ECLI:NL:RBDHA:2026:10756

ECLI:NL:RBDHA:2026:10756

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-04-2026
Datum publicatie 07-05-2026
Zaaknummer NL26.21298
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Volgberoep Algerije – actuele ‘terugkeer-cijfers’ Algerije – verweerder moet de terugkeerprocedure ter hand nemen na het vaststellen van een terugkeerbesluit en niet pas na het opleggen van de bewaringsmaatregel – in deze procedure heeft verweerder dat gedaan door voorafgaand aan de inbewaringstelling een LP aan te vragen en regelmatig op deze aanvraag te rappelleren - Verweerder dient de totale duur van die terugkeerprocedure te betrekken bij de vertrekhandelingen die hij verricht om het terugkeerbesluit te effectueren en niet te volstaan met het nagaan hoe lang de bewaringsmaatregel ten uitvoer wordt gelegd. Verweerder heeft tot nu toe voldoende voortvarend gewerkt aan het vertrek van eiser maar zal de komende tijd het LP-traject moeten intensiveren om te blijven voldoen aan het vereiste van voortvarend handelen en kan hiermee niet wachten tot moet worden beoordeeld of de maatregel kan worden verlengd. – de met een beroep gelijkgestelde kennisgeving is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.21298

geboren op [geboortedatum] 2001 in Algerije,

V-nummer: [V-nummer],

eiser,

(gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul),

en

(gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).

Procesverloop

Verweerder heeft op 22 januari 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Verweerder heeft de rechtbank van het voortduren van de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op de hoogte gesteld. De rechtbank controleert daarom de rechtmatigheid van de voortduring van de maatregel en beoordeelt of eiser in vrijheid moet worden gesteld en in aanmerking moet worden gebracht voor schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

Eiser heeft beroepsgronden aan het dossier toegevoegd en heeft verzocht om een behandeling ter zitting.

De rechtbank heeft op 16 april 2026 een bericht voor verweerder in het dossier geplaatst met de navolgende inhoud:

(…)

De rechtbank heeft kennisgenomen van de door eiser ingediende beroepsgronden en verzoekt verweerder allereerst om uiterlijk op 17 april 2026 schriftelijk te reageren op de

beroepsgronden. De rechtbank verzoekt verweerder tevens om aan te geven of eiser eerder

dan op grond van de actuele maatregel in bewaring is gesteld ter fine van terugkeer naar

Algerije en indien dit het geval is, om een overzicht te overleggen van alle perioden van

tenuitvoerlegging van eerdere maatregelen. De rechtbank draagt verweerder tevens op om alle eerder vastgestelde terugkeerbesluiten en het inreisverbod van 22 januari 2026 in het dossier te voegen. De stukken waar de rechtbank om verzoekt dienen uiterlijk 17 april 2026 aan het dossier te worden toegevoegd.

(…)

De rechtbank heeft op 20 april 2026 een bericht voor verweerder in het dossier geplaatst met de navolgende inhoud:

(…)

De rechtbank verzoekt verweerder actuele gegevens te verstrekken over terugkeerprocedures naar Algerije vanuit bewaring zoals aantallen verzochte en afgegeven LP's, aantallen gerealiseerde verwijderingen na afgifte van een LP en de gemiddelde duur van de terugkeerprocedure vanuit bewaring. De rechtbank verzoekt verweerder voorts om toe te lichten waarom de LP-aanvraag is gedaan voor de inbewaringstelling en of eiser vanaf de LP-aanvraag steeds beschikbaar is geweest voor gedwongen terugkeer. De rechtbank verzoekt verweerder tot slot om aan te geven of eiser voorafgaand aan de huidige inbewaringstelling op enig moment op een andere grondslag in bewaring is gehouden en indien dit het geval is, om aan te geven in welke periode(s) dat heeft plaatsgevonden. Verweerder dient deze informatie uiterlijk op dinsdag 21 april 2026 om 12:00 uur te verschaffen

(…)

Verweerder heeft de opgevraagde informatie verstrekt.

De rechtbank heeft het beroep op 29 april 2026 op zitting behandeld. De rechtbank heeft eiser niet opgeroepen om in persoon te worden gehoord. Beide partijen zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft de rechtmatigheid van het opleggen en voortduren van deze maatregel van bewaring eerder beoordeeld. Uit de uitspraak van 6 februari 2026 (in de zaak NL26.3906, ECLI:NL:RBLIM:2026:1305, niet gepubliceerd) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt rechtmatig was. De rechtbank beoordeelt in de onderhavige procedure de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring vanaf het moment van het sluiten van dat onderzoek op 3 februari 2026.

2. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt om zijn vertrek te realiseren en dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ontbreekt. Verweerder heeft op 1 april 2025 een LP bij de Algerijnse autoriteiten aangevraagd en heeft inmiddels 21 keer op deze aanvraag gerappelleerd. Verweerder heeft thans veelvuldig contact met de Algerijnse consul en had inmiddels op zaaksniveau dienen te rappelleren en moeten navragen of er wellicht aanvullende gegevens nodig zijn om tot afgifte van een LP over te kunnen gaan.

3. Verweerder heeft voorafgaand aan de behandeling van het beroep ter zitting onder meer de navolgende informatie verstrekt:

(…)

1 januari 2026 t/m 31 maart 2026:

Aantal ingediende lp-aanvragen: 74

Aantal gepresenteerde vreemdelingen: 11

Aantal presentaties: 37 (gepresenteerd + niet gepresenteerd)

Aantal nationaliteitsbevestigingen: 7

Aantal verkregen lp’s: 25

Aantal gedwongen vertrek naar LvH op lp: 26

1 maart 2026 t/m 31 maart 2026:

Aantal ingediende lp-aanvragen: 31

Aantal gepresenteerde vreemdelingen: 4

Aantal presentaties: 6 (gepresenteerd + niet gepresenteerd)

Aantal nationaliteitsbevestigingen: 4

Aantal verkregen lp’s: 5

Aantal gedwongen vertrek naar LvH op lp: 4

(…)

Voorts heeft de Directie Internationale Aangelegenheden van de Dienst Terugkeer en Vertrek laten weten dat de diplomatieke vertegenwoordiger van Algerije altijd heeft aangegeven dat de ambassade o.b.v. kopie id-document (paspoort, id-kaart en militaire boekje) in staat is om de nationaliteit van de Algerijnse vreemdelingen te bevestigen en een lp af te geven. De lp-aanvraag van de ongedocumenteerde zaken zoals die van eiser worden door de ambassade naar de Algerijnse autoriteiten verstuurd voor het identiteitsonderzoek o.b.v. de vingerafdrukken.

In Algerije bestaat een registratiesysteem waarin iedereen vanaf 16 jaar met vingerafdrukken wordt geregistreerd.

Als de nationaliteit van een ongedocumenteerde vreemdeling door de Algerijnse autoriteiten in Algiers wordt bevestigd dan is de diplomatieke vertegenwoordiger bereid om de vreemdeling in het persoon te zien bij een presentatie.

(…)

De doorlooptijden van Algerije voor 2025 en 2026 (2026 tot en met 31 maart).

2025: 217 dagen

2026: 247 dagen

Zowel de positieve als negatieve uitkomsten zijn hierin meegenomen.

De doorlooptijden zijn gerekend van datum indienen van de lp-aanvraag tot datum ontvangst antwoord.

De doorlooptijden voor het jaar 2026 zijn hoger omdat dit cijfer alleen betrekking heeft op de eerste 3 maanden van dit jaar. De cijfers over deze maand zijn nog niet meegenomen terwijl er deze maand een aanzienlijk aantal antwoorden van de Algerijnse autoriteiten is ontvangen. De cijfers kunnen echter alleen per maand uit het systeem worden gehaald.

In bovengenoemde cijfers is geen onderscheid gemaakt tussen lp-aanvragen voor vreemdeling in bewaring of buiten bewaring. Een gemiddelde doorlooptijd voor lp-aanvragen vanuit bewaring is niet te geven. Niet elke Algerijnse bewaringszaak leidt immers tot een terugkeer. DT en V zal in alle zaken voorafgaand aan het verstrijken van de zes maanden een afweging maken of het opportuun is om de bewaring na zes maanden te laten voortduren/te verlengen. Omdat er in de afgelopen periode (2024 tot heden) relatief veel Algerijnse bewaringszaken waren én Algerijnse lp-aanvragen veelal een langere looptijd hebben, zijn er ook relatief veel Algerijnse bewaringszaken opgeheven op grond van een belangenafweging (en dus niet op grond van een uitzetting). DTenV registreert niet of een lp-procedure geheel tijdens een bewaringsprocedure is doorlopen.

Zoals in de zaak die hier voorligt, worden de meeste vertrekprocedures (inclusief een lp-aanvraag) al door de DT&V opgestart zonder dat sprake is van vreemdelingenbewaring. Dus ook als wel gedwongen vertrek vanuit bewaring is gerealiseerd, betekent dit niet dat enkel de bewaringsduur relevant is geweest voor (de voorbereiding van) het vertrek.

(…)

4. De rechtbank zal de met een beroep gelijkgestelde kennisgeving ongegrond verklaren en motiveert dit als volgt.

5. Anders dan verweerder in zijn eerste aanbiedingsbrief van 17 april 2026 heeft gesteld, is verweerder niet pas verplicht om ná oplegging van de maatregel voortvarend te handelen. Verweerder is vanaf het moment van het vaststellen van het terugkeerbesluit verplicht om eiser, indien eiser niet vrijwillig aan zijn terugkeerverplichting voldoet, zo spoedig mogelijk te verwijderen. De rechtbank wijst in dit verband op het arrest TQ van 14 januari 2021 (arrest van het Hof van 14 januari 2021 in de zaak TQ tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, C-441/19, ECLI:EU:C:2021:9), waarin het Hof onder meer het navolgende heeft overwogen:

(…)

79 Volgens de rechtspraak van het Hof verplicht artikel 8, lid 1, van richtlijn 2008/115 de lidstaten ertoe om, wanneer een terugkeerbesluit is uitgevaardigd tegen een onderdaan van een derde land maar deze niet aan de terugkeerverplichting heeft voldaan, ongeacht of dat het geval is binnen de voor vrijwillig vertrek toegestane termijn dan wel of geen termijn daarvoor is toegekend, teneinde de doeltreffendheid van de terugkeerprocedures te verzekeren, de nodige maatregelen te nemen voor de verwijdering van de betrokkene, namelijk diens fysieke verwijdering uit die lidstaat volgens artikel 3, punt 5, van die richtlijn (arrest van 23 april 2015, Zaizoune, C‑38/14, EU:C:2015:260, punt 33).

80 Voorts zij eraan herinnerd dat de lidstaten, zoals volgt uit zowel hun loyaliteitsplicht als de vereisten van doeltreffendheid die met name in overweging 4 van richtlijn 2008/115 in herinnering worden gebracht, zo spoedig mogelijk moeten voldoen aan de hun bij artikel 8 van die richtlijn opgelegde verplichting om bedoelde onderdaan in de in lid 1 van dat artikel genoemde gevallen te verwijderen (arrest van 23 april 2015, Zaizoune, C‑38/14, EU:C:2015:260, punt 34).

(…)

6. Het vereiste van voortvarend handelen betekent dat indien verweerder ná oplegging van de maatregel onvoldoende voortvarend handelt aan het doel ter fine waarvan de maatregel is opgelegd, de maatregel reeds daarom onrechtmatig is en onmiddellijk moet worden opgeheven. Indien na oplegging van de maatregel voldoende voortvarend wordt gehandeld, betekent dit echter niet dat aan het handelen van verweerder voorafgaand aan het opleggen van de maatregel geen enkele betekenis kan toekomen. Indien verweerder na vaststellen van het terugkeerbesluit niet aanstonds vertrekhandelingen verricht en aanzienlijke tijd laat verlopen voordat hij de terugkeerprocedure ter hand neemt en overgaat tot oplegging van de maatregel, zal verweerder dit moeten betrekken bij zijn motivering van de maatregel. Relevant hiervoor kan zijn of eiser ter beschikking van verweerder stond om het terugkeerbesluit uit te voeren. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 2 januari 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:29) en van 5 januari 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:33).

7. Uit het dossier en de ter zitting door verweerder verschafte informatie, zoals hiervoor weergegeven, blijkt dat zich op uitzetting in het algemeen niet ontbreekt. De rechtbank overweegt dat er geen aanleiding is om aan te nemen dat in het specifieke geval van eiser tot een andere conclusie moet worden gekomen. Eiser wijst weliswaar terecht op de zeer lange duur van het LP-traject in zijn procedure en het aantal keer dat verweerder reeds heeft gerappelleerd. Op dit moment rechtvaardigt dit evenwel niet de conclusie dat verweerder niet in staat zal zijn om eiser met een door de Algerijnse autoriteiten te verstrekken reisdocument zal kunnen verwijderen. De rechtbank betrekt hierbij dat eiser in de vertrekgesprekken te kennen geeft zelf geen stappen te ondernemen om terugkeer mogelijk te maken omdat hij zich zorgen maakt om zijn familie in Spanje. Eiser heeft tevens eerder aangegeven dat hij op jonge leeftijd is weggegaan uit Algerije en niet mee te zullen werken aan terugkeer. In het vertrekgesprek dat is gehouden op 2 maart 2026 heeft eiser gevraagd hoe lang hij nog vast moet zitten en dat, nadat is uitgelegd dat dit maximaal 18 maanden is, heeft verklaard dat hij het zal afwachten. Gelet op deze houding van eiser kan verweerder het LP-traject niet bespoedigen in die zin dat verweerder afhankelijk is van de Algerijnse autoriteiten.

8. Verweerder heeft in zijn brief van 17 april 2026 aangegeven voor het rappelleren op zaaksniveau geen aanleiding te zien gelet op de houding van eiser en het ontbreken kopieën van identiteitsdocumenten. Voor zover eiser heeft verklaard dat hij nooit in het bezit van een identiteitsdocument is geweest, wijst de rechtbank op de informatie van verweerder dat in Algerije een registratiesysteem bestaat waarin iedereen vanaf 16 jaar met vingerafdrukken is geregistreerd. Eiser heeft verklaard dat hij op jonge leeftijd Algerije heeft verlaten. Eiser kan dit niet onderbouwen, maar dit zou wel kunnen verklaren waarom er nog geen LP is verstrekt. Indien eiser niet in dit registratiesysteem is geregistreerd, leidt dat echter vooralsnog nog niet tot de conclusie dat eiser niet de Algerijnse nationaliteit zou hebben, dat deze niet zal worden bevestigd of dat de Algerijnse autoriteiten niet tot afgifte van een reisdocument zullen afgaan. De rechtbank overweegt dat verweerder zich rekenschap zal moeten geven van de aanzienlijke duur van het LP-traject maar dat het weinig zinvol lijkt om nu, zoals eiser voorstelt, op dossierniveau te rappelleren om te vragen of wellicht nadere informatie nodig is om tot afgifte van een LP over te gaan. Uit de houding van eiser blijkt namelijk niet dat hij bereid is om enige nadere informatie te verstrekken. Voor zover verweerder heeft aangegeven dat ‘de houding van eiser’ een reden is om niet op zaaksniveau te rappelleren begrijpt de rechtbank dit dan ook als verweerder dit heeft bedoeld. Verweerder moet er wel voor waken dat hij niet standaardmatig bij niet meewerkende vreemdelingen pas na een zekere bewaringsduur op zaaksniveau rappelleert. Verweerder heeft in de onderhavige procedure, zoals hij ook verplicht is, voorafgaand aan de oplegging van de maatregel de terugkeerprocedure ter hand genomen door reeds een LP aan te vragen. Verweerder dient dan ook de totale duur van die terugkeerprocedure te betrekken bij de vertrekhandelingen die hij verricht om het terugkeerbesluit te effectueren en niet te volstaan met het nagaan hoe lang de bewaringsmaatregel ten uitvoer wordt gelegd. Uit de door verweerder overgelegde informatie kan niet worden opgemaakt of LP-trajecten sneller verlopen als de vreemdeling in bewaring is gesteld en ook is niet duidelijk of verweerder de Algerijnse autoriteiten informeert dat hun mogelijke onderdaan in bewaring wordt gehouden in afwachting van de afgifte van een LP. Verweerder heeft tot op heden kunnen volstaan met het schriftelijk rappelleren, maar zal de komende tijd het LP-traject moeten intensiveren om te blijven voldoen aan het vereiste van voortvarend handelen en kan hiermee niet wachten tot moet worden beoordeeld of de maatregel kan worden verlengd.

9. De rechtbank concludeert dat verweerder in de te toetsen periode voldoende voortvarend aan de verwijdering van eiser werkt. De rechtbank stelt tevens vast dat zicht op uitzetting in het algemeen en in het geval van eiser niet ontbreekt en dat hierbij relevant is dat eiser niet meewerkt aan de terugkeerprocedure.

10. Eiser heeft zich niet beroepen op de in artikel 5 van richtlijn 2008/115 genoemde belangen en/of het beginsel van non-refoulement en de rechtbank leidt uit de stukken en het onderzoek ter zitting niet af dat inmiddels zou moeten worden geconcludeerd dat deze belangen en/of dit beginsel aan de verwijdering van eiser naar Algerije in de weg staan. Het vertrekpunt bij deze beoordeling is de laatste rechterlijke controle van de bewaringsmaatregel, waarbij overigens te gelden heeft dat het refoulementverbod een absoluut karakter heeft. De (totale) duur van de tenuitvoerlegging van de maatregel is niet zodanig lang dat reeds een verlengingsbesluit moe(s)t worden genomen. Eiser is niet voorafgaand aan deze maatregel in bewaring gesteld op de zogenoemde ‘asielgrond’, zodat de rechtbank in deze procedure, hoewel besproken ter zitting, niet toekomt aan de vraag of het Hof in het arrest van 5 maart 2026 in de zaak Aroja (C-150/24, ECLI:EU:C:2026:148) in punt 59 daadwerkelijk heeft verduidelijkt dat de periode waarin een vreemdeling die op de asielgrond in bewaring is gehouden moet worden betrokken bij het bepalen van de maximale duur dat een vreemdeling ter fine van uitzetting in bewaring mag worden gehouden. Dat de maatregel inmiddels onevenredig bezwarend is geworden blijkt niet en is overigens ook niet gesteld.

11. De maatregel heeft in de te toetsen periode rechtmatig voortgeduurd. De rechtbank zal de met een beroep gelijkgestelde kennisgeving ongegrond verklaren en eiser niet in aanmerking brengen voor schadevergoeding. Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin een aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M.M.F. Roijen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 30 april 2026

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. van Lokven

Griffier

  • mr. M.M.M.F. Roijen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand