ECLI:NL:RBDHA:2026:10747

ECLI:NL:RBDHA:2026:10747

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-03-2026
Datum publicatie 07-05-2026
Zaaknummer C/09/697602 / JE RK 26-53
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een machtiging uithuisplaatsing. De kinderrechter onderschrijft het perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/697602 / JE RK 26-53

Datum uitspraak: 26 maart 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[de minder] , geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minder] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats] ,

[pleegouder 1] en [pleegouder 2],

hierna te noemen: de pleegouders,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1. Het verdere verloop van de procedure

Bij beschikking van 5 februari 2026 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [de minder] verlengd tot 31 maart 2026 en voor dezelfde duur een machtiging verlengd om [de minder] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg. Het verzoek is voor het overige aangehouden.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de beschikking van 5 februari 2026;

het rapport van de Raad als bedoeld in artikel 1:265j lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW) van 11 maart 2026;

- de schriftelijke update met bijlagen van de gecertificeerde instelling van 18 maart 2026.

Op 26 maart 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- [naam] namens de gecertificeerde instelling;

de pleegouders,

[grootouder 1] en [grootouder 2] , de grootouders vaderszijde, als toehoorder.

De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.

2. De feiten

Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 5 februari 2026.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minder] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minder] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. In het pleeggezin is [de minder] tot rust gekomen. Hij is wel nog steeds heel alert, hij reageert sterk op harde of onverwachte geluiden en hij heeft moeite met afscheid nemen bij de opvang. Daar laat hij ‘meer fysiek’ gedrag zien richting kinderen en wordt hij regelmatig overstuur wakker. In oktober 2025 zijn de pleegouders gestart met Video Interactie Begeleiding (VIB) om te leren hoe zij beter bij [de minder] en zijn behoeftes aan kunnen sluiten. Omdat [de minder] steeds sneller en heftiger reageert na een bezoek met zijn ouders, is het noodzakelijk dat hij wordt aangemeld voor individuele hulpverlening. [de minder] reageert heviger op veranderingen en heeft moeite met het reguleren van zijn emoties. Hij is aangemeld voor gespecialiseerde hulp gericht op traumabehandeling bij diverse instanties. Na de traumabehandeling zal worden gekeken welke hulpverlening verder nodig is. Vanwege de reactie van [de minder] op de tweewekelijkse bezoeken met zijn vader en maandelijkse bezoeken met de moeder, vinden deze nu voor de duur van een half uur plaats. Wanneer de bezoeken met de vader intensief begeleid worden, zijn deze voor [de minder] minder belastend. De vader vertoont dankzij de begeleiding minder onvoorspelbaar gedrag, maar er is weinig zicht op een bredere leerontwikkeling bij de vader. Hij heeft weinig aansluiting bij de behoeften en belevingswereld van [de minder] . De moeder maakte tijdens de bezoeken weinig contact met [de minder] . De moeder wilde niet gefilmd worden tijdens de bezoeken, maar de bezoeken werden wel voor- en nabesproken met een VIB-medewerker. Vanwege een incident op 21 januari 2026 is het VIB-traject van de moeder stil komen te liggen. De moeder heeft sindsdien geweigerd een herstelgesprek in te plannen. Dit is noodzakelijk om de bezoeken met [de minder] plaats te kunnen laten vinden. De moeder heeft aangegeven dat zij zich op haar nieuwe relatie wil richten. De moeder ontvangt en leest nog wel de wekelijkse updates over [de minder] , maar reageert niet meer op de jeugdbeschermer. Het VIB-traject wordt afgesloten als de moeder niet op zeer korte termijn in contact komt. Het is nog onduidelijk of er dan een nieuwe passende hulpverleningsinstantie zal zijn om de bezoeken tussen de moeder en [de minder] te begeleiden. Vanwege de beperkte duur van de omgang, heeft er geen perspectiefonderzoek plaats kunnen vinden. Op een korte termijn wordt een uitbreiding van de omgang niet mogelijk geacht. Wegens het verstrijken van de aanvaardbare termijn voor [de minder] kan een perspectiefonderzoek niet worden afgewacht. De gecertificeerde instelling is van mening dat het perspectief van [de minder] in het huidige pleeggezin ligt. Het is noodzakelijk om de stabiele opvoedsituatie in het pleeggezin te waarborgen en voor alle betrokkenen duidelijk te hebben waar het perspectief van [de minder] ligt. Het pleeggezin kan hem de rust, stabiliteit en continuïteit bieden die [de minder] nodig heeft. Zij herkennen signalen bij [de minder] en kunnen hem de troost en grenzen bieden die hij nodig heeft. De vader en de moeder hebben onvoldoende zicht op wat [de minder] nodig heeft om zich positief te ontwikkelen en veilig op te groeien. De gecertificeerde instelling verzoekt de kinderrechter om in het kader van de machtiging tot uithuisplaatsing het opvoedperspectief te onderschrijven. Wel zal worden gewerkt aan het stimuleren van een positieve ouder-kind relatie tussen [de minder] en zijn ouders. Als het goed met [de minder] gaat, zullen de mogelijkheden om het contact uit te breiden, besproken worden.

4. De standpunten

De vader stemt in met het verzochte, maar staat niet achter het door de gecertificeerde instelling bepaalde opvoedperspectief. De bezoeken met de vader gaan goed en hij geniet hiervan. De vader wil dat [de minder] als hij ouders is zelf de keuze krijgt over waar hij woont. De vader begrijpt dat [de minder] momenteel niet bij hem kan wonen. De vader zou als het beter gaat met [de minder] graag langere bezoekmomenten met hem willen hebben. De vader wil hierbij goed luisteren naar wat [de minder] nodig heeft en wilt. De vader vindt het verder van belang dat [de minder] hulpverlening ontvangt.

De pleegouders hebben zich niet uitdrukkelijk uitgelaten over het verzoek. Zij hebben toegelicht dat spanning zich bij [de minder] ontlaat met bijtgedrag, slaan en duwen. Hij wil dan niet getroost worden en hij kruipt weg. Hij laat dit zorgelijke gedrag na bezoekmomenten ongeveer een halve week tot een week zien. De pleegouders willen hulpverlening om hem beter te kunnen begeleiden.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.

[de minder] heeft aan het begin van zijn leven veel verschillende opvoedsituaties meegemaakt en deze wisselingen hebben veel invloed op hem gehad. Nog steeds wordt gezien dat [de minder] alert is, sterk reageert op zijn omgeving, moeite heeft met het nemen van afscheid en slecht tegen veranderingen kan. Op de opvang wordt gezien dat [de minder] regelmatig huilend of overstuur wakker wordt. De laatste tijd is hij ook steeds meer fysiek richting andere kinderen. Zo trekt hij aan haren, bijt, knijpt en slaat hij kinderen. Dit gedrag wordt zowel thuis als bij de kinderopvang gezien. [de minder] heeft constant toezicht nodig van een betrouwbare opvoeder die emotioneel beschikbaar voor hem is en responsief en sensitief op hem reageert. De pleegouders hebben een VIB-traject gevolgd om beter aan te kunnen sluiten op [de minder] , maar gebleken is dat hij steeds heftiger gedrag laat zien. Het is daarom noodzakelijk dat [de minder] op korte termijn traumatherapie zal ontvangen en dat onderzocht wordt waar het zorgwekkende gedrag van [de minder] vandaan komt. De ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minder] kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Uit het de stukken en het verhandelde ter zitting volgt dat de vader erg zijn best doet tijdens de bezoeken met [de minder] en openstaat voor hulpverlening. De vader probeert de adviezen van hulpverlening op te volgen, maar is beperkt leerbaar. De afgelopen jaren zijn er verschillende hulpverleningstrajecten voor de moeder gestart, maar deze zijn door verschillende incidenten, ontregelend gedrag van de moeder, en een verstoorde samenwerking gestagneerd. Op 21 januari 2026 heeft er een incident plaatsgevonden tijdens het VIB-traject. Daarbij is de moeder boos geworden en heeft zij aangegeven niet te weten of zij naar het volgende bezoek met [de minder] wilde komen. Ondanks herhaalde pogingen vanuit de jeugdbeschermer is contact met de moeder niet meer tot stand gekomen.

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minder] voor de duur van een jaar. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minder] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.

De vader en de moeder zijn niet in staat om te voldoen aan de bovengemiddelde opvoedbehoefte van [de minder] , omdat zij onvoldoende aan kunnen sluiten bij [de minder] en inzicht hebben in wat [de minder] nodig heeft om tot ontwikkeling te kunnen komen. Tijdens de bezoekmomenten kan de moeder onvoldoende aansluiten bij [de minder] . Ook is de moeder na het VIB-incident niet meer in contact getreden met de jeugdbeschermer om ervoor te zorgen dat de omgang weer door kon gaan, waarmee zij compleet voorbijgaat aan [de minder] ’s belang. Hierdoor is sinds 8 januari 2026 wederom het contact tussen [de minder] en de moeder stil komen te liggen. De kinderrechter wil de vader complimenteren voor zijn inzet tijdens de contactmomenten. Ondanks zijn flinke inzet blijft de vader beperkt leerbaar, waardoor intensieve begeleiding van de contactmomenten noodzakelijk blijft. Tegelijkertijd wordt gezien dat [de minder] steeds sneller en heftiger reageert na de omgangsmomenten met ouders. Omdat [de minder] dagenlang van slag kan zijn na een bezoek met zijn ouders, is de duur hiervan beperkt. Gelet op het bovenstaande, is het noodzakelijk dat [de minder] in het pleeggezin zal verblijven.

Er heeft geen perspectiefonderzoek plaatsgevonden, vanwege de beperkte duur van de contactmomenten tussen [de minder] en de ouders. Een dergelijk perspectiefonderzoek vindt de kinderrechter daarentegen in dit geval niet noodzakelijk om tot een opvoedbesluit te komen. De kinderrechter kan – eveneens zonder te beschikken over een perspectiefonderzoek – het opvoedbesluit onderschrijven. Bij de pleegouders ervaart [de minder] veiligheid en voorspelbaarheid. Er wordt aan hem de structuur, liefde en aandacht geboden die hij nodig heeft om tot ontwikkeling te komen. Pleegouders reageren sensitief en responsief op [de minder] , en zetten zich enorm in voor hulpverlening om nóg beter bij hem aan te sluiten in de opvoeding. Gelet op het verloop van de afgelopen twee jaar, waarbij de zorgen over het contact tussen de ouders en [de minder] allerminst is afgenomen, is niet de verwachting dat [de minder] binnen een aanvaardbare termijn weer bij een van de ouders kan worden geplaatst. Tegelijkertijd wordt het voor [de minder] steeds belangrijker om duidelijkheid te krijgen over waar hij blijvend zal opgroeien. Het is noodzakelijk dat de belangrijke mensen in zijn leven, waaronder de ouders en de pleegouders, naar hem gaan uitstralen dat hij bij de pleegouders mag en gaat opgroeien. Door [de minder] hier emotionele toestemming voor te geven, is het waarschijnlijker dat hij zich positief zal ontwikkelen en de draagkracht zal krijgen voor meer contact met zijn ouders. Onderzocht moet worden hoe het contact tussen [de minder] en zijn ouders plaats kan vinden op een manier die hem zo min mogelijk belast. Dat [de minder] in het pleeggezin op zal groeien, betekent immers niet dat zijn ouders minder belangrijk voor hem zullen zijn.

De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [de minder] tot 22 februari 2027;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minder] in een voorziening voor pleegzorg tot 22 februari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026 door mr. T.E.F. Reijnders, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 16 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.I. Klijn als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand