg.

2) De verklaringen van verzekerden

In de brief van 24 oktober 2023 beroept VGZ zich daarnaast op verklaringen van een vijftal verzekerden waaruit volgens haar volgt dat Novacura heeft gedeclareerd voor niet verleende zorg respectievelijk heeft gedeclareerd voor zorg die niet wordt vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet. Hoewel VGZ in al haar correspondentie met Novacura c.s. heeft vermeld dat haar onderzoek zich richt op de door Novacura gedeclareerde zorg in de periode 2020 tot en met 2022, zal de rechtbank ook de verklaringen bespreken die zien op het jaar 2019, omdat VGZ deze in haar brief van uiteindelijk ook aan de registraties ten grondslag heeft gelegd. De reden hiervoor is dat de rechtbank alleen op deze manier het geschil tussen partijen kan beslechten, en het onbeoordeeld laten van verklaringen die zien op in 2019 verleende zorg hoogstwaarschijnlijk tot een nieuwe procedure zal leiden.

Hieronder zullen eerst de verklaringen van [verzekerde 6] en [verzekerde 7] worden besproken die zien op niet verleende zorg. De verklaringen van [verzekerde 8] , [verzekerde 9] en [verzekerde 10] hebben daarop geen betrekking en zullen pas verderop worden besproken in het kader van zorg die niet wordt vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet.

[verzekerde 6] (klantnummer [nummer 1] )

[verzekerde 6] heeft volgens VGZ een klacht c.q. fraudemelding ingediend met betrekking tot het indienen van declaraties door Novacura voor zorg die niet geleverd is, en die hij volgens eigen zeggen ook niet nodig had.

In de overgelegde verklaring van [verzekerde 6] van 6 november 2020 staat, voor zover hier relevant, dat hij in de periode december 2018 tot en met december 2019 zorg heeft ontvangen van [bedrijf] , dat hij volgens de indicatie recht heeft op vijf zorgmomenten per dag, en dat de daadwerkelijk aan hem verleende zorg niet overeenstemde met de indicatie. Zo kreeg hij op maandag en vrijdag maar vier zorgmomenten en op de overige dagen vaak maar twee zorgmomenten. Daarnaast verklaart [verzekerde 6] dat hij zelf insuline injecteert maar dat in het zorgdossier staat dat dit door een medewerker wordt gedaan.

Ter zitting is naar voren gekomen dat Novacura in de periode februari tot en met juni 2019 zorg heeft verleend aan [verzekerde 6] . Uit de door Novacura overgelegde urenstaten blijkt dat in de periode van 18 tot en met 21 februari 2019 en van 24 tot en met 26 februari 2019 zorg is verleend door [naam 2] , handelende onder de naam [bedrijf] , in totaal 5,6 uur.

De rechtbank kan op grond van de verklaring van [verzekerde 6] niet vaststellen dat minder zorg is verleend dan op grond van de indicatie zou hebben gemoeten, maar dat Novacura daar wel voor heeft gedeclareerd. Het door [verzoekster] overgelegde en door [verzekerde 6] ondertekende zorgplan gaat uit van minder dan vijf zorgmomenten per dag, te weten vier zorgmomenten op maandag en drie zorgmomenten op de overige dagen. Daarnaast heeft [verzoekster] van urenstaten overgelegd van de bij [verzekerde 6] gewerkte tijd in de periode februari tot en met juni 2019, die door [verzekerde 6] zijn ondertekend. Het is niet aannemelijk dat [verzekerde 6] deze zou hebben ondertekend als hij de geïndiceerde zorg niet zou hebben ontvangen.

[verzekerde 7] (klantnummer [nummer 2] )

[verzekerde 7] heeft volgens VGZ verklaard dat zij vanaf 1 april 2020 geen zorg heeft ontvangen. Dit terwijl Novacura wel declaraties heeft ingediend voor de periode 1 april tot en met 31 mei 2020.

VGZ heeft op 13 en 21 juli 2020 telefonisch gesproken met [verzekerde 7] . Daarvan is een opname gemaakt door VGZ, en daarvan zijn vervolgens transcripties gemaakt door zowel VGZ als [verzoekster] .

In het eerste gesprek verklaart [verzekerde 7] dat zij geen zorg ontvangt van NovaCura. Ook verklaart zij dat vanaf april er niemand is geweest. Daarna verklaart zij dat sinds maart niemand kwam. Ook heeft zij verklaard: “En ik weet niet andere Cura of weet ik veel, niet, mevrouw”. En “Mevrouw, die Cura weet ik niet. Ik heb geen flauw idee. Die van de VIP Zorg, die kwam twee keer”. Op de vraag “Bent u zich er bewust van dat er op een gegeven moment iemand anders de zorg is gaan verlenen dan Bureau Vip?” heeft [verzekerde 7] geantwoord: “Nee”. Op de vraag “U bent zich er niet van bewust van [sic] dat er nu een bedrijfje NovaCura is dat de zorg levert?” heeft [verzekerde 7] geantwoord: “Vorig jaar zijn wel geweest dat was andere bedrijf”. Daaronder verklaart zij: “Maart zijn ze niet aanwezig. Ik was in het ziekenhuis. Dan heb ik ze niet meer gezien vanaf april (..).”

In het tweede gesprek vraagt (de medewerker van) VGZ: “U hebt sinds april sinds u opgenomen geweest bent in het ziekenhuis geen zorg meer van hun [sic] hebt gehad?”

Daarop heeft [verzekerde 7] geantwoord: “ik ben in mei geopereerd. Vanaf april is niemand hier geweest.

Uit de verklaringen blijkt dat [verzekerde 7] telkens wisselend verklaart over de periode dat geen zorg zou zijn verleend en ook niet helder voor ogen heeft welke zorgverlener het betreft. Daarnaast roept ook de omstandigheid dat [verzekerde 7] kennelijk ernstig ziek en psychisch in de war is, vragen op over de betrouwbaarheid van haar verklaringen.

Dat [verzekerde 7] in het ziekenhuis is opgenomen, en zo ja, gedurende welke periode, kan de rechtbank op grond van de verklaringen van [verzekerde 7] niet vaststellen. VGZ heeft ook geen gegevens overgelegd over een ziekenhuisopname. De enkele verklaringen van [verzekerde 7] zijn, tegenover de overgelegde en door [verzekerde 7] ondertekende urenstaten en de dagrapportages van Novacura waaruit blijkt dat haar in maart, april en mei 2020 zorg is verleend, onvoldoende voor de conclusie dat deze zorg niet zou zijn verleend, en (dus) ten onrechte is gedeclareerd.

Op grond van het vorenstaande staat op basis van de overgelegde verklaringen van [verzekerde 6] en [verzekerde 7] , ook in onderling verband en samenhang bezien, niet in voldoende mate vast dat door Novacura gefactureerde zorg niet is geleverd.

3). Misleiding door [verzoekster]

Ten derde heeft VGZ zich beroepen op het gesprek met [verzoekster] van 12 april 2023, waarin [verzoekster] volgens haar misleidende uitspraken heeft gedaan door te verklaren dat zij controleur Fraudebeheersing is voor Zilveren Kruis en door haar vaak wordt ingezet voor second opinions ter zake indicatiestellingen, dat zij een soort sparringpartner is bij de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJ) en in een pilot zit met de Nederlandse Zorg Autoriteit, de IGJ en SKG, terwijl navraag bij Zilveren Kruis en IGJ volgens VGZ heeft uitgewezen dat dit onjuist is.

Nog los van het feit dat in de overgelegde transcriptie niets staat over een pilot met de NZa, IGJ en SKG, is de rechtbank van oordeel dat de uitspraken die [verzoekster] in 2023 heeft gedaan, wat daar ook van zij, niet kunnen bijdragen aan het bewijs van fraude (valsheid in geschrift/oplichting) als hiervoor genoemd onder 4.10. Die uitspraken zeggen op zichzelf immers niets over de door Novacura verleende zorg of ingediende declaraties.

Is er zorg gedeclareerd die niet vergoed mag worden vanuit de Zorgverzekeringswet?

Ter onderbouwing van haar standpunt dat Novacura zorg heeft gedeclareerd die niet voor vergoeding in aanmerking komt op grond van de Zorgverzekeringswet heeft VGZ zich ook nog beroepen op verklaringen van drie van haar verzekerden, te weten [verzekerde 8] , [verzekerde 9] en [verzekerde 10] .

[verzekerde 8] (klantnummer [nummer 3] )

Volgens VGZ blijkt uit de verklaring van [verzekerde 8] dat Novacura ook eten heeft klaargemaakt en schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht terwijl deze werkzaamheden niet voor vergoeding in aanmerking komen onder de Zorgverzekeringswet.

In het transcript dat is gemaakt naar aanleiding van het telefoongesprek met [verzekerde 8] (via zijn zoon), staat voor zover hier van belang het volgende:

[zoon:] “Hij weet ook heel weinig. Dat is een probleem. Wat ik nou vraag, dat weet hij over twee uurtjes niet meer.”

(…).

[VGZ:] “Weet mijnheer nog waar hij precies mee werd geholpen? Was dat met aankleden of was dat met het huis opruimen?”

[zoon:] “Papa, waarmee helpen ze je? Met wat helpen ze? Met wat helpen ze op een dag?

[ [verzekerde 8] :] “Douchen, eten koken. Medicijnen klaarzetten.”

[VGZ:] “Helpen ze ook verder met huishouden, om dingen op te ruimen of iets dergelijks?”

[zoon:]: “Ja, ze ruimen wel een beetje op. Aankleden zegt hij ook. Doen ze aankleden. Hij heeft ook twee uurtjes Axxicom. Die komen twee uurtjes per week ook nog een keertje schoonmaken.”

[VGZ:]”Oké, dus dat is weer een ander bedrijf.”

(…)

[zoon:] “Ja, wat ik zei, het eerste bedrijf, dat kwam bijna een jaar, maar die kregen niet betaald door VGZ. Om ik weet niet welke reden. Of dat zeiden ze in ieder geval. Die zijn toen gestopt. En toen zijn ze naar zo'n soort ander bedrijf gegaan, dat was een soort van bemiddelingsbedrijf. Bij hun werd dat dan gedeclareerd en hun betaalden dan de zorgverleners uit of zoiets dergelijks.

(..)

Daarna was er weer een apart bedrijf, weer een ander bedrijf. (...) Ja, het zijn er volgens mij drie geweest.”

(…)

[VGZ:] “Goed, maar dan weet ik in ieder geval dat Nova Cura wel in 2019 een lange tijd zorg heeft verleend en dat het allemaal wel lijkt te kloppen.

[verzoekster] heeft weliswaar niet ontkend dat het voorkomt dat medewerkers soms uit goede wil na de geïndiceerde tijd 5 á 10 minuten kort helpen met bijvoorbeeld kleren opruimen of koken, maar deze hulp wordt volgens haar niet gedeclareerd.

Uit de hierboven weergegeven verklaringen van [verzekerde 8] blijkt niet dat dit wel zo is en dat Novacura in plaats van de geïndiceerde zorg, dan wel daar bovenop, werkzaamheden heeft gedeclareerd die niet onder de Zorgverzekeringswet vallen, zoals koken en opruimwerkzaamheden. Uit de verklaringen blijkt eerder dat er voor Novacura geen (substantiële) taak op dat gebied is weggelegd omdat een ander bedrijf (Axxicom) twee uur per week komt schoonmaken. Verder zijn de urenstaten voor geleverde zorg (periode februari tot en met juli 2019) door [verzekerde 8] ondertekend. VGZ heeft de authenticiteit van de handtekeningen niet betwist, en niet aannemelijk is dat [verzekerde 8] de urenstaten voor akkoord zou hebben ondertekend als de geïndiceerde zorg niet door hem zou zijn ontvangen. De verklaringen van [verzekerde 8] zijn dus onvoldoende om als bewijs als bedoeld in 4.10 te kunnen dienen dat Novacura werkzaamheden heeft gedeclareerd die niet voor vergoeding onder de Zorgverzekeringswet in aanmerking komen.

[verzekerde 9] (klantnummer [nummer 4] )

Volgens VGZ blijkt uit de verklaring van [verzekerde 9] dat Novacura haar niet alleen persoonlijke verzorging levert maar haar ook naar het ziekenhuis en de huisarts brengt, terwijl deze werkzaamheden niet voor vergoeding in aanmerking komen onder de Zorgverzekeringswet.

De transcriptie van het telefoongesprek met [verzekerde 9] vermeldt dat [verzekerde 9] op de vraag van VGZ over de hulp die Novacura aan [verzekerde 9] verleent en of die hulp ook in de coronatijd nog wordt verleend, antwoordt :”Ja, anders kan ik het niet. Mijn armen ... zij helpen met wassen. Mijn voeten doen zeer, mijn knieën, mijn arm. Zij smeren ze in, wrijven ze. (…) Zij laten mij douchen, doen dat en dan gaan zij naar bed. Zij komen 's ochtends en 's avonds. (..) Mijn armen doen pijn. Zij geven mijn medicijnen, regelen ze. Dit moet ik drinken, dat moet ik drinken”. Verderop verklaart [verzekerde 9] : “Ik ben trouwens erg ziek. Ik ga naar het ziekenhuis, naar mijn dokter ... er is iets in mijn maag tevoorschijn gekomen... er is een vlek tevoorschijn gekomen”. Daarop vraagt (de medewerker van) VGZ: “Ja, dus u zegt dat zij u naar het ziekenhuis brengen, naar de dokter brengen. Dus zij zijn vandaag ook gekomen. Sturen zij altijd dezelfde personen, tante, of sturen zij verschillende personen om te helpen?”

Uit de verklaring van [verzekerde 9] blijkt dat Novacura haar zorg verleent die onder de Zorgverzekeringswet valt (wassen, insmeren en wrijven van haar armen, douchen, hulp met medicijnen). Dat Novacura ook werkzaamheden verricht en declareert die daarbuiten vallen blijkt daaruit niet. Uit de verklaring van [verzekerde 9] dat zij naar het ziekenhuis gaat, volgt niet dat Novacura haar daarheen brengt - en daarvoor heeft gedeclareerd -. Het is de medewerker van VGZ die deze link legt.

Daarbij zijn ook in dit geval de urenstaten voor geleverde zorg (periode januari tot en met maart 2019) door [verzekerde 9] ondertekend en staat de authenticiteit van haar handtekeningen niet ter discussie. Niet aannemelijk is dat [verzekerde 9] deze zou hebben ondertekend als de geïndiceerde zorg niet zou zijn ontvangen. Ook met deze verklaring heeft VGZ onvoldoende onderbouwd dat Novacura werkzaamheden heeft gedeclareerd die niet voor vergoeding onder de Zorgverzekeringswet in aanmerking komen.

[verzekerde 10] (klantnummer [nummer 5] )

Tot slot beroept VGZ zich op de verklaring van [verzekerde 10] waaruit zou blijken dat Novacura haar niet alleen persoonlijke verzorging heeft gegeven, zoals hulp bij douchen en innemen van medicatie, maar ook schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht, die niet voor vergoeding in aanmerking komen onder de Zorgverzekeringswet.

In de transcriptie van de telefoongesprekken met [verzekerde 10] op 27 en 30 juli 2020, zoals overgelegd door [verzoekster] , staat onder meer het volgende:

[VGZ:] “Waarmee helpen zij als zij komen? Met wat voor soort dingen helpen zij?

[ [verzekerde 10] :] “Zij verschonen mijn lakens en dat soort dingen. Dat doen zij. Eten, medicijnen, dat soort dingen. Zij tonen de medicijnen, weet je. Zij schrijven die op, zij doen dat. Wat ik moet drinken, wat ik moet doen. Zodat ik geen fout maak, tonen zij die (…)”.

(…)

[VGZ:] “Dank u wel, tante. Moge God tevreden zijn. Hebben zij [Novacura]ooit geholpen met uw persoonlijke verzorging?”

[ [verzekerde 10] :] “Persoonlijk, wat betekent dat ?”

[VGZ:] “Ik bedoel, bijvoorbeeld met douchen, of .. Wat zal ik zeggen? Met het inpakken van uw haar, met alle dingen.”

[ [verzekerde 10] :] “Dat deden zij. Ik heb mijn haar ook geverfd. Een dame hielp met verven en zo.”

[VGZ:] “Okay. Maar... U zei dat zij één uur per week komen. Wat doen zij dan meestal?

[ [verzekerde 10] :] “Nou, altijd nadat zij zijn gekomen, maken zij natuurlijk mijn kamer schoon, zij verschonen mijn lakens. Mijn doktersdames, laatst nadat zij kwamen, deden zij dat. Ik heb ook één kamer, en ik heb nog iets, maar hopelijk ga ik naar het andere huis. In dat andere huis zal er meer zijn. Omdat ik daar een slaapkamer heb, een woonkamer. Hier heb ik meteen maar één kamer. Ik heb zo'n keuken. Zij maakten mijn toilet schoon, de badkamer, zij deden dat. Om te helpen [onverstaanbaar] uur.”

[VGZ:] “Oh, okay. Zij helpen dus ook met schoonmaken en zo.”

[ [verzekerde 10] :] “Onder het bed en zo, zo trokken zij het, zij deden dat. Zij helpen. (…)Woensdag komt dat meisje. Woensdag. Om 11 UUR zei ze dat ze zal komen.

In haar verklaring refereert [verzekerde 10] aan ‘doktersdames’ die één keer per week komen en haar kamer schoonmaken en de lakens verschonen, en ook de toilet en de badkamer schoonmaken. [verzekerde 10] noemt daarbij als tijdstip 11 uur. Uit het door [verzoekster] overgelegde zorgplan, geldig van woensdag 1 januari 2020 tot en met woensdag 1 juli 2020, blijkt echter dat [verzekerde 10] dagelijks zorg nodig had bij ADL (Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen), zoals het aan- en uittrekken van steunkousen, en dat het in totaal ging om twee zorgmomenten per dag, van bij elkaar 40 minuten. Dat Novacura tweemaal daags bij [verzekerde 10] is geweest blijkt uit de urenstaten die door [verzekerde 10] zijn ondertekend, en waarbij de authenticiteit van de handtekening(en) niet in geschil is. Uit de urenstaten blijkt ook dat de zorgverleners van Novacura altijd bij [verzekerde 10] kwamen om 7.30 ‘s-ochtends (25 minuten) en 19.20 ’s-avonds (15 minuten).

De verklaringen van [verzekerde 10] over schoonmaakwerkzaamheden éénmaal per week om 11 uur stroken daarmee niet, zodat niet aannemelijk is dat deze betrekking hebben op Novacura. Daarbij is het niet aannemelijk dat Novacura binnen de geïndiceerde tijd van ’s ochtends 25 minuten en ‘s avonds 15 minuten voor persoonlijke verzorging, waaronder het tijdrovende aantrekken dan wel uittrekken van steunkousen, tijd zou hebben om daarnaast de door [verzekerde 10] genoemde schoonmaakwerkzaamheden aan toilet, badkamer en kamer uit te voeren en lakens te verschonen. De verklaringen van [verzekerde 10] maken dan ook niet dat in voldoende mate vaststaat dat Novacura in plaats van zorg te verlenen zorgschoonmaakwerkzaamheden zou hebben verricht en gedeclareerd.

Daarbij is mede van belang dat deze verklaringen afkomstig zijn van kwetsbare personen die de Nederlandse taal niet goed machtig zijn, op leeftijd zijn en/of een slecht geheugen hebben, dan wel (ernstig) ziek en/of in de war zijn, zodat de verklaringen met de nodige behoedzaamheid moeten worden beoordeeld.

De conclusie is dat de verklaringen, ook in onderling verband en samenhang bezien, niet zo duidelijk zijn dat voldoende aannemelijk is dat Novacura zorg heeft gedeclareerd die niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Resumerend

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de door VGZ aangevoerde feiten en omstandigheden, zowel ieder afzonderlijk als in onderlinge samenhang beschouwd, van onvoldoende gewicht zijn om redelijkerwijs de zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit te rechtvaardigen die nodig is voor opname is het EVR, terwijl evenmin voldoende aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van een incident als bedoeld in artikel 2 Protocol dat vastlegging in het IR rechtvaardigt. Naar het oordeel van de rechtbank is duidelijk geworden dat er voor VGZ weliswaar aanleiding bestond om onderzoek naar de declaraties van Novacura te doen, maar is VGZ er vervolgens niet in geslaagd voldoende aannemelijk te maken dat sprake is van als strafbaar feit of incident te kwalificeren handelen van Novacura c.s. Dit betekent dat er geen rechtmatige grond bestond voor opname van de persoonsgegevens van Novacura c.s. in het EVR en het IR.

Fraudemelding

Uit dit oordeel volgt dat de fraudemelding aan de NZa moet worden ingetrokken, nu ook daarvoor geen grond bestond.

Conclusie

De verzoeken van Novacura c.s. zullen daarom worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing. De verzochte dwangsom zal echter worden afgewezen. Novacura c.s. heeft geen omstandigheden gesteld waaruit blijkt van de noodzaak tot het opleggen van een dwangsom aan VGZ als prikkel om te voldoen aan de veroordeling. De rechtbank gaat er vooralsnog dan ook vanuit dat VGZ vrijwillig aan de veroordelingen tot verwijdering van de registraties en intrekking van de fraudemelding bij NZa zal voldoen.

Proceskosten

VGZ zal als de (overwegend) in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Novacura c.s. als hierna vermeld. Deze worden begroot op:

- griffierecht

714,00

- salaris advocaat

1.959,00

(3 punten × tarief II ad € 653,00)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.862,00

5. De beslissing

De rechtbank:

veroordeelt VGZ tot het binnen zeven dagen na betekening van deze beschikking (doen laten) verwijderen en verwijderd houden van de gegevens van Novacura c.s. uit het Incidentenregister alsmede uit het Externe Verwijzingsregister;

veroordeelt VGZ tot het – met opgave van reden – intrekken van de fraudemelding vermeld onder r.o. 2.7. aan de NZa, binnen zeven dagen na betekening van deze beschikking;

veroordeelt VGZ in de proceskosten van Novacura c.s., begroot op € 2.862,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als VGZ niet tijdig aan de veroordeling voldoet en deze beschikking daarna wordt betekend, dan moet zij € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Deze beschikking is gegeven door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.

3051

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand