Voorziening in de voogdij
Beschikking op het op 13 februari 2026 ingekomen verzoekschrift van:
de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden,
hierna: de Raad.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming, regio Rotterdam,
de beoogd voogdes,
alsmede
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift van de Raad gedateerd 12 februari 2026, met bijlagen;
- het wijzigingsverzoekschrift van de Raad gedateerd 9 maart 2026, met bijlagen.
Verzoek
Het verzoek strekt ertoe een voogd te benoemen over de hierna te noemen minderjarige, omdat deze niet onder het ouderlijk gezag staat en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien.
Gewijzigd verzoek
De Raad heeft bij het verzoekschrift van 9 maart 2026 de rechtbank verzocht de gecertificeerde instelling Leger des Heils, Jeugdbescherming & Reclassering Regio West tot voogd te benoemen. Op 5 maart 2026 heeft Jeugdbescherming west de Raad laten weten dat zij contact hebben gelegd met het Leger des Heils en dat zij het passender vinden om de uitvoering van deze maatregel bij het Leger des Heils te beleggen. Er heeft overleg plaatsgevonden en het Leger des Heils heeft zich geschikt bevonden, er zal een overdracht plaatsvinden.
Feiten
- Uit de moeder is het volgende kind geboren:
- [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] .
- De moeder is, vanwege haar minderjarigheid, onbevoegd tot het gezag over [de minderjarige] .
- Het is onbekend wie de vader van [de minderjarige] is.
- [de minderjarige] verblijft bij de oma van moederszijde.
- De verblijfplaats van de moeder is op dit moment onbekend. Mogelijk verblijft zij inBulgarije.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De rechtbank stelt vast dat [de minderjarige] de Bulgaarse nationaliteit heeft. Op grond van
artikel 7 Brussel II-ter komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe, omdat de gewone
verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is.
Benoeming voogd
De moeder is nu 16 jaar oud en is mitsdien ingevolge artikel 1:246 van het Burgerlijk Wetboek (BW) onbevoegd tot het gezag over de minderjarige.
Op 2 december 2025 heeft deze rechtbank de voorlopige voogdij over [de minderjarige] uitgesproken voor de duur van drie maanden. Omdat de moeder ook na deze drie maanden nog minderjarig zal zijn, zal er in de voogdij over [de minderjarige] moeten worden voorzien. De Raad heeft op dit moment nog te veel zorgen om de voogdij over [de minderjarige] bij oma (mz) of binnen het netwerk te beleggen. De Raad ziet dat er veel zorgen spelen om de moeder van [de minderjarige] en dat oma (mz) tegen veel moeilijkheden in de opvoeding aanloopt, zoals het begrenzen en sturen van haar dochter maar er ook voor zorgen dat haar dochter onderwijs volgt en hulp krijgt. De Raad maakt zich zorgen of oma (mz) de belangen van [de minderjarige] kan blijven invullen en hem indien nodig kan beschermen op het moment dat zijn moeder en mogelijk haar netwerk weer in beeld komen en weer omgang met [de minderjarige] willen of hem zullen opeisen, omdat [de minderjarige] eerder ook door hen is meegenomen.
De Raad vindt het belangrijk dat de beoogd voogd vanuit de voogdij de belangen van [de minderjarige] zal kunnen blijven monitoren, om in eerste instantie te zien of de plaatsing van [de minderjarige] goed verloopt en waar de ondersteuningsbehoefte nog ligt. Tevens kan de voogd er zorg voor dragen dat moeder en [de minderjarige] een band kunnen gaan opbouwen en kan er onderzocht worden of moeder mogelijk in de toekomst een opvoedersrol voor [de minderjarige] kan dragen. Daarbij is oma (mz) de Nederlandse taal onvoldoende machtig en heeft ASH opgemerkt dat oma (mz) moeite heeft om haar weg te vinden in het Nederlandse systeem. Dit tezamen met de bedreigingen vanuit onbekende mannen naar oma (mz) en de overige zorgen, maakt de situatie van oma (mz) en daarmee ook [de minderjarige] kwetsbaar. De Raad acht daarom de ondersteuning van de voogd als een neutrale partij zeer noodzakelijk.
De beoogd voogdes heeft zich schriftelijk bereid verklaard de voogdij over de minderjarige te aanvaarden.
De rechtbank constateert dat [de minderjarige] niet onder ouderlijk gezag staat en dat nog niet op wettige wijze is voorzien in de voogdij. De rechtbank volgt de Raad in zijn bevindingen omtrent de belangen van [de minderjarige] en de noodzaak om een neutrale partij als zijn voogd te benoemen. De rechtbank acht de benoeming van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering in het belang van [de minderjarige] en zal daarom het verzoek daartoe toewijzen.
Beslissing
De rechtbank:
benoemt tot voogdes over de minderjarige:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats] ;
Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.